Archief
psalm 23
Was jij mijn herder, niets zou mij ontbreken.
Breng mij naar bloeiende weiden
doe mij liggen aan vlietend water
dat mijn ziel op adem komt
dat ik de rechte sporen weer kan gaan
achter jou aan.
Jij mijn herder? Niets zal mij ontbreken.
Moet ik de afgrond in, de doodsvallei,
ik ben bang – maar ben jij naast mij
ik zal niet doodgaan van angst.
Jij hebt de tafel al gedekt –
mijn spotters weten niet wat ze zien:
dat jij mijn voeten wast,
ze zalft met balsem
mij inschenkt,
drink maar, zeg je.
Niets zal mij ontbreken.
Laat het zo blijven, dit geluk
deze genade, al mijn levensdagen.
Dat tot in lengte van jaren
Ik wonen zal bij jou in huis.
Psalm 23 in een bewerking van Huub Oosterhuis.
een schoot van ontferming


tekst : Huub Oosterhuis
muziek : Antoine Oomen
licht

.
alles over de bijbel

lied 81 uit 'tussentijds'

.
de oude droom

De oude droom
Er was eens een droom en die droom leek vervlogen
En hij scharrelde eenzaam en oud door de stad
Door vrienden van vroeger verlogend bedrogen
Een karikatuur die zijn tijd had gehad
En die stokoude droom ging langs deuren van huizen
Waar ooit hij het stralende middelpunt was
Geliefd en aanbeden, een held in 't verleden
Met een kroon op zijn hoofd en met vleugels van glas
En hij nam ons mee, langs wegen van liefde
Naar hoog in de bergen, naar toppen van kracht
En het uitzicht daarboven was niet te geloven
Zo mooi en zo ver en nog nooit zo bedacht
Maar die stokoude droom zwerft nu door de straten
Verhongerd, vermagerd, verarmd en half blind
Niemand heeft tijd om wat met hem te praten
Alleen af en toe nog een gek of een kind
Dus als je hem tegen komt een dezer dagen
Haal hem in huis, probeer het een keer
Geef hem een stoel en dan moet je hem vragen
"Hee ouwe droom, hoe zat het ook weer
Dat jij ons meenam langs wegen van liefde
tot hoog in de bergen, naar toppen van kracht
De wereld hervormen, de hemel bestormen
Met nieuwe ideeen, nog niet eerder bedacht
Want die stokoude droom heeft nog heel veel te geven
Hij heeft een geheim en dat zijn wij soms kwijt
Maar hij zal ons ook allemaal overleven
Hij is zo oud als de wereld, maar zo jong als de tijd
Maar je moet hem beschermen, je moet hem verzorgen
Je moet hem koesteren onder de zon
Je moet hem vertrouwen, en vandaag al of morgen
Weet je het weer waar het ooit om begon
Dan neemt hij je mee weer langs wegen van liefde
Tot hoog in de bergen, naar toppen van kracht
En daar zal dan blijken dat je verder kunt kijken
En hoger kunt reiken dan je ooit had gedacht
Paul van Vliet
Onderstaand de link van deze preek.
Het verschil

Het verschil
Eén brandende pit
verdrijft
het duister
één kleine vlam
verlicht de nacht
een warm gebaar
slechts
één liefdevol woord
- en de hoop vlamt op
het leven
krijgt kleur
een mens met "pit"
kan het verschil
maken tussen
donker en licht
de demon

.
De Demon
Het is een sport om met gestrekte vinger
Te wijzen naar de goeden en de kwaden.
Ik houd het liever bij de binnendringer
Die in mij zelf verlangt naar euveldaden.
Ons meestal-kwade en soms-betere ik.
Ik hoor ze altijd. In mij woedt hun vete.
Straks klopt de demon weer. Vrees ik zijn tik?
De vrede om ons is maar schijn van vrede.
Ons eerste ik voert oorlog met ons tweede,
Ik word zó weer de ander die ik ben.
Zolang ik mijn gehate ik maar kén
En in de gaten houd ben ik niet bang.
Elk uur van lauwheid is een uur te lang.
Gerrit Komrij
voorbeden


Laat ons bidden uit gemis
tot de God die liefde is
en Hem om ontferming smeken,
want het lijden is zo groot
en Hem vragen recht te spreken,
want de wereld is in nood.
Laat ons bidden voor het kind
dat zijn leven pas begint;
voor de kind'ren aller landen
van wie God de namen weet,
dat hun toekomst niet zal stranden
op de klip die oorlog heet.
Voor de zieke man of vrouw
die verlangt naar onze trouw;
voor wie eenzaam is gebleven
of wie eenzaam is gemaakt,
dat zij met de kus des vredes
heden worden aangeraakt.
Voor de mensen die in nood
zoeken naar de goede dood,
die door iedereen verlaten,
heel alleen met hun verdriet,
niet meer hopen, niet meer praten,
Heer, vergeet ook dezen niet.
Voor wie doodsangst overmant,
dat zij vallen in Uw hand.
Laat een engel ben geleiden
uit het duister naar het licht;
toon hen als voorgoed bevrijden
uw genadig aangezicht.
Voor de zwakken die ontdaan
macht'loos door de wereld gaan;
voor de doven en de blinden,
voor de mensen zonder stem,
dat zij eigen wegen vinden
naar het nieuw Jeruzalem.
Voor wie angstig en beducht
voor zijn leven is gevlucht,
en een vreemdeling moet wezen,
tegen haat en nijd bestand,
dat het heimwee zal genezen
naar zijn lief geboorteland.
Voor al wie geworpen is
diep in de gevangenis,
dat hun naam niet wordt vergeten,
als voor ons de zon opgaat.
Geef de wereld een geweten,
en verlos ons van het kwaad.
Voor het volk dat wordt gekweld
door de macht van bruut geweld,
dat met al de droefenissen
van het heilloos onrecht leeft
en in plaats van brood en vissen
tranen tot zijn spijze heeft.
Here, sluit Uw oren niet
voor dit kleine mensenlied.
Gij kent al die duizendtallen
die het zingen wordt belet.
Heer, erbarm U over allen.
Heer, verhoor ons smeekgebed.



