
Het grijpt wellicht minder naar de keel dan ‘Ich bin ein Berliner’, maar het gevoel is even doorleefd als de uitspraak van John F. Kennedy van 45 jaar terug. Ik geef toe: ik zal nooit met pijpenkrullen rondlopen en een baard tot op mijn tenen kweken, maar wat het hart ingeeft kan niet worden genegeerd.
Zulke uitspraak biedt trouwens heel wat voordelen. Voordelen die voortkomen uit een verleden waarin de underdog die het lijden van een hele wereld op zijn schouders heeft getorst uitgroeide tot een trotse leider die zelfbewust en autoritair zijn land overschouwt en beschermt met hoge (Berlijnse, o ironie) muren. De Wandelende Jood heeft een hele weg afgelegd die niet toevallig in het verlengde van the American Dream uitloopt. Nee, niet die van Martin Luther King. Dat zou pas van zelfingenomenheid getuigen.
Leren uit het verleden moet de drijfveer van alle gedrag zijn. Intelligentie gekoppeld aan empathie moet bepalen in welke richting afgedwongen voordelen evolueren.
Ik weet waarom mijn sympathie naar de Joodse zaak uitgaat. The winner takes it all. De Jood is de (bescheiden) evenknie van de Amerikaan geworden en dat verschaft hem ongeziene voorrechten.
Na eeuwen van vervolging en lijden werd met de oprichting van de nieuwe staat een nieuwe mentaliteit geïntroduceerd. Gedaan met de naïviteit: we bieden onze andere wang niet meer aan, we ondergaan niet meer gelaten ons lot, we zijn trots op onze afkomst en wie die niet respecteert zal snel ondervinden dat de kansen zijn gekeerd.
Wie het hart op de juiste plaats draagt kan niet anders dan sympathie voor het Joodse volk koesteren. Eindelijk beschikt het over de middelen om zijn rechten op te eisen en zijn verworvenheden te consolideren. Eindelijk kan het zichzelf zijn en aantonen dat het niet minderwaardig is aan wie ook. De Jood is ook een mens en zoals elke mens grijpt hij de rechten die hem toekomen vanuit een machtspositie: agresseren, blind bombarderen, autonome gebieden binnenvallen, huizen van vermeende terroristen met de grond gelijkmaken, burgers wederrechtelijk oppakken of ontvoeren, bloedbaden aanrichten, VN-resoluties negeren… Liet God Hemzelf zijn toorn niet los op zijn vijanden in het Oude Testament?
Ja, ik ben een Jood en sluit me aan bij de betogers eerder deze maand die vonden dat de Belgische media wél oog hebben voor het lijden van het Libanese volk, maar de dode kinderen en de pijn die Joodse burgers wordt aangedaan moedwillig over het hoofd zien. Ik vind dat het lankmoedige, het lijdzame ondergaan dat zo lang kenmerkend is geweest voor de joodse schlemiel en de broeders in de diaspora dient afgelegd te worden. Concreet: laat ons bommen gooien in de redactielokalen van de schuldige kranten, televisiemasten van partijdige zenders dynamiteren, families van journalisten ontvoeren en voor het Israëlische gerecht sleuren en het stenigen weer invoeren. Het moet maar eens gedaan zijn met die linkse partijtrekkerij voor Arabieren die uiteindelijk slechts één doel voor ogen hebben: de vernietiging van het legale Israël en al wat haar dierbaar is. Laten we die Palestijnse Belgen met gif in de aderen voor eens en voor altijd een lesje leren en hun de betekenis van het Woord Gods aan het verstand brengen. Wat in het Midden-Oosten kan, moet hier ook kunnen. Tezamen met dé voorvechters van de democratie en de rechtvaardigheid in de wereld, onder leiding van de door God gezonden president Bush, moeten we in staat zijn om het recht en de waarheid te doen zegevieren en het Joodse volk te doen respecteren. Ook en vooral in het Europa van de holocaust. Ten aanval!