Dinsdag 15 augustus 2006
Ik ben een Jood!

Het grijpt wellicht minder naar de keel dan ‘Ich bin ein Berliner’, maar het gevoel is even doorleefd als de uitspraak van John F. Kennedy van 45 jaar terug. Ik geef toe: ik zal nooit met pijpenkrullen rondlopen en een baard tot op mijn tenen kweken, maar wat het hart ingeeft kan niet worden genegeerd. Zulke uitspraak biedt trouwens heel wat voordelen. Voordelen die voortkomen uit een verleden waarin de underdog die het lijden van een hele wereld op zijn schouders heeft getorst uitgroeide tot een trotse leider die zelfbewust en autoritair zijn land overschouwt en beschermt met hoge (Berlijnse, o ironie) muren. De Wandelende Jood heeft een hele weg afgelegd die niet toevallig in het verlengde van the American Dream uitloopt. Nee, niet die van Martin Luther King. Dat zou pas van zelfingenomenheid getuigen.
Leren uit het verleden moet de drijfveer van alle gedrag zijn. Intelligentie gekoppeld aan empathie moet bepalen in welke richting afgedwongen voordelen evolueren.
Ik weet waarom mijn sympathie naar de Joodse zaak uitgaat. The winner takes it all. De Jood is de (bescheiden) evenknie van de Amerikaan geworden en dat verschaft hem ongeziene voorrechten.
Na eeuwen van vervolging en lijden werd met de oprichting van de nieuwe staat een nieuwe mentaliteit geïntroduceerd. Gedaan met de naïviteit: we bieden onze andere wang niet meer aan, we ondergaan niet meer gelaten ons lot, we zijn trots op onze afkomst en wie die niet respecteert zal snel ondervinden dat de kansen zijn gekeerd.
Wie het hart op de juiste plaats draagt kan niet anders dan sympathie voor het Joodse volk koesteren. Eindelijk beschikt het over de middelen om zijn rechten op te eisen en zijn verworvenheden te consolideren. Eindelijk kan het zichzelf zijn en aantonen dat het niet minderwaardig is aan wie ook. De Jood is ook een mens en zoals elke mens grijpt hij de rechten die hem toekomen vanuit een machtspositie: agresseren, blind bombarderen, autonome gebieden binnenvallen, huizen van vermeende terroristen met de grond gelijkmaken, burgers wederrechtelijk oppakken of ontvoeren, bloedbaden aanrichten, VN-resoluties negeren… Liet God Hemzelf zijn toorn niet los op zijn vijanden in het Oude Testament?
Ja, ik ben een Jood en sluit me aan bij de betogers eerder deze maand die vonden dat de Belgische media wél oog hebben voor het lijden van het Libanese volk, maar de dode kinderen en de pijn die Joodse burgers wordt aangedaan moedwillig over het hoofd zien. Ik vind dat het lankmoedige, het lijdzame ondergaan dat zo lang kenmerkend is geweest voor de joodse schlemiel en de broeders in de diaspora dient afgelegd te worden. Concreet: laat ons bommen gooien in de redactielokalen van de schuldige kranten, televisiemasten van partijdige zenders dynamiteren, families van journalisten ontvoeren en voor het Israëlische gerecht sleuren en het stenigen weer invoeren. Het moet maar eens gedaan zijn met die linkse partijtrekkerij voor Arabieren die uiteindelijk slechts één doel voor ogen hebben: de vernietiging van het legale Israël en al wat haar dierbaar is. Laten we die Palestijnse Belgen met gif in de aderen voor eens en voor altijd een lesje leren en hun de betekenis van het Woord Gods aan het verstand brengen. Wat in het Midden-Oosten kan, moet hier ook kunnen. Tezamen met dé voorvechters van de democratie en de rechtvaardigheid in de wereld, onder leiding van de door God gezonden president Bush, moeten we in staat zijn om het recht en de waarheid te doen zegevieren en het Joodse volk te doen respecteren. Ook en vooral in het Europa van de holocaust. Ten aanval!

















1 reactie op dit bericht
Ik ben een Palestijn
Ik ben een palestijn. Ik leef aan de andere kant van de israelische muur, op land dat mijn volk mogelijk ooit heeft toebehoord.
Helemaal zeker is dat laatste evenwel niet, want eeuwenlange christelijke en joodse geschiedschrijving heeft nogal wat geografisch en ander bewijsmateriaal in het vergeetboek doen belanden.
Misschien ben ik ook wel een beetje soeniet of arameeër en god weet welk ander bloed vloeit er nog door mijn aderen. Helemaal zeker weet ik ook dat niet want mijn voorvaderen zijn sinds mensenheugnis vervolgd door andere volkeren, en lang voordat die anderen het woord uitvonden kenden zij reeds hun diaspora.
Ik ben ook een israeliër want ik woonde daar waar de staat israël zichzelf als onafhankelijk heeft uitgeroepen in 1948. Omdat ik toen vluchtte voor de bommenregen van mijn arabische "broeders" heb ik mijn geboortegrond nooit meer teruggezien.
Na de oorlog mocht ik israel immers niet meer binnen en ging ik noodgewongen in Oost Jeruzalem wonen.
In 1967 breekt er opnieuw oorlog uit en israel eigent zich nu, naast hele delen van de arabische buurlanden ook het oostelijke deel van de heilige stad toe. Als palestijn krijg ik echter geen israelisch paspoort en ik sla op de vlucht voor het aanhoudende geweld tegen mijn broeders.
Zonder huis, zonder nationaliteit, zonder werk kom ik terecht in shabra, een vluchtelingenkamp. Daar had ik het ook niet makkelijk. Ik behoor namelijk tot de 10% christenen die er onder de palestijnen zijn. De meeste andere bewoners beschouwden mij en mijn familie dan ook niet als arabier, maar ik mocht ook geen israeli zijn.
In 1982 maakte ik andermaal kennis met de verbondenheid van israel en een aantal van mijn christelijke broeders. Ik woonde toen in nog steesds shaba, een aantal van mijn kinderen in shatilla.
Door israel gesteunde libanese christelijke milities slachtten mijn ouders, mijn vrouw en 3 van mijn 5 kinderen af in een poging tot “etnische zuivering”.
Ik had niet de kans om mijn andere wang aan te bieden, het gifgas werkte te snel.
In het begin had ik nog vertrouwen dat er gerechtigheid zou geschieden. De internationale media hadden veel aandacht voor de slachtpartij en de verenigde naties bemoeiden zich ermee. Zes van de libanese daders werden opgepakt. Zij zijn vandaag, bijna 25 jaar na de feiten, nog steeds niet veroordeeld.
De toenmalige israëlische militaire verantwoordelijken werden zelfs naderhand beloond en één van hen werd zelfs de leider van de staat israël.
Ik vond nieuwe levensvreugde en werk bij mijn palestijnse oom die, samen met 3 miljoen andere palestijnen na 1948 in de staat israel was blijven wonen. Na een paar weken sloot israël de toegang tot hun staat af voor palestijnen die niet inwonend waren. Ik was mijn job kwijt.
Met mijn moeizaam bijeen gespaarde centen trok ik met mijn 2 overlevende kinderen naar beirout, voor een nieuwe toekomst.
Daar woonde ik de afgelopen 10 jaar in relatieve vrede. Mijn zoon die ondertussen in europa arts was geworden, hielp mee met de wederopbouw van de stad die grotendeels verwoest was door een burgeroorlog die duizenden mensen het leven kostte.
Mijn dochter was politiek actief en sloot zich aan bij een gematigde libanese politieke partij
Vorige week is mijn dochter omgekomen. Zij werd door israelische soldaten in haar huis gevonden, verkracht en doodgemarteld als vermeend lid van hezbollah.
Mijn zoon is omstreeks diezelfde tijd omgekomen bij een israelisch bombardement. Hij was met zijn wagen onderweg naar huis, na 3 dagen en nachten onafgebroken gewonden te hebben verzorgd in zijn ziekenhuis. Elke wagen was een potentieel doelwit, zo hadden de israelis via strooibriefjes gemeld. Die had hij, druk werkend in het ziekenhuis, echter niet gelezen.
Ik ben Palestijn.
U merkt het, ik schrijf dit voor de eerste keer met een hoofdletter.
Palestijnen hebben echter geen officieel erkend land. De Palestijnse president is wel in theorie de baas over de Gaza-strook en over acht steden en dorpen op de Westelijke Jordaanoever, die samen de Palestijnse Nationale Autoriteit vormen.
Hij heeft echter enkel inspraak over onderwijs, belastingen, gezondheidszorg, toerisme en welzijn. Alle andere elementaire rechten vallen onder israelisch gezag.
Net zoals bij de joden in israel woont slechts een klein deel van de palestijnen in de PNA.
Wie zijn zij dan, die Palestijnen? Het meest simpele antwoord is: elke mens die zich Palestijn voelt. Met Jordaans of Israëlisch paspoort, inwoner van Israël, de Westelijke Jordaanoever, de PNA of een ander land of gebied, vluchteling of niet.
Ik zelf heb niets of niemand meer om voor te leven, tenzij die broeders die zich ook Palestijn voelen.
En ik heb zonet een vliegtuigticket geboekt voor een vlucht naar de US.
Geen nood, ik ben een vredelievend man gebleven, ook al gelooft niemand dat, na wat ik meegemaakt heb.