
Stel dat er in ons land een dictatoriaal regime geïnstalleerd wordt. Hoe zouden bijvoorbeeld toneelspelers reageren als ze rechtstreeks onder de curatele van de minister van Cultuur vallen en deze zou gaan bepalen wat er gespeeld wordt en met wie?
Veel mogelijkheden zouden ze niet hebben: ofwel het land ontvluchten omdat de vrijemeningsuiting buitenspel gezet wordt en er enkel nog koosjere (sic) stukken mogen worden opgevoerd, ofwel blijven verder werken binnen dat beperkte kader en hopen toch nog op een verdoken manier hun stem te kunnen laten horen, want een echte woordkunstenaar laat zijn publiek toch niet in de steek?
Voor dit dilemma geplaatst zou elkeen voor zichzelf moeten uitmaken welke waarden doorslaggevend zijn om zijn besluit te kunnen nemen, maar makkelijk is anders of draag ik oogkleppen?
Ondanks de stevige ruk naar rechts in het Vlaamse politieke landschap de afgelopen twee decennia, is er nog geen sprake van dergelijk scenario bij ons, maar helemaal uitgesloten op middellange termijn is het niet. En vergeten we vooral niet dat ook voor Wereldoorlog 2 de intelligentia die mogelijkheid bijzonder laag inschatten…
Met ‘Mephisto for ever’ heeft Tom Lanoye onrechtstreeks een statement willen maken. Op basis van de roman ‘Mefisto. Roman van een carrière’ van Klaus Mann (1936), de toneelbewerking hiervan door Ariane Mnouchkine (1983) en de biografie van Gustaf Gründgens, schoonbroer van Mann die voor zijn roman model stond, brengt hij het verhaal van Kurt Köpler, een populaire toneelspeler die in de jaren dertig in Duitsland met dit dilemma geconfronteerd wordt.
Actualiteit via het verleden dus. Men zegt: de geschiedenis herhaalt zich en: doorheen de geschiedenis der mensheid zie je dat steeds dezelfde fouten gemaakt worden. Waarom deze keer niet proberen de tijdgenoten de ogen te openen vooraleer het fascisme ze sluit, moet Lanoye gedacht hebben.
We worden van bij de aanvang van het stuk meteen bij de keel gegrepen als de verkiezingsoverwinnning van de nazi’s wordt aangekondigd en de eerste acteurs beslissen het land te verlaten. Hoe alarmerender de situatie wordt en de druk op de toneelspelers toeneemt, hoe moeilijker het voor Köpler wordt zijn naaste omgeving van het redelijke van zijn opvatttingen te blijven overtuigen zodat er zelfs aanvaringen komen met zijn naaste medewerkers.
Op sublieme wijze werd dit prangend gegeven door regisseur Guy Cassiers in het Antwerpse Toneelhuis op de planken gebracht. Van bij de eerste woorden van Köpler (Dirk Roofthooft) weet je: dit wordt een avond om nooit te vergeten, niet alleen door de schitterende prestaties van alle acteurs, maar ook door de verrassende vormgeving in een multimediale mgeving.
Het gebruik van camera’s die liggende acteurs op de schermen achteraan projecteren, het spel van licht en schaduw dat ook mogelijkheden schept om dialogen op twee locaties te visualiseren, de beklijvende muziek, perfect gekozen in functie van de handeling, scheppen een sfeer die balanceert tussen ongemakkelijke intimiteit en overweldigende emotionaliteit.
Een prangend stuk, boeiend, meeslepend en ondanks de 3 uur geen minuut vervelend (hoewel ik de fragmenten uit enkele klassieke stukken in het eerste bedrijf wel wat korter wilde). Zulke stukken hebben recht op een nog groter publiek dan de uitverkochte voorstellingen in Antwerpen.
Wie dit evenement van het jaar gemist heeft kan nog altijd de tekst nalezen, want Prometheus heeft die in een mooie gebonden uitgave gegoten en aan een bescheiden prijs op de markt gegooid.