Woensdag 21 juni 2006
Mijn ergernis

Je staat rustig in de file en bent bijna ingedommeld als je plots brutaal wordt opgeschrikt door een van die geharnaste motards die rakelings langs je heen scheren. Je mag van geluk spreken als er geen buitenspiegel werd afgerukt en ga er maar eens achteraan als je een kras in je koetswerk meekrijgt…Je kent ze wel, de kampioenen van de slalom, die zwartlederen hell’s angels op hun opgepoetste lawaaimobiels: ze halen je langs alle kanten in, doorlopende strepen of andere verbodsbepalingen negerend, zodat je constant op je qui vive moet blijven, ze veplaatsen zich onafgebroken van links naar rechts in regelrechte rodeostijl zonder hun richtingaanwijzers te gebruiken.
Als er een maximumsnelheid van 90 kilometer geldt, mag je ervan op aan dat ze aan 120 voorbijrazen en als 120 de limiet is is 160 hun ding…
Snijden ze je de pas af, zodat je op je rem moet gaan staan en heb je het lef om met lichtsignalen te kennen te geven dat je dat niet apprecieert krijg je een opgestoken middelvinger cadeau.
Ze maken lustig misbruik van de rijstrook voor bussen om files in te halen en slingeren de goorste verwijten naar je hoofd als je niet snel genoeg plaats voor ze maakt.
Ik lust ze rauw, die gemotoriseerde belhamels, die levensgevaarlijke snelheidsmaniakken die zich inbeelden zich overal en op elk moment in hun oververhitte toestand voorrang te mogen toe-eigenen.
Als ik er dan eens eentje onderuit zie gaan word ik met ziekelijk leedvermaak vervuld. Ik weet het, het is niet meteen mijn mooiste kantje… Misschien kan de bende van Wim de gemoederen bedaren…



