OVER HET GELIJK.

Anderen overtuigen.
![]() |
Anderen overtuigen van eigen gelijk is nutteloos, men kan niemand overtuigen. . Anderen overtuigen is tijdverlies. Wij lijken immers moeilijk in staat te zijn om alle kanten van het gelijk gelijktijdig te zien en wel omdat de andere kant van het gelijk niet het ongelijk maar ook een deel van het gelijk blijkt te zijn. Het gelijk heeft trouwens vier kanten. Het heeft een voor-en een achterkant en een onder-en een bovenkant. Het gelijk heeft vier gelijken: ten eerste het gelijk en ten tweede het gelijk. Ten derde het gelijk en ten vierde het gelijk. Wie meent dat gelijk slechts één kant zou hebben, die heeft natuurlijk ook gelijk.
![]() |
De goede komiek heeft altijd gelijk; Vive le roi!
Het eenzijdige gelijk is ook een gelijk, maar het is tegelijk ook een reducerende grove leugen. Het eenzijdige gelijk kondigt zich aan als een komiek; zoals elke grote komiek moet die eerst door anderen aangekondigd worden:” Dames en heren, hier komt het, het gelijk en niets dan het gelijk!! Elke grote komiek belicht vervolgens overtuigend tot in het absurde één kant van het gelijk waardoor de andere kant van het gelijk voor iedereen langzaam zichtbaar wordt. Dan pas wordt ook duidelijk dat het zogenaamde gelijk enkel het gelijk van de komiek is en dat het zogenaamde grote gelijk slechts de persoonlijke frustraties van de komiek blijken te zijn. Daarna volgt de lach van herkenning wanneer de andere kant van het gelijk geleidelijk zichtbaar wordt. (Alle verpakte lucht op aarde moet wel vol lachgas zitten) Elke goede komiek tilt zodoende altijd één kant van het gelijk naar een nieuw niveau, het niveau van twee gelijken. De toeschouwers vervolledigen één en twee en zij lachen omdat ze het absurde van één gelijk herkennen: drie.... Nu is drie is een “heilig” getal. Elke komiek “heelt” door de andere kant van het gelijk aan het publiek te tonen en daarom dragen clowns en komieken een grotere verantwoordelijkheid dan koningen of ministers. Precies daarom hield elke wijze koning er een hofnar op na. Clowns en komieken helen de natie en precies daarom mogen wij ons gelukkig prijzen met onze huidige Koning-Komiek Albert de Tweede. Albert de Eerste was op komisch gebied niet veel snaaks. Kan iemand zich nu in volle ernst indenken dat onze koning bijvoorbeeld aan de Luxemburgse natie de oorlog zou verklaren zonder zelf in onbedaarlijk lachen uit te barsten? Hij, die zowat de enige echte Belgische komiek op niveau is die ons land rijk is, de enige komiek die naam waardig. Toegegeven, hij is niet goedkoop, maar elke verhouding prijs/kwaliteit heeft ook bij komieken zijn prijs. Het kost een cent, maar voor die prijs krijgen wij tenminste waar voor ons geld. Laten wij vooral niet vergeten dat het peil van onze komieken bepalend is voor de morele en intellectuele gezondheid van ons land en zijn bevolking. In Nazi- Duitsland viel er weinig te lachen... niemand toonde er aan niemand de andere kant van het gelijk. LANG LEVE ONZE KONING DER BELGEN en zelfs al leven wij morgen in een federale staat dan moeten wij die man gewoon terug kopen, want, wat voor voetballers kan, moet voor koningen ook mogelijk zijn. Wij willen deze komiek niet verliezen!
Uit “Tao van Winnen en Verliezen”
Auteur: Walter Marsoul.









































1 reactie op dit bericht
gelijk