|
Afgesproken met een kennis van vroeger die ik al een tijdje niet meer had gezien. Eerst moet ik haar nieuwe jas bewonderen: “het was een koopje, voor de helft van de prijs, maar toch nog een paar honderd euro. De halsketting die ze droeg had ze ooit meegebracht uit Zuid-Amerika, de oorbellen kwamen uit Azië. Het polshorloge waarvan ze me ooit verteld had dat het een fake was, bleek vervangen te zijn door een echte. Tijdens het apéro legde ze duidelijk in het zicht een gloednieuwe smartphone. Ze straalt, ik reflecteer. Iemand moet het licht terugkaatsen.
Wanneer we samen ergens zijn, weten de andere mensen van onze groep binnen het kwartier, dat ze in een dure straat in een chique buurt woont, dat ze een ruim appartement hebben aan zee met een privéstrand waar de golven op haar commando breken.
Terwijl ik zelf een gereviseerde oude smartphone heb die nog net foto’s maakt zonder witte kartelrandjes, showt zij haar professionele camera-uitrusting alsof ze een bekend en getalenteerde fotografe is. Haar kinderen hebben prestigieuze carrières, haar kleinkinderen, zijn vanzelfsprekend de beste van de klas.
De anderen in het gezelschap luisteren met open mond, alsof ze een beroemdheid is. Er moet natuurlijk een foto gemaakt worden met de dure camera. Ik wacht nog altijd op het moment dat iemand om een handtekening vraagt.
Soms ben ik aan de beurt: “Mijn vriendin Loewiesa, zij woont in Wallonië.” Men kijkt mij dan vaak wat meewarig aan, en wanneer ik met opzet vertel dat ik ergens tussen Charleroi en La Louvière woon, in de meest gesinistreerde zone van het land, zakt de interesse nog verder. Heel af en toe, durft iemand het toch aan om een praatje met mij te maken. Ze vinden bv dat ik goed Nederlands spreek voor iemand die in Wallonië woont. Ik glimlach en laat het maar zo.
Meestal onderbreekt mijn kennis de conversatie om moeiteloos over te gaan op plat Vlaams met haar streekgenoten. Want de aandacht moet immers naar haar gaan. "'t zal wel zijn om mij der verre nie tusse te loatn" zoals ze dat in haar keukentafelvlaams zou zeggen. En zo toont ze haar klasse, elke keer opnieuw.
Ik heb me erbij neergelegd: sommige mensen zijn nu eenmaal geboren om te schitteren, anderen om te dienen als decor.
|