Rond dezelfde periode (1842) ontwikkelde de Engelsman William Fox Talbot de negatief - positief methode en werd hiermee de grondlegger van de fotografie.
Ik ga hier niet te ver over uitweiden.
Het contactdrukken bestaat er in dat het negatief in contact gebracht wordt met lichtgevoelig papier (met zilverzouten) dat vervolgens belicht wordt.
Op deze manier konden scherpere afdrukken van kant verkregen worden in vergelijking met de “bleus”.
William Fox Talbot
Bron : Filum naar de thesis van mevr. Ria Demeyere
Een andere manier van kopiëren was het gebruik van een “blauwdrukbak”.
Dit is eigenlijk een houten kistje, met op de bodem een houten plankje overtrokken met vilt. Bovenaan is er een raam met een glasplaat in.
Op de bodem van de kist legde men een lichtgevoelig papier met daarop de afgewerkte kant.
Glasraam, lichtgevoelig papier met de kant erop werden met spanveren stevig tegen de bodem gedrukt.
Het kistje werd dan een 15-tal minuten, afhankelijk van de lichtsterkte, in de zon gezet. Hierdoor kleurden de onbedekte delen van het papier blauw en bleven de delen onder de kant wit. Men noemde het ook “een bleu”.
Vervolgens dompelde men het papier in water om “de foto” te fixeren zodat de kopie aan het licht blootgesteld kon worden.
Deze techniek, in 1842 uitgevonden door de Engelsman John Herschel, werd vooral gebruikt in de drukkerswereld, speciaal voor bouwplannen.
De kantwereld maakte gretig gebruik van deze techniek.
Bron en foto : Filum naar de thesis van mevr. Ria Demeyere
Een andere methode bestond erin om het geprikte patroon in te wrijven met asfalt in poedervorm “ Bithume de Judeé”.
Het poeder kwam door de geprikte gaatjes op een onderliggend papier terecht. Dat werd verward met een strijkbout. Door te verwarmen smolt de asfaltpoeder en zo werd de tekening gefixeerd.
Deze methode hebben wij als kind ook wel eens gedaan.
Ofwel tekende men het patroon gewoon over door er kalkpapier op te leggen en over te tekenen. Of met een zacht, zwart potlood de achterkant van het patroon zwart maken, er een ander papier onder leggen en de bovenzijde over tekenen.
De prikmachine
De prikmachine is een meer gemechaniseerd systeem om kopieën te maken. De machine werkte zoals een naaimachine, met een trapper, en was uitgerust met een lange beweeglijke arm om de motieflijnen te kunnen volgen.
De tekening werd op zijdepapier gemaakt en vervolgens prikte men met de “pikeermachine” gaatjes langs de patroonlijnen.
Zo’n prikmachine werd ook gebruikt voor naaldkant patronen. (zie archief)
Foto van de Zeelse naaldkantwerksters met op de achtergrond de prikmachines.
Nadat de tekening geprikt was, legde men ze met de averechte kant naar boven, op kloskarton.
Met een tampon en een mengsel van poeder, benzine of alcohol wreef men het geprikte patroon inen er verscheen een nieuw patroon.
Dit blauwe of zwarte poeder was te koop bij de drogist.
Bron : Filum , mijn thesis over de Zeelse naaldkant en de thesis van mevr. Ria Demeyere Eigen foto's
Om deze misbruiken te vermijden kreeg de kantwerkster van tijd tot tijd, op onverwachte momenten, controle.
Voor kanten met afgeknoopte draden, zoals bloemwerk, kreeg de kantwerkster maar een deel van het patroon. Ze zag zelden of nooit het volledige patroon.
De verschillende delen werden dan door een specialist aan elkaar gezet.
Van één doorsteek werden meerdere prikkingen gemaakt.
Het perkament of de karton werd op het prikkussen gespeld met daarboven de doorsteek. De prikster kon beginnen.
Als het prikwerk klaar was, tekende de prikster met Oost-Indische inkt de motieven en vullingen in. Voor de vullingen waren bepaalde merktekens afgesproken zoals bijvoorbeeld een zwart bolletje = de grote sneeuwvlok, vierkante blokjes = vierkante kunstslag (Dutse slagen).
Deze doorsteek werd gebruikt om de definitieve prikking te maken.
Omdat een prikking meerdere keren gebruikt werd, moest ze van stevig materiaal gemaakt zijn.
Perkament gemaakt van ezels-, kalfs- of schapenhuid.
Ook Carton de Lyon,(zeer zwaar bruin of groen prikkarton dat ik zelf ook veel gebruikt heb) maar ook karton van oude staalboeken, modeboeken …kortom alle mogelijke materiaal dat stevig genoeg was om dikwijls te gebruiken.
(dit is geen perfect voorbeeld van een prikking)
Perkamenten werden in Vlaanderen groen gekleurd om de gewerkte kant beter te zien. In Engeland werden ze ongekleurd gebruikt waardoor ze doorzichtig waren.
De “perkamentsteekster” was diegene die het patroon klaar maakte voor de kantwerkster want prikken en kantklossen werd door twee verschillende personen gedaan.
Getalenteerde tekenaars werden opgeleid tot prikster.
Het werk van de prikster was “precisiewerk” want hoe mooier de prikking, hoe mooier het kantwerk.
Het ontwerp werd op doorschijnend papier(patroonpapier) getekend.
foto Filum
Voor een prikking van kant met doorlopende draden, zoals Vlaanderse, Parijse, Beverse enz., schoof de prikster een raster voor de betreffende kantsoort onder dit ontwerp, prikte de rasterpunten en paste de speldenpunten aan het motief aan.
De grote doorbraak kwam er toen E.H. Machiels uit Izegem de technische tekening bedacht.
De tekening geeft het dradenverloop weer en de kleurcode geeft aan welke slagen er gebruikt worden. De Kantnormaalschool in Brugge verfijnde de werkwijze en rond 1919 stond alles op punt.
Deze “uitvinding” is wereldwijd verspreid en daardoor kan de kantklosster meerdere kantsoorten klossen en niet meer alleen deze uit haar streek zoals het vroeger was.
De technische tekening is een visuele weergave van de klostechniek.
Deze speciale kantwerken werden bijna altijd ontworpen door gespecialiseerde ontwerpers met name Ferdinand Knopff en Isidore De Rudder.
Aan de kantwerkster werd geleerd hoe ze een prikking moest interpreteren en uitvoeren. Men leerde “op zicht” klossen, dus zonder technische tekening.
Deze methode was lange tijd van toepassing omdat men enkel de kantsoort uit de streek kloste.
Toen er een eind kwam aan “kantklossen om den brode” en er werd geklost als vrijetijdsbesteding, zocht men naar een efficiëntere manier om het kantwerken aan te leren.
In de “Encyclopédie des Ouvrages de Dames” van Th. De Dillmont, was er sprake van een teltekening waarbij de prikpunten genummerd zijn en de werkvolgorde weergeven.
Een deel van de technische tekening van het kantwerk waar ik aan bezig ben.
Tegenwoordig is dat eenvoudig. Je koopt een patroon, spelt het op het kantkussen en begin te klossen.
Maar sommigen willen toch iets unieks, iets persoonlijk, en tekenen hun eigen patroon of maken van een bestaand patroon een nieuwe prikking met een persoonlijke touch.
Vroeger was patroontekenen specialistenwerk !
De kanthandelaar ontwierp zelf een patroon voor zijn kantwerksters, zorgde voor een opleiding ontwerptekenen voor zijn personeel of hij deed beroep op een kunstenaar om een ontwerp.
Bron : Filum 3&4 2009 - Foto's : kanttento Turnhout
Salvador Dali werd geboren op 11 mei 1904 in Figueras (Catalonië), een dorpje aan de voet van de Pyreneeën, zo’n 25 km van de Franse grens.
Hij overleed op 23 januari 1989 in de Galatea-toren van zijn museum in Figueras, waar hij de laatste jaren van zijn leven woonde en waar hij ook begraven is.
Dali was een productief maar exentriek figuur, die er alles aan deed om in de belangstelling te staan.
Dit prachtige schilderij uit 1929, is geschilderd in zijn
Surrealistische periode
die duurde van 1929 tot 1940.
Puntaire de Dali
Hij beschreef zijn schilderijen als geschilderde droomfoto's, omdat de zeer realistisch geschilderde objecten vaak in geen enkel verband met elkaar lijken te staan. Ook was hij een meester in de techniek van de trompe-l’oeil (gezichtsbedrog) en het spel met perspectief.
De Braziliaanse kunstenares Vera Sabino is autodidact. Vanaf haar 8ste jaar was zij bezig met verf en inkt en op 14-jarige leeftijd won zij de Design Award van de Academie voor Plastische kunsten in Curitiba.
Als 18-jarige stelde zij voor het eerst tentoon in Florianopolis, op het eiland Santa Catarina.Ze was vertegenwoordigd op meer dan 60 tentoonstellingen tot in Frankrijk en Amerika.
Verhalen die ze als kind gehoord heeft vormen de thema’s van haar schilderijen:
De heksen van Caccaes, verhalen van het eiland Santa Catarina, heiligen, kerken, bloemen en vrouwen.
Mytologische figuren.
Het werk van Vera Sabino is een synthese van mythe en werkelijkheid, een levende spiegel van ons universum dat de kunstenares beoefent met integriteit, waardigheid en een zeldzame pracht.
In 2009 werd zij gelauwerd voor 40 jaar schilderkunst.
Maar wat mij vooral opvalt in haar schilderijen is, dat er veel kant afgebeeld is. Niet verwonderlijk, wetende dat Brazilië een kantminnend land is.
Detail van het schilderij :
Rendeiras (kantklosster) de Santa Antônio de Lisboa (1m/0,70m)
In dit stuk Beverse kant heb ik verkante kunstslagen gewerkt omdat er teveel tralie was. Ons buurvrouwtje uit mijn jeugd noemde de vierkante kunstslagen ...Dutse slougen. Wat dat eigenlijk met Duitsland te maken heeft, heb ik haar nooit gevraagd.
In haar atelier houdt Jacobina de oude Vlaamse artisanale kunst van de
“wassen Madonna”
onder glazen stolp en
“Kerstbeelden”
in ere met engelengeduld en vaardige vingers. Zij restaureert er eveneens antieke wassen beelden en bloemenboeketten.
In haar museum biedt zij U een historisch overzicht van de 18-de en 19-de eeuwse traditionele kunst in beelden, vruchten en bloemboeketten. Uniek is de collectie van zelfgemaakte wassen madonna's met elke soort antieke
Vlaamse kant.
In haar renaissancezaalkoestert zij 17-de eeuws meubilair. Een droom die waar werd !
Samen met haar echtgenoot ontvangt Jacobina hier gasten op een voordracht, poëzieavond of kamermuziek (geen feesten).
In het kruidenhuisgeuren droogbloemen en kruiden. Flessen en bokalen zijn gevuld, een streling voor het oog en ... ook lekker !
In het bakhuiswaant men zich in "de tijd van toen".
Je kent ze wel, de muismatten waar je een foto insteekt van je kinderen, kleinkinderen, je huisdier of in mijn geval... een kantwerkje. Zaterdag, op de kantmarkt in Oostmalle heb ik zo'n matje gekocht. Thuis gekomen ben ik onmiddellijk beginnen tekenen, klosjes opgewonden (met dat mooie garen dat ik meegebracht had) en als de bliksem begonnen met klossen. Zondagavond was het werkje klaar. Leuk, hé, zo'n persoonlijk muismatje !
Het nieuwste ontwerp van Monique Potoms was een voltreffer van formaat. Een mooie compositie en de gekleurde draad geeft het geheel een feestelijk tintje.
Het viel zodanig in de smaak van de bezoekers dat bij de meeste handelaars het gebruikte garen uitverkocht was !!
Gisteren ging het richting Oostmalle. Naar jaarlijkse gewoonte is dit een ontmoetingsplaats van kantliefhebsters. Het was er super druk en bij de handelaars was het aanschuiven.
Het was weer een snuisteren in patronen, boeken en garens.
Via deze blog heb ik Monique Potoms leren kennen maar we hadden elkaar nog nooit ontmoet. Het was een aangename kennismaking met Monique en haar dochter Peggy.
De kantwerken van haar stand zijn allemaal eigen ontwerpen en de patronen hadden dan ook veel bijval.
Op de opendeurdagen van Bart&Francis werden er werken tentoon gesteld van mevr. Lieve Pollet en die mochten WEL gefotografeerd worden !!
Lieve Pollet heeft juist de leraressenopleiding, aan het Brugs kantcentrum, achter de rug en het was, zoals ze zelf zegt :
"Het was een heel rijke ervaring en ik heb er heel veel fijne collega’s leren kennen en natuurlijk enorm veel geleerd. Ik ontwerp graag, al ben ik tot nu toe nog altijd wat meer klassiek getint. Naar het schijnt groeit dat ( dixit Hilda Vrijsen)."
Ik kan haar volledig bijtreden, wij zijn tenslotte collega's al is mijn opleiding geleden van 1985.
De werken zijn eigen creaties en wie inlichtingen wil aangaande patronen kan altijd met Lieve contact opnemen :
Gisteren, naar jaarlijkse gewoonte, waren we weer present bij Bart & Francis in Kortrijk.
Zoals op de flyer vermeld was er een tentoonstelling van moderne kantwerken van Mariet Visser en twee van haar leerlingen.
Spijtig genoeg ben ik weer een teleurstelling rijker want dit jaar was het verboden om foto’s te nemen !!
Francis zat er ook mee verveeld maar kon er niets aan veranderen.
De echte reden ken ik niet want zelfs na langdurig overleg gaven ze niet toe. Mariet Visser was wel bereid maar de andere dames hadden, volgens mij, last van “sterallures”!!!
Dus, beste kantliefhebsters, jullie zullen het moeten doen met de foto van de supervriendelijke Francis, mijn vriendin Annie en mijzelf.
Toch heb ik nog iets in petto, maar dat is voor morgen.
Op veler verzoek stelt Mariet tijdens onze opendeurdagen opnieuw tentoon bij ons.
Deze keer brengt ze nieuw werk van haar leerlingen mee. Mariet Visser en haar leerlingen gebruiken alle textiel technieken, materialen en vormen om tot prachtige textielkunst te komen.
Creativiteit ten top. Kantklossen is haar passie en dat komt overduidelijk in de werken tot uiting.
Mis absoluut deze expositie niet!
Wij bieden U een exclusief aanbod van exotische garensoorten
voor kantklossen, breien, borduren, haken, macramé, weven,
vilten, spinnen, naaien en zoveel andere creatieve toepassingen.
Na de vasten haak je een rij stokjes en telkens 1 steek overslaan zodat er gaatjes ontstaan. Stoppen met een laatste rij vasten.
Dames die klossen weten natuurlijk al waar ik naar toe wil !
Om een kussen, waar een werk op staat, te verplaatsen moeten de klosjes vast gestoken worden zodanig dat ze niet in de war geraken en de draden niet breken. Iedere kantklosster heeft daarvoor wel een gehaakt lint, gewoonlijk gemaakt van breiwol. Soms gebeurt het dat de pluizen van de wol in de klosdraad hangen en als men er geen erg in heeft, worden de pluizen meegewerkt. Vooral bij gekleurd lint is dat vervelend. Wol is ook niet rekbaar en het is soms een probleem als de klossen te dik zijn en niet of moeilijk door de gaatjes kunnen.
Maar dit lint pluist niet en is bovendien rekbaar !!!
Als het volledige been van de kous versneden is, maak je een bolletje van het lint. Dan haak je een ketting van de gewenste lengte. Draai en haak een rij vasten of stokjes op de ketting.
Het is er eindelijk van gekomen ...een bezoek aan de kantkamer van Sint Carolus Borromeus kerk in Antwerpen. Ik had er echt veel moed op en het bezoek is zeker niet tegengevallen. Een mooie collectie klassieke kant voorzien van de nodige uitleg van ondermeer Lieve Vroom, die ook meegewerkt heeft aan het boek Van speldengrond tot Turnhoutse kant. Het enige minpunt was dat we geen foto's mochten nemen. Waarom ? Misschien is men bang van "industriële spionage"!! (grapje) Ondanks dat breng ik zeker nog eens een bezoekje want de collectie verandert regelmatig.
De voettocht van mijn man, Theo, naar Santiago de Compostela wordt stap na stap beschreven op zijn blog !! Interesse ? Kijk dan naar : blog.seniorennet.be/camino2005