de naam Shaolin betekent Jong Bos De eerste Shaolintempel werd gebouwd in 495 in Dengfeng en deze is een van de oudste boeddhistische tempels van China. (…) Traditioneel ontwikkelden de Shaolinmonniken hun expertise in zelfverdedigingskunsten als antwoord op de aanvallen van bandieten, en als een manier om lichamelijk in conditie te blijven, en ook om mentale en fysieke discipline te krijgen. Shaolinmonniken reisden vaak veel door het land om het boeddhisme te prediken, en waren daardoor regelmatig het doelwit bij roofovervallen. De bloeitijd van de tempel was tijdens de vroege Tang Dynastie (618-907), waarover in de geschiedschrijving verhaald wordt, dat Shaolinkrijgsmonniken het leven redden van de toekomstige keizer Li Shimin en hem bijstonden in zijn strijd tegen rebelse krachten. Toen hij eenmaal de troon bestegen had, vergrootte de dankbare keizer hen onroerend goed en gaf een aantal van hen toestemming verder te gaan met hun training als strijdmonniken. De kunsten van Shaolin bereikten hun top tijdens de Ming Dynastie (1368-1644), toen honderden Shaolinmonniken militaire status verwierven, en persoonlijk campagnes leidden tegen rebellen en Japanse bandieten. Tegen deze tijd hadden de Shaolintempels hun eigen unieke stijl van zelfverdedigingskunsten ontwikkeld, die bekend raakte als exemplarisch voor Chinese wushu. http://nl.wikipedia.org/wiki/Shaolinklooster
Om in lichamelijk in conditie te blijven, zeiden ze dus hé. Toen ik dat las dacht ik jaja, dat zeggen majorettes en cheerleaders ook van zichzelf. En om mentale en fysieke discipline te krijgen. Kom dat eens uitleggen aan de hooligans aub.
een zeer droevig lied over de vloek van plotse rijkdom De zusters Karamazov is een lied van Drs. P uit 1957 en beschrijft het relaas van twee gezusters te Overveen die ruzie krijgen over de verdeling van een erfenis, bestaande uit japonnen. Uiteindelijk probeert de een haar zuster te vergiftigen, maar zij kan het niet laten een slokje te proeven om te controleren of het wel goed is. Dit wordt haar fataal.
Steeds herhaald wordt dat de tijd ondertussen gewoon voortschrijdt: “terwijl de kater sliep en de pendule liep en de kanarie sprak: tsjiep, tsjiep, tsjiep, tsjiep.”
Het lied vormt entertainment met een melancholische kern: hebzucht kan leiden tot tweedracht, twist en erger, zelfs uiteindelijk tot moord. Opvallend is dat de naam Karamazov (uit de titel) in het lied zelf nergens genoemd wordt. Het lied is beter bekend onder de (foutieve) naam Tante Constance en tante Mathilde.
De titel van het lied zinspeelt op De gebroeders Karamazov, een bekend boek van de Russische schrijver Fjodor Dostojevski. De melodie van het refrein is enigszins verwant aan die van het eerste deel van Wolfgang Amadeus Mozarts "Pianosonate nr. 11 in A-majeur (KV 331)".
van : https://nl.wikipedia.org/wiki/De_zusters_Karamazov de zusters Karamazov Tante Constance en Tante Mathilde Woonden eendrachtig en knus bij elkaar Een was hardhorend, de andere brilde In doorsnee waren zij zeventig jaar In Overveen Telden zij hun jaren bijeen Niet meer zo koket als voorheen Maar nog altijd flink ter been
Terwijl de kater sliep En de pendule liep En de kanarie sprak: "Tjiep tjiep tjiep tjiep"
Tante Constance en Tante Mathilde Erfden de kleren van Tante Heleen Waardoor ineens hun gehechtheid verkilde Want van elk soort japon was er maar een Er werd getwist En naar provocaties gevist En er werden dingen vermist Waar de ander meer van wist
Terwijl de kater sliep En de pendule liep En de kanarie sprak: "Tjiep tjiep tjiep tjiep"
Op zeek'ren dag maakte Tante Mathilde Akelig lachend de koffie gereed Daar zij haar zuster vergiftigen wilde Die in haar eentje een wandeling deed Met terpentijn En een snufje rattenvenijn En gesloten keukengordijn Moest het wel uitvoerbaar zijn
Terwijl de kater sliep En de pendule liep En de kanarie sprak: "Tjiep tjiep tjiep tjiep"
Toen nu de koffie tot stand was gekomen Wou zij eens proeven en nam zij een slok Zij had de juiste verhouding genomen Tante Mathilde viel neer als een blok Sedert die tijd Droeg Constance in eenzaamheid De japonnen die tot haar spijt Tot een drama hadden geleid
Terwijl de kater sliep En de pendule liep En de kanarie sprak: "Tjiep tjiep tjiep tjiep"
een paar heldere situatieschetsen Enkele stereotypen, knap in beeld gebracht. De geschreven tussentekstjes zijn in het Engels + Italiaans, maar dat maakt niet uit want de beelden zijn zeer duidelijk en bij momenten zeer raak ook. Mijn favorietje is het stukje over de zakenreis.
Het roze cirkeltje stelt een vrouw voor, het blauw vierkantje een man. Maar dat moet ik er eigenlijk niet bij vertellen, dat is vanaf het eerste fragment duidelijk.
'k Ben maar één keer naar een schoolreünie geweest. Het was februari en heel koud, in '72 of '73. Het was het eerste jaar, of het tweede na de humaniora. Het was ergens in de binnenstad te doen. Er werd inschrijvingsgeld gevraagd, wat ik niet echt snapte, maar goed, ik schreef me in. Die 70 fr of zo, zou wel een bijdrage zijn in de onkosten, een centje voor de gestencilde uitnodiging en de postzegel, dacht ik.
Toen ik die avond toe kwam op het adres, bleek het een zaal te zijn, niet een taverne/restaurant zoals ik begrepen had. Het was een zaal met drankje en hapje, 'met mogelijkheid tot versnapering', tafelen zat er dus niet echt in.
Ook goed, maar zo’n grote zaal voor 16 oud-leerlingen? Wat een lege, kale bedoening. En toen bleek dat het initiatief niet uitging van onze gewezen klasverantwoordelijke maar van de school zelf, en dat álle oud-leerlingen waren uitgenodigd. Niet alleen ons klasje. Ik keek rond : een veel te hoog plafond om gezellig te zijn met een aantal lusters waarvan enkele het niet deden. Waarschijnlijk rekende de zaalverhuurder op de kale TL-buizen langs de muren. Rechts van de deur, aan een korte kant plus een lange kant van de zaal was de vloer drie of vier treden verhoogd, dat bouwsel had een golvende frontlijn en was afgezet met een vergulde reling die om de zoveel tafels onderbroken werd voor een trapje.
Aan de overzijde van de deur was een soortement podium en aan de linker muur, aan de overzijde van die lege dansvloer, stond een geïmproviseerd buffet te zweten. Dit was een oude balzaal, met een interieur dat ooit de Fred Astaire-stijl had willen nadoen en daar toén al niet in geslaagd was. Een balzaal huren voor een schoolreünie? Dit was een even zielige locatie voor feestjes als de turnzaal van de school. En daar hadden we ons misschien nog thuis gevoeld. Maar ja, daar konden nu geen bijeenkomsten meer gehouden worden want daar lag nu een dure nieuwe vloerbekleding (linoleum?) die geen schoenen verdroeg en zeker geen dameshakken. Niet dat wij zo damesachtig gekleed liepen maar de oudere oud-leerlingen wel. De gestelde lichamen. De prominenten van de reünie. Zij die elke keer kwamen. De dames die duidelijk reeds lid waren van de Bond van Grote Gezinnen.
Wij waren met een stuk of acht van ons klasje en een paar van ons besloten dat koud TL-licht te ontvluchten en elders een paar uren gezelligheid te zoeken. In klein comité.
Alleen stond er nu een nonnen-comité in de weg want ondertussen had de dame aan de deur van de zaal gezelschap gekregen van zuster directrice en een paar van haar acolieten. Onze vroegtijdige terugtocht zou tactisch moeten aangepakt worden.
Onze tafel had als blijk van belangstelling al een paar afkeurende blikken gekregen. Ons half klasje was te jolig, te lacherig (van ellende), te weinig jonge-damesachtig met al die jeans … Hoe het zat met de andere klassen van ons jaar weet ik niet, ik had het druk met de deur in het oog te houden om te zien wanneer de uitgang zou vrij zijn. Een andere uitgang, een meer discrete, was er niet: een keuken was er niet (meer) en de zij-ingangen naar het podium waren dicht gewerkt. De enige nooduitgang die er was, was te zichtbaar achter de buffettafel, aan de overkant van die lege dansvloer drie treden beneden ons.
Toen kwamen de nonnen in beweging, zij verlieten de ingang. Gered, dachten wij - Niks van. Zij zwermden uit en namen de rijen tafeltjes in de klem. Voor een gesprekje. Een tafeltje verder zag ik zuster M en ik hoopte dat ze rap bij ons zou zijn, zij was de meest menselijke non van het klad. Maar ineens stond daar de directrice. Met professionele minzaamheid had zij ons in de rug beslopen. Ze vroeg wat we 'deden’' Waarmee studies bedoeld werden. En plots was er aan tafel ineens weer die verbondenheid, bijna ogenblikkelijk. Er was zelfs geen overleg nodig.
Iemand zei dat ze bakkerijschool volgde en dat ze al zoete broodjes kon bakken. Bij zuster directrice bleef De Minzaamheid op het gezicht geglazuurd. Iemand studeerde voor 'tolk' in de Aarschotstraat. Of zuster directrice de stijl van de Aarschotstraat kende liet ze niet merken. De Minzame Glimlach bleef bij elk sullig antwoord.
Tot slot antwoordde iemand naar waarheid dat ze moraalwetenschappen studeerde. Er kwam beweging in het masker van de directrice: - Ah, Godsdienst! constateerde ze verheugd en verbaasd over wie terugkeert naar de stal, het schaap van wie men dat het minst verwacht newaar … - Nee zuster, moraalwetenschappen. - Welja, Leuven dus! deed ze katholiek. - Nee zuster, Brussel., was het vrijzinnig antwoord. De glimlach verkrampte tot een grimas en na een knikje trok ze naar een andere tafel.
Na zoveel geveinsde belangstelling stonden we op en stapten naar de deur. Weg van daar. Hoe de avond verder gegaan is kan ik me niet herinneren.
Later hoefden schoolreünies niet meer voor mij, teveel stoef-&-bluf, die grote bijeenkomsten. Nog later kwam het er niet meer van. Maar een klein klasreünietje zie ik nu eigenlijk wel zitten. Vijfenveertig of meer jaren na datum.
Het schaap blaat en de geit mekkert. Zo hebben wij dat geleerd op school, in de jaren dat het leven nog simpel was. Nu blijkt dat de dieren zelf die schoolboeken niet doorgenomen hebben. Het geluid dat sommige onder hen produceren doet me in alarmfase rood gaan en ik zou onmiddellijk de polies, de hulpdiensten en de brandweer bellen.
waarom ik Microsoft een proces wou aandoen Aangezien we van aan boord geen beeldmateriaal mochten mailen naar onze correspondenten (toen nog te duur in satelliet-tijd)had ik CD-roms met foto’s en PPSsen gereed gemaakt om mee te geven aan iemand die afmonsterde, hij zou ze posten. 'k Had op die CD-roms ook wat teksten voor thuis gezet, deze zonder zelfcensuur.
Mijn dagelijks uitgaande mails stonden bol van de zelfcensuur. Niet alleen was de server de rederij zelve, maar elke uitgaande mail passeerde toen ook nog via de captain, vandaar. Op CD-rom kon ik eens wat serieuze berichten meegeven, zo halverwege contract. We hadden nog een twee maanden voor de boeg.
De CD-roms had ik verzendklaar gemaakt, beveiligd tegen wijzigingen en ik had ook een wachtwoord ingevoerd om te beveiligen tegen indiscretie. Dat tweede wachtwoord was oude koek bij de correspondenten, ze wisten thuis allemaal dat het **** was.
En dan nu het relaas, het gebeurde in 2007:
Vorige vrijdag waren we thuis, eerst jetlag eruit geslapen, zaterdag bel ik mijn ouders om te melden dat we weer in het land zijn.
Ome Jos was daar ook. Ome Jos is een bevriende buur die sinds het overlijden van zijn echtgenote tamelijk vaak bij mijn ouders binnenloopt.
Voor Ome Jos had ik ook een exemplaar meegegeven. Hij heeft sinds een tijdje een vriendin, als broer-en-zus-hoor, vertelde hij er haastig bij toen hij voor het eerst over haar vertelde. Buddies dus. We noemen haar Tante Pos, omdat haar familienaam iets in die aard inspireert. En zij laat zich met stijl dat naampje welgevallen.
Aan de foon vroeg ik Ome Jos of de CD-rom hem bevallen was. ‘k Had uren zitten werken en reviseren aan de drie PPSsen en verwachtte van hem op zijn minst een 'hm' als goedkeuring.
- Nog niet bekeken Meisje. Hij is 70+ en mag me dus meisje noemen. - Nog altijd niet bekeken Ome Jos? kreet ik. - Nee Meisje, want ze kwam er elke keer bijzitten. 'Ze' is Tante Pos. - Is dat een probleem Ome Jos? - Ja Meisje, er staat toch ‘ALLEEN lezen’. - Ome Jos ... - Meisje? - Het is niet ‘ALLEEN lezen’, het is ‘alleen LEZEN’, gewoon die optie aanklikken en dan komt de tekst in beeld.
In de stilte die toen volgde hoorde ik de professor in hem wakker worden.
- Kijk kind, zei hij, dan zou er 'ENKEL lezen' gestaan hebben, dat zou uitsluitsel bieden. - Ja Ome Jos, zei ik gedwee.
'k Stond kaarsrecht aan de telefoon en vreesde dat hij me in september zou doen terugkomen. Want zo is hij. Zo was hij ooit.
En Microsoft doe ik een proces aan wegens de klunzige, slordige en inadequate vertaling van de term Read Only.
te gast bij Wim Helsen, Ingeborg met een gedachte van Rumi / Roemi Ver buiten gedachten over recht en onrecht ligt een veld. Daar zal ik je ontmoeten. Als de ziel zich tegen het gras vlijt, is de wereld zo vervuld dat voor woorden geen plaats is. Gedachten en Taal, zelfs het woord Elkaar, zijn daar overbodig. Jalal ad-Din Rumi, 13de eeuw, Perzië
Een aantal jaren geleden deed ik tijdens een opruimsessie mijn blauw brandkoffertje open. Dat staat onderin mijn nachtkastje. Enorm veilig, ik slaap ernaast. Als ik slaap. De sleutel van het koffertje ligt al jaren in het meubel van de badkamer, dat is de Geheime Plaats. Ook enorm veilig, niemand weet dat. Wat bleek : mijn einddiploma zat niet in mijn blauw koffertje. Daar lag enkel zo’n opgerold ding met een vermelding over de twee eerste jaren. Mijn aggregaat zat ookni in het koffertje. Niet dat ik die twee kartonnen papieren ’s anderendaags nodig had, maar stel … En ik had daar toch mijne nestel voor afgedraaid hé. Buiten fuiven en katers was er ooit ook nog studeren en blokken en examenstress en zo. Nee zeg, van mijn stage had ik echt mijn werk gemaakt en nu had ik daar geen enkel papier van. Zelfs niet de evaluatie van mijn stageleider.
Hij was in die jaren wereldberoemd in de branche en hij nam per jaar maar drie stagiaires aan, gedurende drie maanden. En bibi mocht daar een van zijn! Toevallig waren dat jaar de stagiaires alle drie van Brussel. Zoiets schept een band natuurlijk. Ik was zo blij dat ik aanvaard was, dat ik door vuur zou gegaan zijn voor die man. Nu nog eigenlijk.
We moesten wel verkassen voor drie maanden. Maar jong en gedreven, was dat geen probleem. Adieu Lief, adieu kameraden, wij gaan een beetje aan onze opleiding werken. Wij hebben daar drie maanden gewerkt gelijk zotten, tot stukken in de nacht. Dag in dag uit, letterlijk 7/7. We leefden spartaans en op de tippekes van onze tenen want een goede evaluatie van deze Mr B was ongeveer goud waard.
En na drie maanden kwamen wij alle drie terug naar Brussel met een goed³ stagerapport. We hadden mekaar nogal gaande gehouden ook, die evaluaties waren in feite het resultaat van ploegmaatschap. Toen ik mijn stagerapport las was ik eerst in tranen van ongeloof en opluchting en daarna heb ik twee dagen nodig gehad om van de wolk van gelukzaligheid terug op deze aarde neer te dalen. Er was iets langer nodig om af te kicken van het werkritme.
En een 40 jaar later had ik daar geeneens papieren van? Ergens laten liggen in een van mijn vele verblijfplaatsen? Nee, waarschijnlijk lagen ze nog altijd veilig ondergebracht bij mijn ouders thuis, in een van de boekenkasten. Of op zolder. Geen ramp, dat is terug te vinden. Ik recupereer dat wel. Te gelegener tijd. Mijn Ma houdt immers veel bij en zeker alles wat papier is houdt ze bij. Echt alles.
In februari vorig jaar hebben we het ouderlijk huis leeg gemaakt. Het was geen emotioneel afscheid, er werd gewoon doorgewerkt. Er was nogal wat, ook de paperassen van de winkels. Alle papierwerk stond gereed in dozen en mocht naar het containerpark. Alle dozen werden in de vrachtwagen geladen. Alles wat papier was ging weg. Echt alles.
te gast bij Wim Helsen, Sven De Ridder met een fragment uit het scenario van Star Wars V, The Empire Strikes Back
LUKE: Oh, no. We’ll never get out of it now. Yoda stamps his foot in irritation
YODA: So certain are you. Always with you it cannot be done. Hear you nothing that I say? Luke looks uncertainly out at the ship. LUKE: Master, moving around stones is one thing. This is totally different.
YODA: No! No different! Only different in your mind. You must unlearn what you have learned.
LUKE: All right, I’ll give it a try. focusing quietly YODA: No! Try not. Do. Or do not. There is no try. Luke closes his eyes and concentrates on thinking the ship out. Slowly, the X-wing’s nose begins to rise above the water. It hovers for a moment and then slides back, disappearing once again. LUKE: I can’t. It’s too big. panting heavily
YODA: Size matters not. Look at me. Judge me by my size, do you? Hm? Mmmm. Luke shakes his head. YODA: And well you should not. For my ally is the Force. And a powerful ally it is. Life creates it, makes it grow. Its energy surrounds us and binds us. Luminous beings are we … Yoda pinches Lukes shoulder … not this crude matter. a sweeping gesture You must feel the Force around you. gesturing Here, between you … me … the tree … the rock … Everywhere! Yes, even between this land and that ship.
LUKE: You want the impossible. discouraged … LUKE: I don’t … I don’t believe it. Luke shakes his head, bewildered.
YODA: That’s why you fail. scenario van Leigh Brackett en Lawrence Kasdan, regie Irvin Kershner