WELKOM
Foto
Inhoud blog
  • Dagboek 1933
  • Ingelepeld
  • De reis van onze genen
  • De opgewekte nihilist
  • De meeste mensen deugen
  • De goedheidsparadox
  • De eenzame eeuw
  • De gouden draad
  • De geschiedenis van de slavernij
  • Werk. Een geschiedenis van de bezige mens
  • De mens
  • Grote verwachtingen
  • Wat bomen ons vertellen
  • De barbaren
  • Eeuwen van duisternis
  • Terug naar de feiten
  • Focus AAN/UIT
  • De mythe van de moederliefde
  • Het bestverkochte boek ooit
  • Het menselijk getij
  • 250 jaar over misdaden en straffen. Cesare Beccaria
  • De waarde van alles
  • De opkomst en ondergang van de dinosauriërs
  • Katoen. De opkomst van de moderne wereldeconomie
  • De zijderoutes
    Zoeken in blog

    Categorieën
    Voor u gelezen
    over mens en maatschappij
    08-10-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De man die in 70 het kruis overleefde
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    VERMEIREN, F., De man die in 70 het kruis overleefde. A’dam, Uitg. De Prom, 2004, 304 pp. – ISBN 90 6801 937 6 (11.05)


    Jezus was een Esseense opstandeling in de Joodse Oorlog. Hij werd gekruisigd in ’70 van onze jaartelling, werd levend van het kruis gehaald op voorspraak van Flavius Josephus en herstelde van zijn verwondingen. Het verhaal van de evangeliën is historisch niet correct, maar is opgesteld door zijn volgelingen met als doel religieuze weerwraak omwille van de militaire nederlaag van de Joden en de ondermijning van  het Romeinse Rijk door de inwoners over te halen tot het ‘nieuwe’ Joodse geloof. Hieruit is het christendom gegroeid.


    Vermeiren slaagt erin zijn controversiële stelling een hoge graad van waarschijnlijkheid te bezorgen. Hij bespreekt achtereenvolgens de verschillende aspecten van zijn hypothese, en staaft deze door middel van deskundig onderzoek, zowel door anderen als door hemzelf. De Apocalyps vervult hierin een centrale rol.


    Een aantal vragen omtrent het ontstaan en de groei van het christendom lijken mij door deze stelling goed verklaarbaar. De hypothese van Vermeiren stemt ook overeen met wat wij in onze tijd zien gebeuren bij onderdrukte en vernederde volkeren. Haat inspireert tot weerwraak, en godsdienst is daarvoor vaak een handig voertuig. Kan de revanche niet behaald worden op aarde, dan is er altijd nog een hiernamaals waar de vernederden gerechtigheid en vertroosting kunnen vinden, en de geweldenaar gestraft.


    Alle aangehaalde argumenten voegen iets toe aan het uitgangspunt, maar ik mis de falsificatie in het betoog. Sommige stellingen had de auteur ook beter kunnen onderbouwen.

    Niettemin zijn een aantal zaken voor mij veel duidelijker geworden. Vooral het belang en de plaats van de gewoon menselijke motieven en gevoelens van de protagonisten in het verhaal zijn overtuigend uitgewerkt. De bespreking van de Apocalyps is in dat opzicht zeer realistisch en exemplarisch.


    Het boek leest vlot, is goed gedocumenteerd met een uitgebreide bronnenlijst en dito notenlijst.


    ©  Minervaria

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    19-09-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Levend begraven
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    BONDESON, J., Levend begraven. De gruwelijke geschiedenis van onze diepste angst. Haarlem, Gottmer/Becht, 2003, 354 pp. – ISBN 90 230 1122 8


    De diepgewortelde, primitieve angst om schijndood te zijn en levend begraven te worden is nu nog slechts onderhuids aanwezig. Ze is wel merkbaar in de bezwaren die sommige mensen hebben tegen orgaandonatie.


    In de 18e eeuw kwam deze angst in Europa vrij plots op en leidde tot een ware irrationele obsessie om dit te voorkomen. De auteur, zelf medicus, probeert meer inzicht te verwerven in de aard van deze angst, en de factoren die deze bepaalden.


    Het boek biedt een schat aan gegevens over hoe geruchten, en verzonnen en niet-geverifieerde gruwelverhalen de massa beroeren en leiden tot acties, die achteraf bezien ronduit als ridicuul kunnen worden beschouwd. Verenigingen tegen voortijdige begraving werden opgericht, en in Duitsland en Oostenrijk werden ‘wachtmortuaria’ gebouwd, waarin men de  lijken van overleden inwoners deponeerde tot ze rottingsverschijnselen begonnen te vertonen, en dus veilig begraven konden worden. Sommige geobsedeerde en gewiekste burgers presenteerden de gekste ontwerpen van doodskisten die zouden voorkomen dat iemand stikte in zijn kist onder de grond.


    Deze gekke toestanden werden in de hand gewerkt door het feit dat lange tijd veel medici openlijk toegaven dat zij niet zeker wisten of hun patiënten dood of levend waren. Bovendien is pas sinds relatief korte tijd een medisch onderzoek verplicht bij een overlijden. Mensen werden in die tijd na hun overlijden ook veel sneller begraven, uit vrees voor ziekmakende dampen die uit de lijken opstegen.


    Sceptische medici hebben in de 19e eeuw geleidelijk deze irrationele ideeën kunnen doorprikken, mede dank zij de ontwikkeling van meer precieze medische instrumenten en de ontdekking van micro-organismen. Het vertrouwen van de bevolking in de medische kunde nam toe, en de gekte is geleidelijk overgegaan.


    De auteur toont echter ook aan hoe wankel dit vertrouwen is, en hoe snel deze angst weer kan opkomen, naar aanleiding van een paar (meestal verzonnen) spectaculaire verhalen.

    In de laatste hoofdstukken gaat de auteur in op de vraag of er in het verleden inderdaad mensen levend begraven werden, en of dit nu ook nog het geval is. Zijn conclusie: dit is zeker gebeurd, maar niet op een schaal die dergelijke georchestreerde reacties rechtvaardigde. Het gebeurt zeker ook nog in landen waar de wettelijke voorschriften nog even gebrekkig zijn als in het 19e eeuwse Europa.


    Het onderwerp van dit boek is misschien wel marginaal, maar het biedt veel inzicht in de wijze waarop ideeën onder mensen verspreid worden en een samenleving kunnen beroeren. Het leest heel vlot. Het is goed gedocumenteerd en bevat een uitgebreid register.


    ©  Minervaria


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    10-09-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De dierencrisis
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    VANDENBOSCH, M., De dierencrisis. A’pen, Houtekiet, 2005, 372 pp. – ISBN 90 5240 687 1


    Zoals de auteur, oprichter van GAIA, zelf zegt: dit boek is een reflectie op de relatie dier-mens vanuit verschillende standpunten. In verschillende hoofdstukken geeft Vandenbosch beschouwingen in een ‘zoektocht naar een uitweg uit de roestige kooien van de dierencrisis’.

    Hij presenteert inderdaad een aantal beschouwingen over de wijze waarop nu en in het verleden door mensen met dieren wordt omgegaan, en gebruikt hiervoor een schat aan documentatiemateriaal.


    De eerste helft van het boek heeft mij geboeid, er waren veel nieuwe gegevens en er wordt een duidelijke visie gepresenteerd. Gaandeweg vervalt de auteur echter in herhaling.

    Het boek mist ook een duidelijke algemene structuur en gedachtegang. Er is geen nummering, en de tekst is nooit ingedeeld in alinea’s. Daardoor krijg je soms een doorlopende tekst van meer dan 1 bladzijde. Dit bemoeilijkt de leesbaarheid.

    Uit de bronnenlijst vallen wel verschillende interessante verwijzingen te halen.


    Ik vond het boek van Noske over de relatie mens-dier, ook door Vdb aangehaald, echter veel interessanter dan het zijne. De dierencrisis komt vaak niet boven het anekdotische uit.


    ©  Minervaria


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-09-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De gouden kooi
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    GAUTIER, A., De gouden kooi. Over het ontstaan van het huisdier. A’pen/Baarn, Hadewijch, 1998, 320 pp. – ISBN 90 5240 462 3


    Een bij wijlen interessant boek over de biologische en culturele aspecten van het verschijnsel domesticatie. Wat zijn huisdieren en waarin bestaat domesticatie? Wie zijn de wilde voorouders van onze huisdieren? In welk opzicht verschillen huisdieren van hun wilde voorouders? Wat zijn de biologische oorzaken van de typische kenmerken van huisdieren? Hoe kwam de mens ertoe op zeer uiteenlopende plaatsen dieren te domesticeren?

    Gautier is paleontoloog en heeft vooral ervaring in het Nabije Oosten, Egypte en Afrika.

    Hij geeft voorzichtige antwoorden op bovenstaande vragen. Soms zou een steviger theorie wel nuttig zijn geweest, maar er is zo weinig met zekerheid geweten over dit onderwerp, en er moet zoveel afgeleid worden uit karige vondsten, dat enige voorzichtigheid waarschijnlijk wel aangewezen is.


    In elk geval wel een interessant boek als geheel. Bepaalde hoofdstukken zijn te gedetailleerd voor een leek, maar ze kunnen makkelijk overgeslagen worden. Leest ook vlot. Er zijn veel illustraties en diagrammen, waardoor men beter kan volgen. De studie is voldoende gedocumenteerd.


    ©  Minervaria

     

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    22-08-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Cirkels van zorg
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    GASTMANS, C. & L. VANLAERE, Cirkels van zorg. Ethisch omgaan met ouderen. Leuven, Davidsfonds, 2005, 205 pp. - ISBN 90 77942 11 4


    Ethisch verantwoorde zorg is niet vanzelfsprekend. Mensen die op een of andere manier bij de ouderenzorg betrokken zijn stellen zich onvermijdelijk vragen bij bepaalde aspecten van deze zorg. Vaak worden ze geconfronteerd met situaties waarin ze voor moeilijke keuzes staan. Hoe kan je de menswaardigheid van de oudere persoon zo veel mogelijk respecteren bij het nemen van beslissingen over kunstmatige voedsel- en vochttoediening, de afbouw van medische behandelingen of over de toepassing van euthanasie? Ook beslissingen die betrekking hebben op dagelijkse situaties roepen vragen op. Moet je iemand verplichten om te eten? Wat te doen met een persoon die zichzelf nog kan wassen, maar dat niet meer wil? Is het verantwoord een persoon met dementie in een stoel met voorzettafel te zetten om te vermijden dat hij ronddwaalt? Hoe reageer je op een oudere die een eind wil maken aan zijn leven?


    De auteurs trachten kapstokken te geven om op een ethische manier met dergelijke situaties en vragen om te gaan. Zij gaan uit van een zorgethische visie. Die komt in het eerste hoofdstuk aan de orde. Zorg (kunnen) geven en ontvangen is volgens de auteurs de basis van het menselijk bestaan. Zorg is een essentieel element van cultuur. Waar het zorgen iets van zijn culturele karakter verliest gaat er iets van menszijn en menselijke waardigheid verloren.  Ook de zorg voor ouderen, die steeds meer afhankelijk worden van zorg van anderen, dient ingebed te worden in een geheel van culturele betekenissen. Ethisch omgaan met ouderen begint bij de morele gevoeligheid van hun hulpverleners en de kritische zelfbewaking van hun dagelijkse praktijk.


    In de volgende hoofdstukken bespreken de auteurs deze visie met betrekking tot belangrijke thema's in de ouderenzorg: hygiënische zorg, vrijheidsbeperking, maaltijdzorg, kunstmatige voedsel- en vochttoediening, afbouw van medische behandelingen, euthanasie en zelfdoding.

    Op zich zijn dit alle heel interessante en zeer actuele thema’s. De uitwerking wordt echter gaandeweg minder boeiend. Elk nieuw hoofdstuk is eigenlijk een herhaling van de vorige, alhoewel aangepast aan het specifieke thema. Het brengt wel mee dat alle hoofdstukken afzonderlijk te lezen zijn, maar als je het hele boek leest kan je net zo goed de eerste paragrafen van een hoofdstuk overslaan. Wat ik mis: illustraties en casestudies, en concrete en praktische uitwerking van de thema’s.


    De auteurs vertrekken van een christelijke visie op zorg. Op zich is daar niets mis mee. Maar over thema’s die raken aan leven en dood geven ze, voorspelbaar, een eerder wazige visie, waar ik als lezer eigenlijk niet veel mee kan. In de kwestie van euthanasie bijvoorbeeld moet (theoretisch) de wil van de oudere zelf maximaal gerespecteerd worden, maar als het erop aankomt blijkt die toch ondergeschikt aan die van anderen (wat de auteurs dan verbondenheid noemen). Over leren loslaten en afscheid nemen van beide kanten wordt niets gezegd. Dit vind ik een gemis.


    ©  Minervaria


     

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    09-08-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De overbodige man
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    CLARE, A., De overbodige man. Mannelijkheid in crisis. A’dam, Wereldbibliotheek, 2002, 288 pp. – ISBN 90 284 1944 6


    Als mannen niet uitkijken, maken ze zichzelf overbodig. Ze worden steeds minder serieus genomen als kostwinner, beschermer, vader en zelfs als verwekker. Er bestaat bijna niets meer in de hedendaagse maatschappij dat niet door vrouwen kan worden gedaan. Welke plaats is er dan nog voor de man in de maatschappij en welke betekenis heeft ‘mannelijkheid’?


    De auteur gaat in op verschillende facetten van dit probleem: de betekenis van testosteron, geslachtsidentiteit, agressie en geweld. Clare wijst op de schadelijke psychologische scheiding die veel mannen maken tussen hun verlangens en onzekerheden enerzijds en hun publieke optreden en successen anderzijds. Hij pleit voor een ‘oud’ manbeeld , waarbij de man geworteld is in vriendschappen, gezinsleven en liefde.


    Een kritische benadering van het reilen en zeilen van de hedendaagse maatschappij en de gangbare opvoeding.

    Het is een zeer degelijk gedocumenteerd boek en over het algemeen vlot leesbaar.


    ©  Minervaria


     

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    30-07-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over cultuurverandering en betere doorstromingskansen voor vrouwen en mannen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    DRAULANS, V. & M. SMET, M/V. Over cultuurverandering en betere doorstromingskansen voor vrouwen en mannen in organisaties en bedrijven. Tielt, Lannoo, 2005, 278 pp. – ISBN 90 209 6099 7


    Ook al is man-vrouw-diversiteit de meest uitgesproken en meest voorkomende vorm van diversiteit in organisaties, toch blijken loopbaanprofielen en doorstromingskansen van vrouwen en mannen behoorlijk verschillend.


    In het eerste deel van dit boek lichten de auteurs een aantal factoren toe die hiertoe bijdragen. Theoretische inzichten worden afgewisseld met verslagen van verschillende vrouwen die een topfunctie bekleden in een bedrijf of organisatie. Het tweede deel bevat suggesties om daadwerkelijk methodisch gepland m/v-diversiteit in een bedrijf aan de orde te stellen en zodoende een cultuurverandering te bewerkstelligen.


    Een aantal interessante invalshoeken (o.a. gender, gendermainstreaming) worden wel aangekaart, doch nooit ten gronde uitgediept. Hierdoor komt het geheel nogal oppervlakkig en anekdotisch over. De samenvatting van de interviews is van dezelfde orde.

    Het sterkste deel vond ik het hoofdstuk waarin een plan voor verandering voorgesteld wordt. Dit schema kan ook in andere situaties gebruikt worden waarin verandering is gewenst.


    ©  Minervaria

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    17-07-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bij gelijke geschiktheid
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    BARNETT, R. & C. RIVERS, Bij gelijke geschiktheid. Waarom mannen en vrouwen hetzelfde zijn. (Vert. G.J. de Vries: Same difference. 2004) A’dam, Uitg. Archipel, 2005, 320 pp. – ISBN 90 6305 165 4


    Mannen zijn jagers. Vrouwen zijn zachtaardige leiders. Mannen en vrouwen spreken een verschillende taal. Volgens populaire boeken, zoals die van John Gray, is dit allemaal vastgelegd in onze genen en is daar niks aan te veranderen. Maar klopt dat wel?

    Nee, mannen en vrouwen zijn gelijk, zeggen Barnett en Rivers.


    De Nederlandstalige titel van dit boek is echter misleidend. De auteurs ontkennen niet dat mannen en vrouwen in bepaalde opzichten verschillen, maar deze spelen een veel geringer rol dan de meeste mensen denken. Essentialistische theorieën à la John Gray (van Mars en Venus) praten ons aan dat mannen en vrouwen fundamenteel van elkaar verschillen.

    B.& R. hebben zich tot doel gesteld om de slordige wetenschap, de populaire psychologie en de mediaflauwekul te overstijgen en te kijken naar wat waar is en, wat niet. Zij geven een overzicht van de meest recente bevindingen van onderzoek naar de verschillen tussen mannen en vrouwen. Ze stellen dat de meeste van die zogenaamde verschillen meer bepaald zijn door omstandigheden dan door sekse. Er is een immense diversiteit tussen individuele mensen en niet zozeer tussen welomschreven groepen mensen als mannen en vrouwen.


    Zij werken dit uit voor 3 domeinen van het menselijk leven: relaties, werk en ouderschap.

    Hun onderzoek brengt hen tot de conclusie dat allerlei factoren de wijze beïnvloeden waarop wij ons in deze domeinen bewegen. Sekse is er slechts één van, en niet eens de belangrijkste.

    Macht is volgens de auteurs de sleutelfactor. Dit is volgens hen ook de oorzaak dat in een tijd waarin vrouwen en mannen meer gelijkheid in macht verworven hebben, de essentialistische theorieën weer volop weerklank vinden.


    Zij tonen ook aan hoe deze invalshoek verregaande consequenties heeft voor het dagelijks leven van veel mensen. En oOok de ‘vrouwen zijn beter’-theorieën hebben nefaste gevolgen voor de keuzes van zowel mannen als vrouwen en de wijze waarop zij hun leven (willen) inrichten.

    De auteurs hebben 8 jaar aan het boek gewerkt, en hun stellingen zijn degelijk onderbouwd en gedocumenteerd. Toch vind ik hun betoog misleidend: ook al ontkennen zij niet dat er verschillen zijn, zij trekken (op zijn Amerikaans?) toch wel erg rechtlijnige en ongenuanceerde conclusies uit wetenschappelijke onderzoeken. De populaire ‘psychologie’ doet eigenlijk hetzelfde, maar ik had een meer genuanceerde aanpak verwacht.


    Ondanks de beweringen van de schrijfsters stelt men zelfs bij dieren toch belangrijke verschillen vast tussen mannetjes en vrouwtjes in de werking van de hersenen, de wijze waarop deze informatie verwerken en dus het gedrag reguleren. Mensen maken van deze verschillen echter gendercategorieën, die vrouwen resp. mannen vastpinnen op bepaalde gedragspatronen. Hierop baseren zij  zich vervolgens om specifieke verwachtingen te hebben en normen te stellen m.b.t. mannelijk en vrouwelijk gedrag.


    Ik ben van mening dat de schrijfsters hier te weinig aandacht aan besteden: zij zetten zich vooral af tegen de categorisering van sekseverschillen (gender).

    Ik denk niet dat Europa in dezelfde mate het slachtoffer is van de Amerikaanse hype-mentaliteit, en dat de goeroes van het verschil ook hier zoveel invloed hebben. Maar het kan verkeren en het is dus zeker geen verloren moeite dit boek te lezen om hun beweringen op zijn minst te relativeren en zelfs te kunnen ontkrachten.


    Dit boek was een welkome aanvulling op dit van Griet Vandermassen (Darwin voor dames). Het biedt een gedeeltelijk antwoord op het tekort ervan: hoe we met al die gegevens verder kunnen/moeten.

    Het werk leest heel vlot en de verschillende theorieën worden op een zeer begrijpelijke manier voorgesteld en treffend geïllustreerd. Het is voorzien van een uitgebreide notenlijst.


    ©  Minervaria

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    03-07-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Darwin voor dames
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    VANDERMASSEN, G., Darwin voor dames. Over feminisme en evolutietheorie. A’dam, Uitg. Nieuwezijds, 2005, 240 pp. – ISBN 90 5712 204 9


    Tussen het feminisme en de biologische wetenschappen heeft het nooit echt geboterd. Veel feministen beschouwen het darwinistische denkkader als een uiting van genetisch determinisme en seksisme. Op hun beurt verdenken wetenschappers feministen ervan te ideologisch en anti-wetenschappelijk te werk te gaan.


    In Darwin voor dames brengt Vandermassen dit conflict in kaart. Het feminisme presenteert geen eenduidige visie op de vrouw en haar positie. De wijze waarop veel feministen omgaan met wetenschappelijke bevindingen is inderdaad ideologisch gekleurd. Maar volgens de auteur snijden feministen daarmee in eigen vel.


    In de eerste plaats bestaat er geen feministische wetenschap. Wetenschap is in principe sekseneutraal en hanteert een universele methode. Dat wetenschap vooral mannelijke visies op de werkelijkheid presenteerde heeft eerder te maken met het feit dat lange tijd alleen mannen zich met wetenschap bezig hielden. In de biologische wetenschappen is er echter de laatste decennia veel veranderd. Met de inbreng van vrouwelijke biologen, en vooral primatologen, heeft de visie op vrouwelijke evolutionaire kenmerken veel meer aandacht gekregen. Vrouwelijke dieren, waaronder ook mensen, hebben een even actieve rol als mannelijke dieren, al kan die inhoudelijk verschillen.


    Zij toont aan hoe de feministische stromingen, die een sociaal-constructivistische visie aanhangen, de naturalistische drogredenering (zoals de natuur is, is het goed), waartegen zij zich zo verzetten, zelf blijven hanteren. Dit blijkt toch echt niet overbodig, want velen voor haar (o.a. S. Pinker, Sarah Hrdy) hebben dat al gedaan, maar deze redenering blijft hardnekkig voortbestaan.


    Zij gaat verder in op wat de sociobiologie en de evolutionaire psychologie ons leren over typisch mannelijk en vrouwelijk gedrag, en hoe we deze bevindingen kunnen interpreteren.

    Tenslotte verbindt ze aan deze bevindingen een paar politieke en ideologische conclusies.

    Sterke kanten zijn vooral de kritische analyse van het feminisme en de samenvatting van een aantal belangrijke bevindingen van de sociobiologie en de evolutiepsychologie.

    Ik had verwacht meer te kunnen lezen over de gevolgtrekkingen voor de maatschappelijke en politieke organisatie van een samenleving.


    Het werk is vlot geschreven, zeer degelijk en gevarieerd gedocumenteerd. Voorzien van een lijst noten, een uitgebreide bibliografie en een handige index.


    ©  Minervaria

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    21-05-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Noodzakelijk verlies
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    VIORST, J., Noodzakelijk verlies. De liefdes, illusies, afhankelijkheid en irreële verwachtingen die wij allen moeten opgeven om te kunnen groeien. A’dam, Anthos, 1993 (2005 21e dr.), 359 pp. – ISBN 90 414 0676 x


    Verlies roept associaties op met het overlijden van dierbaren. Maar verlies bestrijkt veel meer. Het is voortdurend aanwezig in ons leven. Wij verliezen niet alleen door de dood, maar ook door te verlaten en verlaten te worden, door te veranderen en door te gaan. Wij verliezen al dan niet bewust onze romantische dromen en onmogelijke verwachtingen, onze illusies van vrijheid en macht en veiligheid. Wij verliezen ook ons jonge zelf, dat dacht dat het rimpelloos, onkwetsbaar en onsterfelijk zou zijn.


    Deze levenslange verliezen zijn noodzakelijke verliezen. Ze horen bij het leven en ze zijn noodzakelijk omdat wij ons ontwikkelen door te verlezen, te verlaten en los te laten. De weg naar menselijke ontplooiing is geplaveid met zaken waarvan we afstand doen. Gedurende ons hele leven groeien en ontwikkelen we door dingen op te geven.

    Volgens Viorst is het wezenlijk voor de zingeving van ons leven, dat we inzicht hebben in de manier waarop we met verlies omgaan. De mensen die we zijn, en de levens die we leiden worden ten goede en ten kwade bepaald door onze verlieservaringen.


    Judith Viorst volgde een opleiding voor psychoanalytica in Washington en werkte bij de eerste publicatie in 1987 reeds een aantal jaren als psychotherapeute. Zij benadert haar onderwerp dan ook vanuit psychodynamische invalshoek. Zij gaat ervan uit dat deze, bij alle gebreken, diepgaande inzichten biedt in onze drijfveren en wie en wat wij zijn. Ik kan mij daar helemaal in vinden.


    Zij heeft met dit boek een werk geschreven dat met recht een klassieker genoemd kan worden. In de menselijke psychologische ontwikkeling is winst en de uitbreiding van mogelijkheden onlosmakelijk verbonden met verlieservaringen. En hoe wij daarmee omgaan wordt weer bepaald door hoe wij vroegere verlieservaringen hebben verwerkt.


    Het boek is zeer helder en met veel wijsheid geschreven. Door de talrijke voorbeelden uit haar praktijk, is alles enorm herkenbaar. Dit is een boek om geregeld te herlezen. Telkens we met verlies te maken hebben, biedt het niet alleen inzicht maar het werkt ook louterend.


    Een uitgebreide bibliografie en trefwoordenregister completeren het geheel.

    Een ondubbelzinnige aanrader, die dit jaar de 21e druk beleefde!

    ©  Minervaria

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    30-04-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Schrijfwijzer
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    RENKEMA, J., Schrijfwijzer. Den Haag, SDU, 2002 (4e dr.), 468 pp. – ISBN 90 120 9023

    Een tekst is pas een goede tekst wanneer het taalgebruik de lezer aanspreekt, wanneer de opbouw duidelijk is en wanneer de formulering niet nodeloos ingewikkeld is.

    Dit boek wil schrijvers helpen bij problemen die zich bij het schrijven van allerlei teksten kunnen voordoen. Je krijgt er een antwoord op lastige kwesties. Is deze tekst welk geschikt voor de lezer? Wat moet er in een inleiding staan? Moet hier een nieuwe alinea beginnen? Loopt deze zin wel goed? Is dit woord correct? Waar moet de komma staan?

    Het gaat hier om vragen over begrijpelijkheid van een tekst en over taalverzorging. Antwoorden op deze vragen komen in dit boek ruimschoots aan de orde.


    Of een tekst begrijpelijk is hangt samen met de stijl en de opbouw van een tekst en met het leesgemak. Verzorgd taalgebruik, spellingkwesties en het gebruik van leestekens zijn vragen over taalverzorging. Elk van deze onderwerpen wordt in een afzonderlijk hoofdstuk grondig besproken. Bij elk thema worden de richtlijnen geïllustreerd met sprekende voorbeelden.

    Het boek is vooral een naslagwerk. Daarom is een register opgenomen waar men heel vlug een bepaald thema kan opzoeken.


    Een waardevolle wegwijzer voor wie al dan niet regelmatig teksten schrijft. Regelmatig wordt het werk herzien. Bij de laatste herziening is de inhoud behoorlijk uitgebreid. Men heeft ten behoeve van een breder publiek ook gezorgd voor een betere leesbaarheid.


    ©  Minervaria

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    27-04-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het geheim van de schrijver
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    DORRESTEIN, R. Het geheim van de schrijver. A’dam/A’pen, Uitg. Contact, 2000, 247 pp. – ISBN 90 254 9894 9

    Wie de ambitie heeft om een roman te schrijven wil iets vertellen wat voor hem of haar betekenis heeft, verhalen die de lezer moeten verontrusten of amuseren. Niets of niemand zit daar echter op te wachten. Als je dus verhalen wil schrijven die iets betekenen, moeten die ook willen gelezen worden. Maar hoe weet je of jouw verhaal ook de lezer iets zal zeggen? Schrijven is immers communiceren. Niet de schrijver moet vertederd zijn of geamuseerd, maar de lezer. De lezer moet het verhaal willen/kunnen volgen en erin mee gaan. De hamvraag is dus: hoe komt het verhaal tot zijn recht?

    Wie kan beter schrijven over schrijven dan een schrijver? Dit boek is bedoeld als handleiding voor de beginnende schrijver. De eigen ervaringen van de schrijfster zijn haar belangrijkste leidraad. De eigen meer en minder succesvolle initiatieven worden aan een kritische analyse onderworpen. Dorrestein vertelt daarmee ook een persoonlijk verhaal over vallen en opstaan, falen en succes. Het resultaat is een boek dat bol staat van de richtlijnen om fictie neer te zetten die uitnodigt tot lezen.

    Het boek bevat 3 delen, geloof, hoop en liefde genoemd. Geloof gaat over de betekenis, het nut en de functie van literatuur. Het is de overtuiging van de auteur dat literatuur verontrustend moet zijn. Fictie slaat een brug naar verdrongen emoties en kennis, laat zien dat verdriet en verlies onlosmakelijk het leven horen. Het is de articulatie van het onvermijdelijke lijden. Fictie  biedt daardoor een realistische in inclusieve kijk op het leven,

    Hoop behandelt de ambachtelijke kanten van het schrijven. Hier geeft Dorrestein talrijke technische adviezen over o.a. compositie en stijl. Ook de valkuilen komen uitgebreid aan de orde.

    De lezer, de anonieme instantie die het oog van de buitenwereld vertegenwoordigt, vraagt zich tenslotte allerlei af over de schrijver en het schrijfproces: waar haalt ie de inspiratie, hoe werkt de schrijver? In Liefde beantwoordt Dorrestein een aantal van deze vragen, en ontkracht daarmee de meest gangbare mythes die het schrijverschap omgeven.

    Voor een doorzichtige structuur neem je als lezer best notities, want die is op het eerste zicht niet zo duidelijk. Achteraan vindt men een handig trefwoordenregister. Er is een bronnenlijst met werken van schrijvers over schrijven.

    Het boek mag dan wel als handleiding bedoeld zijn, het leest als een roman. Zoals men van en schrijfster mag verwachten is de tekst zeer vlot leesbaar en inzichtelijk. Geheel in haar eigen stijl, behandelt zij het thema gevat (bv. “Schrijven is verwachtingen wekken en die vervolgens inlossen.”) en met humor.


    ©  Minervaria

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    16-04-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Klare taal
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    VAN COILLIE, J., Klare taal. Efficiënt leren schrijven. Leuven, Davidsfonds, 2002, 211 pp. – ISBN 90 6306 440 3


    Vlotte zakelijke teksten schrijven waar de lezer iets mee kan, het is niet eenvoudig. Dit boek is een handleiding voor het schrijven van een efficiënte, dit wil zeggen doel- en lezergerichte tekst. Het gaat over vormgeving, opbouw, inhoud en stijl. Wie een tekst schrijft moet zich vooral bezig houden met het effect ervan: wat en wie is het doel?


    Het is een doe-boek, met veel oefeningen voor wie de eigen schrijfstijl wil verbeteren en/of anderen wil leren hoe ze het moeten doen.

    Dit is een basisboek met duidelijke taaladviezen, honderden voorbeelden en praktische oefeningen. Het is aantrekkelijk opgesteld en gepresenteerd, verlucht met cartoons van Stefaan Provijn. Een alfabetische trefwoordenlijst maakt opzoeken gemakkelijk.


    Minder uitgebreid dan Schrijfwijzer, maar wat inhoud betreft vergelijkbaar met Schrijfwijzer compact.

     


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    23-03-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De werkelijkheid heeft mij niet nodig
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    SYBESMA, C., De werkelijkheid heeft mij niet nodig. Over mens, wetenschap en werkelijkheid. Leuven/Leusden, Acco, 2002, 335 pp. – ISBN 90 334 4876 9


    Mensen beschouwen de natuur als een werkelijkheid die buiten hen bestaat. Wetenschap bestudeert deze werkelijkheid met het doel de kennis erover te vergroten. De recente bevindingen van de quantumfysica trekken echter het intuïtief aanvoelen van een werkelijkheid buiten de mens in twijfel: de waarnemer lijkt de werkelijkheid zelf te beïnvloeden. Dit roept de vraag op naar het verband tussen mens, wetenschap en werkelijkheid


    In dit boek gaat de auteur, emeritus hoogleraar in de fysica en de biofysica, na hoe het de wetenschap is vergaan met het ‘wijs worden’ uit de werkelijkheid. Hij geeft hiervoor een chronologisch overzicht van de cruciale beslissingsmomenten en fundamentele nieuwe inzichten die het denken over de werkelijkheid hebben beïnvloed.


    Door de eeuwen heen ziet hij de reflectie op de natuur rondom de mens ontwikkelen van een kwalitatieve en spirituele beschrijving naar een kwantitatief-mathematische wetenschap. Dit heeft geleid tot verschillende opvattingen over de werkelijkheid als op zichzelf staande entiteit. De vraag is dan of er nog wel een buiten ons bestaande werkelijkheid kan worden beschreven en verklaard.


    Een boeiend en zeer degelijk gedocumenteerd boek over de geschiedenis van de natuurwetenschappen. Een boek om geregeld te raadplegen, want het is zo rijk aan materiaal dat het in één lezing nauwelijks te vatten is.

    Jammer van de vaak slordige lay-out en dito taalgebruik. Zeer uitgebreide bronnenlijst, namen- en zakenregister.


    ©  Minervaria


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    12-03-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het gelijk van Spinoza
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    DAMASIO, A., Het gelijk van Spinoza. Vreugde, verdriet en het voelende brein. A'dam, Wereldbibliotheek, 2003, 319 pp. - ISBN 90 284 2002 9


    Boeken van Damasio zijn altijd boeiend, verrijkend en een plezier om te lezen. Dat kan eens te meer gezegd worden van dit werk.

    Gevoelens van pijn of genot, of van iets daartussenin vormen de grondslag van onze geest. We merken deze simpele werkelijkheid vaak niet op, omdat we zo in beslag genomen worden door de mentale beelden van de wereld om ons heen, samen met de beelden van de woorden en zinnen die ze beschrijven.


    Maar over de aard van gevoelens is in vergelijking tot onze andere functies weinig wetenschappelijk onderzoek gedaan. Van al onze mentale verschijnselen worden gevoelens in (neuro)biologische zin het minst begrepen, alhoewel onze samenleving drijft op gevoelens. Gevoelens zijn, zo meent men, ongrijpbaar en gedoemd een eeuwig mysterie te blijven. Ze worden stelselmatig overgeslagen in wetenschappelijk onderzoek. Dit is onder andere de oorzaak van veel wederzijds onbegrip in de medische praktijk en hulpverlening.


    Toch zijn er filosofen die gevoelens centraal achtten in het menselijk bestaan. Een daarvan is Spinoza. Volgens Damasio is Spinoza van uitzonderlijk belang bij elk discussie over menselijke emoties en gevoelens. Spinoza beschouwde aandriften, motiveringen, emoties en gevoelens, die hij gezamenlijk de affecten of aandoeningen noemt, als een centraal aspect van het menszijn. Blijdschap en droefheid waren de twee belangrijkste concepten die hij gebruikte bij zijn pogingen menselijke wezens te doorgronden en middelen te opperen om beter te kunnen leven.


    In dit boek presenteert Damasio een coherente theorie de aard van gevoelens, hoe ze ontstaan en hoe ze ons leven beïnvloeden. Zijn visie is gebaseerd op grondige kennis van ons lichamelijk functioneren en neurologisch onderzoek. De kern ervan is dat gevoelens, zoals ze zich in het lichaam en geest openbaren, de uitdrukking zijn van menselijke opbloei en menselijk lijden. Gevoelens zijn niet louter een versiering die aan emoties worden toegevoegd. Gevoelens onthullen de staat van leven (homeostasis) van het hele organisme.


    Damasio legt op zeer inzichtelijke en coherente wijze uit hoe gevoelens tot stand komen, in relatie met emoties en de staat van ons lichaam. In het laatste deel van het boek gaat hij ook in op het belang van deze inzichten voor de wijze waarop wij kunnen omgaan met de existentiële dimensie van ons leven.


    Zijn betoog wordt ondersteund door recente ontdekkingen en inzichten uit de neurologie, en geïllustreerd met talrijke schema’s en  tekeningen. Het werk is voorzien van een uitgebreide notenlijst, een verklaren de woordenlijst en register.

    Een zeer waardevol werk!


    ©  Minervaria

     

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    23-02-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Intellectueel bedrog
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    SOKAL, A. & J. BRICMONT, Intellectueel bedrog. Postmodernisme, wetenschap en antiwetenschap. Breda, EPO/De Geus, 1999, 287 pp. – ISBN 90 6445 085 4.


    De auteurs tonen hoe hedendaagse postmodernistische Franse filosofen en denkers concepten en terminologie uit de wiskunde en fysica geheel ten onrechte en zinloos toepassen op menselijke en sociale fenomenen. Zij produceren een imposant jargon, maar gebruiken de termen in een foutieve of onvolledige betekenis en zeggen dus zeggen in feite niets. Ze geven hun discours daarmee een pseudo-wetenschappelijk tintje, en proberen aan te tonen dat wetenschap niet meer is dan een ideologie of sociale constructie.


    Het is een moeilijk boek, en weinig toegankelijk voor niet-onderlegde lezers als ik. Bovendien konden de auteurs mij niet blijven boeien.

     

    ©  Minervaria

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    07-02-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Beestachtig rijk
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    CONNIFF, R. Beestachtig rijk. De rijken der aarde als eigenaardige diersoort. Elmar bv, 2003, 384 pp. – ISBN 90 389 1312 5


    Een vlot geschreven studie van de handel en wandel van de rijke bovenlaag in de maatschappij, vanuit het standpunt van de ethologie en sociobiologie.


    Anders dan de Nederlandstalige titel suggereert, beschouwt de auteur de rijken niet als een aparte diersoort, maar als een ondersoort van de mens.

    Die beantwoordt niet fundamenteel aan andere kenmerken dan de doorsnee mens, maar accentueert bepaalde karakteristieken door zijn speciale positie.


    Een genuanceerde visie, waarin zowel positieve als negatieve eigenschappen van rijkdom aan de orde komen. Soms wat moeilijker te begrijpen wanneer het gaat om personen van wie je nog nooit hebt gehoord.


    ©  Minervaria

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    24-11-2004
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kinderen van Aristoteles
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    RUBENSTEIN, R., Kinderen van Aristoteles. Hoe christenen, moslims en joden verlichting brachten in de donkere Middeleeuwen. A’dam, Anthos/Manteau, 2004, 341 pp. – ISBN 90 7634 187 7


    Historici hebben de Middeleeuwen vaak beschouwd en voorgesteld als een periode van duisternis tussen de klassieke Oudheid en de verlichte Moderne Tijd. De Middeleeuwen zouden, door de dominantie van de kerk en haar dogma’s, een periode zijn geweest van culturele en intellectuele stilstand, waarin het filosofisch debat weinig dieper ging dan de discussie over de vraag hoeveel engelen er op de punt van een naald passen.


    Na de overwinning op de Moren in Spanje in de dertiende eeuw, ontdekte men echter de in het Arabisch vertaalde werken van Aristoteles. Dit veroorzaakte veranderingen zonder weerga. Er kwamen barsten in het monopolie van de kerk op verklaringen van al wat bestond.

    De introductie van de leer van Aristoteles gaf aan de geleerden van die tijd een belangrijke stimulans om ideeën uit te wisselen en in debat te treden. Deze debatten waren de aanzet tot de splitsing tussen rede en geloof, die de basis vormde van de latere wetenschappelijke ontwikkelingen in Europa.


    Ook voor de kerk was deze ontdekking van groot belang. In het begin van de 14e eeuw besloot zij om niet langer de weg van de kerkvaders (o.a. Augustinus) te volgen, maar wel die van Thomas van Aquino, die op basis van de filosofie van Aristoteles een echte theologie opstelde. Men kon het geloof beredeneren en het verstand diende om de openbaring te begrijpen.

    Tegen deze visie kwamen de mystici in het verweer, voor wie geloof in eerste instantie op spirituele ervaringen gebaseerd was. De traditionele kerk heeft sindsdien altijd een dubbelzinnige relatie gehad met de mystieke richtingen.


    Het boek is een boeiend verhaal over, en tegelijk een correctie van mijn kennis van de evolutie in het gedachtegoed van nu nog bekende en lang vergeten denkers (scholastici en theologen) in de late Middeleeuwen. Het boek is tegelijk een opfrissing en verduidelijking van het ideeëngoed van de katharen en andere sekten die zich voor hun leer baseerden op de Aristotelische filosofie.

    Vlot te lezen, voorzien van een uitgebreide notenlijst, bibliografie en dito register.

     

    ©  Minervaria

     

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    10-11-2004
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De theorie van Nagy
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    ONDERWAATER, A., De theorie van Nagy. De onverbrekelijke band tussen ouders en kinderen. Lisse, Swets & Zeitlinger, 2003 (6e dr.), 160 pp. – ISBN 90 265 1436 0


    De van oorsprong Hongaarse psychiater Boszormenyi-Nagy ontwikkelde zijn contextuele visie op de gezinsdynamiek uit de systeemtheorie en de psychodynamisch georiënteerde visie op het gezin. Met zijn aandacht voor relationele ethiek benadrukt Nagy in de eerste plaats de existentiële verbondenheid tussen ouders en kinderen, maar evenzeer de verbindingen tussen verschillende generaties in een familie.


    Centraal in de visie van Nagy staat de ethische dimensie van menselijke relaties. Relaties tussen mensen zijn nooit vrijblijvend, maar worden gekenmerkt door een balans van geven en nemen. Wederkerigheid, loyaliteit, vertrouwen, rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid, en dialoog zijn inherent aan menselijke relaties. Deze begrippen krijgen in de hulpverlening vaak niet de nodige aandacht. De nadruk op zelfontplooiing in onze maatschappij dreigt deze fundamentele waarden weg te moffelen.


    De theorie van Nagy stamt uit de therapie met problematische gezinnen en kinderen met probleemgedrag. Toch is zijn rijke en diepe visie over de onderlinge ethische verbondenheid van toepassing op elke familie en elk gezin. Ik zou ze eigenlijk willen doortrekken naar alle menselijke relaties. Rechtvaardigheid mag dan een ethisch begrip zijn, het is volkomen in overeenstemming met de recente bevindingen over een inherente eigenschap van de sociale natuur van de mens. Mensen blijken in hun sociale relaties steeds ‘reciprociteit’ of wederkerigheid na te streven. Het is de oorsprong van onze moraal.


    Annelies Onderwaater beschrijft en bespreekt in haar boek eerst de 2 denkkaders die Nagy met zijn visie heeft willen verzoenen. Vooral de systeemtheorie wordt daarbij bondig maar inzichtelijk behandeld.

    In de volgende hoofdstukken komt de theorie van Nagy uitgebreid aan de orde. De geschriften van Nagy zelf zijn niet erg toegankelijk: zijn taal gebruik is complex en hij zet zijn denkbeelden niet duidelijk uiteen. Zijn begrippen blijven vaak vaag gedefinieerd en weinig begrensd.


    Onderwaater probeert met haar boek enige verheldering te brengen. Zij slaagt daar over het algemeen vrij goed in. De visie van Nagy hanteert een geheel eigen begrippenkader, en dat  wordt duidelijk uitgelegd en geïllustreerd met passende voorbeelden. Zij ziet ook de innerlijke tegenstrijdigheden en onvolledigheden in de contextuele visie. Het is daarom verhelderend dat zij ook regelmatig aandacht besteedt aan de verwante de inzichten van de Heidelbergse psychotherapeut Helm Stierlin.


    Geheel eigen aan de psychodynamische wortels, zijn volgens de contextuele visie gedragingen en intermenselijke relaties multipel interpreteerbaar. Dit brengt mee dat men deze visie niet met de standaarden van de wetenschap mag beoordelen. Toch betreft het hier een zeer waardevolle kijk op menselijke relaties, in de eerste plaats in verwantschapsperspectief. De ethische dimensie van menselijke relaties is echter evenzeer te verruimen naar menselijke relaties in het algemeen, tussen niet-verwante groepen, volkeren en naties. Daar gaat Onderwaater niet op in, het valt buiten het bestek van dit boek. Maar wie een fundamenteler inzicht wil in de gang van zaken in recht en politiek kan volgens mij niet naast de contextuele visie van Nagy kijken.


    Achteraan is een uitgebreide bronnenlijst opgenomen. Een aanrader ook voor wie niet meteen bij hulpverlening betrokken is!

    ©  Minervaria

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    26-10-2004
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zin der zotheid
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    MANS, I., Zin der zotheid. Vijf eeuwen cultuurgeschiedenis van zotten, onnozelen en zwakzinnigen. A’dam, SWP, 2004. – ISBN 90 6665 567 4


    Middeleeuwse zotten en dwazen zoals de Franse hofnar Triboulet, de heilige Jozef van Cupertino waren in onze ogen verstandelijk gehandicapt. In hun tijd werden zij echter niet als dusdanig gezien. Eeuwenlang gingen zotten, onnozelen en idioten als ongedefinieerde, vreemde schepselen door het leven. In de achttiende en negentiende eeuw werden idioten benoemd als menselijke wezens met een verstand ‘kleiner dan dat van dieren’.

    Pas in de negentiende eeuw werd zotheid een medische kwestie en ging men verschil maken tussen krankzinnigen als zieken en zwakzinnigen als zwakken van geest. Laatstgenoemden bleken ongeneeslijk, maar wel opvoedbaar.


    Als gevolg van deze veranderde zienswijze werden rond 1900 de eerste medico-pedagogische zwakzinnigengestichten gebouwd. In diezelfde tijd kreeg het onderwijs ook speciale ‘debielenscholen’. De afgelopen eeuw is het aantal scholen en inrichtingen voor zwakzinnigen voortdurend uitgebreid. Inge Mans laat zien dat dit niet alleen meer en betere zorg bracht, maar ook meer segregatie: zwakzinnigen - nu mensen met een verstandelijke handicap genaamd – kwamen tegelijk meer en meer buiten de samenleving te staan. In de jaren zeventig kwam de roep om integratie. Deze is echter niet vanzelfsprekend. De auteur behandelt in het slot waarom die intergratie zo moeizaam verloopt.

     

    Zin der zotheid heeft de diepgang van een wetenschappelijk onderzoek, is boeiend geschreven en vol van verhalen over zin en onzin die mensen door de eeuwen heen scheppen in de omgang met zotten, zwakzinnigen en mensen met een verstandelijke handicap. Het boek is een bewerking van het proefschrift uit 1998. 

    ©  Minervaria

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    BESTE BEZOEKER
    Foto


    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Mijn favorieten
  • Minervaria
  • Dit is POTS
  • Geen dag zonder lach
  • Gedachten

  • Archief per jaar
  • 2023
  • 2022
  • 2021
  • 2020
  • 2019
  • 2018
  • 2017
  • 2016
  • 2015
  • 2014
  • 2013
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009
  • 2008
  • 2007
  • 2006
  • 2005
  • 2004
  • 2003
  • 2002
  • 2001
  • 2000
  • 1999
  • 1998
  • 1997


    Blog als favoriet !


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!