Naar de inhoud

Anastacia's Pages

akke.beakke.be

Archief

Leer je hongergevoel te controleren


media_xl_960065.jpg


Het leren controleren van je hongergevoel en zin in lekkernijen is het grootste probleem van diëters, aldus voedingsconsulent Harald Stossier. Daarom geeft deze succesvolle professor enkele tips waardoor je minder gaat eten.

Luisteren naar je lichaam
"Omdat we als kind verplicht werden ons hele bord op te eten, kunnen de meeste mensen de juiste grootte van een portie niet inschatten. Ze weten niet wanneer ze genoeg hebben gegeten. Velen zijn dus te dik omdat ze simpelweg te veel eten. Je moeten leren luisteren naar je lichaam, dat is belangrijker dan te kijken naar wat er op je bord ligt. Het is een kwestie van training", aldus Stossier.

Genoeg?
Het geheim is volgens de professor dat wanneer je een vol gevoel hebt, je eigenlijk te veel hebt gegeten. Vaak hebben we zin in iets omdat we het zien in plaats van dat we echt honger hebben en veel dingen stoppen we in onze mond uit gewoonte. Dus vanaf vandaag eindig je vijf minuten eerder met je maaltijd voor je dat normaal gezien zou doen. Of wanneer er nog een kwart van je eten op je bord ligt. Doe dan even tien minuten iets anders, zet je vervolgens terug aan tafel en vraag je af of je nog altijd hongerig bent. Het is bijna zeker dat dit niet zo zal zijn. Schep dus de volgende maaltijd minder op en als je bijna gedaan hebt, doe je weer hetzelfde als hierboven. Heb je echt nog honger, eet dan je bord leeg.

Tips om je hongergevoel en de grootte van je porties te controleren:
- Gebruik kleinere borden. Voor je hoofdmaaltijd kun je bijvoorbeeld een dessertbord gebruiken. Het klinkt heel eenvoudig maar het werkt. Je hersenen zullen je maag vertellen dat je alles op hebt, waardoor deze het signaal krijgt dat je genoeg hebt gegeten.

- Drink genoeg water tussen de maaltijden, twee tot drie liter is aanbevolen. Veel mensen verwisselen dorst namelijk met een hongergevoel.

- Neem je tijd. Door traag te eten geef je je hersenen de kans om de boodschap naar je maag te sturen dat je genoeg hebt.

- Probeer twee keer per week genoegen te nemen met een kom soep met volkorenbrood als avondmaal, zo wordt je er gewoon aan minder te eten. Als je 's ochtends dan hongerig wakker wordt, kun je een stevige maaltijd eten. Bij het ontbijt en de lunch werkt je verteringsstelsel optimaal, dat zijn de beste momenten om het meeste voeding te nuttigen.

- Slaap genoeg. Doordat je 's avonds geen zware maaltijden meer eet verbetert je nachtrust. Vermoeidheid maakt dat je zin krijgt in energierijke voeding.

- Zorg dagelijks voor een portie lichaamsbeweging. Zelfs al is het maar een wandeling in plaats van de auto te nemen of huishoudelijk werk.

- Met junk food krijg je geen vol gevoel omdat het weinig voedzame stoffen bevat. Hoewel het een caloriebom is, zal je lichaam blijven snakken naar de voedingstoffen die het nodig heeft. (ep)

**********
1 reactie Reageer op dit bericht

Hoe weet je wat slechte vetten zijn?


snoep_365x243.jpg


Verzadigde vetten zijn slecht voor je cholesterol. Maar wat betekent dat concreet voor je voedingspatroon?

Het is belangrijk dat je voeding evenwichtig is samengesteld. Ideaal is het als in een maaltijd maximaal 30 procent van de energie uit vetten komt, waarvan maximum 10 procent uit verzadigde vetten. Maar hoe pas je dit concreet toe?

Vlees
Verzadigde vetten zitten veel in vette vleessoorten. Kies voor mager vlees en beperk de hoeveelheid. Honderd gram vlees per dag is voldoende. Vervang ook twee keer per week vlees door vis.

Snoep en koekjes
In roomboter, koekjes, chocolade en gebak zitten veel verzadigde vetten. Vervang daarom snoep door fruit, nootjes en gedroogd fruit. Koekjes eet je best met mate. Kies voor vezelrijke of droge koekjes.

Vetstof
Wees zuinig met minarine of margarine op je boterham. Als je bakt, gebruik dan vloeibare margarine of olie. Wees ook gewoon zuinig met vetstof: één eetlepel vetstof per persoon is voldoende.

Zuivel
Wees zuinig met zuivel: drink of eet er maximum een halve liter per dag van. Kies ook voor magere of halfvolle zuivel, want in volle zuivelproducten zitten veel verzadigde vetten.

Door: Liselotte Ampe
Bron: Universitair Ziekenhuis Antwerpen

**********

1 reactie Reageer op dit bericht

Hoe breng je zelfbruiner mooi aan?

zelfbruiner_365x243.jpg


Hoe leuk de zon ook is, voor je huid is ze niet lief. Liefst 80 procent van huidveroudering is te wijten aan de UV-stralen van de zon. Zelfbruiner is een interessant alternatief. Maar hoe breng je die mooi aan?


Wie met zelfbruiner aan de slag gaat, heeft één grote angst: strepen. Nochtans zijn die makkelijk te voorkomen, als je maar voorbereid aan de slag gaat.

Voorbereiding
Neem eerst een douche voor je je zelfbruiner bovenhaalt. Scrub jezelf van top tot teen en scheer of epileer je benen. Gebruik voor je gezicht een speciale gezichtsscrub. Droog je goed af.

Bodylotion
Check eerst waar je droge plekken hebt op je lichaam. Vaak is dit op je knieën en ellebogen. Smeer wat bodylotion op die droge plekken. Als je er rechtstreeks zelfbruiner op aanbrengt, dan trekt die er te diep in, waardoor je oranje plekken krijgt.

Zelfbruiner
Begin bij je voeten en werk zo naar boven. Let op voor de plooien in je huid, zoals je knieplooien. Zorg dat daar niet te veel zelfbruiner komt, anders krijg je plekken. Let er bij je gezicht op dat je je wenkbrauwen en haarlijnen vermijdt. Vergeet je oren niet: een bruin gezicht en witte oren staan een beetje vreemd.

Achteraf
Was je handen onmiddellijk nadat je de zelfbruiner heb aangebracht, en doe het grondig. Anders riskeer je dat je handen oranje gaan uitslaan.


Door: Liselotte Ampe
Bron: GezondheidsNet
1 reactie Reageer op dit bericht

Ook bang voor de Mexicaanse griep?

ziekvangriep_365x243.jpg


Verwacht wordt dat de Mexicaanse griep binnenkort ook in ons land dodelijke slachtoffers zal eisen. Moeten we nu bang zijn voor de Mexicaanse griep?
Hoeveel mensen er effectief ziek zullen worden of sterven, kan niemand voorspellen. Maar de onzekerheid dat je zelf een van de slachtoffers kan zijn, maakt veel mensen erg ongerust. De cijfers van 3 miljoen griepgevallen en 7 griepdoden per dag die Nationaal griepcommissaris, Marc Van Ranst, onlangs liet vallen, schijnen veel mensen erg ongerust te maken.

Dat is nergens voor nodig, want het aantal griepdoden verschilt niet wezenlijk van het aantal slachtoffers in een normaal griepjaar. Afhankelijk van het type velt de griep in ons land jaarlijks tussen 1.000 en 2.000 slachtoffers.
De meeste daarvan blijven onopgemerkt omdat griep zelden of nooit als doodsoorzaak vermeld wordt.
Stel dat de epidemie van Mexicaanse griep vijftien weken duurt (griepepidemieën lopen zelden langer dan vijftien weken uit) en er zeven slachtoffers per dag vallen, dan blijft het aantal doden nog lager dan 750. Veel minder dus dan een gewoon griepjaar. En als we ons niet ongerust maken over de griep in andere jaren, waarom zouden we dat nu dan wel doen? 

Beter nu besmet dan later
Op dit moment is de Mexicaans griep nog erg mensvriendelijk. De klachten verschillen niet wezenlijk van de gewone seizoensgriep: een plotse koortsopstoot, spierpijn, vermoeidheid en symptomen van de luchtwegen die gepaard kunnen gaan met diarree en zich onwel voelen.

Als je dan toch de griep moet krijgen, raak je vermoedelijk beter nu besmet, nu de griep nog zo onschuldig is, dan later wanneer hij misschien een aantal kwaadaardige trekken opgescharreld heeft na zijn doortocht in het zuidelijke halfrond.

In Zuidoostazië woedt immers nog steeds de vogelgriep A/H5N1. Maar gelukkig lijkt die A/H5N1 tot nu toe niet erg gesteld op vermenging met andere griepsoorten.

Bovendien geniet wie nu besmet raakt met de A/H1N1-griep, waarschijnlijk van een zekere immuniteit tegen latere mutaties. Dat is een tweede reden waarom het niet zo slecht is om nu al besmet te raken.

Tenminste, als je gezondheid goed genoeg is en je bereid bent om het zeer kleine risico op een ongelukkige afloop erbij te nemen. Maar zulke risico’s nemen we dagelijks tijdens zo veel verschillende activiteiten, bijvoorbeeld telkens wanneer we ons in het verkeer wagen.

Door: Jan Etienne, journalist Bodytalk 

**********
2 reacties Reageer op dit bericht

Stofzuigen mag je niet te vaak doen

Stofzuigen mag je niet te vaak doen 

stofzuiger_365x243.jpg

 Elke dag stofzuigen lijkt bijzonder hygiënisch, maar dat is het niet.
 Een stofzuiger is gemaakt om zichtbare stukjes vuil op te zuigen. Die gaan recht de stofzak binnen en dan ben je ervan verlost.
Wie graag een hygiënisch huis wil, neemt dus al snel de stofzuiger ter hand. Maar dat is geen goed idee.
Het probleem ligt bij de kleine stofdeeltjes. Die vormen een gevaar voor de gezondheid, want ze kunnen onder meer lood, pesticiden of zware metalen bevatten.
Ze kunnen allergieën of astma verergeren.
Deze kleine stofdeeltjes gaan gewoon dwars door de stofzuigerzak heen. Ook al lijkt de vloer schoner na het stofzuigen, in werkelijkheid dwarrelen er nog steeds kleine stofdeeltjes door de lucht. Door elke dag te stofzuigen, waaien deze kleine stofdeeltjes juist extra op, waardoor je er meer last van kan krijgen.

Om dit te voorkomen, kan je een stofzuiger kopen met een HEPA-filter. Die zijn beter in staat om allergenen en kleine stofdeeltjes tegen te houden.
Toch bieden ze ook geen garantie dat je voortaan allergievrij door het leven kan.
Dweilen is een meer hygiënisch alternatief. 

Door: Liselotte Ampe Bron: Elsevier

**********

1 reactie Reageer op dit bericht

Molly

Op vraag van Jan van het blog Bas en Belle een beetje nieuws over Molly.

Met Molly gaat het nu heel goed. We hebben wel veel aanpassingsproblemen gehad, maar nu vertrouwt hij ons al heel wat meer en wij begrijpen hem ook al beter.
Wel laat hij bepaalde dingen nog niet toe...

Hij is een superlieve en aanhankelijke kater geworden.

382030-f51159f01ab70e0a7843ebbcf20ff7d2.jpg

Minder verging het met de katten van de buren. Vroeger kwamen die hier bij ons binnen alsof ze hier thuis waren...door brand in de woning die paalt aan onze tuintjes hebben de drie katten niet meer buiten gemogen van hun baasje...bang, omdat ze anders via dat huis op de grote baan zouden geraken.

Dat was trouwens de reden dat we Molly geadopteerd hebben.
Ik miste die poezen enorm, allé toch twee ervan want "de witten" kwam niet zoveel buiten.

Maar na drie maanden kon hij ze niet meer binnenhouden. En dus zo gebeurde het dat tien dagen nadat Molly hier thuis was die katten terug buiten mochten. En wat dacht je dat die deden? Juist, ja direkt op weg hierheen.

382030-8a117e8643e784e9922fc60afbf5a5b8.jpg

Mijn hartje ocharme sprong een gat in de lucht maar tegelijkertijd weende het ook, want ik mocht ze niet binnenlaten vanwege Molly.
Die had het al moeilijk genoeg gehad in zijn leventje en 'k wou het hem niet aandoen dat hij zich weer zou moeten weren tegen katten.

***

"Manou, Vlekje en Witteke" kijken verbaasd naar Molly...toemme toch!!! Dat ziet er niet goed uit zullen ze gedacht hebben.

382030-b8391f5f15af05ba701e37bb33328c13.jpg

"Vlekje" aan het kijken of hij veilig kan afspringen

382030-6a763455270e02e89eed365ab1ff657a.jpg

Ons Molly staart ze aan en denkt waarschijnlijk ...toemme weeral katten!

382030-4d7cedb6e536886217a7d3b0c5b61cf2.jpg


Manou en Vlekje geduldig aan het wachten tot de deur zou open gaan...

382030-d62db022cd44df5032bc9e661e617add.jpg

Ondertussen komt Vlek al gezwind binnen, passeert soms op een halve meter van Molly en dan hoor je het geblaas, maar Vlekje trekt het zich niet veel meer aan. Manou is veel banger en die blijft liever uit de buurt, enkel als hij het gat vrij ziet dan durft hij binnen te komen.

*********

3 reacties Reageer op dit bericht

Hoe gezond is pasta?

Over spaghetti, spirelli en penne


Pasta is al lang niet meer het voorrecht van de Italianen, maar neemt steeds meer plaats in onze Belgische keukens in. Gemakkelijk en snel klaar, goedkoop, eenvoudig en toch gezond: je zou voor minder overstag gaan.

pasta



Hoe lang de Italiaanse pasta al bestaat is niet geweten, maar er doen allerlei verhalen over de ronde. De legende wil dat Marco Polo aan het einde van de dertiende eeuw pasta meebracht vanuit Azië naar Italië. Andere bronnen zeggen dat de Arabieren tijdens hun veroveringen in de twaalfde eeuw als eerste een gekookte, noedelachtige pasta introduceerden in Sicilië.

Feit is dat pasta over de eeuwen heen alleen maar aan populariteit heeft gewonnen en tegenwoordig over de hele wereld wordt gegeten. Doordat er zo veel export is, moet Italië zelfs tarwe invoeren om aan de pastavraag te kunnen voldoen.

Voedingswaarde?
Pasta wordt gemaakt met een deeg van bloem, water en eventueel eieren. Een groot deel van de voedingswaarde wordt dus bepaald door de gekozen bloem. Traditioneel wordt harde tarmebloem gebruikt, de zogenaamde semolina, maar er kunnen ook andere granen gebruikt worden.

Andere granen leveren vaak een meer plakkerige pasta, maar hebben dan weer als voordeel dat ze geen gluten bevatten. Daardoor zijn ze een handig alternatief voor mensen met coeliakie, een allergie voor gluten. Gluten is een eiwit dat voorkomt in rogge, tarwe, haver en gerst.

Er bestaan ook meergranenpasta’s en volkorenpasta’s. Deze laatste zijn de meest voedzame. Volkorengranen bevatten veel zemelen en ze kunnen het risico op coronaire hartziekten, diabetes en bepaalde kankers verminderen tot 30 procent.

Het pastadeeg kan ook aangevuld worden met eieren. Deze maken het deeg elastischer, sterker en zachter, en ze verrijken de voedingswaarde ervan.

Pasta bevat veel meervoudige koolhydraten (60 à 75 gram per 100 gram pasta). Die zorgen voor een trage energieopname en dus een lage bloedsuikerspiegel. Pasta is daardoor ideaal voor wie sportinspanningen moet leveren. Bovendien bevat pasta weinig vetten en eiwitten. Voor je cholesterolgehalte hoef je ook niet te vrezen als je graag pasta eet, want pasta is vrij van cholesterol.

Volkorenpasta kan per honderd gram 32 procent van je dagelijkse behoefte aan vitamine B1 invullen, en zelfs 60 procent voor vitamine B3. Ook magnesium, fosfor en ijzer zijn goed vertegenwoordigd in pasta.

Tips voor in de keuken
Pasta lijkt een makkelijke klus, maar toch zijn er enkele trucs die je moet kennen. Niemand wil immers een plakkerige, overgare pasta op zijn bord krijgen.

Gebruik een grote pot met veel water. Je hebt minstens een liter nodig voor honderd gram droge pasta. Zo heeft je pasta voldoende plaats om te bewegen.

Goed roeren is ook belangrijk. Zo vermijd je dat de pasta gaat kleven. Bovendien wordt hij zo gelijkmatig gaar.

Olie toevoegen kan, maar is alleen nodig als je verse pasta kookt. Zout toevoegen moet je altijd doen, van zodra het water kookt en voor je de pasta erin legt.

Italiaanse mamma’s gieten vaak ook een klein beetje van het zetmeelrijke kookwater in de saus. Zo verbetert de smaak en de structuur van de saus.

Pasta laten schrikken onder koud water is overigens uit den boze. Zo spoel je immers het zetmeel weg, en meteen ook de smaak. Schrikken is enkel goed als je de pasta in een koude salade wil gebruiken.

**********

1 reactie Reageer op dit bericht

Word je beter met een zelfhulpboek?

Literatuur voor de zoekende mens

Boekenwinkels hebben tegenwoordig meestal een groot aanbod zelfhulpboeken. Boeken over zelfhulp en zelfontplooiing zijn immens populair. Ze bieden kant-en-klare oplossingen voor de zoekende mens. Maar maken ze die belofte ook waar?

zelfhulpboek

Steeds meer mensen gaan zelf op zoek naar hulp voor hun problemen, of dat nu fysieke ongemakken of psychische kwalen zijn. Logisch ook, want een boek is nog altijd goedkoper dan een consultatie. Bovendien kan je je met je boek terugtrekken in je privésfeer. Zelfhulpboeken zijn ook een handig alternatief voor wie de stap naar een zelfhulpgroep te groot vindt.

Wie koopt ze?
Mensen die zelfhulpboeken kopen zijn niet chronisch ongelukkig of mentaal gestoord, verre van. Het zijn mensen die graag lezen, die nadenken over zichzelf en hun relaties. Over het algemeen zijn lezers van zelfhulpboeken vrij tevreden met hun leven.
 
Het zijn zoekende mensen: ze zijn nieuwsgierig en ze streven actief hun geluk na. Ze gebruiken de boeken om beter te worden en hun leven te beheersen. Vaak zien ze de verbanden tussen relaties, gedachten en handelingen erg helder.

Kwaliteit

Er zijn ontelbaar veel zelfhulpboeken op de markt, maar ze zijn niet allemaal van dezelfde kwaliteit. Hoe weet je of jouw boek een goed boek is? Een goed zelfhulpboek verplicht je tijd te nemen om stil te staan bij je eigen situatie. Het geeft je inzicht in die situatie en de mogelijkheid om jezelf te ‘genezen’.
 
Een zelfhulpboek moet vertrekken vanuit het leven zelf en moet geschreven zijn vanuit ervaringsdeskundigheid. Uit de lucht gegrepen peptalk helpt niemand vooruit. Daarom is het ook goed als een boek veel voorbeelden bevat. Die zijn belangrijker dan de adviezen van coaches of therapeuten. Als een lezer ziet hoe anderen de dingen hebben aangepakt, en welk resultaat ze daarbij geboekt hebben, kan hij daar kracht uit putten.

Voorts geeft een goed zelfhulpboek de lezer de kans om weer controle te krijgen over de situatie. Alleen al door een boek te kopen, door te kiezen tussen verschillende titels, stijgt de lezer uit zijn slachtofferrol. Die lijn moet het boek doortrekken.

Effect?
Er zijn maar weinig wetenschappelijke gegevens over de effecten van zelfhulpboeken. Het lijkt erop dat ze helpen, maar veel hangt af van het boek zelf. De auteurs die focussen op persoonlijke onafhankelijkheid, tolerantie, zelfactualisering, kalmte en een innerlijk kompas kunnen het geluk van de lezer vergroten. In ieder geval bieden zelfhulpboeken een inspirerend antigif tegen ons gevoel van hulpeloosheid, dat ons vaak is aangeleerd. Als een boek iemand kan doen geloven dat hij echt uit de put kan raken, is het helingsproces al begonnen.

Let op voor…
Er zijn ook zelfhulpboeken die gebakken lucht verkopen. Zo schrijven verschillende auteurs dat zelfbevestiging je van je negatieve zelfbeeld zal afhelpen. Als je jezelf maar lang genoeg vertelt hoe goed je bent, zal je je vanzelf beter gaan voelen, is het idee. Wetenschappelijk onderzoek heeft echter aangetoond dat dat niet klopt. Je zelfbeeld is de som van jarenlange interacties met ander mensen. Die wis je niet zomaar uit.

Ook boeken die schrijven dat je gewoon je doel moet visualiseren en dat de rest wel zal volgen, kan je beter mijden. Optimisme is immers niet genoeg. Je kan wel geloven dat je je doel kan bereiken, maar je moet ook nog de kracht hebben om de obstakels die op je pad komen te overwinnen.

Door: Redactie
Bron: Bodytalk

**********
4 reacties Reageer op dit bericht

Handenarbeid bant depressie

media_xl_947455.jpg

Tuinieren, klussen en koken zijn ideaal om depressieve gevoelens te bannen. Fysieke arbeid helpt tegen neerslachtigheid. Zo stelt neurowetenschapper Kelly Lambert in haar nieuwste boek 'Lifting Depression' en staat te lezen op Express.be

Oertijd
De menselijke hersenen zien er met onze oerouders nog altijd hetzelfde uit, alleen waren onze voorouders de hele dag bezig. Ons modern, comfortabel leven past niet in dat brein, waardoor het depressief wordt.

Zelfvertrouwen
Wie fysiek bezig is, is in staat om meer moeite te doen voor beloning. Hierdoor krijgt iemand meer zelfvertrouwen en reageert die gemotiveerder, twee eigenschappen die een depressie kunnen voorkomen.

Hersenen
Volgens Lambert vormen emotie, beweging en denken één geheel. Door te bewegen worden bepaalde delen van de hersenen geactiveerd en worden nieuwe hersencellen aangemaakt. Door deze aan te maken, kan een depressie verminderen. Handenarbeid is daarbij zeer belangrijk, de hersenen worden zo meer geactiveerd dan andere lichaamsdelen. (lvl)

**********

2 reacties Reageer op dit bericht

Meer van Anastacia's Pages

↑ Terug naar de berichten