Eeklo in vroegere jaren
In 1982 vierde VBC Eeklo (Eeklose volleybalclub) zijn 15 jarig bestaan. Het waren deze mannen die toen voor de overwinningen streden.
EEKLO NIEUWS EN NOG EEN BEETJE VAN ALLES
Eeklo in vroegere jaren
In 1982 vierde VBC Eeklo (Eeklose volleybalclub) zijn 15 jarig bestaan. Het waren deze mannen die toen voor de overwinningen streden.
Eeklo in vroegere jaren
Het is nu al een hele tijd geleden dat ik hier een bericht schreef over het café aan de watertoren, Idee. Dit café werd in de jaren zeventig opengehouden door jonge kunstliefhebbers. Dit werd door sommige Eeklonaars echter ook aanzien als de plaats waar het "langharig werkschuw tuig" samenklitte. Ook kon men daar regelmatig terecht om een tentoonstelling te bezoeken.
Voor welke gelegenheid men met deze boerekar door Eeklo trok weet ik niet maar op de foto herkennen we Wouter Maréchal met een soort muzikale fiets en achteraan (met zwarte hoed) heeft Danny Plasschaert de contrabas in aanslag. De man die dit 'zootje ongeregeld' op zijn kar meevoerde was Gaston De Smet uit de Peperstraat.
Veel foto's van het interieur van het café zijn er waarschijnlijk niet maar deze kreeg ik van Jan Standaert en geeft toch een 'idee' hoe het er in de jaren 70 uitzag.
Balloonmeeting
Eeklo in vroegere jaren
Eeklo in vroegere jaren
Eeklo in vroegere jaren
Flandriens v/h Meetjesland
Maurice DE WAELE
In een periode waarin alle wielersupporters zwaar gebeten zijn door de Tourmicrobe is het gepast om even stil te staan bij de exploten van de enige Meetjeslandse flandrien die er ooit is in geslaagd om de zwaarste wielerwedstrijd zegevierend te besluiten.
Maurice De Waele werd op 27 december 1896 te Lovendegem geboren. Vooraleer hij toetrad tot het rennersgild verdiende hij zijn kost als slagersgast. Maar zoals velen van zijn tijdgenoten zou hij het ook als ‘coureur’ proberen. Niet zonder succes trouwens : in 1922 werd hij als onafhankelijk kampioen van België in het veldrijden en ook op de weg kon hij meer dan zijn mannetje staan. Zware koersen zoals Brussel-Luik en Brussel-Luxemburg schreef hij op zijn naam.
In 1924 debuteerde hij in de hoogste categorie. Veel aanpassingsproblemen kende hij niet want reeds tijdens zijn eerste profjaar won hij een rit in de Ronde van België. Een nieuwe ronderenner leek geboren. In 1927 waagde hij voor het eerst zijn kans in de Ronde van Frankrijk. Als debutant liet hij meteen van zich spreken : tot eenieders verbazing won hij de tweede rit, die liep van Dieppe naar Le Havre. Hij zou zich trouwens tijdens die Tour opwerpen als één der absolute smaakmakers en dit zonder enige ervaring. Hij schreef dat jaar ook nog de dertiende etappe van Perpignan naar Marseille op zijn naam en als kers op de taart eindigde hij in het eindklassement op een schitterende tweede plaats. Ook voor Maurice De Waele gold dus duidelijk het gezegde dat grote kampioenen niet veel tijd nodig hebben om zich met de besten te kunnen meten !
Het jaar nadien, in 1928, werd hij ingelijfd in de grote Alcyonploeg. Niettegenstaande hij opnieuw twee ritten won, kwam hij toch nog niet in aanmerking voor eindwinst in Parijs. Een derde plaats werd zijn deel. Maar in 1929 viel er niet te tornen aan het meesterschap van de Meetjeslander. Hij was veruit de sterkste in de Pyreneeën en controleerde nadien de overgangsetappes. Maar het eten van bedorven voedsel leek nog roet in het eten te gooien. In de nacht voor de rit over de beruchte Galibier verbleef Maurice meer in ‘het kleine kamertje’ dan op zijn bed. Er was heel wat werk aan de winkel om hem enigszins te kunnen opkalefateren en de leider werd veeleer een ‘lijder’. Die dag dwong Maurice De Waele bij iedere volger het grootste respect af. Als een levend lijk legde hij in de zware Alpenrit de basis voor zijn zwaar bevochten Tourzege. In de laatste ritten naar Parijs werd hij niet meer verontrust en schreef wielergeschiedenis door als enige Meetjeslander ooit de Ronde van Frankrijk te winnen. Organisator Henri Desgrange was niet echt opgezet met de zege van Maurice en liet dat ook voldoende blijken in zijn blad l’Auto. Maar Maurice De Waele snoerde bijna onmiddellijk alle kritiek door kort nadien ook de oerlastige Ronde van het Baskenland te winnen.
Maurice De Waele werd als een held ontvangen in Maldegem. Een nooit geziene massa bracht hulde aan hun wielerkampioen. Toch kwam er geen vervolg op dit succes. Het jaar nadien werd hij niet geselecteerd voor de Belgische ploeg en amper twee jaar na zijn Tourzege zette Maurice een punt achter zijn carrière. Een loopbaan die hem geen windeieren had gelegd : hij stampte een Fordgarage uit de grond en bracht bovendien ook nog eens zijn eigen fietsen op de markt.
Maurice De Waele overleed op amper 55-jarige leeftijd na een slepende ziekte. Nu na al die jaren is de enige Meetjeslandse Tourwinnaar nog niet vergeten : in Maldegem is het sportcomplex naar hem genoemd en in Lovendegem is een mooi monument voor hem opgericht.
(Mark Van Hamme)

Eeklo in vroegere jaren
Broederschool
Eeklo in vroegere jaren
Eeklo in vroegere jaren


Alain Deschamps
Eeklo in vroegere jaren
Eeklo in vroegere jaren


Ommekeer
Viering
Eeklo in vroegere jaren
Eeklo in vroegere jaren
Eeklo in vroegere jarenVroeger hadden we in Eeklo meer dan één voetbalclub. Er was de FC en de SK (waarover binnenkort meer) en SV Boelare. Later kwam de Young Stars er nog bij. Deze namiddag vond ik in het archief echter deze foto van de miniemen ploeg in 1979 van SV Boelare.
We zien staande v.l.n.r. trainer Dirk Van Hootegem, Mario Van Hulle, Filip Carnewal, Pascal Vermeire, Didier Rotsaert, Gino Pauwels, Jörgen Lammens en Filip De Pauw. De onderste rij v.l.n.r. Kurt Pauwels, Peter Van Deynze, Peter Van Moorhem, Peter Bruneel, David Dumortier, Alain Ferbuyt, Mario Van Kerrebroeck.
Flandriens v/h Meetjesland
Erik De Vlaeminck
Erik De Vlaeminck zette als jongeling zijn eerste stappen in de sport bij de Eeklose turnclub Slank en Vrank. Hij ontpopte er zich als een uiterst lenige atleet.
Maar algauw kreeg hij de wielermicrobe te pakken. Ook omdat in die sportdiscipline meer geld te verdienen viel. Zowel bij de onderbeginnelingen als bij de juniores reed hij meestal op de weg. Pas later viel zijn oog op het veldrijden. Mede door toedoen van vader Philibert debuteerde Erik als cyclo-crosser te Laarne, jawel de thuisbasis van zijn latere grote concurrent Albert Van Damme. Hij kon onmiddellijk meer dan zijn mannetje staan. Stelselmatig zocht hij zijn weg naar de top en in 1966 behaalde hij in het Spaanse Béasain zijn eerste wereldtitel. Dat was tevens de eerste maal in de wielergeschiedenis dat een Belg op het hoogste schavotje van een wereldkampioenschap veldrijden mocht plaatsnemen.
Erik De Vlaeminck zou nadien nog zes keer de fel begeerde regenboogtrui mogen omgorden en is daarmee tot op de dag van vandaag absoluut recordhouder. Erik kroonde zich ook viermaal tot Belgisch kampioen veldrijden. Hij wordt algemeen beschouwd als de beste veldrijder uit de rijke wielergeschiedenis.
Naast zijn triomfen in het veld was Erik ook een meer dan degelijk wegrenner. Op zijn erelijst staan onder meer de eindoverwinning in de Ronde van België, Parijs-Luxemburg en een felbevochten ritoverwinning in de Ronde van Frankrijk 1968.
Na zijn actieve loopbaan werd Erik met groot succes nationaal coach van de Belgische veldrijders. Hij mag zich zonder blozen de architect van de ijzersterke lichting Nys-Wellens noemen. Eind 2002 verdween hij plots van het wielertoneel.
Toch volgt hij het reilen en zeilen binnen zijn zo geliefde veldritsport nog steeds met argusogen. Op tijd en stond voelt hij zich niet te beroerd om zijn deskundige, vaak ongezouten mening naar de buitenwereld te ventileren. Een mening waar ook nog altijd meer dan rekening mee gehouden wordt.
Dit is dan het eerste artikel van Mark Van Hamme die hier een maandelijkse bijdrage zal leveren over De Flandriens van het Meetjesland. In een korte samenvatting zal Mark de carrière van wielrenners uit het Meetjesland beschrijven.