DEFINITIES

het is halfweg de week. patriek heeft deze week verlof, maar we nemen het rustig aan. eerst en vooral heeft hij een drukke periode achter de rug op het werk, en ikzelf probeer na de middag een dutje te doen, en meestal maken we dan een wandeling. het is echt een rustweek. ik zou graag met jullie een paar definities doornemen :
een vriend : iemand die alles van je weet en toch van je houdt.
adolescentie : de periode in het leven van een kind waarin de ouders moeilijk beginnen te doen.
wekker : mechanisch instrument om mensen te wekken die geen kinderen hebben.
erfelijkheid : datgene waarin men gelooft wanneer men een intelligent kind heeft.
puberteit : levensperiode waarin de kinderen ophouden met vragen te stellen en vraagtekens gaan zetten bij de antwoorden.
ontroerd zijn : ademhalen met je hart.
geluk : de kunst om een boeketje te maken met de bloemen uit je naaste omgeving.
ober : iemand die onder het weglopen zegt dat hij eraankomt.
muziek : de melodie waarvan de wereld de tekst vormt.
dierentuin : plaats waar dieren rustig naar mensen kijken, zonder dat er op hen geschoten wordt.
geheugen : deel van een computer dat onvoldoende is.
het geweten : een stem die je zegt wat je niet mag doen, nadat je het gedaan hebt.
eiland : plaats waar de bodem van de zee boven het water uitsteekt.
een baas : iemand die vroeg is als jij laat bent, en laat is als jij vroeg bent.
tact : de kunst je mond te houden, voordat iemand je vraagt het te doen.
luiheid : de gewoonte om te rusten voordat de vermoeidheid inzet.
discipline : de kunst om dommer te lijken dan je chef.
ervaring : eenvoudige naam die we aan de som van onze fouten geven.

















