1)
ik schets u hier een portret van een kleine man
vanonder zijn warrige haardos ziet hij met grote bolle ogen door zijn ronde glazen naar u allen nieuwsgierig en opgetogen
niets ontgaat hem aan het zicht geen ziel laat hij onberoerd; innerlijk, in figuurlijke zin en raakt de ander met een aanschouwelijk licht
zo schep ik mijn universum ja, u kijkt naar mijn portret ik ben een kleine man in een onzichtbaar lijstje voor u neergezet
2)
ik schets u hier een portret van een groot man
ofschoon mijn bouw geaard is in gedrongenheid en mijn vingers overeenkomstig klein en dik ontgaat niemand mijn grootsheid in eclectische onzin waarin ik nagenoeg stik
mijn liefde, door de maag gestuurd is basaal en primitief u duidt mij dat niet euvel soms wentel ik mij in gelukzalig gerief
zo schep ik mijn universum ja, u kijkt naar mijn portret ik ben een groot man in een onzichtbaar lijstje voor u neergezet
3)
ik schets u hier een portret van een intelligent man
zoekend naar het wezen in alles en ieder aanwezig zoek ik de waarheid: een tocht gedurende mijn hele aardse leven
soms overvallen door een trots, worstelend door boek en verstand, het inzicht gevonden te hebben en de mensheid een nieuwe Kant
genietend van deze prestatie lees ik de krant van gister en schouw met leedwezen aan dat vele gewone lieden mijn ontdekking al eeuwen terug als onbelangrijk hebben afgedaan
zo schep ik mijn universum ja, u kijkt naar mijn portret ik ben een intelligent man in een onzichtbaar lijstje voor u neergezet
4)
ik schets u hier een portret van een schaduwrijk man
mijn duistere kant kent een blinde vlek slechts doorgewinterde neuroten herkennen die plek immers zij zijn mijn lotgenoten
u, die blikt naar mijn gezicht ziet een zelfverzekerd persoon al ware hij van enig elitair gewicht maar, de waarheid stellende vaak door eb en vloed tijdens het leven is ontwricht
zo schep ik mijn universum ja, u kijkt naar mijn portret ik ben een schaduwrijk man in een onzichtbaar lijstje voor u neergezet
5)
ik schrijf u hier een portret van een poëtisch mens
schoonheid en leed zijn mijn pilaren die leiden mij tot een voortdurend wezenloos staren
al zie ik een vrouw een boom, of een dode het maakt niet uit waar het gevoel is op gestoeld alles is voor mij als een dichtersbuit
zo schep ik mijn universum ja, u kijkt naar mijn portret ik ben een poëtisch mens in een onzichtbaar lijstje voor u neergezet
|