Naar de inhoud

.

akke.beakke.be
WELKOM OP DEZE WEBSITE GEWIJD AAN ALLE ASPECTEN VAN HET OUDE EGYPTE DER FARAO'S
indexpicturepr6.jpg

Inhoud



Een herschikking van het blog is aan de gang om alle delen aanklikbaar te maken vanuit het centrale Inhoudsmenu. Enig geduld wordt op prijs gesteld. Ondertussen kan u nog steeds bij de artikels terecht via de inhoud in rechterkolom
e-mail van de auteur: ronald.milo@skynet.be

Archief

Amon

Amon

amonchampolion01rh1.jpgamonchampollion02ci4.jpgamonchampollion03vw0.jpg


Belangrijkste cultuscentra waren :Thebe, Hermopolis Magna ( Khnoem in het Egyptisch, het moderne el Asjmoenein), Meroë in Ethiopië en de oase van Siwa in Libië

Zijn naam werd geschreven :

amonnaamwf3.jpg


Zijn naam betekende "de Verborgene" en een van zijn grafschriften was "mysterieus van gedaante . De naam zou verband houden met het werkwoord "imni" dat verstoppen betekent. Maar het is ook mogelijk dat zijn naam verband houdt met een oud Lybisch woord "aman" dat water betekent. De onmogelijkheid om een naam (nomen) voor deze complexe godheid te vinden werd opgelost door hem "asja renou" i.e "rijk aan namen" te noemen.


asjarenoebw7.jpg

Voorstelling: Ondanks het geheim van zijn gedaante, als schepper en bron van alle leven waarin hij onzichtbaar was, werd Amon voorgesteld als een man met een hoofdtooi met twee pluimen, maar ook als een man met een ramskop (sjeft) of als een ram ( Ovis platyra) met naar binnen gebogen horens dicht bij de kop en dus duidelijk verschillend van het ram met horizontale horens ( Ovis logipes palaeoegypticus) dat karakteristiek was voor de godheid Chnoem. Een blauwe huidskleur ( lucht ?) was karakteristiek voor de afbeelding van Amon.

smnshftaj5.jpg


Bekend zijn ook de criosphinxen: leeuwenbeelden met ramskoppen die tussen hun poten een beeld van de farao houden en waarmee de dreven die de tempels van Loeksor en Karnak met elkaar verbonden, afgeboord waren. Ook de "Oeserhat", de magnifieke processieboot van Amon, de Heer van de Twee Horens, was aan de boeg en achtersteven met ramskoppen versierd.

oeserhatsz0.jpg


De ram werd reeds in de prehistorie in de Sahara vereerd en drong van daar door naar de Nijvallei waar hij het onderwerp werd van verschillende religieuse syncretismen ( versmeltingen); zoals deze van de Nubische ram, vereerd te Kerma en de rest van Nubië en de Egyptische Amon.

criosfinx2cx8.jpg
Criosfinxen langs de processieweg van Karnak


Soms werd hij ook afgebeeld als een "smn"-gans ( Alopochen aegyptiaca). In een hymne op de papyrus "Leiden 1350" wordt hij beschreven als " de grote schreeuwer " , een oergans. Ook de slang, waarin hij zich reïncarneerde was als heilig dier aan hem gewijd.


Soms werd hij verbonden met de vruchtbaarheidsgod Min tot Amon-Min of Amon-Kamoetef ( stier van zijn moeder). In dat geval werd hij ithyiphallisch (met een stijve penis) afgebeeld . Mogelijks werd Min, de god van het naburige Coptos, te Thebe vereerd voor Amon. Beide voeren ze in hun afbeeldingen de karakteristiek pluimen op hun kroon, wat op verwantschap zou kunnen wijzen.


Als Amon-Ra werd hij ook verbonden met de zonnegod Ra, een van de dominerende goden uit het Oude Rijk. Het zou onder de Vijfde Dynastie zijn dat de vereniging met Ra tot stand kwam . In die hoedanigheid draagt hij een zonneschijf naast de pluimen op zijn kroon (zie afbeelding 3 hierboven: Amon met het ramshoofd  waarbij de zonneschijf duidelijk te zien is voor de pluimen). Deze verbintenis met de populaire godheid Ra was een van de oorzaken van zij algemene opgang later.


Amon, de heer die in alle dingen verblijft , werd ook geacht de ziel (ba) van alle dingen te zijn.


Amon was oorspronkelijk samen met zijn gemalin Amaunet één van de 4 koppels van oergoden van de ogdoade (Grieks voor een groep van acht) uit de scheppingsmythe van Hermopolis Magna. Hij personifieerde de wind of de verborgen kracht van de lucht. Hij was een scheppingsgod die zichzelf kon opwekken door de vorm aan te nemen van een slang die zijn huid afwerpt. In die functie was hij bekend als Amon Kametef (hij die zijn tijd vervuld).


Zijn voornaamste cultuscentrum was de tempel van Karnak te Thebe waar hij samen met zijn echtgenote , de gier-moedergodin, Moet en hun kind de maangod Chonsoe als goddelijke triade werd vereerd.


Hij wordt voor het eerst vernoemd in de pyramide teksten uit de vijfde dynastie (ca 2350 - ca 2345) waar zijn gemalin Amonet of Amaunet is. ( = Amon + vrouwelijke eind "t")


Men weet niet precies wanneer men begon met Amon te Thebe te vereren maar als lucht en windgod veronderstelt men dat Amon misschien een god van de plaatselijke schippers was. Zeker is dat helemaal niet. Wel zeker is dat tijdens de "Eerste Tussenperiode" een tempel aan hem gewijd bestond te Thebe.


Met de opgang van de dynasten van Thebe werd Amon steeds belangrijker zodat hij tenslotte de oppergod van het staatspantheon van de Egyptenaren werd. Later vereenzelfdigden de Grieken onder de Ptolemeeën hem met Zeus en de Romeinen met Jupiter. Zijn opkomst dankte hij vooral aan deze van de plaatselijke Thebaanse heersers, die sinds Mentoehotep II progressief het land wisten te herenigen na een periode van oproer en onenigheid onder de gouwvorsten (Eerste Tussenperiode). Een inscriptie van Senoesret I (ca 1965- ca 1920 v.Chr.) , uit de vroege twaalfde dynastie, in de jubileumkapel te Karnak beschrijft Amon als "de koning der goden". Senoesret was bovendien de eerste vorst die te Karnak een heiligdom oprichtte.


Het was Amon-Ra, de Thebaanse manifestatie van de zonnegod, die de expansie van het Egyptische koninkrijk over Nubië en de Levant voorzat. Hij werd geassocieerd met de heersende farao maar het was de Thebaanse priesterklasse die gebruik maakte van het prestige van de cultus van Amon-Re om tegen het eind van het Nieuwe Rijk hun rivaliteit met de farao te legitimiseren.


De opkomst van de farao's van de vijfentwintigste dynastie afkomstig uit Koesj leidde tot een renaissance van de cultus van Amon, daar de Nubiërs geloofden dat de werkelijke thuisbasis van Amon de Djebel Barkal in Noord-Soedan was. Koningen als Piy, Sjabaka en Taharqa associeerden zich met de cultus van Amon en trachten de cultus en de heilige plaatsen nieuw leven in te blazen. De tempel van Darius te Hibis in de oasis van Kharga en het orakel van Amon in de oasis van Siwa bleven prestige uitstralen tot aan de tijd van Alexander de Grote.



Bronnen: -J.Zandee: De hymnen aan Amon van papyrus Leiden 1350, Leiden, 1948
-Lucia Gahlin; Egypte goden, mythen en religie,Utrecht 2001
-K.Sethe: Amun und die acht Urgцtter, Leipzig, 1929
-Hans Bonnet:Lexikon der Äyptischen religionsgeschichte; 1952
-Champollion J.F. Panthйon Egyptien,1823 -Wallis Budge E.A. The Gods of the Egyptians,1904
-M.Damiano-Appia. Dictionair encyclopédique de l'Ancienne Egypte,1999
-I.Shaw & P.Nicholson, The Dictionary of Ancient Egypt,1995
Geschreven door ramsesje om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Religie indeling

  • Scheppingsverhalen en andere mythen
    • Scheppingsverhalen
      • Scheppingsverhaal van Memphis
      • Scheppingsverhaal van Elefantine
      • Scheppingsverhaal van Hermopolis Magna
      • Scheppingsverhaal van Heliopolis
    • Andere Mythen
      • Osiris Mythe
      • Isis en Osiris
      • De strijd tussen Horus en Seth
      • De vernietiging van de mens
      • Isis en de geheimen naam van Ra
  • De Goden
  • Tempels en priesters
  • Godsdienst en het hiernamaals
    • Ka, ba en ach
    • Pyramideteksten
    • Sarcofaagteksten
    • Dodenboek
    • Begrafenis
    • Mummificatie
    • Graven
  • Magie en volksgeloof
Geschreven door ramsesje om 17:32 Reageer op dit bericht

Lijst van de goden

  • Aker
  • Amenofis (Amenhotep),
    zoon van Hapoe
  • Amonet (Imenet,Amaunet)
  • Amon (Imen)
  • Anat
  • Anoebis (Inpoe)
  • Anoekis
  • Apis
  • Apofis
  • Arensnoefis
  • Astarte
  • Atoem
  • Aton (Iten)
  • Baäl
  • Baba
  • Banebdjedet
  • Bastet
  • Bat
  • Benoe
  • Bes
  • Boechis
  • Chebechsenoef
  • Chepri
  • Chnoem
  • Chonsoe
  • Doeamoetf
  • Geb
  • Hapi
  • Hapi
  • Hathor
  • Hatmehit
Hehet Heket Herishef Hoe Hoeh (Heh) Horus (Hor) Ihy Imhotep Imseti Ipi (Ipet) Isis Isjtar Kadesj Kek Keket Maät Mafdet Mandoelis Moehoen(MWHWN) Mehet-Weret Merteseger Meschent Mihos Min Mnevis Moet Montoe Naunet Nefertoem Neith Nechbet Neper Nephthis Noen Noet Onoeris Osiris Pachet Ptah Re(Ra) Renenoetet Resjef (Resjep) Sah Satet(Satis) Sechmet Selket Sesjat Seth Sia Sjaj Sjezmoe Sjoe Sobek Sokar Sothis Tajet Tatenen Taweret Tefnoet Thot (Djehoeti) Toëris Wadjet(Edjo) Wepwawet(Oepoeaoet) Wosret
Geschreven door ramsesje om 00:00 Reageer op dit bericht

Het Bestuur

Het Bestuur

  • De Koning
    • De Vijf namen van de koning
    • Goddelijke geboorte
    • Hoogste priester en handhaver van de wereldorde
    • God en sterveling
    • Ornaat en insigna
    • De koning en zijn beeltenis
    • Huwelijk en opvolging
  • De Residentie en familie van de farao
    • Het paleis
    • Familie
    • Harem en haremintriges
  • Het staatsbestuur
    • De Beide landen
    • Het centrale gezag
    • De gouwen en het gouwbestuur
    • Staatsbestuur in het Oude Rijk
    • Ontwikkelingen in het Middenrijk
    • Ontwikkelingen in het Nieuwe Rijk
    • Latere ontwikkelingen
  • Het rechtsbestel
    • Wetten en processen
    • Recht en Orde :de politie
Geschreven door ramsesje om 00:00 Reageer op dit bericht

Geologische periodes van de aarde


Voor een beter begrip van de geologische evolutie van de Nijl worden hier de opeenvolgende geologische periodes op een rijtje gezet. Voor de Nijl zijn alleen de laatste periodes van belang. Maar het leek ons nuttig en interessant om ook de andere periodes in het licht te zetten en even de grote trekken ervan te bespreken.


EON
ERA
PERIODE TIJDVAK Tijd geleden
in Ma
Fanerozoïcum Cenozoïcum Quartair Holoceen 0 - 0,011560 Ma
Pleistoceen 0,011560 - 2,588
Neogeen* Plioceen 2,588 - 5,332
Mioceen 5,332 - 23,03
Paleogeen* Oligoceen 23,03 - 33,9
Eoceen 33,9 - 55,8
Paleoceen 55,8 - 65,5
Mezozoïcum Krijt Laat 65,5 - 99,6
Vroeg 99,6 - 145,5
Jura Malm 145,5 - 161,2
Dogger 161,2 - 175,6
Lias 175,6 - 199,6
Trias Keuper 199,6 - 228,0
Muschelkalk 228,0 -245,0
Buntsandstein 245,0 - 251,0
Paleozoïcum Perm 251,0 - 299
Carboon 299,0 - 359,2
Devoon 359,2 - 416,0
Siluur 416,0 - 443,7
Ordovicium 443,7 - 488,3
Cambrium 488,3 - 542,0
Proterozoïcum** Neoproterozoïum Ediacarium 542 - 630
Cryogenium 630 - 850
Tonium 850 - 1000
Mesoproterozoïcum Stenaium 1000 - 1200
Ectasium 1200 - 1400
Callymium 1400 - 1600
Paleoproterozoïcum Statherium 1600 - 1800
Orosirium 1800 - 2050
Rhyacium 2050 - 2300
Siderium 2300 - 2500
Archaïcum** Neoarchaïcum 2500 - 2800
Mesoarchaïcum 2800 - 3200
Paleoarchaïcum 3200 - 3600
Eoarchaïcum 3600 - 3800
Hadeïcum 3800 - ca.4560
* Het Neogeen en het Paleogeen vormen het Tertiar
** Het Archaïcum en het Proterozoïcum vormen samen het Precambrium

De tijdschaal wordt uitgedrukt in miljoen jaar (Ma) . Ze vangt aan met het eerste eon het Hadeïcum ( afgeleid van de Griekse god van de onderwereld Hades) . Het is de periode tussen het ontstaan van de aarde en het voorkomen van de eerste sedimentaire gesteenten. Het oudtse bekend mineraal gesteente dateert van 4.400 Ma geleden. Men neemt algemeen aan dat er tijdens het Hadeïcum geen leven bestond op aarde.

Archaïcum
(ook Archeïcum of Archeozoïcum en in het Engels: Archean of Archaean) genaamd. Dit tijdperk duurde van 3800 tot 2500 miljoen jaar (2,5 Ga) geleden. Samen met het Hadeïcum en Proterozoïcum wordt het Archeïcum ook als Precambrium aangeduid. Deze periode is verder onderverdeeld in de vier era's zoals te zien op het schema.

In het Archaïcum ontstonden de eerste cellen en er wordt aangenomen dat zo'n 70% van de landmassa op aarde in dit tijdvak is ontstaan.  Ook vormden zich eenvoudige bacteriën en planten zoals algen, die door middel van fotosynthese glucose konden maken uit zonlicht , CO2en water waarbij ook zuurstof werd geproduceerd.

De volgende eon is het Proterozoïcum. Een tijdperk waarbij complexe levende organismen nog niet veelvuldig voorkwamen. De eon wordt ingedeeld in drie era waarbij in het Paleoproterozoïcum de continenten voor het eerst stabiliseerden. De era wordt verder onderverdeeld in verschillende periodes.

Tijdens het Orosirium vonden botsingen tussen de aarde en twee grote asteroïeden plaats en tijdens het Statherium vormde zich een supercontinent Columbia.

Tijdens het Mesoproterozoïcum vormde zich voor het eerst een zuurstof bevattende atmosfeer. Voor deze tijd was alle leven op aarde anaëroob (met een ademhalingscyclus zonder zuurstof) en was zuurstof zelfs toxisch voor het leven. Een groot gedeelte van het aardse leven verdween dan ook tijdens deze periode (Zuurstof katastrofe). In het Callymium brak het supercontinent Columbia in stukken. Ook ontstond toen, meer bepaald in de Ectasium periode de eerste vorm van sexuele reproductie ( rode algen) . Het  Stenium zag het ontstaan van een nieuw supercontinent Rodinia genaamd.

Binnen het tijdsbestek van het Neoproterozoïcum situeren zich een paar ijstijdperken waarbij deze in het Cryogeen bijzonder zwaar waren en ijs de aarde bedekte  tot aan de evenaar (Sneeuwbal Aarde)

snowballgeographycu5.gif
Aarde tijdens de Cryogene periode naar William T. Hyde, Thomas J. Crowley, Steven K. Baum and W. Richard Peltier in Nature 405, 425-429(25 May 2000).


Tijdens deze cryogene periode brak het supercontinent Rodinia in stukken en begon de vorming van het supercontinent Pannotia. Multicellulaire organismen zijn karakteristiek voor de laatste periode voor het Cambrium het Edicarium.

Het eon volgend op het precambrium en tevens het huidige eon is het Fanerozoïcum of het eon van het zichtbare leven. De biodiversiteit tijdens dit eon zal geweldig toenemen. Het wordt onderverdeeld in drie era waarvan de Paleozoïsche era de eerste is met als eerste periode het Cambrium. Een periode waarin de biodiversiteit exponentieel toenam. Men spreekt dan ook van de "Cambrische explosie". Bij de start van het paleozoïcum bestonden alleen bacterieën, algen en sponsen. Op het eind van de era vinden we op de continenten verschillende reptielsoorten en moderne planten. De era start kort na het uiteenvallen van het supercontinent Pannotia en het stoppen van het Varanger Ijstijdperk. Tegen het eind van de era vormden de verschillende continenten opnieuw een supercontinent Pangea genaamd.

320pxcambrianmapsvgkh1.png
Aarde bij aanvang van het cambrium

Op het Cambrium volgt het Ordovicium. Een periode die begint en eindigt in en catastrofe waarbij een groot deel van het leven op aarde uitsterft. Zuid-Amerika en Afrika vormden één continent, Gondwana genaamd, dat afdreef naar de Zuidpool. De continenten Laurentia, Siberia,en Baltica bleven gescheiden (sind het uiteenvallen van Pannotia ), maar Baltica begon naar Laurentia te bewegen en Avalonia brak los van Gondwana en ging op drift naar het noorden naar Laurentia toe. De zeespiegel was hoog . Op het eind van periode bereikte Gondwana de zuidpool en was bedekt met ijs. De periode eindigde met de vernietiging van 49 tot 60% van alle levende mariniene soorten vermoedelijk door herhaalde ijstijdperken.

Nu volgt het Siluur. Gondwana bleef zich verder naar het zuiden bewegen maar de ijskappen waren minder uitgesproken en de zeespiegel rees dus nog hoger. De andere continenten dreven naar elkaar en naar de evenaar toe en vormden een tweede supercontinent naast Gondwana namelijk Euramerica. De botsing van Noord-Amerika met Europa gaf aanleiding tot uitgesproken bergvorming ( Caledonische bergvorming) Op eind van de periode daalde de zeespiegel. Het klimaat was uitgesproken warm. Het zeeleven ging zijn gang en de eerste beenvisssen verschenen in de oceanen. Op het eind grepen een paar kleine uitstervingsperiodes plaats

Volgt nu het Devoon Tijdens deze periode ontwikkelden zich de eerste vissen met poten en gingen zij aan land. Tegen het eind van de periode werd het zeeleven weer getroffen door een periode van uitsterven.

In het zuiden bevond zich het supercontinent Gondwana en in het noorden het contineent Siberië met in het midden het kleine supercontinent Euroamerika ( gevormd uit de botsing van Laurentia en Baltica) . Het klimaat wisselde van continent tot continent en van periode tot periode. Het Devoon wordt ook wel eens het tijdperk van de vissen genaamd maar deze benaming onderschat de ontwikkeling van andere soorten. Tijdens het Devoon naderden Laurasia en Gondwana elkaar. Bij de equator gaf Euroamerika door consolidatie de aanleiding tot de vorming van Pangea . De zeespiegel bleef hoog. Aan land grijpt de Devoon explosie plaats met de ontwikkeling van arthropoden, insecten, de eerste bomen en zaadvormde planten. Op het einde van de periode hebben we terug te maken met een grote uitstervingperiode waarbij een groot aantal vissoorten en marien leven, vooral in warm water, verdwijnen.

Nu volgt het Carboon waarbij aan land Coniferen verschijnen. Gondwana, stoot op Euramerika (Laurasia) en het supercontinent Pangea, hieruit gebormd,  doet aldus zijn intrede. Noord China (dat aansluit bij het eind van het Carboon) en Zuid-China blijven eerst nog gescheiden van Laurasia. Het klimaat was warm maar koelde af tegen het eind van de periode. Be basis voor steenkoolvorming op grote schaal werd gevormd door uitzonderlijk grote moeraswouden in Noord-Amerika en Europa. De uitvinding van het "ei met een vruchtvlies of amnion" , dat verhindert dat de foetus in de vruchtzak  uitdroogt laat aan de viervoeters toe zich nu ook op land voort te planten. In het midden en op het eind van de periode deed zich opnieuw een periode van uitsterven voor.

Het Perm is de volgende periode, gekenmerkt door onder meer een lagere zeespiegel. Bijna alle landmassa's, op uitzondering van delen van Oost-Azië, waren in een enkel supercontinent Pangea verenigd. Hierdoor werd de kustlijn veel korter en stierven een aantal soorten in deze biotoop uit.

Het Cimmeria dreef weg van Gondwana naar het noorderlijke Laurasia. Een continentaal klimaat met extreme hoge en lage temperaturen en moesson regens domineerde. Uitgestrekte woestijnen waren geen zeldzaamheid op Pangeia.

Bij het begin van het Perm domineerde een ijstijd maar geleidelijk werd het klimaat warmer met brede fluctuaties. Het Perm eindigde met de grootste periode van uitsterven van soorten; 95 % van het mariene- en 70% van het landleven ging tenonder . Klimaatverandering, verkorting van de kustlijn en voortdurende uitbarstingen van vulkanen waren hiervoor misschien verantwoordelijk. Andere hypotheses zoals straling afkomstig van een naburige supernova of de inslag van een meteoriet die een krater van meer dan 500 km in Antarctica sloeg behoren tot de meer tot de verbeelding sprekende mogelijke oorzaken.

Deze inslag zou mogelijk ook de afsplitisng van Australië van Antarctica ( beide onderdelen van Gondwana) veroorzaakt hebben. Maar fossielen in Groenland wijzen eerder op een traag en geleidelijk uitsterven dan op een ramp. Grote reptielen( voorlopers van de zoogdieren) deden het echter vrij goed.

800pxlatepermianglobalzq4.jpg
Pangeia in het late Perm met onderaan Gondwana en daarboven Noord-Amerika en Europa en helemal bovenaan Siberiл
met Zuid-en Noord-China als eilanden in oostelijke richting

Met het Perm eindigt het Paleozoïcum en vangt de era van het Mesozoïcum of het tijdperk van de "middelste leven" aan. Het wordt evenwel ook vaak het tijdperk van de Dinosaurussen genaamd naar de dominante fauna van deze era. Het was een era met grote tectonische activiteit en met belangrijke veranderingen in evolutie en klimaat.

De continenten dreven uit elkaar naar hun huidige positie. Eerst deelde Pangeia zich op in een noordelijk continent Laurasia en het zuidelijke Gondwana. Daarna deelde Laurasia zich op in Noord-Amerika en Europa. Gondwanan viel uiteen in Zuid-Amerika, Afrika, Australië, Antarctica en het Indisch subcontinent. Hierbij ontstond de huidige Atlantische kustlijn. Het klimaat was buitengewoon warm. Tegen het eind van de era waren alle elementen van "modern" leven ter plaatste. De era wordt onderverdeeld in drie perioden: het Trias, het Jura en het Krijt.

Het Trias was over het algemeen droog, met grote schommelingen van temperatuur tijdens de seizoenen. Een trend die reeds werd ingezet in het late Carboon en werd bevorderd door de grootte van Pangeia en de relatief lage zeespiegel. Later begon de zeebodem te rijzen met als gevolg grote overstromingen.

Pangeia begon te splijten (bv New Yersey slitste zich af van Marokko) zonder echter uit elkaar te vallen. Dit bracht meer land in contact met water, stabiliseerde de temperatuur, deed de vochtigheidsgraad stijgen en kromp de woestijnen in. Toch bleef het klimaat warm en droog met op Pangeia een uitgesproken continentaal patroon (warme zomers, koude winters, moessonregens) maar met een gematigd en vochtig klimaat t.h.v. de polen.

Laat in het Trias ontstonden de eerste zoogdieren. Het waren kleine, insectenetende nachtdieren. Het feit dat ze vooral ' s nacht leefden forceerde hen tot de ontwikkeling van een vacht en een hogere graad van metabolisme. De periode begon en eindigde met een tijd waarin heel wat diersoorten uitstierven. Vooral het leven in de oceanen werd getroffen.

Tijdens het Jura valt Pangaea uit elkaar en ontstaat het noordelijk supercontonent Laurasia en het zuidelijk supercontinent Gondwana. De noordelijke Atlantische Oceaan was vrij nauw en de zuidelijke bestond nog niet. Het klimaat was warm en er zijn geen aanwijzingen voor ijszones maar er was ook geen land aan beide polen. Het Jura was het gouden tijdperk voor bepaalde dinosaurussen ook verschenen de eerste vogels en zoogdieren met placenta. Coniferen domineerden de flora.

Het einde van het Krijt , de laatste periode uit het Mesozoïcum is scherp gedefiniëerd door de aanwezigheid van een iridiumrijke laag afkomstig van de meteoorinslag die de Chicxulub krater in Yucatan en de Golf van Mexico vormde. Deze inslag wordt verantwoordelijk gehouden voor de grote uitstervingsperiode die het Krijt van de Paleogene periode van het Tertiair scheidt.

Gedurende het Krijt splitste Pangaea verder op om de huidige continenten te vormen. De ligging van deze continenten was echter nog substantieel verschillend van de huidige. De Atlantische Oceaan werd langzaam breder en breder. Gondwana was nog intact bij het begin van het Krijt maar  Zuid-Amerika, Antarctica en Australië splitsten zich later af van Afrika (Indië en Madagascar bleven wel aan elkaar gehecht ). De Zuid Atlantische en de Indische Oceaan vormden zich en grote onderzeese bergketens werden gevormd. Op een bepaald ogenblik was zelfs een derde van de huidige landmassa door de zee verzwolgen.

Over het klimaat tijdens het Krijt is men het nog niet helemaal eens. Hogere concentraties van CO2 in de atmosfeer (door vulcanisme) schijnen de wereldtemperatuur overal ter wereld identiek gemaakt te hebben door het broeikaseffect. De gemiddelde temperatuur lag ook 10° C hoger wat mogelijks aanleiding gaf tot het feit dat tegen het midden van de periode de equatoriale wateren en landmassa's te warm werden om nog leven te herbergen.

Op het land vierden de grote dinosuarussen hoogtij. Zoogdieren waren klein en nog niet zeer talrijk. Insecten begonnen zich te diversificiëren: mieren termieten, vlinders, motten e.a. ontstonden. Op de grens tussen Krijt en Tertiair tijdperk situeert zich opnieuw een periode van uitsterven. Door vulkanische activiteit en de inslag van de meteoor waren er overvloedig stofdeeltjes in de atmosfeer hierdoor drong het zonlicht moeilijker door tot de aarde. De planten en het phytoplankton, die afhankelijk waren van fotosynthese, leden het zwaarst en daar zij een belangrijkdeel van de voedselketen van de herbivoren vormden stierven ook grote hoeveelheden van deze diersoorten uit. Ook hun vleesetende predatoren deelden daardoor in hetzelfde lot. De Dinosaurussen die ofwel platen- ofwel vleeseters waren gingen ten onder en stierven uit. Omnivoren, insecteneters en krengeneters echter overleefden daar hun voedselbronnen meer voorradig waren. Zoogdieren en vogels, die de periode overleefden voedden zich met insecten, larven, wormen en slangen die op hun beurt leefden van dierlijk en plantaardig afval. Met het Krijt eindigt het mesozoïcum.

800pxlatecretaceousglobbk3.jpg
De continenten in het Late Krijttijdperk

De laatste en huidige era is het bekend als het Cenozoïcum . Zoogdieren zijn de dominante diersoort van deze era. Het Cenozoïcum is verdeeld in drie periodes: het Paleogeen en Neogeen, die vroeger bekend stonden als het Tertiair en verder het Quartair.

Tijdens deze era gaan de continenten hun huidige positie innemen. Het Cenozïcum was voor wat het klimaat betreft een periode van langzame afkoeling. In het begin werden de zonnestralen nog tegengehouden door de deeltjes in de atmosfeer afkomstig van het impact van de meteoor en van vulkanische activiteit. Nadat tijdens het Oligoceen Australië volledig los kwam van Antarctica koelde het klimaat gevoelig af door het op gang komen van de Antarctische Circumpolaire Stroming welke diep koud Antarctisch water naar de oppervlakte bracht. Tijdens het Mioceen werd het opnieuw warmer door een toename van het CO2.
Toen Zuid-Amerika zich vasthechte aan Noord-Amerika en de isthmus van Panama gecreëerd werd koelde de Noordpool sterk af door een versterking van de Humboldt en Golf Stroom wat leidde tot een laatste Glaciaal Maximum.

De era vangt aan met het Paleogeen (ook Palaeogeen)Het is het tijdperk waarin de zoogdieren van relatief kleine, eenvoudige vormen evolueerden in een plethora van diverse soorten. Sommige van deze zoogdieren evolueerden naar grote vormen die op het land domineerden, andere leerden te leven in zee of een gespecialiseerde omgeving op het land of zelfs in de lucht. Ook vogels namen een hoge vlucht tijdens deze periode en ontwikkelden zich in moderne vormen.

De continenten bewogen wat en het klimaat koelde wat af; De binnenzeeën uit Noord-Amerika verdwenen in het begin van het Paleogeen. Men deelt het Paleogeen in in tijdvakken met name het Paleoceen, Eoceen en Oligoceen.

800pxpaleogeneeoceneglovd3.jpg
De continenten in het Late Paleogeen-Eoceen

Het Paleoceen Het Paleoceen volgt onmiddellijk op de periode waarin de dinosaurussen uitstierven. De vrijgekomen plaats werd ingenomen door zoogdieren. Het waren echter nog primitieve zoogdieren met een lagere hersen-lichaam verhouding dan de huidige zoogdieren.

In het begin was het klimaat koeler en droger dan in het voorafgaande Krijt maar op het einde van de periode treedt het  zogenaamde "Paleoceen-Eoceen Thermale Maximum" op, waarbij de temperatuur wereldwijd omhoogschoot. Daardoor werden de stromingen in de atmosfeer en de in de Oceanen verstoord wat tot het uitsterven van bepaalde diepzeesoorten leidde. Tropische vegetatie kwam voor in Patagonië en Groenland , aan de polen heerste een koel maar gematigd klimaat. Noord- Amerika, Europa, Australië en zuidelijk Zuid-Amerika waren warm en gematigd, de evenaarstreken waren tropisch met ten zuiden en ten noorden ervan hete en droge gordels.

De continenten dreven naar hun huidige positie. Supercontinent Laurasia was nog niet in drie gesplitst. Europa en Groenland waren nog verbonden, Noord-Amerika en Azië waren nog verbonden met een landbrug, maar Groenland en Noord-Amerika waren aan hun scheiding begonnen. Zuid- en Noord-Amerika waren nog gescheiden door een equatoriale zee. Wat Gondwana betreft: Afrika, Zuid-Amerika en Australië dreven verder uit elkaar. Afrika stevende in noordelijke richting af op Europa aldus traag de Thetys Oceaan sluitend. Indië stevende af op Azië en de botsing van beide subcontinenten zou het ontstaan geven aan het Himalayagebergte. De binnenzeeën van Europa en Noord-Amerika traden terug.

Moderne planten ontwikkelden zich o.a. cactussen en palmen. Het warm en vochtige klimaat gaf aanleiding tot het ontstaan van tropische bossen over gans de aarde. De Polen waren ijsvrij en bebost.

Het volgende tijdvak is het Eoceen. De aanvang van het Eoceen kenmerkt zich door het ontstaan van de moderne zoogdieren. Het einde wordt bepaald door een periode van uitsterven die men de "Grande Coupure" (de grote breuk in continuпteit) noemt en die mogelijks werd veroorzaakt door inslag van grote meteorieten in Siberië en Chesapeake Bay, wat gepaard ging met klimaatverandering, de eerste ijsvorming t.h.v. de polen en flinke daling van het zeeniveau.

De extreme opwarming van het Paleoceen-Eoceen Maximum duurde slechts 100.000 jaar. Het klimaat in de tropen was waarschijnlijk gelijkaardig aan dit van vandaag de dag, maar een tropische regen klimaatzone strekte zich uit tot 45° noorderbreedte. Aan de polen was het klimaat erder gematigd.

Bij aanvang van het Eoceen waren Australië en Antarctica nog verbonden. Bij de splitsing echter werden de warme equatoriale stromingen van Antarctica weggehouden en een geïsoleerd koud waterkanaal ontstond tussen beide continenten. Antarctica begon af te koelen en de Oceaan er omheen begon te bevriezen en zond koud water naar het noorden waardoor de afkoeling nog versterkt werd.

Laurasia splitste zich. Europa, Groenland en Noord-Amerika werden gescheiden. India begon zijn botsing met de Aziatische plaat en de vorming van het Himalayagebergte.

Op enkele droge woestijnzones na was de ganse aarde bedekt met bos. Tegen het midden van de periode echter begon de afkoeling en op het einde van het Eoceen waren de binnencontinenten droger en begon het bos merkelijk dunner te worden. De nieuwe grassoorten beperkten zich nog  tot de oevers van meren en rivieren en hadden nog geen savannes en grote grasvlakten gevormd. Met de afkoeling begonnen ook de seizoenvariaties en bomen met vallende bladeren halden langzaam de bovenhand op de groenblijvende tropische soorten.

Tegen het eind van de periode waren grote delen van Noord-Amerika en , Europa met dergelijke bossen bedekt. Het regenwoud hield echter stand in equatoriaal Zuid-Amerika, Afrika, Indië en Australië.  Antarctica verloor zijn subtropisch regenwoud en was tegen het begin van het Oligoceen bedekt met wouden, bestaande uit bladverliezende bomen,  en grote toendra's.

Zoogdieren waren meestal klein met slechts 60% van de grootte van hun primitieve voorgangers uit het Paleoceen en ook kleiner dan hun opvolgers.  Kleinere dieren waren wellicht beter aangepast aan het hete klimaat van het Eoceen. Deze periode zag ook het ontstaan van de vroegste primaten alhoewel andere geleerden de mening toegedaan zijn dat deze reeds in het Krijt ontstonden. Ook walvissen en olifanten deden hun eerste verschijning tijdens dit tijdperk.

Met de "Grande Coupure" of een onderbreking in de continuпteit en een grote "turn-over" van zoogdieren in Europa eindigt het Eoceen . De breuk markeert de overgang van een zuiver endemische Europese fauna voor de breuk naar een gemengde fauna met sterk Aziatische inslag erna.

Op het Eoceen vogt dan het Oligoceen.Met een duur van een tiental miljoen jaar is het een relatief korte periode. De naam betekent (oligo=weinig , kainos=nieuw) in feite " weinig nieuws" en verwijst naar de geringe toename van soorten moderne zoogdieren vergeleken met de evolutionaire uitbarsting van het vorige tijdperk. Vaak wordt het Oligoceen beschouwd als een overgangsperiode tussen de archaïsche wereld van het tropische Eoceen en de meer modern uitziende ecosystemen van het Mioceen. Het klimaat bleef nog warm maar de afkoeling die uiteindelijk tot de ijstijden in het Pleistoceen zou leiden ging van start tegen het einde van dit tijdperk.

De continenten verplaatsten zich langzaam verder naar hun huidige posities. In Europa kwamen de Alpen tot stand door de druk van het Afrikaans continent tegen Europa. Het begin van het Oligoceen wordt ook gekenmerkt door een korte invasie van de zee in Europa. Er schijnt ook een brede landbrug te hebben bestaan tussen Noor-Amerika en Europa langswaar de fauna zich kon verplaatsen. Ergens tijdens het Oligoceen kwam Zuid-Amerika los van Antarctica en ging noordwaarts op drift naar Noord-Amerika toe en liet zo toe dat de Antarctische Circumpolaire Golfstroom zich instelde rond het geïsoleerde Antarctica, dat snel afkoelde en waar zich een permanente ijskap instelde.

Wat de flora betreft werden over gans de wereld de tropische en subtropische wouden vervangen door bossen bestaande uit bomen met vallend blad aangepast aan een gematigd klimaat. Grote open vlaktes en woestijnen werden meer gemeengoed. Grassen die in het Eoceen zich beperkt hadden tot rivieroevers gingen de open vlakte opzoeken. Moderne savanna's echter waren er nog niet. De meer open landschapsvorm gaf ook de mogelijkheid aan de dieren om grotere vormen aan te nemen. In het geпsoleerde Zuid-Amerika ontwikkelde zich een speciale vorm van Oligocene fauna. verschillend van die vand e andere continenten. Naast de zoogdieren gooiden ook de reptielen hoge ogen. In de oceaneen verschenen de eerste walvissen. De Oceanen koelden verder af.

Het Mioceen ( 23,03 tot 5,33 miljoen jaar geleden), betekent ( meioon=minder, kaino= new) "minder recent" omdat er 18% minder moderne ongewervelde zeedieren waren dan in het daaropvolgende Plioceen, waarmee het samen het Neogeen tijdperk vormt . De aarde koelde verder af. Men kan echter geen duidelijke wereldwijde grens trekken tussen het Mioceen en het voorafgaande en volgende tijdperk. Deze grens wordt eerder lokaal bepaald aan de hand van de graad van afkoeling.

De continenten gingen hun moderne posities innemen. Alleen de landbrug tussen Zuid- en Noord-Amerika ontbrak nog. Zuid-Amerika naderde echter de subductie zone in de Stille Oceaan ( waar de platen onder elkaar schuiven) en daardoor vormde zich het Andes gebergte en de naar het zuiden gerichte landtong van Midden-Amerika. India oefende steeds meer druk uit op Azië en vormde aldus steeds meer bergketens. Afrika verenigde zich met de Euraziatische plaat van Turkije tot Arabië, daardoor verdween de Thetys zee. Door de botsing vormde zich ook bergketens in het westen van het Middellandse Zee gebied wat samen met een verlaging van de Oceaanspiegel aanleiding gaf tot een tijdelijke opdroging van de Middellandse Zee op het einde van het Mioceen. Dit fenomeen dat bekend staat als de "Messinische Zoutwater Crisis" lag mede aan de oorsrong van de diepe canyon gevormd door de Eonijl.

Het klimaat werd kouder maar ook droger omdat de koelere atmosfeer slechts in staat was een mindere hoeveelheid vocht vast te houden. Een ophoging van Oost-Afrika in het late Mioceen was ook, althans gedeeltelijk, verantwoordelijk voor de afname van het tropisch regenwoud aldaar. Ook Australië werd droger daar het zich bewoog naar een regio met minder regenval.

Grassteppen breidden zich geweldig uit en wouden verminderden in aantal en oppervlakte door het koelere en drogere klimaat. Grassen differentieerden zich verder en evolueerden samen met de grote herbivoren, waaronder de herkauwers. Tussen 6 en 7 miljoen jaar geleden trad er een plotse expansie op van grassen die op een efficiëntere mannier CO2 konden assimileren maar die ook rijker waren aan silica (silicium oxide) wat aanleiding gaf tot het uitsterven van de grote herbivoren.

De fauna van het Mioceen deed zeer modern aan met herkenbare wolven, wasberen, paarden, bevers, herten, kamelen en walvissen. Zeezoogdieren waren eerder schaars en alleen in het geïsoleerde Zuid-Amerika en Austalië ontwikkelde zich een sterk van de rest verschillende fauna. Ook kraaien, eenden, alken, korhoenders en uilen deden hun intrede in het Mioceen. Tegen het eind van het Mioceen waren bijna alle moderne vogelfamilies ter plaatse. Bruine algen "kelp" genaamd ontwikkelden zich en lieten nieuwe soorten van zeeleven ontstaan: ondermeer otters, vissen en verschillende ongewervelde soorten. Ook de walvisachtigen diversifieerden zich. Tijdens deze periode leefden een hondertal soorten apen. Zij verschilden onder elkaar in grootte, dieet en anatomie.Het is niet echt duidelijk uit de fossielen op te maken welke aap de voorvader was van de hominiden en de mens maar moleculair onderzoek wijst erop dat deze aap leefden van zo een 12 tot 5 miljoen jaar geleden.

In het oosten van Antarctica vormden zich gletsjers in het Mid-Mioceen. De Oceanen koelden verder af en de ijskap in Antarctiac begon zijn huidige vorm aan te nemen. De Groenlandse ijskap zou nog op zich laten wachten tot ongeveer 3 miljoen jaar geleden in het Plioceen.



Het Plioceen ( 5,33 tot 1,80 miljoen jaar geleden) is het tweede tijdvak uit de Neogene periode. Het begin van dit tijdperk is geen wereldwijde gebeurtenis maar verschilt van regio tot regio als overgang van het warmere Mioceen naar het koelere Plioceen. Sommige geologen vinden zelfs dat een bredere opdeling in Neogene en Paleogene periode meer zinvol is dan de verder doorgedreven indeling in tijdvakken. De overgang naar het erop volgende Pleistoceen (Quaternair) is duidelijker en wordt gekenmerkt door het uitsterven van verschillende mariene soorten. Narciso Benitez van de Johns Hopkins Universiteit stelt hiervoor een belangrijke afbraak van de ozonlaag veroorzaakt door de explosie van een supernova verantwoordelijk.


Het klimaat werd koeler, droger en meer seizoengebonden zoals ons modern klimaat. Op Antartica ontwikkelde zich gletsjers en zowat drie miljoen jaar geleden vormde zich ook een ijskap bij de noordpool. Ijsvorming in gebieden met gemiddelde breedtegraad begon reeds voor het einde van het tijdvak. De globale verkoeling zorgde voor een vermindering van de bossen en verspreiding van grasland en savannes.


De continenten dreven verder naar locaties die van eerst 250km tot tenslotte nog maar 70 km van hun huidige posities verwijderd waren. Zuid Amerika verenigde zich met Noord-Amerika via de isthmus van Panama. Daardoor werden echter warme equatoriale oceaanstromingen afgesneden en zette de verkoeling van de Atlantische Oceaan zich in. De verkoeling werd medeveroorzaakt door de koude stromingen afkomstig van de beide polen. De botsing van Afrika op Europa vormde de Middellandse Zee en de landbrug tussen Alaska en Azië kwam onder water te liggen.


De tropische plantengroei nam wereldijd af in het Plioceen. Loofbossen kwamen in de plaats en coniferen en toendra's bedekten het grootste gedeelte van het noorden. Grasvlakten verspreiddden zich over alle continenten (Antarctica uitgezonderd) . Het tropisch regenwoud was beperkt tot een smalle band rond de evenaar en naast droge savannes ontstonden er in Azië en Afrika ook woestijnen.


Mariene en land fauna was essentiëel reeds modern al was de contintale fauna iets primitieve dan de huidige. De vorming van de landbrug tussen de beide Amerika's betekende de achteruitgang van de buideldieren van Zuid-Amerika. De herbivoren werden over het algemeen groter en hun predators eveneens. De eerste herkenbare hominide de Australopithecus verschijnt tijdens het Plioceen.

Geschreven door ramsesje om 00:00 Reageer op dit bericht

Paleo-, Proto-, Pre- en Neonijl

Paleonijl

Volgens Saïd1 volgt op de Eonijl en de Mediterane Golf Fase de periode waarin de Paleonijl zich vormde. De Paleonile zou de grootste en langstbestaande van de vijf geschiedkundig bestaande Nijlrivieren zijn en stroomde tussen 3,3 en 1,8 miljoen jaar geleden (Plioceen) door Egypte. De rivier vondt vermoedelijk zijn oorsprong in het westen van Soedan tijdens een periode van overvloedige regenval. Gedurende deze fase van de rivier zette zich sediment afkomstig uit de Oostelijke en Westelijke Woestijn neer in de halfgevulde Grote Canyon van de Eonijl en drong zo de golf gevormd door Middellandse Zee terug uit Egypte. Maar toen veranderde het klimaat plots drastisch en werd het geweldig droog en de Paleonijl hield op met stromen en droogde langzaam op. Daarna zou er gedurende een miljoen jaar (1,8 tot 0,8 miljoen geleden) geen stroom meer vloeien en werd de Sahara gevormd zich. Said beschrijft de aldus ontstane Egyptische woestijn als sterk gelijkend op het huidige " Leeg Kwartier" van Saoedi Arabiл.



1. Rushdi Saïd: The Geological Evolution of the River Nile. Springer-Verlag, New York, 1981

Terug naar beginpagina arrowupqc4.gif
Geschreven door ramsesje om 00:56 Reageer op dit bericht

Geografie

Geografie van Egypte

  • Etymologie van Egypte
  • De Nijl
  • De Delta
  • De Vallei
  • De oases
  • De westelijike woestijn
  • De oostelijke woestijn
  • De flora
  • De fauna


Terug naar het begin van het blog
Geschreven door ramsesje om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht

Geschiedenis

 

Geschiedenis

  • Een Overzicht van de Egyptische geschiedenis
  • Lijst van de farao's
  • Bronnen voor de koningslijsten
  • Chronologie
  • De prehistorie
  • Predynastische tijd (tot 3200 v.chr.)
  • Protodynastische tijd (3200-3065 v.Chr.)
  • Thinietentijd (3065-2686 v.Chr.)
    • Dynastie 1
    • Dynastie 2
  • Het Oude Rijk (2686-2181 v.Chr)
  • Eerste Tussentijd (2181 -2055 v.Chr.)
    • Dynastie 7
    • Dynastie 8
    • Dynastie9/10
  • Midden Rijk (2055-1795)
    • Dynastie 11
    • Dynastie 12
  • Tweede Tussentijd (1795-1550 v.Chr.)
    • Dynastie 13
    • Dynastie 14
    • Dynastie 15 (Grote Hyksos)
    • Dynastie 16 (Kleine Hyksos)
    • Dynastie 17
  • Nieuwe Rijk (1552-1069 v.Chr.)
    • Dynastie 18
    • Dynastie 19
    • Dynastie 20
  • Derde Tussentijd ( 1069-664)
    • TIJDPER VAN TANIS (1069-945 v.Chr.)
      • Dynastie 21
      • Groot-priester van Amon in Thebe
    • LIBISCH TIJDPERK (954- 715 v.Chr.)
      • Dynastie 22
      • Dynastie 23
      • Koningen van Hereakleopolis
      • Koningen van Hermopolis
      • Dynastie 24
      • Nubische koningen
    • ETHIOPISCHE TIJDPERK (716-656)
      • Dynastie 25 ( koninge van Koesj)
  • Saïtische Periode (664-525 v.Chr.)
    • Dynastie 26
  • Perzische Periode (525-332 v.Chr.)
    • EERSTE PERZISCHE VEROVERING (525-404 v.Chr.)
      • Dynastie 27
    • LAATSTE INHEEMSE DYNASTEN (404-341 v.Chr.)
      • Dynastie 28
      • Dynastie 29
      • Dynastie 30
    • TWEEDE PERZISCHE VEROVERING (343-332 v.Chr.)
  • Hellenisteche Periode (332-30 v.Chr.
    • Macedonische Dynastie
    • Dynastie der Ptolemeeën
    • Inheemse vorsten te Thebe
  • Romeinse periode


Terug naar het begin van het blog
Geschreven door ramsesje om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Eonijl

Eonijl

De huidige Nijl is op zijn minst de vijfde rivier1 die vanuit de Ethiopische hooglanden noordwaarts vloeide. Satelliet beelden hebben verschillende opgedroogde waterlopen aangetoond in de westelijke woestijn. Maar er bestaat ook een grote canyon, nu opgevuld met fluviaal en marien sediment, die men de Eonijl heeft genoemd. Deze canyon bevindt zich ook onder Caïro  en kan op zijn minst gevolgd worden tot aan Assoean, 900 km meer zuidelijk.  Deze canyon, 9,5 tot 20 km breed, en 450 meter dieper dan de Grand Canyon (namelijk 2460 m versus 2000 m) en ook stijler ( 1/400 versus 1/600) vormde de oude bedding van de Nijl in het late Mioceen ( Mioceen= 24,6 tot 5,1 miljoen jaar geleden) 1. De Eonijl vervoerde een zogenaamd clastisch sediment ( d.i. een sediment bestaande uit brokstukken van rots die elders worden afgezet om opnieuw rots te vormen) naar de Middellandse zee, waar verschillende gasvelden werden ontdekt tussen dit sediment.


Net voor de laat Miocene Messinische Zoutwater Crisis Periode, toen de Middellandse zee een gesloten bassin vormde en bijna volledig verdampte, sneed de Nijl zijn loop uit tot op het toenmalige niveau van deze zee. Dit niveau lag beduidend lager dan het algemeen wereldniveau van de oceanen. Gaande van enkele honderden meter beneden dit niveau te Assoean tot 2.500 m te Caïro. Deze onmetelijke canyon is nu opgevuld met sediment afkomstig van de stroom en de zee. De afsluiting van de Middellandse zee van de Atlantische Oceaan gebeurde waarschijnlijk door tectonische krachten waardoor Afrika tegen Europa werd gedrukt en de Straat van Gibraltar tussen Marokko en Spanje en werd dichtgedrukt.


Het Tanganyika meer draineerde toen naar het noorden in deze Nijl tot de Virunga vulkanen in Rwanda deze afloop kwamen blokeren. De Nijl was toen nog veel langer dan nu waarbij de verstafgelegen bovenloop en bronnen zich in het huidige Zambia situeerden.


Hoe werd dit Nijldal ontdekt ?


Het was de Russische geleerde I.S.Chumakov, een lid van het team van Soviet ingenieurs dat aan de Assoean dam werkte in de zestiger jaren van vorige eeuw, die boringen uitvoerde in de Nubische rotsen, van oever tot oever ( althans zo bevestigt één bron), om een stabiele fundering voor de dam te vinden. Toen men in het midden van de rivier een boring uitvoerde ging men eerst doorheen de gewone 6 tot 9 meter sediment van zand en slib maar botste toen op een volgende 270 meter van sediment vooralleer men op graniet rots stootte 2. Zo ondekte men deze uitzonderlijk diepe en nauwe bedding van de oude verborgen rivier.


Toen Chumakov en zijn medewerkers de kolom sediment onderzochten, ontdekten ze in de onderste lagen diepzee slib uit het Plioceen ( 5,1 miljoen jaar oud). Dat betekende dat de Middellandse zee vijf miljoen jaar geleden ooit met een als spaghetti dunne arm tot in Assoean had gereikt . Het bewijs hiervoor werd nog versterkt doordat Chumakov niet alleen de dunne schelpjes van marien plankton maar zelf haaientanden vond in dit sediment.


Chumakov was dan ook enthousiast wanneer hij in de "Pravda" een uittreksel uit de "New York Times" las waarbij Kenneth J. Hsu en collegae, die boringen in de bodem van de Middenlandse Zee hadden uitgevoerd vanop een speciaal hiervoor uitgerust schip , de "Glomar Challenger", hun bevindingen beschreven die zijn eigen vaststellingen kwamen bevestigen namelijk dat de Middellandse Zee ergens tussen 5,59 en 5.33 miljoen jaar geleden was uitgedroogd2 om dan, volgens geoloog W.Ryan, 5 miljoen jaar geleden opnieuw onder te lopen na de catastrofale collaps van de dam van Gibraltar3 aldus een uitzonderlijke overstroming met zout water veroorzakend die men de Messinische Zoutwater Crisis Periode noemt ( naar de Messinische periode uit he Mioceen tijdperk) (7)


glomarchallengerop7.jpg
De Glomar Challenger met de speciale boortoren middenscheeps


De aldus ontstane gigantische waterval vulde met een debiet van 40.000 km³/jaar ( meer dan 1000 maal het debiet van de Niagara) het drooggevallen gebied. Daarbij werd de isthmus verder uitgesleten tot zo een 300 m onder de bodem van de binnenstromende Atlantische Oceaan4. Zelf met zo een impressionante influx duurde het nog 100 jaar voor het Mediterane bassin gevuld was. (Terloops weze het vermeld dat Hsu suggereert dat de isthmus vandaag de dag opnieuw een tendens vertoont om te vernauwen.) Het gevolg voor Egypte was dat de Eonijl canyon nu volliep met zeewater.


Hsu, en al, postuleerden in 1973 dat een uitgedroogde Middellandse Zee" & het noodzakelijk maakt dat de basis van de erosie ( ondermeer door de Eonijl) toen honderden meters onder de oceaanspiegel moest liggen. Dit werd dus bevestigt door Chumakov's resulaten. Maar ook in Libië, Syrië en Israel werden gelijkaardige canyons beschreven. 5. Meer recent (1999) werd door Krijgsman, en al, beschreven dat de Mediterane zeespiegel circa 900 а 1000 m zou gedaald zijn afgaande op de canyons van de Rhône, Ebro en de Po ingesneden in de Mediterane rand6 en volgens Sampsell lagen de vlaktes op de bodem van de zee meer dan 2.700 m onder deze rand7 .



boringsi5.jpg
Boring aan boord van de Glomar Challenger

Hoe vormde zich deze Nijl-canyon ?


De verdamping van de zee had een diepgaande invloed op de stromen, zoals beschreven werd door geologen van de Universiteit van Dallas (Texas) 8: Toen de zeespiegel daalde en daalde begonnen stromen die eens langzaam in zee vloeiden nu de onderliggende rots in te snijden. Naarmate het niveau van de zee daalde werd de instroomhelling steeds steiler en de erosieve kracht sterker en werd de relatief zachte kalksteen dieper en dieper ingesneden. De sterkere erosieve kracht zorgde ervoor dat bijrivieren in de bovenloop opgenomen werden en hogergelegen drainages opvingen. De toename van het debiet door de opgevangen stromen ging op zijn beurt weer de erosieve kracht versterken wat dan weer de uitbreiding van het drainage systeem stroomopwaarts deed toenemen. Dit leidde uiteindelijk tot de vorming van de Eonijl met zijn uitzonderlijk grote en diepe canyon.


Toen Hsu het sediments op de bodem van de Middellandse Zee onderzocht vond hij dat de "sluis" thv de Straat van Gibraltar gedurende het Late Mioceen ( Mioceen = 24,6 miljoen tot 5,1 miljoen jaar geleden) verschillende malen open en dicht ging en het uiteindelijk begaf tijdens een finale zondvloed toen een éénrichtings-vloedgolf zich ongehinderd van de Atlantische Oceaan naar de Middellandse Zee verplaatste. Dit trad op bij het begin van het Plioceen (5.1 miljoen jaar geleden). Het Pliocene sediment als gevolg van deze instroom dat Hsu vond in de Mediterrane bodem was hetzelfde als het Plioceen marine sediment dat Chumakov vond te Assoean.


Toen de barrière van Gibraltar het eens en voor goed begaf vulde het Atlantische water dus niet alleen het Mediterrane bassin,maar ook de nieuwgevormde canyon van de Nijl, die nu terug een estuarium vormde gelijkaardig aan de fjorden van Noorwegen8 . Dit estuarium werd dan traagjes opgevuld met sediment aangebracht door de Paleonijl  [zie verder] die van uit het zuiden kwam aanvloeien. Er ontstond toen 3 tot 4 miljoen jaar geleden een landschap dat niet zo veel verschilde van het huidige8



1. Rushdi Said: The Geological Evolution of the River Nile. Springer-Verlag, New York, 1981, aangehaald in Bonnie M. Sampsell: A Traveler s Guide to the Geology of Egypt The American University in Cairo Press, 2003, p. 30.
2. Kenneth J. Hsu: The Mediterranean Was a Desert , Princeton University Press, NJ, 1983, p. 28. &http://www.semp.us/publications/biot_reader.php?BiotID=350 over de boring met de Glomar Challenger
3. William Ryan and Walter Pitman: Noahs Flood , Simon and Schuster, 1998, p. 88.
4 William Ryan and Walter Pitman: Gibraltar s Waterfall in Noah s Flood . Simon & Schuster, 1998, p. 83.
5. KJ Hsu, WBF Ryan, MB Cita: Late Miocene dessication of the Mediterranean in Nature 242, 240-244 ( 23 maart, 1973), p. 243.
6. W. Krijgsman, FJ Hilgen, I Raffi, et al: Chronology, causes and progression of the Messinian salinity crisis. In Nature 400, 652-655 (12 August 1999), p. 654
7. Bonnie M. Sampsell: A Traveler s Guide to the Geology of Egypt , American University in Cairo Press, New York, 2003, p. 29.
8.Introduction to the Nile at: http://www.utdallas.edu/geosciences/remsens/Nile/g...;

-foto boring : htpp://scilib.ucsd.edu/sio/archives/photos/61pic.jpg
-foto Glomar Challenger :www-odp.edu/images/glomar.jpg

Terug naar beginpagina arrowupqc4.gif

Geschreven door ramsesje om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van .

↑ Terug naar de berichten