Naar de inhoud

.

akke.beakke.be
WELKOM OP DEZE WEBSITE GEWIJD AAN ALLE ASPECTEN VAN HET OUDE EGYPTE DER FARAO'S
indexpicturepr6.jpg

Inhoud



Een herschikking van het blog is aan de gang om alle delen aanklikbaar te maken vanuit het centrale Inhoudsmenu. Enig geduld wordt op prijs gesteld. Ondertussen kan u nog steeds bij de artikels terecht via de inhoud in rechterkolom
e-mail van de auteur: ronald.milo@skynet.be

Archief

Nog enkele belangrijke technische woorden van de hongersnoodstèle

Nog enkele belangrijke woorden :

hongersnood01vb1.jpg
  • Het woord aAt (aät). In kolom 16 vinden verschillende namen "aAt". Volgens Harris moet men aAt beschouwen als een woord voor mineraal dat betrekking heeft op ertsen. In kolom 19 worden deze mineralen voor het eerst voorgesteld, in een context waarbij sprake is van de uitvinding van de "bouw met stenen"

  • Het woord tS (tesj). Het samengesteld woord aAT neb rwd wtSaw op het eind van kolom 11 heeft daarbij een speciale betekenis. Barguet vertaalt dit als "kostbare materialen en hardsteen uit de groeven".

    hongersnood2rq2.jpg

    In een nota schrijft hij echter dat de vertaling onjuist kan zijn gezien de eigenaardige grafie van het woord In plaats van tesjaw leest Barguet echter Sjeti .

    De stam tS heeft de algemene betekenis van: verbreizelen, splijten, uit elkaar halen en het werkwoord btS (betesj) betekend "iets oplossen, desaggregeren. Vandaar dat Davidovits besluit dat rwd wtSaw gelijk natuurlijk desaggregaat betekent zoals geërodeerde of uit elkaar gevallen materiaal (steen). rwd zou dan kunnen geëtrapoleerd worden als zijnde het ideogram voor het beschrijven van de agglomeratie (in het begin van het woord zoals hier) of als ideogram-determinatief voor geagglomereerde steen ( geologisch of synthetisch) op het eind van het woord. Indien deze veronderstelling juist is dan zouden er van de stenen materialen in kolom 15 een aantal fragiel of gemakkelijk te desaggregeren moeten zijn. Twee namen bevatten de stam tS en vier niet.

  • Het woor bxn (bechen) werd teruggevonden in inscripties bij de wadi Hammamat, in de woestijn ten zuidoosten van Assoean en wordt verondersteld zwart basalt, dioriet, een zandachtige schist, porfier, greywacke of psammitisch gneis voor te stellen1. Ook volgens de inscripties 2 van de wadi Hammamat zou de ontginning van het "bxn" in de wadi op een zeer primitieve manier hebben plaatsgevonden waarbij de gekozen blokken gewoon de berg werden afgegooid waar ze dan gespleten of in talrijke stukken gebroken zouden aanbelanden.



    1. Lucas et Rowe, 1938; Morgan, 1894)
    2. Couyat-Montet


    Het kan nuttig zijn deze woorden ( lezing van links naar rechts en horizontaal)  trachten terug te vinden in de tekst ( lezing van rechts naar links in verticale kolommen)  

Geschreven door ramsesje om 23:54 Reageer op dit bericht

Technische woorden van de Hongersnoodstéle.

Technische woorden niet die niet echt of minder correct vertaald werden door de vorige auteurs althans volgens Davidovits: aa1pv6.gif

Het woord aa : Brugsch vertaalt het door "pyramide", Sethe en Barguet door " graven voor de koningen", voor hen is het een archaïsme uit het Oude Rijk. Lichtheim vertaalt het door paleizen voor de koningen . Al deze vertalingen komen zowat overeen dat het om een bouwwerk gaat opgedragen aan de koning en meest waarschijnlijk een graf of pyramide.

irikatgl2.jpg

Het woord Ir(i)-kA.t. Het gaat hem om een werkwoord dat we drie maal tegenkomen: in kolom 13 en 19 is het geassociëerd aan mineralen en werd het vertaald als "werken met" ; in kolom 20 is het de God Chnoem die de mens "schept" of "modelleert" uit klei. Het eerste deel van het werkwoord is het werkwoord ir(i) [oog]. Het is algemeen bekend en heeft zeer uitgebreide betekenis in de zin van doen, maken, scheppen, vormen, modelleren, enz . In mathematische teksten kan het zelfs vermenigvuldigen betekenen. Het tweede deel kA.t en de afbeelding van de man (determinatief) zouden betekenen "door de mens" gemaakt.

Chesbedj irit (xsbD iryt) betekent inderdaad artifiële lapis lazuli 1. Volgens Davidovits zou de beste vertaling voor ir(i)-kA.t dan ook zijn behandelen, synthethiseren, fabriceren. Persoonlijk zou ik hier willen aan toevoegen dat "omzetten in " in het traditioneel Midden-Egyptisch eerder door "ir(i) m" wordt uitgedrukt. Maar als de tekst op een archaîsche tekst teruggaat natuurlijk blijft Davidovits interpretatie mogelijk.

rwdzx1.jpg

rwD, roedj.t (leesrichting is hier van links naar rechts). De stam roedj betekent hard, stevig. Roedjet werd door Sethe elders vertaald als harde steen.2. In deze tekst komt het voor in kolom 11 in een context die handelt over materialen gebruikt bij de constructie van pyramiden (kol. 11 et 12). Barguet vertaalt het teken (dat in feite een boogpees voorstelt) zoals Sethe door harde steen. Roedj is door Harris (1961) ten gronde besproken. Wij citeren p.23 " in elk geval kan er weinig twijfel over bestaan dat Roedjet een term is om harde steen in het algemeen aan te duiden. Nochtans is het moeilijk om precies de categorie van deze stenen te bepalen vooral daar men ook albast aanduidt als rwD.t"

Over het algemeen slaat "rwD" op de Egyptische zandsteen (inr rwD.t) en meer precies de steen die men aantreft in de groeven van Zuid-Egypte, die werden gebruikt om de tempels uit het Nieuwe Rijk en de daaropvolgende periodes te Karnak, Loeksor, Edfoe, Esne, Denderah en Aboe-Simbel te bouwen. Deze Egyptische zandsteen is vrij zacht en kan gemakkelijk met een vingernagel bekrast worden e (Rozière, 1801). Het is in feite het tegenovergestelde van "hardsteen" en tweemaal zachter dan de kalksteen van Gizeh, viermaal dan marmer uit Carrare en achtmaal dan graniet van Assoean . Volgens Davidovits kan rwD dan ook geen echte hardsteen betekenen.

Anderzijds betekent het ideogram rwD ook kiemen, groeien en het oorzakelijk werkwoord s-rwD , hardmaken , sterk binden. Maar grind en keien bevatten ook het ideogram rwD. Tenslotte zandsteen, kwartsiet en vaak ook graniet en andere stenen die met rwD aangeduid worden zijn allemaal natuurlijke stenen ontstaan door een proces van geologische verharding van aggragaten zoals deeltjes kwarts of zand.



1. Faulkner R.O. 1962 "A concise dictionary of Middle Egyptian , p.25,
2. Idem p, 148
Geschreven door ramsesje om 13:13 Reageer op dit bericht

Pyramiden in beton ?

DE STELE VAN IRTYSEN

De stèle van Irtysen bevindt zich in het Louvre museum ( om exact te zijn in zaal zeven van het thema-circuit). Ze is ongeveer 4000 jaar oud maar dateert dus zeker niet uit het tijdperk waarin de grote pyramides werden opgericht.

stelairtysenza7.jpg

Zoals talrijke van deze begrafenisstéles bevat deze inscriptie vele autobiografische gegevens van zijn oprichter. In dit geval dus Irtysen . Hij stamde uit de priestekaste maar was een meester-ambachtsman en hij beweert in deze tekst een geheim te bezitten om beelden in steen te maken, niet door ze uit te hakken maar door in vormen te gieten.

Irtysen beweert dat hij mengeling van materialen gebruikte die hard werd wanneer ze in vormen gegoten werd en dat hij op deze wijze gelijkt wel voorwerp of personage kon vormen. Het resultaat was "fire- and waterproof"

De stéle van de hongersnood van Sehel

insciptiesehelne0.jpg

De stéle werd in 1899 ontdekt door C.E. Wilbour en werd vertaald door Brugsch (1891), Pleyte (1891), Morgan (1894), Sethe (1901), Barguet (1953) en Lichtheim (1973). De inscriptie bevindt zich op een oude rots op het eiland Sehel nabij Elefantine, enkele kilometers ten zuiden van Assoean. De tekst dateert uit de tijd van de Ptolemeeлn ( ca 200 v.Chr. ) maar er zijn betrouwbare tekenen om aan te nemen dat de tekst teruggaat op oudere versie die zou dateren van het begin van het Oude Rijk. De tekst omvat 32 kolommen hiërogliefen, van rechts naar links te lezen.

Er komen drie voorname personages in voor.:

  • Djoser, farao uit het Oude Rijk , die de te Sakkara de eerste pyramide liet bouwen ( de zogenaamde Trappenpyramide). Dit monument wordt vaak aangehaald om de beginperiode van de constructies in steen te illustreren.
  • Imhotep, architect van Djoser, waarvan men zegt dat hij de uitvinder was van het bouwen met steen. Een personage dat zo belangrijk was dat hij in later tijden als god vereerd werd.
  • De god Cnoem, die als pottenbakker, zoas trouwens in de Bijbel, het lichaam van mensen en goden modelleerde met het slijk van de Nijl.

De tekst gaat als volgt: gedurende vele jaren overstroomde de Nijl op bepaalde periodes het landschap en bracht vruchtbaar slib en water aan voor de landbouw. Onder de regering van Djoser echter gebeurde dit niet, de oogst viel tegen en de grond droogde uit met als resultaat een mislukte oogst en grote hongersnood

Maar de stéle van de honghersnood bevat ook onthullingen van Imhotep en aanbevelingen van Chnoem over het bouwen van tempels, pyramiden en ander sacrale gebouwen. Hier begint de controverse. Volgens Davidovits wordt nergens gesproken over kalsteen of een ander natuurlijk gesteente in de lijst . In de droom van Djoser ( kolom 19), schenkt Chnoem hem mineralen en " sinds de oudste tijden heeft niemand ooit met hen gewerkt om tempels voor de goden te bouwen " . Om deze monumenten te bouwen heeft men aan Djoser een lijst van mineralen en ertsen gegeven waarvan de betekenis der hiëroglyfen nog niet achterhaald is geworden. Daarom heeft juist Davidovits de studie van deze woorden aangevat. Een studie die hij voorgesteld heeft op het Vijfde Internationaal Congres van Egyptologie, 1988 te Cairo. We gaan hier in detail op in. Hieronder vindt u de relevante colommen van de tekst

sehelcol19qf4.gif sehelcol18aoz0.gif sehelcol17aen8.gif sehelcol16hc3.gif sehelcol15ed9.gif sehelcol13btk3.gif sehelcol12gc8.gif sehelcol11bzn0.gif


wordt verder gezet
Geschreven door ramsesje om 11:20 Reageer op dit bericht

Pyramiden in Beton ?

 

Argument van Davidovitz

In de verre prehistorie was Egypte net zoals Vlaanderen verzonken in de zee. Dierlijke resten zonken langzaam naar beneden en vormden een soort modder waarin zich schelpen, skeltten, plantenresten bevonden. Door samendrukking werd dit sediment omgevormd tot een soort rots die wij kalksteen noemen ( in het Frans calcaire, in het Engels limestone). Dit proces van verdichting heeft duizende jaren geduurd. In deze kalksteenlagen vindt men gewoonlijk de schelpjes en de skeletten van kleine diertjes in horizontale lagen wat normaal schijnt bij als men voor ogen houdt dat het om bezinksel gaat.

Welnu de pyramiden werden gebouwd uit dergelijke sedimentaire kalksteen maar volgens Davidovitz ziet men hier bij deze stenen geen duidelijke lagen maar zijn schelpen en skeletten verspreid door elkaar te vinden. Alsof men er in geroerd heeft beweert hij. Zie onderstaande figuur

geokalsteendiffuusfg6.jpg

Daarnaast merkt hij ook op dat er in de kalksteen van de pyramide luchtbellen voorkomen , organische vezels, beenderen en tanden van dieren dingen die volgens hem niet thuishoren in natuurlijke kalksteen. In 1988 heeft Mark Lehner de opmerking gemaakt dat de steneen van de pyramiden niet van beton konden gemaakt zijn daar ze intacte fossiele schelpen bevatten. Dit is natuurlijk geen argument gezien het zou gaan om ge-reagglomereerde steen , die dus oorspronkelijk van dezelfde kalksteen groeven afkomstig is maar eerst verbrokkeld werd.

Davidovitz heeft aangetoond dat de kalksteen uit de steengroeve van Gizeh vrij veel klei bevat die gemakkelijk ( zowat binnen de 24 uur) vrijkomt wanneer de steen wordt bevochtigd enerzijds vergemakkelijkt dit de verbrokkeling van de steen en anderzijds is het een bindmiddel wanneer het water opnieuw verdampt. De schelpjes verliezen wel hun horizontale ligging bij het fabriceren van de kunststeen.

Argument Mark Lehner, egyptoloog en tegenstander van Davidovitz theorie

geolgizehqj0.gif


Op de bovenstaande figuur zien we een vereenvoudigde doorsnede van het plateau van Gizeh. Op het plateau van Gizeh raken de formatie Mokkatam (Midden Eoceen) en de formatie Maadi ( Hoog Eoceen) elkaar ter hoogte van een zanderige wadi (rivierbedding). Volgens geoloog Thomas Aignier en de egyptoloog Mark Lehner is de oppervlakkige laag van de formatie Mokkatam, waarop de pyramiden rusten , opgebouwd uit harde kalksteen (hard gray op bovenstaande figuur). Daaronder bevindt zich een tweede laag zachtere nummuliet kalksteen met lagen mergel , die een belangrijke hoeveelheid klei bevatten (soft-marley limestone) en daaronder opnieuw een hardere laag. Het licham van de sfinx bevindt zich in deze zachter laag het hoofd in de bovenste harde laag. Maar ter hoogte van de wadi komt de zachtere laag bloot te liggen en daar bevinden zich ook de steengroeven (quarries). In overeenstemming met de traditionel theorie van de uitgehakte steen zouden de bouwers van de pyramiden volgens Lehner dus gebruik gemaakt hebben van deze zachtere mergelsteen.

Tegenargument van Davidovitz

De harde kalksteen kan niet worden opgelost in water maar, en dat heeft Daividovitz proefondervindelijk bewezen, na 24 uur in plastic zak met water te hebben vertoefd is een grote brok kalksteen uit elkaar gevallen en is de zwaardere kleilaag bezonken en gescheiden van de lichtere nummulaire (schelpjes) structuren.



geogizehgroevelz6.jpg>
Steengroeve van Cheops te Gizeh, de zachtere mergelsteen is duidelijk te zien op de kop van de groeve
Geschreven door ramsesje om 00:00 Reageer op dit bericht

OEFENING

vijvermoeraszoneym2.jpg


Hierboven kan u zich de tanden eens slijpen door de tekst van deze stele van Sarenenoetet te ontcijferen. Morgen zullen we een aantal vreemde woorden verklaren nu volstaat deze uit de bekende tekst te isoleren

stelevansarenenoetetvz2.jpg

De transliteratie en vertaling gaat als volgt :

Htp-di-nsw                                :Een offer dat de koning geeft aan
Asir nb Ddw nTr aA nb AbDw  : Osiris de heer van Djedoe, de grote god, heer van Abydos
di=f prt-xrw                               : opdat hij moge geven een stem die offert
t Hnkt kA apd Ss mnxt              : brood, bier, een  os, gevolgete, albast en linnen
xt nbt anxt nTr im                       :alle dingen waarvan een god leeft
n kA n imAxy                            : voor de Ka van geëerde
dd Htp(w)-nTr n nTrw               :de offerschenker aan de Goden 
Hsb-Snwty m-r pr                     : de rekenmeester van de Dubbele Graanschuur  en hofmeester
                                                 : (mer per )
sArennwty mAa- xrw                :Sarenenoetet, de gerechtvaardigede van stem (=overledene)
ms-n bA-mkt                            : geboren uit Bameket

Geschreven door ramsesje om 00:00 Reageer op dit bericht

Offerformule Deel IV

OEPOEAOET (Wepwawet) & ANOEBIS (vervolg offerformule )

Op talrijke stelae uit Abydos en elders worden naast de dodengod Osiris ook nog Oepoeaoet en Anoebis vernoemd. Oepoeaoet was een oude god van Abydos en actief deelnemer aan de cultus van Osiris. Het jaarlijks festival te Abydos nam een aanvang met een processie van Oepoeaoet " om zijn vader Osiris te beschermen". Meer algemeen werd Oepoeaoet geassociëerd met kerkhoven en begrafenissen. Hiervan getuigt zijn titel " nb tA Dsr ( neb ta djeser)", heer van het Heilige Land, waarbij dit laatste slaat op de begraafplaats. Zijn naam is illustratie van het principe waar een onvoltooid deelwoord "openend(e)" gebruikt wordt als een zelfstandig naamwoord hier "de opener". Zijn naam betekent dan ook de "opener van de wegen". Het verwijst naar de onbetreden paden in de woestijn langswaar hij de nieuw overledenen naar het Rijk van Osiris leidde. Hij wordt voorgesteld als een jakhals of een hond.

inpoegd8.jpg

Daarnaast was er nog Anoebis, die eveneens als een hond werd afgebeeld maar vaker als een mens met hondenhoofd. Ook hij droeg de titel "neb ta djeser" en daarnaast nog de meer obscure namen im(y)- wt (degene in de "wt") en tp(y) dw=f (hij op zijn berg ), d.w.z. de woestijntoppen boven de begraafplaatsen Hiebij zijn im(y) en tp(y) zogenaamde nisbé adjectieven. Zie hieronder.

De taak van Anoebis bestond er in de lijkbalseming in goede banen te leiden maar ook hij vergezelde de zielen naar het ondermaanse en hielp bij het beoordelen van de dode ( het wegen van het hart). Priesters die de begrafenis ceremonie leidden verpersoonlijkten de god door een hondemasker te dragen. Vaak wordt gezegd dat Anoebis een jakhals zou zijn. Omdat jakhalzen als aaseters vaak op kerkhoven rondzwierven zouden ze vereerd zijn geworden om aldus de lijken te beschermen. De gelijkenis met de Basenji hond is echter zeer treffend. Helaas zit er geen DNA materiaal in muurschilderingen of beelden om te vergelijken . Zodat ik de thesis dat Anoebis een Basenji hond zou zijn niet kan bewijzen.



index01qg7.jpgoreo02fm6.jpg
Geschreven door ramsesje om 18:44 Reageer op dit bericht

Pyramiden in beton !?! Deel 2

Enkele bezwaren van Davidovitz tegen de normale theorieën over de pyramiden

Generaties lang denkt men reeds dat grote groepen werklui grote stenen uitkapten en deze naar de pyramiden sleurden en daar omhoog tilden tot op de juiste plaats. Maar hoe is dit realiseerbaar ?

Een "volle" pyramide van Cheops zou ongeveer 2,5 miljoen blokken van ongeveer 2 ton bevatten, die op zijn minst elk door een zestigtal man moeten worden verplaats. Bepaalde blokken echter wegen tot 70 ton en bevinden zich zo een 40 m hoog in de pyramide. Om een dergelijk blok te verplaatsen zou ongeveer 2000 man nodig zijn. De pyramide zou opgericht zijn in zo een twintig jaar, de tijd dat  Cheops geregeerd heeft. Volgens Davidovitz zouden er per dag minstens 400 blokken op hun plaats zijn gebracht ( in werkelijkheid 2.5 miljoen / 7300 dagen= 342 а 343 wat neerkomt op één steen om de vier minuten, vierentwintiguur op vierentwintiguur, gedurende 20 jaar). Hij vindt dit onmogelijk.

Hij twijfelt ook aan het feit dat zde Egyptenaren van het Oude Rijk  die harde stenen met hun primitieve gereedschappen uit koper dat weining hard is, konden uithakken. Hij vraagt zich ook af waar de overschotten, die er onvermijdelijk moeten geweest zijn bij het hakken van een dergelijke massa steen ( minimum 5 miljoen ton) gebleven zijn. Want kalksteen splijt gemakkelijk. Ze zijn nooit gevonden.

Hoe kan een beschaving die geen harde metalen kende miljoenen blokken steen van tientallen verschillende lengtes uithakken en deze juist berekend op hun plaats brengen zodat ze dan nog bijna naadloos ( minder dan 2 mm) aansloten en geen verticale naden lieten zien

Dit alles zou natuurlijk opgelost worden als men de methode van Davidovitz zou accepteren. Om dit te bewijzen ging Davidovitz een stuk steen van de pyramide van Cheops ( bekleding van een inwendige gang) dat hij van Lauer in 1982 ter beschikking had gekregen analyseren.



geolauerechantillonkheosf3.jpg


De foto geeft een beeld van een steen afkomstig van de steen die  Davidovitz in 1982 kreeg van Jean-Philippe Lauer. Deze foto toont de aanwezigheid van plantaardige vezels en luchtbellen die normaal niet aanwezig zijn in kalksteen afkomstig uit het Eoceen Tijdperk ( 60 millioen jaar oud) ! 1.

nmrdemortierpyramidejx4.gif


Hierboven ziet u een spectroscopische analyse met NMR (nucleaire magnetische resonantie) uitgevoerd door Prof. Demortier (Universiteit van Namen) op een geopolymeer (boven) en op de steen van de pyramide van (Cheops). Deze wijst op een sterke gelijkenius tussen beide. 2



geodiffractionsilicateaay3.jpg


Links : electron diffractie van amorf aluminium-silicaat van de Cheops steen. Rechts: dezelfde diffractie maar nu bij natuurlijk aluminium-silicaate(illiet) uit de carriиre van Tourah bij Gizeh. Men verwacht in natuurlijke steen een aantal elementen die tijd gehad hebben om uit te cristalizeren. De steen van de pyramiden is echter volgens Barsoum volledig amorf ( niet gecristaliseerd ). Dat doet eerder denken aan een proces van cementatie. De silicaten hebben zich op relatief korte tijd gevormd en niet op honderduizend jaren zoals de natuurlijke steen. 3

Deze analyses schijnen op het eerste zicht de theorie van Davidovitz te bevestigen maar natuurlijk en dat geeft hij ook toe is er verdere confirmatie nodig.

  • 1. X-Rays Analysis and X-Rays Diffraction of casing stones from the pyramids of Egypt, and the limestone of the associated quarries., Davidovits J., Science in Egyptology; A.R. David ed.; 1986; Proceedings of the Science in Egyptology Symposia ; Manchester University Press, UK; pp.511-520.
  • PIXE, PIGE and NMR study of the masonry of the pyramid of Cheops at Giza, Guy Demortier, NUCLEAR INSTRUMENTS and METHODS in PHYSICS RESEARCH B, B 226, 98 109 (2004).
  • 3. Barsoum, M. W., Ganguly, A. and Hug, G. (2006), Microstructural Evidence of Reconstituted Limestone Blocks in the Great Pyramids of Egypt, Journal of the American Ceramic Society 89 (12), 3788
  • Verdere lectuur :
    • 1.The Enigma of the Construction of the Giza Pyramids Solved?, Scientific British Laboratory, Daresbury, SRS Synchrotron Radiation Source, 2004.
    • 2.Differential thermal analysis (DTA) detection of intra-ceramic geopolymeric setting In archaeological ceramics and mortars., Davidovits J.; Courtois L., 21st Archaeometry Symposium; Brookhaven Nat. Lab., N.Y.; 1981; Abstracts P. 22.
    • 3. How Not to Analyze Pyramid Stone, Morris, M. JOURNAL OF GEOLOGICAL EDUCATION, VOL. 41, P. 364-369 (1993).
    • 4. Comment a-t-on construit les Pyramides: polйmique chez les Йgyptologues, HISTORIA Magazine, Paris, No 674, fйv. 2003, dossier pp. 54-79 (2003).
<
Geschreven door ramsesje om 23:24 Reageer op dit bericht

Pyramiden uit gereaggregeerde steen ?

PYRAMIDEN UIT BETON ?

Pyramiden uit een soort beton het is een controversiëel onderwerp maar het lijkt de moeite om er dieper op in te gaan. We geven eerst een vooral een paar gegevens over de protagonisten van deze theorie.

  • Joseph Davidovits

    Behaald in 1958 het diploma van ingenieur in de chemische wetenshappen in " l'Ecole nationale supérieure de chimie de Rennes". In 1960 behaalt hij een doctoraat in macromoleculaire chemie aan de universiteit van Mainz in Duitsland. Van 1983 tot 1991, is hij professor aan de universiteit van de Barry (Miami) en aan de Staatsuniversiteit van Pennsylvanië. Op 26/09/1994 ontvangt hij het Gouden Lint NASTS uitgereikt door de National Press Club in de USA. In november 1998, wordt hij door president Jacques Chirac vereerd met de graad van ridder in de nationale orde van de verdienste. In 1999, wordt hij professor honoris causa van de universiteit van architectuur en technologie te Xiang in China.Sinds 1979, is hij voorzitter van het Instituut voor Geopolymeren. Sinds 2001, directeur van de onderzoeksafdeling van het bedrijf CORDI-Géopolymère. Hij is lid van Internationale Vereniging van Egyptologe en heeft voordrachten gegevn op veschillende internationale congressen van Egyptologie 1979 (Grenoble), 1982 (Toronto), 1988 (Cairo) en 2004 (Grenoble).


  • Guy Demortier

    Natuurkundige, ex-directeur van het LARN (Laboratoire d Analyse par Réactions Nucléaires) aan de Universiteit Notre-Dame de la Paix te Namen. Professor van Natuurkunde aan deze universitiet. Na zijn doctoraat In Louvain-la-Neuve zet hij  zijn wetenschappelijk werkaldaar  voort tot hem wordt voorgesteld een accelarator te bouwen te Namen. Het LARN was geboren. Zijn eerste archeologisch werk bestond erin om te bestuderen welke elementen er door de goudsmeden uit de oudheid werden gebruikt om te lassen. Het ging ondermeer om objecten uit het museum van Berlijn die er van verdacht werden vals te zijn daar zij Cadmium bevatten (element dat niet of weinig bekend was in die tijd). Hij heeft in de loop der jaren duizenden gouden objecten onderzocht. Geholpen door enkele filologen heeft hij ook oude teksten "hervertaald" wat hem toeliet correcties aan te brengen in deze vertalingen zeker wat betreft het lassen van goud. Uitgenodigd om hierover te spreken in een zelfde sessie als Davidovitz maakt hij kennis met deze en staat hij achter zijn theorie. Demortier heeft ook een encyclopedie gepubliceerd over de Nobelprijs winnaars natuurkunde gericht tot de jongeren om hen te motiveren natuurkunde als studierichting te nemen.

  • Michel Barsoum Ph.D.

    Dr. Barsoum's, haalde zijn diploma B.Sc. op de American University in Cairo, Egypte in 1977, Master Science, aan de Universiteit van Missouri Rolla, 1980 en Ph.D, in het Massachusetts Instituut van Technologie, in 1985. Zijn huidige wetenschappelijke interesses gaan naar en ontwikkeling en onderzoek van ceramisch materiaal bestand tegen zeer hoge temperaturen. Van 1999-nu is hij Prof aan de Dexel Universiteit Philadelphia,departement "Materiaal Studie" met de titel "Distinguished Professor, bezoekend professor aan de Universiteit van Poitiers, Frankrijk. Tijdens twee van zijn "sabatical years"(1993-94 & 2000-01) was hij werkzaam bij het Max Planck Instituut te Stuttgart Duitsland


  • Gilles Hug

    "maître de recherche" bij de ONERA, Frans Centrum voor Aerospatiaal Onderzoek. Gespecialiseerd in electronenmicrosocpie en electronische structuur



Hoe hoog de passies oplaaien over dit controversiëel onderwerp mag blijken uit het volgende " Het is klaar dat met zijn uitspraak in het nummer vn 01.12.2006 in The New-York Times, Dr. Hawass, Secretaris Generaal van de Organisatie voor Egyptische Antiquiteiten, dat : de bekende materiaal deskundigen, professoren M. Barsoum, G. Hug and G. Demortier, moderne Portland cement geanalyzeerd hebben in plaats van gere-agglomeriseerde (opnieuw samengstelde ) kalksteen zoals door J. Davidovits gezegd wordt, hij de wetenschappelijke integriteit van deze bekende geleerden in opspraak brengt . Zal Zahi Hawass zich verontschuldigen voor zijn vergissing en zijn spijt betuigen? Wij hopen het !" Tot hier dit citaat.

Nu ik zelf denk het niet dat Zahi Hawass, die een zeer omstreden figuur in de archeologische wereld is, zijn excuses zal aanbieden . Hij neemt geen blaadje voor de mond. Zo is hij ondermeer van plan om naast de steen van Rosette ( British Museum) ook de buste van Nefertiti (Berlijn) en nog andere belangrijke stukken terug te vragen. Hij heeft ondermeer reeds het museum voor Kunst en Geschiedenis van België gedwongen om een stèle terug te geven die aangekocht werd en waarvan nadien bleek dat hij ten onrechte uit Egypte was weggehaald. Hij deed dit onder de bedreiging (chantage zeggen sommigen) geen enkele Belgische wetenschapper meer toe te laten tot een onderzoeksprogramma van de sites in Egypte. Hij weigerde ook pertinent officiëel geïdentificeerd steenmateriaal van de pyramiden af te staan voor verder onderzoek. Alhoewel een artikel in Science & Vie ecember 2005 titelt : "Les analyses officielles vont bientôt commencer" ( De officiële analyses gaan weldra beginnen). Het was ook hij die het onderzoek met de robots in de schachten van de pyramide van Cheops boycotte tot ze onder zijn supervisie werden uitgevoerd. Geen katje om zonder handschoenen aan te pakken dus.

Waar is deze theorie nu ontstaan? Wel de schuldige is onderstaande stenen vaas afkomstig uit het Djosercomplex te Sakkara (dat we reeds herhaalde malen hebben aangehaald )en bestaande uit arthrositisch gneiss. Het nummer 99 uit de catalogus van de expositie " Egyptische kunst ten tijde van de pyramieden" Réunion des Musées nationaux de France, 1999.



vasepierreduregn3.gif

In Egypte zal een gids u zeker naar een atelier brengen waar men stenen vazen maakt maar dan gaat het om zachte steen zoals albast. Een vaas zoals deze in dergelijke harde steen kan niemand de dag van vandaag fabriceren en zeker niet met de instrumenten in koper die de Egyptenaren van het Oude Rijk tot hun beschikking hadden. Waarschijnlijk zou een mensenleven nauwelijks volstaan om een dergelijke vaas te maken en dan mag er nog niets misgaan. De vorm van de vaas echter lijkt er op te wijzen dat de kanten geplooid werden zoals men zou kunnen doen met klei. Maar hoe zouden de Oude Egyptenaren dat gedaan hebben?

Wel Davidovits is er in geslaagd aan te tonen dat men stenen voorwerpen kan vervaardigen door bepaalde ingredienten te mengen ( geopolimerisatie) . Een beetje zoals wij mortel maken met Portland cement. Portland cement maken is trouwens een voor het milieu nogal belastend proces (dat niet zeer gekend is). Maar voor de productie van 1 ton cement is er een uitstoot van 0,9 ton CO2. Maar daar gaat het nu niet over. Maar wel over het feit dat de kunststeen en beton indien hij zou gemaakt zijn door de Egyptenaren 5000 jaar geleden over zeer behoorlijke kwaliteiten moet beschikken. Want het huidige cement is poreus en ondergaat niet alleen een oppervlakkige maar ook een inwendige degradatie die de mechanische caracteristieken aantast. Alle monumenten die wij nu oprichten zoals wolkenkrabbers zijn vergangkelijke monumenten , iets wat we al te snel vergeten.



Geopolimeren

Wat zijn geopolimeren ?
Geopolymeren zijn minerale stoffen die men op synthetische ( of semi-synthetische wijze) bekomt door chemische processen, die de natuur ook realiseert maar in cyclussen die meerdere miljoenen jaren duren. Kan men dan rotsen synthetiseren die identiek zijn aan degene die in de natuur voorkomen ? Ja en neen. Want in feite gaat het om re-agglomeratie. Het procédé gaat als volgt. Men start met een minerale materie. Geërodeerde op natuurlijke wijze gedesaggregeerde rots, kalksteen bv. die men zowat overal in het zuiden van België vindt en met een geologische lijm gaat me dit materiaal terug structuur geven (re-agglomereren van de minerale deeltjes). Het eindresultaat is dat een rots die er volkomen natuurgetrouw uitziet in ons geval een zeer soliede kalksteenrots. Een geoloog zal geen onderscheid kunnen maken tussen de twee. Alleen door zeer fijne observatie van de lijm kan men de synthetische natuur van de steen vaststellen. Want de deeltjes zijn zonder twijfel kalksteen, graniet of wat dan ook waarvan men vertrokken is.



geopolymerebeeldenra8.jpg
Voorbeelden van geopolymere beelden(Davidovitz)


Dus zachte kalksteen, verder uit elkaar gebrokkeld en met water aangelengd kan een soort kalkpasta vormen die men gemakkelijk in korven kan transporteren. Deze pasta dan gemengd met ingredienten als kaoline-houdende klei, natron ( = natriumbicarbonaat ) en kalk kan dan in een moule gegoten worden en opgestampt zoals beton op de bouwplaats zelf en geeft uiteindelijk een steen die men niet kan onderscheiden van echte kalksteen. Davidovitz heeft hiermee proeven verricht en krijgt inderdaad kalksteen die men op het zicht niet kan onderscheiden van natuurlijke kalksteen. Belangrijk is dat de coffrage van de steen geen duidelijke sporen nalaat. En nu?

Op het Tweede Internationaal Congres van Egyptologen te Grenoble in 1979 gaat Davidovitz zijn bevindingen voorstellen. Hij stelt er twee voordrachten voor: eentje over de hypothese van de fabricage van de hardstenen vazen en de tweede over hypothese van de techniek van kalksteen beton en de pyramiden. Op de discussie die volgt wordt de thesis over de stenen vaten mogelijk geacht. De Egyptenaren beschikten over de chemische kennis en de technieken om ze op deze manieren te maken ( beheersing van de technieken, met koper, met alkali stoffen en van de keramiek techniek). Maar de theorie over de pyramiden werd totaal onwaarschijnlijk geacht. Op het congres te Toronto gaat het er nog spannender aan toe want naast Davidovitz presenteert nu ook Lauer, 80 jaar oud, die gans zijn leven ( 65 jaar) heeft gewijd aan het onderzoek van de Trappenpyramide en het Djosercomplex zijn theorie. Hij zegt van de theorie van Davidovitz : « Il y a beaucoup de propositions ridicules, pas stupides, mais impossibles. Il n'y en a que très peu de sérieuses » ( Er zijn veel belachelijke voorstellen, niet gek maar onmogelijk, en slechts weinig ernstige). Hijzelf denkt dat de Egyptenaren bij de constructie van de pyramide van Sakkara te werk gingen met korte ( 250 m) vrij steile hellingen met een lier bovenaan. De steen was vastgemaakt met koorden die eerst naar boven ging en dan via de lier terugkeerde zodat de arbeiders konden trekken in het naar beneden gaan en zo de last omhoog trekken tot een hoogte van 70 m. Davidovitz op zijn beurt benadrukt ook dat de onderzoekers het nooit eens zijn geworden over de afkomst van de stenen. De traditionele archeologen beweren dat ze van de overzijde van de Nijl kwamen, de geologen beweren dat de steengroeven zich vlak bij de pyramiden bevonden en nog een ander groep gelooft dat ze uit verschillende delen van Egypte kwamen. Volgens Davidovitz slaagt de theorie van de re-agglomeratie van de fossiele kalkschelpen erin al deze interpretaties te verzoenen.

Een onderzoek van de bindingstof zou definitief uitsluitsel hebben kunnen geven maar het betreft hier zeer fijne technieken die men toen nog niet ter beschikking had. Maar nu zijn de testen wel uitgevoerd door een internationale ploeg op stukken steen die Jean Philippe Lauer aan Davidovitz gaf in 1982 . Volgens deze testen zouden het geopolymeren zijn wat de analyses die Davidovitz in 1982-1984 met X-stralen uitvoerde zou bevestigen. We komen hier verder op terug maar ondertussen had Davidovitz overtuigd van zijn gelijk niet stil gezeten.

Hij heeft zich met enthousiasme toegelegd op de Egyptologie. Hij was er van overtuigd dat de Egyptenaren wel ergens een geschreven boodschap over het maken van steen zouden hebben nagelaten. Hij heeft dan ook talrijke teksten onderzocht . Volgens hem heeft hij ze ook gevonden en zijn die teksten wel bekend. Maar omdat ze niet wisten wat er beschrven werd zouden de vertalers zich aan algemene en soms onnauwkeurige vertalingen gehouden hebben. Voor wie de cursus hiërogliefen volgt zal zoiets wel niet als onmogelijk voorkomen. Dus moest Davidovitz terug naar de originele teksten en een taalkundige werk opzetten over een ganse serie technische termen. Maar ook religieuze, geschiedkundige, economische argumenten werden door hem aangevoerd. Als chemicus, een amateur en a priori dus niet echt onderlegd, werd Davidovitz nooit echt "ernstig" genomen door de Egyptologen. Maar die, op de keper beschouwd vrij normale handicap , heeft hem aangezet zijn thesis te verdiepen zodat hij tegenwoordig toch ook wat aanhang krijgt in wetenschappelijke middens.

Dan blijft er nog een bezwaar tegen deze theorie. Geopolymeren zijn op het ogenblik een avant-garde techniek, die de Egyptenaren dus reeds 5000 jaar geleden zouden hebben bezeten. Davidovitz antwoordt hierop als volgt: "is het een wonder dat een maatschappij die de steen zo hoog in achting droeg als duurzaam materiaal bestemd voor alles wat en uitsluitend met het hiernamaals te maken had ( want zelfs voor hun paleis gebruikten de farao's tichelsteen) deze minerale steen bestudeerd heeft . De re-agglomeratie zou zelfs een religieuze betekenis gehad hebben. Het genie van Imhotep ( de architect van Djoser) is hier zeker gedeltelijk verantwoordelijk voor maar hij zal waarschijnlijk al een lange traditie voor zich gehad hebben. Later zou deze kennis dan verloren gegaan zijn. Al bij al  is het maken van kalksteen niet zo een moeilijk procédé.  Dit zijn zowat de stellinge van Davidovitz . Die gaan we nu punt voor punt wat uitdiepen en eventuele tegenargumenten (want die zijn er zeer zeker !) aanhalen. Ook over de blauwe keramieksteen aangetroffen in het Djoser complex heeft Davidovitz interessante dingen te vertellen.



wordt bijgewerkt
Geschreven door ramsesje om 00:00 Reageer op dit bericht

DERDE DYNASTIE

KORTELINGS OP DIT BLOG


We zijn nu aan het Tijdperk van de Derde Dynastie en Trappenpyramide gekomen. Daarom zullen we eerst de theorie van Joseph Davidovits van het Instituut van Geopolymeren over de constructie van pyramidestenen als een soort beton beschouwen. Deze laatste werd in zijn theorie gevolgd door Guy Dumortier (natuurkundige) van de Universiteit van Namen, daarna door Michel Barsoum van de Universiteit van Drexel U.S.A en door Gilles Hug van de Onera (Office National d'Etudes et de Recherces Aèrospatiales), die hun bevindingen in 2006 publiceerden. Het controversiële onderwerp wordt hevig aangevochten door traditionele Egyptologen als Mark Lehner en Lacau toch wat betreft de pyramiden. Ook hun argumenten zullen worden besproken. Wat betreft een tweede stelling dat de stenen vazen die in de hardste steen en in  hun perfecte vorm niet zouden gemaakt zijn met koperen instrumenten maar met een soort steenpasta staan de Egyptologen veel minder weigerachtig. Het ganse concept zal wetenschappelijk uit de doeken worden gedaan. In feite draait- toch wat de pyramiden betreft- alles om de betrouwbaarheid van de stalen maar de Egyptische regering weigert momenteel Davidovits officiële stalen te geven ! Erg controversiëel maar toch  wetenschappelijk aanvaardbaar ! Niets in het genre van von Dänicken !


Geschreven door ramsesje om 01:16 Reageer op dit bericht

Chasechem /Chasechemoei

CHASECHEM-CHASECHEMOEI

chasechemoeiserechoa9.jpg


De laatste koning van de Tweede Dynastie is een belangrijke koning en in vele opzichten een overgangsfiguur.1 naar de pracht en praal van de Derde Dynastie. Hij droeg na elkaar de naam Chasechem en Chasechemoei. Een ganse tijd heeft men gedacht dat het hier om twee koningen ging. Ondermeer Emery2 was hier van overtuigd. Maar tegenwoordig neemt men op linguistische gronden, zoals Werner Kaiser voorstelde, aan dat het om ййn en dezelfde monarch gaat. 3. Ondermeer het feit dat men nog geen graf van Chasechem heeft ontdekt pleit ook voor deze hypothese.


DE CHASECHEM-PERIODE

In het begin van zijn regering schijnt Chasechem nogal een bijzondere belangstelling en verering te hebben gehad voor Hierakonpolis. Alle vondsten van Chasechem, op een inscriptie op een diorieten vaas uit het Sakkara complex na, komen uit Hierakonpolis. Zijn regering schijnt nogal woelig te zijn verlopen want op de vondsten uit deze periode is er sprake van oorlog en verovering. Alhoewel sommige van deze gebeurtenissen zich buiten de grenzen van Egypte kunnen hebben afgespeeld wijzen ze op een tijd van verwarring. Emery interpreteerde dit echter als het feit dat Chasechem een koning van Thintische oorsprong was die de eenheid van Egypte herstelde na een religieuze oorlog tussen de volgelingen van Seth (volgens hem Peribsen) en deze van Horus. We komen hier niet op terug daar dit voldoende werd besproken onder Sechemib-Perenmaat en Peribsen. Het komt er op neer dat alles wat momenteel met enige zekerheid kan gezegd worden is: dat de verschijning van Seth als totemgod van de koning gedurende het einde van de Tweede Dynastie waarschijnlijk zowel zuiver symbolische als politieke implicaties had en een zekere verandering in het concept van het koningschap betekende. 4


Toch kan men wellicht met enige zekerheid veronderstellen dat Chasechem in het begin van zijn regering alleen in Opper-Egypte regeerde, de opstandige noorderlingen overwon, Egypte opnieuw verenigde en zijn naam veranderde in de dualis-vorm Chasechemoei. Maar tot er harde bewijzen worden gevonden blijft dit een hypothese.

Vondsten

chasechembeeldtv2.gif
Beeld van Chasechem
  • Twee beelden van Chasechem(Hierakconpolis)
    Een van leisteen (nu in Cairo) en een van kalksteen (nu te Oxford) . Ze zijn van uitzonderlijke artistieke waarde en stellen Chasechem voor gezeten op een troon met de kroon van Opper-Egypte en in een gewaad zoals het gewoonlijk werd gedragen bij het Sed-feest. Langs het voetstuk van beide beelden ziet men verwrongen menselijke gedaanten , die verslagen vijanden uitbeeldenen aan de voorzijde staat gegrift " Noordelijke vijanden" en 47.209 op het ene beeld 48.205 op het andere. 5Het ligt voor de hand om in de noordelijken de volgelingen van de koningen te Memfis te zien maar men kan niet uitsluiten dat het om Libiлrs gaat die de Delta waren binnengevallen.


    chasechemstelemd4.jpg


  • Fragment van een stиle (Hierakonpolis)

    Op het fragment van de stиle zien we het onderste deel van een knielende man ( gevangene?) die op een platform zit dat uitloopt in het hoofd van een vreemdeling ( waarschijnlijk een Nubiлr) met op zijn hoofd een boog. De boog werd gebruikt om de naam van Nubiл "ta-Seti " te schrijven. Daaronder staat een Horus-serech van Chasechem en de tekst "die de vreemde landen vernedert". Wellicht werd de campagne tegen het noorden voorafgegaan door een veldtocht tegen de Nubiлrs. 6


  • Drie stenen potten(Hierakonpolis)7

    chasechemvazenml8.jpg
    Opschriften op vazen

    Nog meer bewijzen over oorlog in het noorden vinden we op deze potten ontdekt binnen de tempel van Horus te Hierakonpolis. Zij dragen allen hetzelfde opschrift: "Het jaar van de strijd tegen de noordelijke vijand in de stad Necheb".
    Op deze vazen komt de godin Nechbet voor in de gedaante van een gier. Ze staat op wat Emery een " zegelring" noemt maar wat ik beschouw als een cartouche in haar oorspronkelijke vorm. In de cartouche staat het woord "bS=besj = rebel" in de andere klauw houdt ze het embleem van het Verenigde Egypte. De godin staat tegeover de serech van Chasechem.


    We weerhouden als belangrijk uit deze afbeedlingen dat de koning op de hierboven genoemde beelden de kroon van Opper-Egypte draagt evenals de Horus op zijn serech. Het gezag van Chasechem lag dus meer dan waarschijnlijk in Opper-Egypte. Het ontbreken van vondsten in Sakkara versterkt deze argumentatie.


  • In het Djosercomplex te Sakkara werd de enige buiten Hieraconpolis gevonden getuigenis van deze koning ontdekt 8 in galerij 7. Het gaat om een inscriptie op een diorieten vaas.


  • In een private collectie bevindt zich verder nog een koperen bijl met een serech van Chaseshem. 9

CHASECHEMOEI PERIODE

Chasechemoei ( = dualis = de verschijning van de twee machten) was dus de naam die Chasechem ( = de verschijning van de macht) aannam na de hereniging van de Twee Landen. Deze naam schijnt gemodelleerd geweest naar het voorbeeld van de naam van de stichter van de dynastie." Hetepsechemoei ". ( = de twee machten leven in vrede) Wat nog versterkt wordt door een bijkomende titel die hij voerde "nbwy Htp im.f". Wat kan vertaald worden als " de twee heren zijn in hem tot rust gekomen. De naam was als het ware de aankondiging van een programma van nationale vernieuwing. 10


Boven de sereh staan dan ook de valkgod Horus en het Sethbeest broederlijk naast elkaar.


Chasechemmoei zou 17 jaar hebben geregeerd11 tenminste indien men aan hem de jaren 4-6 en 12-17 in het vijfde register op de steen van Pelrmo moet toeschrijven. Onder de evementen die men hier bespreekt vinden we de fabricatie van een koperen standbeeld van Chasechemoei in jaar 15 of 16.

Koningin Ni-Maat-hep (ook Ni-Maat-hap d.i. het stuur behoort aan Maat) waarvan we het bestaan kennen door zegelafrdukken gevonden te Abydos in he graf van Chasechemoei en ook in graf KI te Bet-Khallaf en van een vaasinscriptie 12 zou eerder een dochter zijn van Chasechemoei dan zijn echtgenote 13. Zij draagt de titel moeder en vrouw van de koning ( koningbarende moeder) . Naar schijnt zou zij de koninklijke macht door haar huwemlijk met Nebka aan deze hebben overgedragen. Zij werd in elk geval later vereerd als de oermoeder van de Derde Dynastie zoals blijkt uit het graf van Metjen te Sakkara (Vierde Dynastie).

Vondsten

Van Chasechemoei zijn vondsten bekend uit Hierakonpolis in het verre zuiden van Egypte tot in Byblos op de Libanese kust.



chasechemoeigrafnv5.jpg


  • Het graf te Abydos14

    Het is een fantastische constructie ( tombe V van Petrie) die in het geheel niet lijkt op de andere graven aldaar en evenmin op enig monument uit deze tijd te Sakkara. De bovenbouw is helaas niet bewaard gebleven. Het is het grootste van de koninklijke graven te Abydos maar tevens dit met de kleinste grafkamer. Het doet zich nu voor als een lange brede gracht. In tegenstelling met het graf cvan peribsen staat het wat afgezonderd van de graven avnde eerste dynastie.


    Het bouwwerk is 68,97 m lang en varieert in de breedte van 10,4 ( in het zuiden) tot 17,6 m (in het noorden) De totale oppervlakte beslaat 1001,81 m2. De oppervlakte van de grafkelder is beperkt tot 17,55 m2. Het bestaat uit drie grote delen.


    De noordelijke deur geeft toegang tot een ruimte onderverdeeld in drieendertig magazijnen gerangschikt op drie rijen. Twee gangen verlenen toegang tot deze kamers waarbij de westelijke twee rijen een gemeenschappelijk gang hebben. De muren van deze kamers zijn opgebouwd uit leemsteen zonder houten bekleding. Amйlineau veronderstelde dat deze kamers een plafond in hout hadden maar Reisner heeft het waarschijnlijk bij het rechte eind wanneer hij verondersteld, op grond van technische waarnemingen, dat al deze kamers overwelfd waren.


    Daarna komt een grafkamer in kalksteen. Men heeft lang gedacht dat deze grafkelder het oudste voorbeeld van metselwerk in steen was. Opgravingen in Helwan en Sakkara hebben echter aangetoond dat er reeds onder de Eerste dynastie in steen werd gebouwd. De grafkelder bevindt zich op het diepste gedeelte van het graf zowat op een diepte van twee meter. Het plafond bestond waarschijnlijk uit kalksteen die aan beide zijden op de wanden van de kelder rustte en de vloer vormde van een bovengelegen overwelfde kamer. De ingang van de grafkamer bevondt zich an het zuiden maar was toegemetst na de begraving. De grafkamer wordt aan beide zijden geflankeerd door vier kamers. In enkele ervan werd een skelet aangetroffen.


    Hierop volgt een ruimte met tien magazijnen , vijf aan elke kant van een gang die naar de zuidelijke deur loopt die op haar beurt geflankeerd wordt door nog eens vier kamers langsheen een hellend vlak dat toegeng verleent tot het graf aan de zuidkant. De noordelijke toegang werd waarschijnlijk door een ongeveer tien meter lange trap bereikt. Er worden geen nadere sdetaails gegeven over deze kamers.


    Rond het graf werden geen secundaire begraafplaatsen gevonden maar aangezien er skeletten aanwezig waren in de kamers rond de grafkamer kunnen deze als dusdanig hebben dienst hebben gedaan. Reisenr schat dat er in totaal zo een 10 tot 15 kamers van de in totaal meer dan vijftig kamers als secundaire graven dienst hebben gedaan. <:P>

    Wanneer we het grondplan beschouwen kan men niet anders dan zich verwonderen over de enigzins stuntelige opbouw ervan dit pas enkele jaren voor de bouw van de schitterende trappyramide van Djoser.


    Men kan men de stunteligheid van dit plan toe schrijven aan een eerste poging om de begrafenis tempel, het graf en de zonne(?)-bark onder te brengen in ййn complex en het aldus beschouwen als een voorloper van het Djoser complex.

    Behalve de resten van grafgerei, zoals stenen en koperen vaatwerk , vuursteneen en koperen gereedschap, aardewerk en vlechtwerk heeft men er ook de scepter van de koning in goud en onyx opgedolven. 15


  • Granieten deurpost te Hierakonpolis

    chasechemwoeideurpostly2.jpg
    Deurpost met de afbeelding zichtbaar gemaakt , ontleend aan F.Raffaele

    Op dit stuk komt de dubbele naam van de koning bekroond met Horus en Seth voor. Hij is waarschijnlijk afkomstig van een reeds lang verdwenen tempel. Het vakmanschap is voortrefeelijk en de gelijkenis met beeldhouwwerk uit de Derde Dynastie laat er geen twijfel over bestaan dat dit stuk afkomstig is uit de eindperiode van de Tweede Dynastie.


    Aan de achterzijde van de stijl staat een gedeeltelijk uitgewiste afbeeldeing van de koning en de godin Sjesjet. Het was pas met een speciale behandeling dat de scиne duidelijk zichtbaar werd. Het gaat waarschijnlijk om een stichtingsplechtigheid van een tempel.16.

    Links bevindt zich de koning met staf en peervormige knots, erboven zijn serech met de aanziende Horusvalk en Sethbeest. Voor de koning bevinden zich op vier registers , kleine personages naar de koning gewend, op uitzondering van de twee eerste die naar elkaar kijken en die mogelijks Horus en Seth voorstellen. Engelbach denkt dat deze personages het volk voorstellen. Smith 17daarentegen stelt geen identificatie voor. Misschien moeten we in deze kleine personage wel goden zien. Verder naar rechts ziet men de grote figuur van de godin Sjesjet, godin van de schrijfkunst, die later een essentiлle rol zal spelen bij inwijdingsceremonieлn. Men kan ze herkennen aan haar symbool: eeen ster boven haar hoofd waarboven dan weer een boogcirkel uit wiens midden zich een verticle streep verheft. Naar rechts kijkend staat Sjesjet tegenover de koning, die hier een tweede maal wordt afgebeeld, beiden houden ze een houten hamer in de hand en slaan een paaltje in de grond


  • Kruikzegel van Abydos

    Deelt ons mede dat zijn gemalin Nemathap was end at zij de titel van "koningbarende moeder "droeg . Mogelijks is het een prinses afkomstig van een edel geslacht uit het noorden. Later zou ze vereerd worden als stammoeder van de Derde Dynastie.


    shunetelzebib1yu6.jpg shunetelzebib2nv8.jpg

    shunetfacadewy0.jpg
    de Sjoenet al-Zebib
  • Sjoenet al-Zebib. Zo'n 900 m verwijderd van de graftombe in de woestijn van Abydos is dit een groot rechthoekig tichelstenen gebouw van 123 bij 64 m. De muren met duidelijke paleisfaзadestructuur zijn tot vijf meter dik en twintig meter hoog ze hebben den duidelijke faзadestructuur. Het is onbekend wat de precieze bedoeling van dit gebouw was, hoezeer het ook mag lijken op een indrukwekkend fort. Opgravingen legden sporen bloot van ingewikkelde interne structuren en het kan dus een begrafenis omheining zijn, die te maken had met de behuizing van de ka van de koning in zijn graf vlakbij; een soort equivalent voor de begrafensitempel in de vallei van de latere koninklijke begraafplaatsen. Maar het gebrek aan kwaliteit van de opgravingen van Amйlineau in 1897-1899 en 1905 hindert een verdere benadering van de functie van dit monument.



    chasechembotenfl2.jpg


    Een vloot van begrafenisboten werd ontdekt niet ver van de sjoenet en kan hebben deel uitgemaakt van ganse bouwprogramma.18

    chasechemfortep6.jpg
    Fort te Hierakonpolis
  • Het zogenaamde "fort van Hierakonpolis is mogelijks zijn begrafenis omheining. 19. Het is waarschijnlijk een equivalent van de omheining in de Sjoenet al Zebib te Abydos De eerste die dit zogenaamde fort beschreef was Somers Clarke. Op het einde van de jaren 1890 werkte hij samen met J.E.Quibell en F.W.Green te Hierakonpolis en recht daarover op de andere oever van de Nijl op de site van El Kab. Hij werd zo begeesterd door deze plaats dat toen hij op pensioen ging hij zich een huis liet bouwen op de oostelijke oever van de Nijl bij El Kab. Hoog boven de vallei gelegen refecteert dit kasteelachtig huis het levendige en eigenaardige karkater van zijn bouwheer, die daar de laatste twintig jaar van zijn lange leven doorbracht in " splendid isolation" , zijn occasionele bezoekers vergastend op verhalen over de incompetentie van zijn vroegere collega's.


    Vandaag de dag huisvest dit kasteel van de Oude Man uit de Bergen de Belgische archeologische missie te El Kab van waaruit men kan neerzien op het fort van Chasechemoei.

    " Dit gebouw ligt aan de rand van de woestijn, maar niet zo ver van de bewerkte grond, aan de ingang van een vallei die de westelijke woestijn inloopt. Het grondplan is rechthoekig en de ingang is naar de gecultiveerde grond gericht. De buitenste muur is 2,34 m dik en de binnenste 4,87m tussen beie bevindt zich een open ruimte van 2,23 m. De buitenste muur is lager dan de binneenste. De ingang is gevormd door een soort bastion of vooruitspringende toren en is bochtig genoeg om het voor groep personeen onmogelijk te maken er snel doorheen te komen. Indien er een helling was om de top van de muur te berijken en we kunnen ons niet voorstellen dat ze er niet waren , moeten ze van hout geweest zijn en geplaatst in de spleten naast de ingang. Ieder spoor van hen is nu verdwenen. Terwijl de oppervlakte van de buitenste muur glad was was deze van de binneste muur opgebouwd uit panelen . Alle muren zijn uit ruwe tichelsteen en waren epleiterd en gewit. De zuidwestelijke muur in ononderbroken en is zowat 8 tot 9 meter hoog. De muren bij de poort zijn ongeveer even hoog en het is waarschijnlijk dat ze oorspronkelijk maar een meter hoger waren. 20

    Hoewel dit zogenaamd fort doet denken aan de Sjoenet al-Zebib zullen we waarschijnlijk nooit zijn echte betekenis achterhalen want de archeologische opgravingen binnen de muren verricht tussen 1897 en 1899 door Quibell, Clarke en Green en in 1905 door Garstang waren er op gericht de predynastische graven, die er onder lagen, te bewaren en miskenden de inwendige structuur van het gebouw. Maar wat er ook moge van wezen het feit dat Chasechemoei hier in hHieraconpolis, het oude Nekhen, een stad die symbool stond voor het Opper-Egypte een groot gebouw neerzette was een politieke daad van godvruchtige propaganda.


  • Een fragment van een vaas in breccia steen werd gevonden op de plaats van Egyptische tempel te Byblos aan de Libanese kust. Zie figuur "opschriften vazen" uiterst rechts boven. Er staat "di anch Chasechemoei " Leven zij gegeven aan Chasechemoei. 21

    . Ongewoon is dat het Seth beest hier een rode kroon draagt en Horus zoals gewoonlijk de dubbele kroon. Deze vaas kan in Byblos geraakt zijn via handel of meegebracht tijdens een latere periode.
  • Niettemin lijkt het dat de buitenlandse betrekkingen tijdens de regering van Chasechemoei een nieuwe hoogte bereikt hebben gezien dat een zegelimpressie van tijdens zijn regering voor een eerste maal de term "imi-rA xAst =imi ra chaset= opzichter van de Vreemde Landen " voorkomt. 22 Een dergelijke term laat zeer sterk vermoeden dat Egypte zijn hegemonie had uitgebreid over vreemde territoria. Dit vemoeden wordt nog versterkt door een beschadigd steenblok uit de tempelarea van Hierakonpolis23 waarop een lijst voorkomt van vreemede landen. De inscriptie heeft vroeger getallen bevat waarvan er nog gedeeltelijk zichtbaar zijn en zou wel eens voor elk land het aantal overwonnen vijanden hebben kunnen aangeven.

  • Andere inscripties van Chasechemoei zijn gevonden in het privaat graf S3043 te Sakkara 24

    , maar ook in het Djosercomplex25 en te Abydos 26
  • 1. Hoffman 1980, "Egypt before the farao's" p 348-354
  • 2. Emery 1963, " Het Oudste Egypte" p 84-89. Recent nog helt J.Vercoutter "Legypte et la vallйee du Nil ", p233 over naar deze hypothese van twee afzonderlijke vorsten.
  • 3. Quirke 1990, / Shaw and Nicholson 1995:150
  • 4. Hoffman A. 1979, "Egypt before the farao's", p 351
  • 5. Quibell 1900, "Hierakonpolis, I ,pl XXXIX-XL
  • 6. Emery 1963 op.cit. p86 fig 64; Edwards 1971,Edwards 1971, 27
  • 7. Quibell 1900, "Hierakonpolis, I ,pl XXXVI
  • 8. Lacau & Lauer 1959, pl 3 nr. 18
  • 9. Kaplony 1965: 24 en 29, fig 55
  • 10. Kaiser 1992, "Zur unterirdischen Anlage der Djoserpyramide etc ", 184-185, n. 44. in Gegengabe:Festschrift fьr Emma Brunner-Traut.
    527-529
  • 11. Edwards 1971, p 29
  • 12. Kaploni 1963, Das imschriftem des Egyptischen Frьhzeit. p
  • 13. Edwards 1971, 29-30
  • 14. Vandier J. 1952 " Manuel d' archйologie Egyptienne 1, 2 : p 632-634.
  • 15.Petrie 1901, "Royal tombs of the first dynastie", pl IX.
  • 16. Engelbach 1934 "A foundation scene of the Second Dynasty" JEA , 20, 183-184; Vandier 1952,
  • 17. Smith 1946, "A history of sculpture and painting in the Old Kingdom
  • 18. O'Connor 1991,1995
  • 19. Kaiser 1964, "Einige Bemerkungen zur Egyptischen Frьhzeit, III" ZДS , 94 p 104.
  • 20. Clarke, in Quibell & Green 1902, Hierakonpolis II, ERA,V, p 19-20
  • 21. Montet 1928,: 84 fig 1
  • 22. Kaplony 1963,III, pl 72 fig 269
  • 23. Quibel й & Green 1902: pl XXIII onderaan
  • 24. Kaplony 1963, I: p 163
  • 25. Firt & Quibell 1935, I: p141 fig 22; Lauer 1939, p 21, pl XIX 7-8; Lacau & Lauer 1959, pl 19 no 95)
  • 26. Petrie 1901, pl XXII-XXIV; Amйlineau 1902, pl XXI-XXII, Ayrton & al 1904, p 3, pl IX.9 Wortd nog bijgewerkt.
Geschreven door ramsesje om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van .

↑ Terug naar de berichten