Naar de inhoud

.

akke.beakke.be
WELKOM OP DEZE WEBSITE GEWIJD AAN ALLE ASPECTEN VAN HET OUDE EGYPTE DER FARAO'S
indexpicturepr6.jpg

Inhoud



Een herschikking van het blog is aan de gang om alle delen aanklikbaar te maken vanuit het centrale Inhoudsmenu. Enig geduld wordt op prijs gesteld. Ondertussen kan u nog steeds bij de artikels terecht via de inhoud in rechterkolom
e-mail van de auteur: ronald.milo@skynet.be

Archief

Sechemib



SECHEMIB-PERENMAAT


sechemibed5.jpg

Horus Sechemib Perenmaat is de laatste in de rij van de mysterieuse koningen uit de Tweede Dynastie. Er zijn twee voorname hypothesen betreffende Sechemib 1: namelijk dat hij dezelfde koning zou zijn als Peribsen die een andere naam aangenomen heeft en de tweede hypothese, die aanneemt dat hij de opvolger van Peribsen zou zijn. 2


De eerste hypothese vindt haar oorsprong bij Petrie3 die de twee namen voor eenzelfde persoon nam. Maar reeds in dezelfde publicatie drukte Griffith4reeds zijn twijfels uit over de juistheid van deze visie. Inderdaad op de zegel waar Petrie de naam Sechemab Perabsen gelezen had stond echter Sechemib Perenmaat. Maar dit gaf aanleiding tot de interpretatie dat Sechemib de naam van de koning was in het eerste gedeelte van zijn regering. Naam die hij in het tweede gedeelte zou veranderen in Peribsen terwijl hij terzelfdertijd Seth i.p.v. Horus als totemdier aannam.


Het was R. Weill5 die het eerst de hypothese naar voor bracht dat het om twee verschillende koningen zou gaan. J. Saint Fare Garnot6 daarentegen stelde opnieuw voor om deze namen tot ййn koning te herleiden. Lacau and Lauer 7 legden de nadruk op het feit dat de laatste namen van de Tweede Dynastie allen gebaseerd waren op het werkwoord "peri" (Peribsen, Perenmaat, Perenka) en ze stelden de gelijkenis vast tussen de titel van Sechemib "Inw Chaset" ( d.i. tribuut of veroveraar van de vreemde landen " en deze van Peribsen "Inoe Setjet" (d.i. veroveraar van Setjet)8. Waarbij dan met Setjet niet een stad binnen Egypte maar Syriл-Palestina zou bedoeld worden. Daarnaast moet er zeker een nauwe verwantschap tussen beide namen bestaan gezien ze beide de elementen ib en per bevatten. Men zou de naam van Sechemib-Pernemaat kunnen opvatten als een propagandamiddel waarbij de koning de terugkeer naar de Maat ( d.i. de goede rechtsorde, die door zijn voorganger niet gerespecteerd werd) en de terugkeer van de Horus totem voorstaat. Maar evengoed kan het als een argument worden beschouwd voor de naamverandering van Peribsen naar Sechemib-Perenmaat en voor de identiteit van beide koningen.


Wildung en later Barta9 daarentegen stellen de theorie voorop dat Sechemib identiek was aan Oeneg en Peribsen aan Sened. Deze stelling is echter onhoudbaar. De redenen werden voldoende besproken onde het hoofdstuk van Sened.


Meer recent is men eerder geneigd om Sechemib te laten volgen op Peribsen en aan Chasechemoei te laten voorafgaan. De inscripties op de zegels van Sechemib zijn immers alleen gevonden in de structuren toebehorende aan Peribsen te Abydos ( graf en omheining). Dit is voor de voorstanders van de gelijkheidstheorie een argument in hun voordeel.10. Maar voor hun tegenstanders werd het als zeer belangrijk aanzien dat deze zegels alleen bij de ingang gevonden werden. Zij stellen dan ook dat dit het gevolg was (zoals in het geval met Qa'a en Hetepsechemoei en ook met Chasechemoei en Netjerichet) van de viering van de begrafenis van zijn voorganger Peribsen door Sechemib. Wat er ook van zij veel jaren kan hij niet geregeerd hebben en eigenaardig genoeg is na meer dan een eeuw opgravingen te Abydos zijn graf aldaar nog niet ontdekt.


Een laatste theorie is nog dat Seth Peribsen zijn naam zou veranderd hebben in Horus Sechemib, dus het tegenovergetselde van wat een eeuw geleden werd voorgesteld. Hiervoor zijn noch overtuigende argumenten pro noch contra.


Waar we echter terdege rekening moeten mee houden is het volgende feit. Van Peribsen werden nooit inscripties gevonden te Sakkara. Daarentegen van Sechemib werden er wel gevonden in Djosercomplex (cfr infra). Dat Peribsen vrijwillig uitgesloten zou zijn als ketterkoning uit de collectie van de Djoser vazen wordt als hypothese tegengesproken door het feit dat zijn cultus nog werd gevierd te Sakkara tijdens de eerste helft van de Vierde Dynastie zoals blijkt uit het graf van Sjeri11


Wat hier wel een verklaring voor zou kunnen zijn is het feit, dat vermits Peribsen slechts in het zuiden regeerde er dus te Sakkara geen graven van edelen die hem onderworpen waren en die dus van hem als koninklijke gift vazen gekregen hadden waren. Als er geen graven waren kon Djoser of voor hem Chasechemoei er ook geen nemen. Dat er dan wel van Sechemib waren kan dan als volgt verklaard worden: Sechemib zou na Peribsen hebben geregeerd maar reeds geprobeerd hebben en misschien gedeeltelijk of tijdelijk geslaagd zijn in de herovering van het noorden waardoor er dus in Noord-Sakkara wel ( maar tot hiertoe voor ons nog onbekende ) private graven met vazen en opschriften van hem waren waaruit deze door Djoser konden worden verwijderd. Het is trouwens niet zeer waarschijnlijk dat deze vazen uit het zuiden zouden komen. Er is bovendien nog nooit en vaasfragment van Sechemib-Perenmaat in Abydos gevonden.


J. van Wetering heeft recent voorgesteld om de L)vormige Ptahhotep omheining ten westen aan van de Djoserpyramide aan Peribsen toe te wijzen ( cfr Peribsen ). Deze verondertselling wordt bijna niet ondersteund door archeologische argumenten maar andere argumenten die er op wijzen dat men deze omheining niet mag toeschrijven aan de Derde Dynastie maken dit een aantrekkelijke hypothese. Maar ook Sechemib zou in aanmerking kunnen komen als eigenaar van deze omheining en in dit geval zouden de vazen uit het Djosercomplex van heir kunnen komen. Momenteel is dit zuiver speculatief echter.


Een belangrijk argument voor de volgorde Peribsen, Sekhemib werd naar voor gebracht door Jean Pierre Pдtznick in verband met de zegelafdrukken gevonden te Elephantine 12. De epigrafische en palaeografische studies ervan schijnen er immers op te wijzen dat Seth (of Ash) Peribsen voorafging aan Horus Sechemib (die ook een verschillend personage zou zijn ). Deze criteria kunnen ook toegepast worden op de inscripties van de stenen vazen en wijzen dan ook in de richting van een volgorde:Peribsen-Sechemib-Chasechemoei). Vooral de vergelijking van de horizontalke inscripties van Sechemib en Chasecemoei wijzen in die richting.


Pдtznick is ook voorstander van de god Asj als totemdier eerder dan Seth zoals men gewoonlijk anneemt. F. Raffaele denkt dan ook dat er een stricte relatie tussen deze twee goden en hun functie bestond in de Vroeg Dynastische tijden. Hij gaat zelfs verder door te veronderstellen dat in de Tweede Dynastie de naam Seth (gespeld als "Soethesj") gevormd werd door syncretische versmelting van de twee godheden Seth en Asj (Sethesj). Actueel is het echter onmogelijk om dit te bewijzen zelfs niet op liguпstisch gebied.




2dynlijstzp8.jpg


De koningslijsten zijn van weinig nut voor het probleem ze wijzen een lacune (hoedjefa) aan voor Chasechemoei ( Bebti , Djadjatepi) The later king list univoquely hand down a lacuna (hwdjefa) en citeren slechts de Memfitische koningen van deze periode met weglating van Peribsen en Sechemib.



sechemibchas01bm2.jpg
sechemibchas03pm5.jpg
sechemibchas02ta3.jpg


Tot slot : De gelijkenis van de horizontale inscriptie van (n 95) van Chasechemoei ( onder)uit de zuidelijke tombe van het Djoser complex met deze van Sechemib ( boven) enerzijds en het feit dat in andere inscripties van Sechemib de verticale stijl zoals deze gebruikt werd door Peribsen (rechts) op de vaten uit Abydos wordt aangehouden, samen met het gebruik van de valk als totemdier op de serech en de hierboven reeds aangehaalde argumenten, laten onze voorkeur toch uitgaan naar de veronderstelling dat Sechemib na Peribsen en voor Chasechemoei zou hebben geregeerd


Vondsten

  • Zegelafdrukken gevonden te Abydos

    sechemibzegelszz6.jpg


    In Abydos, Sakkara of elders in Egypte werden geen monumenten gevonden die aan hem konden worden toegeschreven. Al wat van hem bekend is zijn de zegelafdrukken met zijn serech gevonden in het graf van Peribsen (Oemm el Qa'ab graf P) en in de begrafenis omheining, het "Middenste Fort" genaamd. De zegelafdrukken worden uitvoerig besproken door Kaplony13. De aanwezigheid van zegelafdrukken van Sechemib in het graf en de omheining van Peribsen zijn dan het bewijs als we annemen dat het om twee verschillende koningen gaat dat Sechemib elders te Abydos of ergens op en andere plaats begraven is.


    Zoals reeds hoger gezegd zijn er in Abydos geen vazen of potten van Sechemib gevonden . Spencer's (Early Dynastic Objects in the British Museum) nr. 277 is van onbekende oorsprong maar er wordt van beweerd dat de vindplaats Abydos zou geweest zijn.



  • Vaasfragmenten te Sakkara

    sechemibvazensc1.jpg


    ()
    Naam Teksten (Kaplony,Helck)
    Trap Pyr.
    Bronnen
    Horus (Sechemib)
    -
    1 (M.D.A.I.K. 20 n.52)
    Horus + Seth/Ash ?
    -
    2 (Spencer, E.D.O. n.277-8)
    Nesoet-biti/Nebti (Sechemib Perenmaat) + Inoe- Chasoet, Iz Djefa, Per Nesoet, Per Sjena, Iri Chet Nesoet
    allemaal op fragm. uit gallerijen
    n.87-94 .....................8
    9 (Kaplony, B.K. n. 28)
    Nesoet-biti/Nebti " " : Oer, Per-Noe (?), Hem-Netjer Cherti
    -
    1: Kaplony, Steingefasse n. 19



    Daarbij komen nog 8 fragmenten van stenen vazen uit het Djoser complex te Sakkara14. Deze werden gevonden in het puin van de oostelijke gallerijene VI en VII. 15


  • Andere vondsten

    Daarnaast is er nog de zegelafdruk gevonden in het puin te Elefantine, dat toegeschreven wordt aan het deel van de stad stammende uit het Oude Rijk.16.


    Vrij recent werd nog een fragment van een zegelafdruk met Sechem(ib)-Perjen(-Maat) Horus naam gevonden te Oem el-Qaabin het graf van Chasechemoei (V, op een verzegeling van een zak vuit kamer 31-33, direct ten noorden van de grafkamer), iets wat onrechtsreeks pleit voor een volgorde van opeenvolging Sechemib, Chasechemoei. 17


    Als laatste nog een albasten vaas van onbekende afkomst 18.




1. Quirke 1990: "Who were the farao's ? A history of their names with a list of Cartouches; p 45. Kaplony 1963, en Helck1979, p 132 zijn voorstanders van de tweede hypothese
2. Grdseloff 1944 , "Notes d'epigrafie archaпque", p 295; Emery 1963,"Het Oudste Egypte", p 83; Shaw en Nicholson 1995, "The Britisch Museum Ancient Dictionary of Ancient Egypt", p 220; Dodson 1996, "The mysterious Second Dynasty" KMT 7,2: p 25. Zijn voorstanders van de eerste hypothese.
3. Royal Tombs... II, 1901 p. 31
4. Royal Tombs... II, 1901 p. 53 n.49
5. R.Weill, 1908 , "Les Oroigines de l'Egypte Pharaonique 1иre partie. La IIeet IIIeDynastie" 1908 p. 119-26
6. J. Saint Fare Garnot B.I.E. 37 p 317v. Andere artikels over de zogenaamde Seth revolutie in Newberry A.E. 7, 40ev ; Cerny in Grdseloff, ASAE 44, 279ev
7. Lacau and Lauer, 1959, "Pyramide а degrйs IV, 2 p.43
8. Zie voor de namen van Peribsen en Sechemib ook G. Godron, B.I.F.A.O. 57 p. 150ev en B. Gunn A.S.A.E. 28 p. 156 n.4
9. Wildung 1969, in 'Die Rolle...' 1969 en Barta 1981, in Z.A.S. 108. 10. Petrie 1901: pl XXI.164-172 ; Ayrton & al. 1904: pl IX.3 .
11. Zie hiervoor de bijdrage over Sened. Bovendien nog dit in de oostelijke gallerijen werden twee zegels van Chasechemoei gevonden die afkomstig waren van de koorden waarmee de zakken waarin de vazen zaten waren toegeknoopt. Dit wijst erop dat Djoser de uitrusting van de begrafenis van Chasechemoei maar ook van Ni-netjer en mogelijks van Horus Za. hergebruikte voor eigen doeleinden cfr W.Helck 1979, in Z.A.S. 106.
12. Pдtznick MDAIK reports espec.: MDAIK 55, 1999, 166-173 en MDAIK 51, 1995, 179-184.
13. Peter Kaplony 1963, I.A.F. I, II, III (figuren). De Abydos zegelafdrukken in I.A.F. III zijn van Petrie R.T. II pl. 21 n. 164- 172 (met lichte afwijking ), en van E. Naville- E. Peet - H. Hall, 'The Cemeteries of Abydos' pt. I, 1914 pl. 9.
14. Lacau-Lauer Pyr.Deg. IV n. 87-94 (pl. 18) maar deze fragmente waren reeds eerder gepubliceerd door B. Gunn, A.S.A.E. 28 pl. 2 en door Firth - Quibell, Step Pyramid II pl. 88- 89. 15. Alle inscripties van Sechemib tot 1993 zijn bijelkaar gebracht in de " Quellenlist " van Jochem Kahl (Das System der Agyptische Hieroglyphenschrift Dyn. 0-3, 1994 p. 355-6 n. 2864- 2886) waar Sechemib voor Peribsen, wordt geplaatst (p. 7,8). 16. Leclant - Clerc 1993, Orientalia 62, p. 250; T. A. H. Wilkinson, Early Dynastic Egypt, 1999 p. 90-91; W. Kaiser, J.P. Pдtznick et al., in: MDAIK 55, 1999, 166-172).
17. cf. Dreyer, in: MDAIK 59, 2003, 115, pl. 24b. 18. Kaplony 1965, p 24 pl. V fig. 52.
Geschreven door ramsesje om 00:00 Reageer op dit bericht

Peribsen (volledig)

Peribsen (volledig )

Inleiding

Ondermeer Petrie ging er nog van uit dat de Dynastieke beschaving van Egypte het gevolg was van een migratie naar Egypte bewoners vanuit Aziл, die men vereenzelvigde met de "Volgelingen van Horus" en dus de koningen van de Eerste Dynastie. W. Emery dacht dan ook dat de primitieve bevolking aanhangers waren van Seth. Peribsen gaat nu op een bepaald moment de Horus boven zijn serech vervangen door het Seth dier. Voor Emery was dit het bewijs dat de oorspronkelijke bevolking nog iets te betekenen had en misschien wel in opstand was gekomen zodat de koning het opportuun vond om niet alleen het totemdier te verwisselen maar ook om van naam te veranderen. Zijn oorspronkelijke naam Sechemib zou dan Peribsen zijn geworden. 1


Nu weten we echter dat de Dynastieke beschaving het gevolg was van een zich ter plaatse ontwikkelende cultuur. Waarom Peribsen dan verkoos om Horus met Seth te verwisselen is nog steeds een een mysterie. In de traditionele (en dus latere) mythologie was Seth de aartsvijand van zijn broer Osiris en dezes zoon Horus. Maar het is helemaal niet zeker en zelfs niet zeer waarschijnlijk dat de Egyptenaren in de archaпsche tijd Seth als een bedreigende god aanvoelden.


Het lijkt dan ook wat ver gegrepen om in deze koning een soort van religieuze revolutionair te zien, genre Achnaton, zoals P.E. Newberry2 en na hem Cerny, Grdseloff, Emery en anderen deden. Waarbij de koning de cultus van Seth zou ingevoerd hebben in de plaats van de Horus-cultus. De documenten waarover we beschikken voor deze periode zijn immers te weinig expliciet om hierover uitsluitsel te kunnen geven. De periode tot de regeringsaanvaarding van Chasechem is uitzonderlijk obscuur maar het lijkt niet onmogelijk dat de ganse periode van de dood van Ni-Netjer tot het aantreden van Chasechem veel vredelievender kan verlopen zijn dan we eerder dachten. Met zelfs de mogelijkheid van een overeengekomen splitsing van het land in een noordelijk en en zuidelijk deel. Daarentegen zijn we wel zeker van een belangrijke oorlogsactiviteit bij de aanvang van de regering van Chasechem.


F.Raffaele3 is er stellig van overtuigd dat de veranderingen in de koninklijke propaganda, die onbetwistbaar werden doorgevoerd door Peribsen, eerder als het gevolg van een diepe crisis in het midden van de Tweede Dynastie moeten gezien worden dan als de oorzaak ervan . Er waren zeker problemen en wat we nu zien zijn misschien alleen maar de middelen die aangewend werden om de crisis te keren.

Anderzijds blijft het mogelijk dat deze verandering wel reлle politieke implicaties met zich heeft meegebracht of dat zij er het gevolg van was. Hoffman 4 denkt bijvoorbeeld in de richting van de ontwikkeling van een nieuwe ideologie van het koningschap.


Sommigen zien niet alleen een verband tussen de verandering van de titel en de beslissing van Peribsen om begraven te worden in de necropool van de koningen van de Eerste Dynastie te Abydos maar ook met het feit dat men nergens, buiten Opper-Egypte, eigentijdse inscripties van hem vindt. Vandaar de veronderstelling dat hij misschien een afstammeling was van de Eerste Dynastie en dat hij alleen in Zuid-Egypte zou hebben geregeerd.


Nog een andere hypothese ziet in hem een usurpator die alleen in Opper-Egypte regeerde en zich te Abydos, bij de koningen van de Eerste Dynastie liet begraven om zich te legitimeren.


Er is nog steeds geen overeenstemming tussen de experten over de relatie tussen Peribsen en Sechemib Perenmaat. Door sommigen wordt deze laatste als een voorganger van Peribsen beschouwd door anderen dan weer als zijn opvolger en volgens nog anderen (ondermeer Emery) is Sechemib-Perenmaat dezelfde persoon als Peribsen die echter zijn Horus naam Sechemib in de Seth naam Peribsen liet veranderen. Een definitief bewijs voor ййn van deze stellingen is er niet. Maar nog een vierde hypothese die door D.Wildung en W.Barta werd gepropageerd dat Sened en Peribsen identiek zouden zijn lijkt mij toch definitief uitgesloten.


Zoals we reeds zagen onder het hoofdstuk gewijd aan Sened werden een cultus van Sened en Peribsen samen gevierd te Sakkara tijdens de Vierde Dynastie . De twee koningen zijn hier duidelijk onderscheiden van elkaar en niets schijnt er trouwens op te wijzen dat Peribsen in die tijd als een ketter diende gebrandmerkt te worden. In tegendeel zijn cultus werd goed onderhouden.


Peribsen's begrafenis omheining, nabij het Middenste Fort, te Abydos 5 bevindt zich naast deze van zijn opvolger Chasechem. Ook dit zou ongetwijfeld niet gebeurd zijn indien deze twee koningen vijandig tegenover elkaar zouden hebben gestaan.


Zijn graf 6 (P)en dit van Chasechem (V) echter bevinden zich dan weer respectievelijk aan de noord- en zuidzijde van de necropool van de Eerste en Tweede Dynastie te Oemm el Qa'ab (Abydos)


Besluit

Als besluit kunnen we stellen dat de mogelijkheid van een splitsing van het rijk gedurende de Tweede Dynastie al bij al toch wel reлel is. De aanleiding hiervoor blijft obscuur maar zou kunnen berusten op een crisis factor of op de moeilijkheid om het ganse land effectief te besturen. Tekens van burgeroorlog zijn er echter niet vууr de regering van Chasechem. Indien deze koning diende te vechten voor de hereniging van het rijk was het zeker niet tegen een van zijn voorgangers te Abydos ( of het er nu ййn of twee waren doet er in principe niet toe) maar mogelijks wel tegen rivalen, die vanuit Memfis over het noorden regeerden. Immers inscripties van Chasechem(oei) tonen verslagen vijanden en vermelden een overwinning op de "Noordelijken", zonder verdere bijzonderheden echter over wie deze verslagen vijanden waren.


Namen, tittels, identiteiten en de therorie over "de Periode van Seth"

Zoals we reeds aangaven is er geen bewijsstuk dat aantoont dat Sechemib en Peribsen twee op elkaar volgende namen waren van ййn koning. Een zegel inscriptie gepubliceerd door Petrie7 draagt de naam Sechemib - Peribsen (deze laatste naam dan wel geschreven als Per-en-ib). Later werd aangetoond dat dit echter diende gelezen als Sechemib - Perenmaat. Het voorkomen echter van materiaal met de naam Sechemib in een context die, qua datering , steeds met Peribsen in verband wordt gebracht (ondermeer te Oem el-Qa'ab en de omheining van het "Middelste Fort" te Abydos) geeft aanleiding tot twee hypotheses:

  • ofwel veranderde Horus Sechemib/Perenmaat inderdaad zijn naam in Seth Peribsen
  • ofwel volgde de enen koning de andere op en herbruikte hij voor zijn eigen begrafenis de gebouwen opgericht door zijn voorganger of voltooide hij gewoon deze monumenten.


    Anderzijds stelt D.Wildung, hierbij gevolgd door W.Barta, voor om Horus Sechemib te beschouwen als dezelfde persoon als de nesoet-biti Oeneg en Seth Peribsen als de nesoet-biti Sened. Het dient gezegd dat er voor de combinatie Sechemib-Oeneg geen enkel bewijs pro of contra kan worden aangehaald. Dit geldt echter niet voor het koppel Peribsen-Sened. De inscripties op de valse deur van het graf van Sjeri (Sakkara Mastaba B3) maken een duidelijk verschil tussen Sened en Peribsen ( zie het artikel over Sened). Bovendien is Sened zeker niet de nesoet-biti naam van Peribsen want die naam kennen we. Het is eveneens Peribsen zoals blijkt uit zegels en vaasinscripties. Dus deze hypothese kan definitief verlaten worden.


    Laten wij nu eens de epigrafische en archeologische documenten bekijken om de reltieve posities van deze twee koningen ten opzichte van elkaar te bepalen


    peribsencylinderzegelry9.jpg
    Cilinderzegel met de cartouche3.1.1 en nesoet-biti naam van Peribsen

    Sechemib/Perenmaat en Peribsen zijn ofwel serech-namen of wel nesoet-biti/nebti namen. Op zijn minst vijf kortsondige opvolgers van Ni-netjer zijn alleen maar bekend onder hun nesoetbiti-nebti naam : Oeneg, Sened, Noebnefer, Neferkara en Neferkaseker ('Za' is ook voorgesteld als de Horus naam van Oeneg, maar dit is slechts een hypothesel). Om deze reden dacht Helck8 dat Ni-netjer misschien het rijk opgesplitste in twee delen en twee van zijn zonen aan het hoofd plaatste van respectievelijk Noord- en Zuid-Egypte.


    peribsensethfd3.jpg
    Seth naam van Peribsen is identiek aan zijn nesoet-biti naam

    De koning die in Memfis zetelde zou dan de nesoetbiti-nebti naam gedragen hebben en deze die in Abydos resideerde zou de naam in een serech gevoerd hebben. Dit heeft als gevolg dat de vijf genoemde koningen, tegelijkertijd met Sechemib en Peribsen van Abydos, zouden geregeerd hebben maar te Memfis. Om deze theorie te ondersteunen wijst Helck op het feit dat de bewuste vijf koningen geen enkel spoor hebben nagelaten in Opper-Egygte en dat Peribsen, maar ook Chasechemoei slechts sporadisch voorkomen te Sakkara. Dit kan natuurlijk ook op puur "archeologisch toeval" berusten maar er is waarschijnlijk meer kans om artefacten van de tijdens de regering van Peribsen en zeker van Chasechemoei te Sakkara te vinden (Gisr el Mudir, Trappyramide complex en de gallerijen van het westelijk massief) dan om de namen van Oeneg of Neferkaseker in Opper-Egypte aan te treffen. Want zelfs de drie eerste koningen van de Tweede Dynastie, die samen toch meer dan zeventig jaar regeerden, hebben niet bijzonder veel resten nagelaten te Abydos.


    Maar het probleem van de juiste begrenzing van de begraafplaatsen uit de Vroeg-Dynastieke Periode te Sakkara en Abydos is hierbij bijzonder belangrijk. Over het algemeen neemt men aan dat West-Sakkara nog wel eens veel meer materiaal zou kunnen bevatten dan West-Abydos. Al wijst Dr. Nabil Swelim er in een persoonlijke communicatie met F.Raffaele op dat er ook te Abydos niet ver van Oemm el Qa'ab nog een belangrijke massa graven en andere structuren te vinden zijn. Het zou interessant zijn  de opinie van Dr.Dreyer over dit probleem te kennen.


    Zes belangrijke zaken dienen uitgediept te worden om de zogenaamde "Sethiaanse Revolutie " van Peribsen en de waarschijnlijkheid dat hij alleen over Opper-Egypte geregeerd heeft en tevens zijn verhouding met Sechemib/Perenmaat te begrijpen.

    • 1) De betekenis van de koninklijke titels met name de Horus en nesoet-biti/nebti namen.
    • 2) De chronologie, annalen en koningslijsten
    • 3) De epigraphische data
    • 4) De archeologische betekenis en context van de monumenten te Abydos met name graf P te Oemm el Qa'ab en de omheining genaamd "Middelste Fort".
    • 5) Indirecte bewijzen voor de opdeling van het rijk
    • 6) Materiaal aangaande andere koningen.
      • 1. De betekenis van de titels

        a) Horus boven op de serech staat symbool voor het koninklijk paleis dat beschermd wordt door deze belangrijke god. Deze god wordt bovendien geпdentificeerd met de koning en het is dus de god-koning zelf die zijn eigen paleis, het land en al zijn inwoners beschermt. De sterkte en de betekenis van deze metafoor zijn van religieuze origine daar ze het concept van goddelijk koningschap, als oorsprong en oorzaak van het recht van de koning om het land en zijn inwoners als geheel te besturen, impliceren. De titel heeft dus een sterk religieuze betekenis.


        b)De nesoet-biti naam daarentegen heeft geen enkele religieuze betekenis. De titel legt vooral de nadruk op het geografisch aspect door de koning te assimileren met twee zaken ( bies en bij) die respectievelijk specifiek zijn voor het milieu van Opper- en Neder Egypte, die beide, vereend maar toch apart, het domein van de koning vormen.


        c/De nebti titel daarentegen heeft zowel een religieuze als een geografische waarde. Maar het is pas in een later stadium van het Oude Rijk dat deze titel apart zal gebruikt worden. In de Thinietentijd is hij dikwijls gekoppeld aan de nesoet-biti titel en is er vaak maar ййn naam voor de beide titels (vb. Nesoet-biti / Nebti Peribsen).




        Het is hoogst waarschijnlijk dat de koning zijn Horus naam verkreeg bij zijn troonsbestijging. De naam legde de nadruk op de magische of fysische kracht of op een andere eigenschap van de koning. , noemde een beschermingsgod, een totemdier, gaf een bedreiging, een doel, een wilsbeschikking of een wens te kennen (Christine Van Heertum, pers. comm. aan RF.Raffaele). Kortom deze naam was een programma, vergelijkbaar met de naam die de paus kiest bij zijn troonsbestijging. Het doel van de koning was een bepaald aspect van de god Horus, met wie hij geпdentificeerd werd, te benadrukken.


        Met uitzondering van de Seth naam van Peribsen was tot en met Snofroe de Horus naam de voornaamste naam. De nesoet-biti titel leidde de geboortebnaam in. Ni-netjer was de eerste koning die zijn eigen naam ook als Horus naam aannam. Hij had om deze reden, evenals Peribsen slechts ййn naam voor de drie titels ( met mogelijks nog Ren als vierde "Gouden" titel.


        Het lijkt erop dat de nesoet-biti een meer politieke en burgerlijke uitstraling had en bij voorkeur werd gebruikt in een burgerlijke-economische context. De Horus naam was heiliger en was meer bestemd voor een omgeving van ceremoniл, cultus, magie, oorlog, eigendomsrecht , begrafenis en religie. Dit is echter geen rigiede regel en het gebruik kon veranderen naargelang de periode in de geschiedenis en context ervan.


        Er zijn geen gevallen van naamsverandering van een koning bekend vууr Chasechem. Maar er dient opgemerkt dat we een dergelijke verandering maar kunnen constateren bij koningen met goed gekende en langdurige regeringen (zoals Pepi I, Menthoehetep II, Amenhetep IV). Voor obscure of weinig bekende koningen, zoals deze waarover wij het hier hebben, is het zeer moeilijk om het weinige bewijsmateriaal waarover we beschikken juist te interpreteren en alleen het gekoppeld voorkomen van beide namen kan enige zekerheid bieden en dan nog. Qa'a b.v. schijnt twee verschillende nesoet-biti namen gehad te hebben 9


        Maar aan de andere kant kan men veronderstellen wanneer een koning van naam verandert de eerste naam verworpen wordt voor de tweede en dat het gepaard voorkomen bijna een contradictio in terminis is. Het paar Horus Sechemib/Seth Peribsen heeft al even weinig zin als sa Ra Amenhetep (IV) - Achenaton. Merken we terloops op dat de geografische oorsprong van Seth dient gezocht in de regio van Ombos (Nagada) Opper-Egypte en niet in de Sethroл nome in de Delta.


        Wat was dan de correcte volgorde? Was het Horus Sechemib Perenmaat > Seth Peribsen > Chasechem? Waarom zou de volgorde Seth Peribsen> Horus Casechem > Horus-Seth Chasechemoei de voorkeur verdienen op Seth Peribsen>Horus-Seth Chasechemwoei > Horus Chasechem ? Vragen die allemaal onbeantwoord blijven


        Men heeft echter geargumenteerd dat gezien Chasechem de ketterse Peribsen versloeg hij na de overwinning het embleem van zijn vijand ( Seth dus) zou overgenomen hebben als een gebaar van verzoening tegenover de verslagen vijand. Maar we hebben hogergop al uitgelegd dat de vijand van Chasechem eerder in het noorden dient gezocht ( hetzij de koning van Memfis of rebellen in de Delta) en dat Peribsen niet echt in aanmerking komt. Maar om het ganse verhaal nog wat ingewikkelder te maken is er wel een kans dat Chasechem met Peribsen de strijd aanbond maar alleen maar als:

        A)de burgeroorlog zou zijn uitgevochten tussen de regerende families te Nagada (of Abydos) waarbij deze van Nagada dan de volgelingen van Seth en noordelijken fractie zouden zijn en de anderen van Hierakonpolis dan de volgelinegn van Horus en dus de zuidelijken.

        B)en als daarbij Horus Chasechem en Horus-Seth Chasechemoei twee verschillende koningen zijn de eene van Nechen en de andere van Thinis.

        Dit laatste zou dan evenwel betekenen dat tijdens deze stormachtige periode er koningen zetelden te Memfis in het noorden en te Nechen en Thinis in het zuiden waarbij dan pas na de eenmaking van de twee zuidelijke rijken het ganse land onder Chasechemoei zou verenigd worden . Tegen deze laatste theorie echter plijt de quasi pijnloze overgang Peribsen-Chasechemoei

        eerstevolzintp7.jpg

        De eerste volzin in hiлrogliefen nml een zegelinscriptie(zie hierboven) zou eveneens naar Chasechemoei kunnen verwijzen :"Peribsen heeft de Twee Landen aan zijn zoon overgemaakt" waarbij deze twee te Abydos begraven koningen dan kunnen beschouwd worden als tot dezelfde stam behorend en met dezelfde bedoelingen strijdend, namelijk de vereniging van de twee landen, maar dat dit pas lukte onder Chasechemoei.

        I

        Indien dit nu allemaal zo is gegaan , waarom dan werd in de eerste plaats het land verdeeld. Als we aannemen dat Ni-netjer het rijk aan twee van zijn erfopvolgers naliet 10, dan kan men dit beschouwen als de verdeling over twee personen van een prerogatief dat voordien door een persoon met macht over de Beide Landen werd uitgeoefend. Dit moet als een zeer "on"-mythische en "on"-gewone situatie zijn overgekomen en zal niet zomaar zonder reden zijn uitgevoerd. Misschien hadden de kroonprinsen allebei evenveel rechten ( tweeling ?) of werd het toch zo voorgesteld door de koninklijke propaganda. Echt nieuw was de situatie nu ook weer niet want het probleem had zich waarschijnlijk al voorgedaan tijdens, de nog chronologisch onzekere opvolging post Qa'a (contra Dreyer) en werd bovendien ook weerspiegeld in de klaarblijkelijk zo uitgebalanceerde machtsverhouding tussen de koningen van de Eerste Dynastie, begraven te Abydos en hun hoge functionarissen, begraven te Sakkara. Mogelijks waren de koningen van This nog steeds niet in staat om de volle controle over een zo uitgestrekt gedeelte van het land ferm in de hand te houden en gaven ze hun macht door aan een dignitaris, die te Memfis resideerde en hier een macht bezat die bijna gelijk was aan deze van de koning. Een echte onderkoning dus.

        Deze delicta kwestie die verband houdt met de grootte van de graven te Memfis werd opgelost door Kemp en later door opgravingen van D.A.I.K. Aangenomen werd dat de koninklijke graven te Abydos, die kleiner leken dan deze van Memfis, in werkelijkheid wel groter waren omdat ze naast de echte graven te Oemm el Qaab ook de meer noordelijk gelegen begrafenisafsluitingen omvatten. Bovendien moeten we ook onthouden dat er een evidente pariteit en analogie aanwezig is tussen de koningsgraven te Abydos en de door de koning verleende graven voor een hoge functionarissen te Sakkara.

        Deze functionarissen waren het "evenbeeld" van de koning en moesten dus dezelfde autoriteit uitstralen als de koning zelf zowel in hun handelen als door hun monumenten. Waarom de koningen zo een macht verleenden aan deze vertegenwoordigers is nog een mysterie maar hoogst waarschijnlijk is het omdat op die manier de functie van de staat beter tonder controle te houden was of misschien om een zekere politieke of economische dreiging in toom te houden. Bij het begin van de Tweede Dynastie is de situatie omgekeerd. De koning en de hoofdstad bevinden zich nu te Memfis maar een crisis van de monarchie zou Ni-Netjer gedwongen hebben de macht te splitsen in twee bijna gelijkwaardige delen: de nesoet-biti koning te Memfis met misschien wat meer politieke macht en de Horus-Seth koning in het zuiden met mogelijks wat meer religieuze authoriteit. Het is niet onmogelijk natuurlijk dat een moeilijkheid in de successie of een economische factor ( denk aan de lage Nijlstanden onder Ni-Netjers regering ) ook een beslissende of alleen maar een onderschikte rol speelden in dit scenario.

        Initiлel zou men deze splitsing alls onvermijdelijk aanvaard hebben maar eens de welvaart terugkeerde in het land en er een sterke persoonlijkheid als Chasechem de witte kroon droeg zal de terugkeer naar de eenheid het eerste geweest zijn waar hij zijn aandacht op toespitste en bovendien ook verwezenlijkte.



      • 2.Chronologie, analen en koningslijsten.

        Chronologisch zijn er twee mogelijkheden: ofwel regeerden de ongeveer negen koningen van de Tweede Dynastie allemaal na elkaar ongeacht de plaats waar ze resideerden. Deze periode zou dan ongeveer 140-150 jaar hebben geduurd. Ofwel regeerden enkelen tegelijkertijd. De ene in Memfis de andere in This. Na Ni-netjer, zouden dan Oeneg, Sened, Noebnefer, Neferkara en Neferkaseker gedurende een twintigtal jaar in Memfis geregeerd hebben terwijl Sechemib - Peribsen de troon bezette(n) in This. In dit geval wordt de totale duur van de Tweede Dynastie teruggebracht op 120-130 jaar


        In de lijsten uit he Nieuwe Rijk kan men twee varianten onderscheiden. De lijst van Abydos kent slechts vijf cartouches toe aan de Tweede Dynastie: met alleen Wadjnes (Oeneg) en Senedj voor Chasechemoei (Djadjatepi). De canon van Turijn en de lijst van Sakkara zijn vollediger en gelijkvormig aan elkaar: na Wadjnes en Senedj vindt men er 'AaKa (Neferka), Neferkaseker en een aanwijzing voor een lacune11 gevolgd door Chasechemoei (Bebti). Manetho kan beschouwd worden als sterk aan deze laatste lijsten aan te leunend.


        Nu, zelfs al we zouden aanvaarden , zoals Wildung doet, dat Oeneg en Sened identiek zijn aan Sechemib en Peribsen (maar we hebben hogerop uitgelegd dat dit niet mogelijk is) dan nog ontbreken er koningen op deze lijsten. Waarom ?


        Alhoewel de lijst van Sakkara en de papyrus van Turijn gelijkvormig zijn moeten we deze toch apart behandelen de eerste heeft een meer religieus karakter en de papyrus is meer practisch van aard.


        De lijst van koning Sethi in de tempel te Abydos en de lijst (van iets latere datum) in het graf van Tjoeloi12, opzichter van alle werken vande koning, te Sakkara daarentegen hebben beide hetzelfde doel namelijk een positieve invloed uitoefenen op deze personen die de herinnering aan deze koningen levendig hielden door het schrijven van hun naam. Alleen op religieuze basis zou men hier die koningen uitsluiten die bekend waren als of deze waarvan men alleen maar vermoedde dat ze usurpator, vreemdeling of ketter waren. De Hyksos en de Amarna koningen worden dan ook niet vernoemd.


        Een koning zoals Peribsen was in de tijd dat men deze lijsten opstelde reeds een figuur uit een ver verleden. Het feit alleen dat men wist dat hij de god Seth op zijn serech voerde kan reeds genoeg geweest zijn om hem als een ketter te bestempelen; al voelde men dat in zijn tijd en op zijn minst tot in de Vierde Dynastie niet zo aan ( cfr valse deur in het graf van Sjeri),


        De papyrus van Turijn en de analen steen zijn meer betrouwbare documenten. Beide dateren echter ook van lang na de feiten (respectief de Negentiende en de Vijfde Dynastie) maar hun doel was een louter catalogeren van de regeringen en hun duur, een soort calender dus . Het waren geen religieueze objecten al kunnen ze wel in een tempel bewaard geweest zijn.

        De Hyksos worden in de papyrus van Turijn echter wel genoemd 13>. Dus de bedoeling van de schrijver is hier inderdaad het opsommen van de koningen en hun regeringsduur. Maar zonder dat hij wist ( zoals trouwens ook Manetho) dat de bronnen die hij copiлerde gelijktijdig regerende koningen soms niet naast maar achter elkaar opsommen.


        Het is dan ook buitegewoon spijtig dat er van de annalensteen (ca 2 m x 1m) slechts fragmenten resten. Aan de hand van deze fragmenten werd door het werk van W.Kaiser, W.Helck en W.Barta tussen 1961 en 1987 een reconstructie van de steen gemaakt. Hun reconstructies en conclusies zijn gelijkaardig maar zijn allemaal gebaseerd op de jaarlengte van de regeringen zoals ze niet alleen door eigentijdse documenten maar ook door de Papyrus van Turijn worden geleverd . Dit dient men steeds voor ogen te houden want de afmetingen van de steen zouden wel eens volledig anders kunnen uitvallen en een paar decimeter min of meer kan hem heel wat jaren schelen.



        palermosteenkt7.jpg


        Wat kan er nu al zo afgeleid worden uit deze reconstructies14? Lijn IV omvat ongeveer 120 jaar. Het rechtse derde vinden we Hotepsechemoei en Nebra (niet bewaard gebleven), het centrakle derde omvatte Ni-netjer (6 jaar rechts van de Palorme steen , 15 jaar op de Palermosteen, en circa 15 jaar links van de Palermosteen en circa 10 jaar op lijn IV van het Cairofragment ( onleesbaar) het linker derde (waarvan circa 5 jaar op het Cairo fragment na Ni-Netjer en nog ongeveer 35 jaar links vn deze steen.) zouden dan de koningen vууr Chasechemoei moeten omvatten. Chasechemoei moet in het begin van lijn V hebben gestaan onder Hetepsechemoei. De vermelding van een bronzen standbeeld op de Palermosteen V,4- heeft niets met zijn eigen regering vandoen. Het dateert van het einde van de regering van zijn opvolger, Nebka of Djoser. We mogen dus besluiten dat binnen de laatste 40 jaar alle koningen tussen Ni-Netjer en Chasechemoei dienen geplaatst.


        Hoe kunnen we nu best deze 40 jaar verdelen. We kunnen speculeren op 20 jaar ( elk vier jaar) voor de vijf koningen Oeneg, Sened ,Noebnefer,Neferkara,Neferkaseker en 16-20 jaar voor Sechemib - Peribsen. Als we aannemen dat de priesters van de Vijfde Dynastie deze steen gebruikten om de verlopen jaren in de geschiedenis van Egypte te kunnen bijhouden ( zoals een moderne kalender maar met jaren ipv dagen) dan kan men zich moeilijk voorstellen dat men gelijktijdig regerende koningen zo maar na elkaar opnam. In ons geval zouden de twintig jaar dat de koningen in Memfis regeerden en de twintig van de koningen in Abydos er dan samen veertig worden. Er zijn dus drie mogelijkheden:

        • Ofwel gaven de schrijvers van de analen verkeerde informatie omdat ze de juiste toedracht van de geschiedenis van een periode die ongeveer 10 generaties (250 jaar) voor hen lag niet meer wisten of maakten ze fouten in de interpretatie van de documenten waarover ze beschikten.
        • Of de steen zou een lijst van opeenvolgende koningen zijn en bechouwde eventuele overlappingen van regeringen als dusdanig.
        • Maar er is nog een mogelijkheid ! Namelijk dat de functie van de steen niet een soort almanak was, zoals dikwijls wordt verondersteld, maar dat hij ook een historisch verhalende functie bezat en dan kunnen er om verschillende redenen ook koningen zijn weggelaten.

        De veertig jaar omvatte dus waarschijnlijk de niet overlappende regeringen van de koningen van het einde van de Tweede Dynastie, al kan men ook veronderstellen dat op en of andere manier een aanduiding van overlapping kan zijn aangebracht. Maar vermits het hier om een monument van Memfitische strekking gaat lijkt het waarschijnlijker dat men de "zuiderlingen" niet heeft vermeld. Zo kan men bergrijpen dat Peribsen zonder als ketter of usurpator te zijn beschouwd toch uit de boot gevallen is. Maar dan komen we op een periode van veertig jaar die moet opgevuld worden met koningen als Noebnefer en Neferkaseker. Er zouden ongetwijfeld nog meer koningen hebben geregeerd dan de vijf die we tot nu toe kennen. Misschien wel tien of meer vermeldt F.Raffaele maar die zouden dan geen monumenten hebben nagelaten en ook niet op de lijsten voorkomen? Veertig jaar, als het ware een mini-tussentijdse periode met Egypte in de handen van totaal vergeten koningen ! Dit lijkt niet echt waarschijnlijk.


        Toch noteren we dat op de papyrus van Turijn en de Sakkara lijst een "hudjefa" ( een lacune in het originele monument of papyrus waarop men zich baseerde) voorkomt. Op beide lijsten komt het voor de verminkte naam van Chasechemoei en op de payrus is de lengte van deze periode bewaard; namelijk 11 jaar. Elf jaar is weinig ( maar niet onmogelijk) voor de duur van de regering van Peribsen. Bovendien weten we niet of de lacuna inderdaad een verwijzing is naar een onleesbaar deel van het oorspronkelijke document waarvan werd gecopiлerd ofwel dat de naam wel leesbaar was maar niet de moeite bleek om te vermelden. In elk geval is de schaarsheid van de overblijfselen een valide indicatie voor de relatieve kortstondigheid van deze critische periode.




    Vondsten

    Zegels

    peribsensealslh0.jpg


    Op sommige zegels wordt Peribsen vermeld met de titel "inw Setjet" d.i. tribuut ( veroveraar?) van Sedjet.15 Het determinatief voor stad ( ring met kruis erin) schijnt erop te wijzen dat deze stad binnen Egypte lag eerder dan dat het zou gaan om Syro-Palestina dat in het Egyptisch ook Sedjet genaamd werd. De stad is waarschijnlijk de identificeren met Sethroл16 in het noord-oosten van de Delta. In latere tijden was het een cultus centrum van de god Seth. Men zou kunnen aannemen, mits men dan ook aanvaardt dat Peribsen tevens in het noorden van het land regeerde, dat hij daar de eredienst van Seth zou hebben ingericht. Bewijzen kan men het echter niet.



    Sechemib. Veroveraar van de vreemde landen " heeft men gevonden op scherven van stenen vazen uit het Djoser complex. Verder zijn er echter van hem geen resten te Sakkara aangetroffen.


    Twee stиles17 ,waarvan Emery beweert dat Horus Sechemib er zijn naam liet op wissen nadat hij ze reeds had opgesteld in zijn graf te Abydos en de naam liet vervangen door Seth Peribsen 18 werden van hem gevonden vlak voor het graf toegeschreven an Peribsen te Abydos.


    Recent werd er te Elefantine een zegel gevonden van een ambtenaar werkzaam tijdens de regering van Peribsen.19. De ambtenaar wordt op de zegelinscriptie " de bezegelaar van alle dingen van Opper-Egypte" genaamd. Dit toont meteen aan dat er op zijn minst reeds tijdens het late gedeelte van de Tweede Dynastie 20 te Elefantine adminsitratieve staatstructuren bestonden . Het feit dat een dergelijk verafgelegen post zich ontwikkelde onder de controle van zo een staatsstructuur kan alleen maar een index zijn van de voorspoed en de expansie van de Egyptische staat en is moeilijk verenigbaar met een periode van sociale ne religieuze onrust. De welvaart schijnt zich evenwel slechts tot de koninklijke familie te hebben beperkt.


    Te Beith Khallaf werd in mastaba K1, die men dateert tijdens de regering van Djoser, niettemin een zegel van Peribsen gevonden21


    .

    Ongepubliceerd zegel .Dit specimen is niet gepubliceerd en de oorsprong is onbekend, het zegel bestaat uit een soort bruine kalksteen met witte strepen ( hoogte 2,04 cm diam. 1,94 cm., inwendige diam. 0,68 cm.) Deze informatie komt van F. Tiradritti22. Het is te vergelijken met een gelijkaardig zegelafdruk 23(maar dan zonder cartouche ) door Kaplony in 'Die Rollsiegel des Alten Reichs' II, 1981 tav. I. " gepubliceerd

    Vazen

    peribsensvessels01vo1.jpg


    Nog eigenaardiger lijkt het feit dat Petrie in het graf van Merneith uit de Eerste Dynastie een fragmen van stenen vaas heeft gevonden waarop de naam van Peribsen voorkomt 24. De enige mogelijke verklaring hiervoor is contaminatie, mogelijks door Amйlineau die niet zo voorzichtig omsprong met de opgeraven voorwerpen.

    Verder vernoemen we nog een cylindrische vaas in rode kalksteen waarop in reliлf de serech van Peribsen voorkomt. De herkomst van de vaas in echter onbekend.


    Het Graf P te Abydos

    peribsengrafkc0.jpg

    Zijn enige monument is zijn graf te Abydos. Die eigenaardig genoeg maakt het deel uit van de groep graven uit de Eerste Dynastie. De bovenbouw is volkomen verwoest en het enige dat rest is de met tichelsteen beklede put van de onderaardse bouw. Deze bestaat uit een centrale grafkamer omringd door een aantal magazijnen. Het is eerder een armtierig bouwwerk en de bovenbouw meegerekend kan het niet veel groter geweest zijn dan 21 bij 18.5 meter. Ongewoon is dat de ingang zich aan de oostzijde bevindt .


    Volgens J.Vandierx behoort het graf tot het type III-4 van Reissner.y Het graf is dus flink verschillend van de graven van het eind van de Eerste Dynastie waar het zich tussen bevind. Het is niet omgeven door bijgraven van hovelingen of dienaars. De toegang wordt niet gevormd door een trap maar door een hellend vlak dat uitmond aan de zuidwestelijke hoek van het gebouw op een nauwe gang als het ware een wandelgang die het geheel van kelder en magazijnen volledig omringd. Deze gang wordt in vier ongeveer gelijke delen verdeeld door 4paar deurstijlen daar de put onveer de vorm van een vierkant heeft en de deurstijlen bij de hoeken van de buitenmuur geplaatst zijn. deze wandelgang kan gezien worden als een ontwikkeling van de vier lange gangen in het graf van Qa'a en zal zoals deze dienst gedaan hebben als opslagplaats. De binnenmuur van de wandelgang vormt als het ware een tweede maar dunnere omheiningsmuur onderbroken door twee deuren een in het zuiden en een in het noorden van de westelijke wand.

    Door de ondergane verwoesting is het binnenplan niet duideleijk herkenbaar. Men herkent wel zes kamers, drie aan de west en drie aan de oostkant aangeleund tegen de binnenmuur van de wandelgang. Ze zijn van elkaar gescheiden door dunne leemstenen muurtjes en geven uit op een kleine gang vanwaar men gemakkelijk van de ene in de andere kamer komt. Aan de binnenzijde worden deze kamers afgesloten door de oost- en westmuur van de grafkelder . Via de noordelijke deur komt men in eerst in een kamer en daarna in een voorkamer van de grafkelder vanwaar men naar het westen toe in twee achter elkaar gelegen, rechtstreeks communicerende kamers belandt. In het zuiden waar alle muren verdweneen zijn, ook deze van de grafkelder kan men vermoeden dat er dire direct met elkaar verbonden kamers waren , begrensd door de binneenmuur van de wandelgang en zuidelijke muur van de grafkelder. Deze zelf is rechthoekig van vorm en de ingangspoort bevindt zich in de noordwestelijke hoek.Z

    De grafkelder is in te slechte staat om zekerheid te kunnen zeggen of hij een plankenvloer had en de wand met planken was afgezet. Deze hypothese lijkt nochtans geloofwaardig. In zijn rapport beweert Amйlineau dat hij sporen gezien heeft die er op wezen dat de tombe afgedekt was met een houten plafond analoog aan deze van de omringende graven. Reisner xy gelooft echterd at dit een interpretatiefout is en steunt zich op de algemene vorm van de constructie om te veronderstellen dat de grafkelder en misschien het gehele gebouw met overhellend ( en encorbellement) gewelf bedekt was. Petrie stelt zich tevreden met Amйlineau aan te halen maar maakt geen persoonlijke opmerkingen. De totale oppervlakte van de infrastructuur bedraagt 128,09 mІ waarvan slecht 18,76 mІ gevormd door de grafkelder. Deze cijfers wijzen er op hoe de magazijneen en de secondaire zalen zich ontwikkeld haden ten andele van degrafkelder . Deze trend zal zich nog verder zetten in het graf van Chasechemoei.

    In de nabijheid van het graf heeft men de beide steles met de gewijzigde inscripties gevonden

    1. W.Emery, 1963, "Het oudste Egypte" p. 81.
    2. P.E. Newberry, 1922, The Set rebellion of the IInd Dynasty, in: A.E. 7, 1922, 40-6.
    3. F.Raffaele website
    4. Hofmann , 1980, "Egypt before the pharao's " p. 351.
    5. Petrie, 1901, "Royal toms of the earliest Dynasties", II pl LXI
    6. Ayrton et al, 1904, "Abydos" part III, 1-5, pl VII; &pl IX.1, 2; Kemp 1966; "Abydos and the royal tombs of the First Dynasty JEA -52:13-22. - Petrie, "Scarabs and Cylinders" : pl. VIII ; id. A History... 7th ed. p. 26
    7. De eerste koningsnamen in cartouches dateren niet zoals nog al eens gezegd wordt uit de Derde Dynastie (Nebka, Hoeni) maar uit het midden van de Tweede dynastie. In Kaplony's boek "Die Rollsiegel des Alten Reichs' II, 1981 tav. I. " vinden we een zegel met een cartouche van Neferkaseker. Zoals gezien zou deze koning een paar jaar voor Peribsen te plaatsten zijn en dit zou dan indien het dateert uit de Tweede Dynastie de tweede bekende cartouche uit de geschiednis zijn Vууr deze van Peribsen en na deze voorkomend op een steen van Nefersenedjra. and before that of Peribsen.
    8. Helck , 1979, Z.A.S. 106
    9. Sen-op twee manieren geschreven en Shotep, plus warschijnlijk nog ..kt-wr (?).
    10. Helck Z.A.S.106,1979 p.132
    11. De zogenaamde "hudjefa". Goedicke J.E.A. 42 p.50) 12. El Alifi D.E. 26 p.11 besluit dat mogelijks dezelfde artist beide lijsten kan hebben gemaakt. 13. Ongenummerd fragment in R.C. col. X, beschreven door Gardiner 'Egypt of the...' in de appendix van zijn boek en in het VIIe hoofdstuk. 14. Helck, op.cit. p. 125 en Barta Z.A.S. 108, 1981 15. Petrie, 1901, op.cit, pl XXII.181
    16. Grdseloff 1944,, "Notes d'йpigraphie archaпque , ASAE
    44:295-299. Sethroл =Tell Aboe Seffeh
    17. Fisher 1961, "An Egyptian royal stela of the Second Dynasty"Artibus Asiae 24:45-56, 52, fig 7;B. M. 35597: A.J. Spencer , 1980 "Catalogue of Egyptian antiquities in the British Museum. V.Early Dynastic objects 16, pl.8-9(Cat.15)
    18. Emery 1963, Het Oudste Egypte p.81
    19. Het zegel werd gevonden in de area van de nederzetting ten noorden van de Satet tempel. Dreyer, in Kaiser et al:1987, "Stadt und Tempel von Elephantine", MDAIK 43 p.107-8 en 109, fig. 13a pl. 15a.
    20. Pдtznick in Kaiser & al, 1995, "Stadt und Tempel von Elephantine", MDAIK 51: p. 180
    21. J.Garstang , 1902, "Mahвsna en Bкt Khallaf",Egyptian Resaarch Account memoir nr 7: pl.X.8
    22.Egyptoloog aan de 'Civiche Raccolte Archeologiche e Numismatiche' in Milaan. Het zegel wordt beschreven in de cataloog 'KEMET - Alle sorgenti del Tempo' of the Archaic -Ancient Egypt exhibition in Ravenna (1998)
    23.Kaplony, 1965, "Bemerkungen zu einigen Steingefдsse mit archaischen Kцnigsnamen, MDAIK 20 :24 & 25, fig.51 (tekening), pl V fig 51 (foto)
    24. Petrie, 1900,"Royal Tombs of teh Fisrt Dynasty", I: pl.IV,7
Geschreven door ramsesje om 00:00 Reageer op dit bericht

OFFERFORMULE DEEL III

Titels van Osiris in de Offerformule



Men noemt Osiris eerst en vooral de "nb Ddw =neb Djedoe" heer van Djedoe. Dit is Boesiris, het moderne Aboe Sir Bana of Aboesir. De naam is afgeleid van Per Asir, d.i. het huis van Osiris. Boesiris was de hoofdstad van de negende Neder-Egyptische gouw. Osiris zou hier vrij snel de gouwgod Anesti hebben verdrongen. De oude naam Djedoe is afgelied van de Djedpeiler ( het eerste teken in de naam) , die naar latere traditie de " ruggengraat" van Osiris zou verbeelden en als hiлroglief teken staat het voor Dd(djed). het teken heeft een notie van stabiliteit vanwaar Ddi stabiel zijn. De ruines van de stad zijn met de Osiristempel zoals deze door Herodotos beschreven werd zijn nog steeds niet opgegraven. Hoogst waarschijnlijk liggen ze ten zuidwesten van Samannoet aan de Sebenitische Nijlarm.

boesirisdx7.jpg
Vermoedelijke ligging van Djedoe

Bekijken we de hiërogliefen nu eens van naderbij dan zien we dat Djedoe niet geschreven wordt zoals hieronder onder nr 1 maar dat er een transpositie van de tekens is gebeurd . Omdat de tekens zo beter in het concept van het "esthetisch vierkant" passen is het piepkuiken "oe" naar achter verhuisd en het determinatief voor stad (de cirkel met de kruisende straten) dat normaal op de laatste plaats moet komen nu onder de hand "=d" geschoven. Er zijn trouwens zoals aangegeven nog alternatieve schrijfwijzen, die zelfs de relatieve datering van een tekst toelaten.

ddwxb3.jpg

De volgende titel is de nb AbDw = neb Abdjoe, of de heer van Abydos. Abydos lag in de achtste Opper-Egyptische gouw, deze van This. De oorspronkelijke God was Chentimentoe maar deze werd al snel verdrongen door Osiris en werd tenslotte als een verpersoonlijking van Osiris zelf beschouwd. Het is zelfs gebruikelijk dat men de naam Chentimentoe als een titel aan de naam van Osiris toevoegt in de offerformule. Aanvankelijk was Boesiris nog de stad van de cultus van Osiris maar ze werd langzaam overvleugeld door Abydos. Dit was voltrokken in het Midden-Rijk. Toen was Abydos "het" religieuze centrum van Egypte in verband met het hiernamaals, een echte dodenstad. "The place to be" voor een overledene. Dit had ondermeer te maken met het geloof dat Osiris aldaar begraven zou liggen. Iedereen, die het zich kon veroorloven, wou zou dicht mogelijk bij de meester van het hiernamaals begraven worden of er op zijn minst een cenotaaf of een kapel staan hebben. Niet in het minst de farao.

De Osiris legende in het kort : Osiris, gehuwd met zijn zuster Isis, was koning van Egypte. Hij werd door zijn jaloerse broer Seth, gehuwd met hun andere zuster Nephtis, gedood en tenslotte in stukken gesneden waarbij de stukken over Egypte verspreid werden. Isis echter slaagde erin alle stukken terug bij elkaar te krijgen en ze terug leven in te blazen tot ze kon zwanger worden van hun zoon Horus. Horus, in het geheim opgegroeid, ging eens volwassen de strijd aan met Seth, waarbij hij een oog verloor maar uiteindelijk overwon. Zo werd Horus de belichaming van de levende farao en Osiris deze van de overleden farao. Osiris wordt dan ook voorgesteld als een overleden koning met alle regalia ( kromstaf en zweep) en met groene of zwarte huidskleur, die een allusie vormt naar de vruchtbaarheid van de Nijlvallei toe. Later zou dit principe zich veralgemenen en iedere overledene een " Osiris" worden.

Chentimentoe betekent "hij die de eerets is van westerlingen " waarbij de westerlingen de overledenen, die op de westoever van de Nijl begraven werden, betekent.

Een laatste titel van Osiris die we nog zullen bespreken is deze van Oenenefer wat staat voor " hij die verder perfect blijft" met een verwijzing nar zijn eigenaardige " post-mortem" potentie.

osiris02ru4.jpg
Geschreven door ramsesje om 19:11 Reageer op dit bericht

DE OFFERFORMULE DEEL II : OSIRIS

Gaan we nu terug naar het begin van de offerformule dan zien we dat in ons geval de godheid tot wie ze gericht was Osiris was. Osiris (Asir) was de centrale godheid in de begrafeniscultus van het Oude Egypte. De Egyptenaren schreven zijn naam op een raadselachtige wijze met een troon en een oog waarvan de klankwaarde ( waarover touwens nog steeds gedicussieerd wordt) inderdaad "Wsir= oesir of Asir" zou zijn. Wij zullen echter als lezing Asir aannemen en dit voornamelijk omdat we hiermee de parallel met de naam van Isis (Aset) benadrukken. Zuiver fonetisch staat de troon voor "st" en het oog voor "ir".

osiris01bh4.jpg


Over de ethymologie van de naam en de oorspronkelijke herkomst van deze god bestaat nog veel onduidelijkheid. Hij was reeds vroeg een funeraire god waarmee iedere dode koning geïdentificeerd werd. Later zou dit gelden voor iedere overledene.

In zijn heilige stad Abydos (AbDw =abdjoe) zijn geen sporen van hem uit de predynastische of vroegdynastische periode   gevonden  en het is ook niet zeker of Boesiris in de Delta, een plaats die vaak met Osiris in verband wordt gebracht wel de echte plaats van herkomst is van zijn cultus.

Uit de schrijfwijze van zijn naam kan men vaak ook relatief afleiden uit welke  periode het geschrift stamt . Eerst werden troon en oog onder elkaar geschreven zonder determinatief. Sinds de Elfde Dynastie echter met determinatief en laat in de Twaalfde dynastie werd de naam geschreven met een oog onder draagbare zetel. ( fonetische betekenis eveneens "st"). Pas veel later kwam het determinatief of ideogram van Osiris met de atefkroon in zwang.
 

osiris012lv4.jpg
Osiris met de antefkroon uit het graf van Nefertari, echtgenote van Ramses II (Negentiende Dynastie)
wordt bijgewerkt.

Geschreven door ramsesje om 14:25 Reageer op dit bericht

WOORDENLIJST

Vandaag hebben we links boven een button bijgeplaatst die zal verwijzen naar de woordenlijst. Het is de bedoeling alle woorden die we gebruikt hebben en nog zullen gebruiken in deze woordenlijst op te nemen om het opzoeken te vergemakkelijken.  Let wel deze woordenlijst volgt de volgorde van het Egyptisch alfabet
A i  ii a w b p f m n r h H x X s S k q g t T d D


Milo Ronald
Geschreven door ramsesje om 00:20 Reageer op dit bericht

De offerformule

De offerformule

Een tekst die u op vele stelae zult tegenkomen is de offerformule. Hier zitten een drietal stereotiepe uitdrukkingen in waaronder het

  • 1.hotep di nesoet , een offer dat de koning geeft
  • 2.een stem die offert
  • 3. voor de ka van
Vooral in de eerste twee uitdrukkingen wordt gebruik gemaakt van stereotiepe afkortingen

offerformulebm558fp1.jpg

De tekst is afkomstig van stela 558 in het British museum. De vertaling van de tekst luidt : een offer dat de koning geeft aan Osiris, heer van Djedoe, de grote god, de heer van Abydos (Abdjoe) opdat hij moge schenken een stem die offers geeft van [die offert in ] brood, bier, ossen, gevogelte, albast en linnen, alle goede en zuivere dingen waarvan een god leeft voor de ka van eerbiedwaardige Keii.

We zullen deze uitdrukkingen één voor één onder de loupe nemen. Eerst het Hotep di nesoet

htpdinswtfw5.jpg

We weten niet precies hoe al deze afkortingen tot stand gekomen zijn maar in het Midden-Rijk was het reeds een gestardaardiseerde formule. Hierachter kwam dan de naam van de God in dit geval Osiris op de schrijfwijze van zijn
naam en titels komen we nog terug.

En het volgende deel het:" peret heroe te heneket". Een stem die offers brengt van (brood en bier), hierdoor worden de offergaven van de koning doorgeschoven naar de overledene die ze nu aanbrengt aan de godheid.

peretcheroetheneketdy8.jpg


Bij deze vorm zien we dat peret heroe steeds geschreven wordt met het brood en bierteken erbij. Zelf wanneer er bij de offergave geen brood of bier aan te pas kwam werd dit nog zo geschreven. Ook kon het zijn dat brood en bier nadien nog eens specifiek werden geschreven. Deze tekengroep was dus tijdens de Twaalfde Dynastie een standaarduitdrukking geworden voor de offergaven zelf en zou vrij vertaald kunnen worden als "rituele offers". Deze zinsnede was toen reeds zo ver ingeburgerd en vastgeroest dat " een offerende stem" of "een stem die offers geeft" soms geschreven werd met eeen determinatief ( een offerbrood ) voor deze offers Zie hieronder.  

difpertcheroesh4.jpg

Wat dit deel van de offerformule betreft kan men direct aanvangen met peret-heroe maar vaak wordt dit zoals in ons voorbeeld voorafgegaan door di=f (opdat hij moge geven). Het is zelfs zo dat men aan het voorkomen of afwezig zijn van di=f de stela kan dateren. Namelijk peret heroe alleen is karakteristiek voor de Elfde Dynastie, in het begin van de Twaalfde  Dynastie vindt men beide vormen maar tegen het midden van de Twaalfde dynastie alleen nog de vorm met di=f.

Naast brood en bier worden nog andere dingen geofferd en deze zijn ook standaard afgekort. U vindt de uitleg in de figuur hieronder. Vaak wordt ook een aantal ( meest in duizenden) aangegeven door het nummer xA (cha) voor het offer te zetten. Ook de uitdrukking xA m (cha em) duizend van ( letterlijk duizend in)...wordt vaak gebruikt Andere offers zijn nog mrHt (merhet), olie, zalf- snTr(senetjer), wierook - DfAw, (djefaoe) voorraden of meer algemeen Htp of Htpt (hetep, hetepet) offergaven. De schrijfwijze hiervan kunt u weldra vinden een een woordenlijst die we gaan aanleggen van alle tot hiertoe gebruikte woorden. 

nkandg5.jpg

Voor de Ka van ( voor de ziel van) is de standaard uitdrukking die aanduidt wie de offergaven gaat ontvangen. Meestal volgt hierop nog imAx(w) = imachoe = de "geëerde..." of "eerbiedwaardige..." en dan de naam van de overledene voor wie de offergaven bestemd zijn. Ook aan de stijl van deze formule kan men de stela relatief dateren. In de Elfde Dynastie gebruikte men  alleen imachoe en niet en-Ka-en, waarvan het gebruik pas opkomt in het begin van de Twaalfde Dynastie. De combinatie is gebruikelijk tot het midden van deze dynastie tot wanneer men op het eind van de Dynastie imachoe laat vallen om van dan af aan nog alleen en-Ka-en te gebruiken.

Geschreven door ramsesje om 00:00 Reageer op dit bericht

Neferkaseker of Neferkasokar

Neferkaseker

Neferkaseker volgt in de rij van nesoet-biti namen op Neferka in de lijst van Sakkara maar ook van Aaka in de Turijnse kanon. Een andere getuigenis van het bestaan van deze koning vinden we op een zegel warvan men niet juist de oosrsprong kent. Zoals op een gelijkaardig zegel van koning Peribsen ( in Milaan) bevindt de naam zich in een cartouche en is gevolgd door het epitheton " mry ntrw" geliefd door de goden wat maakt dat we niet helemaal zeker zijn of het zegel wel uit de archaïsche periode stamt.


neferkasokerpo1.jpg
Zegel met cartouche van Neferka seker


Maar als we aannemen dat Sened, Noebnefer, Neferkara, Neferkaseker, Sechemiben Peribsen elkaar hebben opgevolgd dan zou deze cartouche in tijd de tweede zijn die we kennen na de eerder vernoemde van Nefersenedjra op een tichelsteen1



neferkasoker01pz2.jpg
Het bewuste fragment van de papyrus Vindobonensis

De laatste vermelding van Neferkaseker vinden we in een demotische papyrus afkomstig uit de Fajoem en daterend van de tweede eeuw voor Christus2. Het is een traktaat dat handelt over de planning en het bouwen van tempels. De papyrus is sterk beschadigd en fragmentair maar op lijn (8 of X+III) vinden we enkele woorden di door Reymond als n3.w-nfr k3t n snte werden geïnterpreteerd maar M. Smith3 interpreteert deze zin als N3.w-nfr-k3-skr en dus de naam van deze koning. Wat er hier precies bedoeld wordt en waarover het handelt kan men door de fragmentaire staat van de papyrus niet uitmaken maar de auteur veronderstelt dat het zou kunnen gaan om een project dat geïnspireerd was op een gebouw van Nefrakaseker. We weten bv, dat Thoetmosis III te Dendera4 een project had aangevat geïnspireerd op plannen uit de tijd van Pepi I en Choefoe (Cheops). De koning die in deze papyrus bouwheer is noemt 'Ahmes' (we kennen er twee één uit de Achtiende Dynastie en één uit de Zesentwintigste Dynastie) 5


Eigentijdse inscripties, op misschien deze van het hoger genoemde rolzegel na, ontbreken. Geen privaat of koninklijk graf met inscripties van deze koning werd ooit gevonden..


Algemen besluit bij deze drie koningen:Noebnefer, Neferka en Neferkasoker6

Het is niet de eerste maal (en ook niet de laatste) dat grote vernieuwingen op godsdienstig, artistiek of architecturaal vlak hun oorsprong vinden in kritische perioden van de Oude Egyptische geschiedenis. Het midden van de Tweede Dynastie en haar weinig gekende koningen schijnt de bakermat geweest te zijn voor nieuwe religieuze denkbeelden zoals de cartouches en Seth naam( waarover later meer ) van de koning aantonen. In deze naam vinden we ook de eerste vermelding van de valkgod Sokar (Seker), alhoewel zijn bark waarschijnlijk al te zien is op de etiketplaatjes van de Eerste Dynastie en in een rotsinscriptie van de Wadi Fawakhir7

De naam Sesochris bij Manetho is niet te relateren met Neferkaseker. Het is een vergissing of de naam heeft betrekking op een andere koning.


1.Orientalia 57 p.300).
2.Papyrus Vindobonensis (Wenen ) D6319.
3.M.Smith, 1980, J.E.A. 66, p.173-4
4.H.G. Fischer, "Dendera" p. 44 vgl.
5.J.F. Quack, 2003, "Die Rolle des heiligen Tieres im Buch vom Tempel", IBAES IV, , p. 112).
6.F.Raffaele website
7. T. Wilkinson, 1999 "Early Dynastic Egypt", p. 170. Deze wadi ligt ongeveer 20 km ten oosten van de Wadi Hammamat site 5 graffito toegeschreven aan Nebra.
Geschreven door ramsesje om 00:00 Reageer op dit bericht

Neferkara

Neferkara

Neferkara is de tweede koningsnaam die alleen bekend is uit de latere lijsten. Gardiner vertaalde de naam zolas hij voorkomt op de Turijnse papyrus II,25 tals Aaka. In een nota bij zijn publicatie van de papyrus beweerde hij dat er het het teken O29, dat als aA getranslitereerd wordt, staat en niet het teken F35 (nfr). Beide tekens alhoewel alle twee verticaal zijn nochtans moeilijk door elkaar te halen daar het nfr teken toch steeds op een circel onderaan eindigt (Moller's palaeography). Staan we hier voor een vergissing van de schrijver van de papyrus ? De lezing 'Nfrka' echter past goed bij de naam Neferkara die op de Sakkara lijst na Sened komt.



neferkaneferkaseker01aa4.jpg
Neferka (?) and Neferkaseker op de Payrus van Turijn(II,25 and III,1 -Gardiner's transliteratie, 1959


aaneferid3.jpg


In zijn reconstructie van 1981 van de Annalensteen gaat W.Barta voorbij aan Gardiners lezing 'Aaka) en beschouwd Nefrekara en neferka als identiek.


neferkaneferkaseker02dm6.jpg
Koningslijst van Sakkara nr.8 en 9 : Neferkara and Neferkaseker


Neferkara wordt zoals gezegd vermeld op de lijst van Sakkara als de achtstre koning na Sened en voor Neferkaseker. De naam vinden we verder niet terug tenzij op het einde van het Oude Rijk met Pepi II en zijn opvolgers. De samenstelling van de naam volgens het X+Y+Ra patroon is altijd beschouwd geweest al zijnde in de mode op het einde van het Oude Rijk . Anderzijds vinden we in de reeds vernoemde Nefer-senedj-ra, gevonden op een tichelsteen 2rond de tombe van Ni-netjer te Sakkara dezelfde constructie terug en deze moet zeker uit de Tweede Dynastie stammen. De mogelijkheid echter dat we in het geval van Neferkara met een misinterpretatie of een uitvinding van de schrijver uit het Nieuwe Rijk te doen hebben moet niet zomaar overboord gegooid worden. Manetho's Nepherkheres is vrijwel zeker gelinkt aan deze naam.

1. Barta, " Die Chronologie des 1. bis 5. Dynastie nach angaben des rekonstruierten Annalenstens' in Z.Ä.S. 108, 1981 p. 11 ff en p. 19.
2. Orientalia 57, 1988 p. 330
Geschreven door ramsesje om 00:00 Reageer op dit bericht

Noebnefer

Noebnefer

Samen met Neferkara en Neferseker behoort Noebnefer tot de minst bekende koningen van de Tweede Dynastie. Al deze namen zijn enkel gekend uit inscripties uit de necropool van Sakkara. Zoals we reeds onder Sened hebben besproken kunnen deze koningen gelijktijdig met Sechemib, Peribsen en Chasechem hebben geregeerd maar dan in Neder-Egypte. Meer waarschijnlijk echter regeerden ze in de 5 tot 10 jaar voor de zogenaamde lacune (hudjefa) die we terugvinden op de lijst van Sakkara en de Turijnse koningslijst. Na deze lacuna zouden dan Sechemhib en Peribsen hebben geregeerd. Belangrijk om te vermelden is wel dat de namen van al deze vorsten vermeld worden voor de lacune. De periode na hun regering moet dan obligaat nog duisterder geweest zijn.


Een andere hypothese echter laat vermoeden dat de beide lijsten de regering van Peribsen als deze lacune zouden laten voorkomen . Een beetje als een "damnatio memoriae (=vervloeking van de herinnering aan zijn naam)" door de schrijvers die in hun tijdperk ( we zullen zien dat dit niet zo was in de archaïsche periode) Peribsen en zijn religieuze hervormingen aanzagen als een ketter.


Volgens Manetho is Chaires, die zeventien jaar regeerde, de zesde koning van de tweede dynastie. Volgens de Turijnse koningslijst werd Sened opgevolgd door Neterka en hoewel deze op de lijsten van Abydos niet wordt vermeld is het mogelijk dat Net(f)erka en Chaires dezelfde persoon zijn. 1. De regeringsperiodelbij Manetho lijkt mij dan wel wat overdreven.


Men associëert Chaires van Manetho2 allen maar met Nwbnefer omdat dit de beste manier is om de volgende koningen bij Manetho n.m.l. Nephercheres and Sesochris te laten overeenkomen met Neferkara en Neferkaseker. Chaires kan echter wel mogelijks gelinkt worden aan een mysterieuze Kara, bekend van een zegel afkomstig uit El Kab3. Maar tenzij er ergens een fout in de lezing van de naam is opgetreden kan Chaires op geen enkele manier teruggebracht tot of afgeleid worden uit Nwbnefer.

De naam Noebnefer komt slechts voor op twee inscripties op de befaamde vazen uit het Djoser complex 4 te Sakkara waar we het reeds herhaaldelijk over gehad hebben. De eerste vaas komt uit de oostelijke gallerijen onder de pyramide en de tweede uit de put in het zuidelijke schatkamer.




noebneferie2.jpg
Onder de nesoet biti tekens onderscheidt men duidelijk de gouden halsketting die staat voor nwb en het teken nfr.In het hwt (=paleis of tempel) teken merken we binnen duidelijk het bordspelteken Mn, gevolgd door t en een archaïsche vorm van het anch teken. Leesrichting:van rechts naar links en van boven naar onder.


Beide inscripties zijn gegraveerde inscripties. Ze spreken beide over een paleis met naam "Hwt Mnt-'Anch Nswt-biti Nwbnefer" 5. Op de inscriptie Lacau en Lauer IV nr. 98 wordt hetzelfde gebouw Mnt-'Ankh in verband gebracht met de Gouden naam ( Rn) van Ni-Netjer. Noebnefer kan echter niet de nesoet-biti naam van Ni-Netjer zijn daar we deze kennen ( het is eveneens Ni-Netjer)6


B. Gunn 7 vraagt zich af of Nwbnfr niet de nesoet-biti naam van Nebra zou kunnen zijn ? Dit kan wel juist zijn want vrijwel geen enkele inscriptie op de stenen vazen vermeldt de naam Nebra. En de nesoet-biti naam van Horus Nebra is niet gekend en Noebnefer is dus wel kandidaat. Dit zou ook perfect passen bij de opmerking van W.Helck dat Ni-Netjer's en Noebnefer's regeringen in tijd weinig uit elkaar zouden hebben gelegen. Uit een aantal associaties kan inderdaad worden afgeleid dat Ni-Netjer en Noebnefer vrijwel contemporain waren8In dit geval zou Ni-Netjer de directe opvolger van Nebra (noebnefer) zijn.


Wat betreft de periode waarin Noebnefer zou hebben geregeerd postuleert W. Helck (op.cit) in zijn studie over de chronologie van de inscripties op de vazen in het Djoser's complex dat Nwbnefer in tijd dicht bij Ni-Netjer stond en mogelijks de derde in rij was na Oeneg en Sened.


P. Kaplony 9plaatst Noebnefer tussen Oeneg en Sened.


We zullen bij de volgende koning verder onderzoeken of Noebnefer dezelfde persoon kan zijn als Neferkara en Neferkaseker (beide ook nesoet-biti namen). Noebnefer wordt verder nergens genoemd in latere periodes. Deze koning kan slechts een paar jaar of misschien zelfs maar een paar maand hebben geregeerd . Er is overigens geen enkel monument noch koninklijk noch privaat gevonden waarop zijn naam bewaard bleef buiten hogergenoemde vazen.




1. W.Emery, 1963, " Het Oudste Egypte" p. 83
2. Dautzenberg in G.M. 94
3. Petrie 'Scarabs and Cylinders' pl. VIII; id. 'History' 7.ed p.26
4. Lacau en Lauer 1959. " Pyramide а Degrés IV Inscriptions gravées sur les vases", pl VI.3-4 (nos 99-100)
5. Kaplony leest de naam als 'Nfr-nb' i.p.v. Nwbnfr
6. T.Wilkinson 1999, Early Dynastic Egypt p.89
7.B.Gunn A.S.A.E.28
8. W.Helck 1979. "Die Datierung der Gefässaufschriften der Djoserpyramide", ZДS 106, p.124
9. P. Kaplony, 1965 "Bemerkungen zu einigen Stengefässe mit archaischen Königsnamenn M.D.A.I.K. 20, p.1-46
Geschreven door ramsesje om 23:53 Reageer op dit bericht

Meer van .

↑ Terug naar de berichten