Naar de inhoud

.

akke.beakke.be
WELKOM OP DEZE WEBSITE GEWIJD AAN ALLE ASPECTEN VAN HET OUDE EGYPTE DER FARAO'S
indexpicturepr6.jpg

Inhoud



Een herschikking van het blog is aan de gang om alle delen aanklikbaar te maken vanuit het centrale Inhoudsmenu. Enig geduld wordt op prijs gesteld. Ondertussen kan u nog steeds bij de artikels terecht via de inhoud in rechterkolom
e-mail van de auteur: ronald.milo@skynet.be

Archief

Het transliteatieschrift

Tot hier toe hebben we ons uit de slag getrokken met de fonetische waarde van de tekens aan te geven. Als we zo verder gaan gaan we het ons hopeloos moeilijk maken en alles gaat verward lijken. Om de klankwaarde van het Egyptisch min of meer aan te geven heeft men zijn toevlucht genomen tot het transliteratieschrift.

transliteratie01cn8.jpg

We weten dat het Egyptisch zoals andere semitische talen enkel met medeklinkers geschreven wordt. Van de meeste woorden kennen we de echte uitspraak niet. Om deze woorden van medeklinkers te kunnen uitspreken voegen de Egyptologen telkens een korte "e" in tussen de medeklinker nfr wordt dan nefer uitgesproken.

Het Egyptisch kent enkele lettertekens die we zwakke klinkers zouden kunnen noemen in feite zijn het toch medeklinkers. We geven ze nogmaals in bovenstaande tabel. Bij de uitspraak worden deze tekens conventioneel als klinkers uitgesproken en we geven hun klankwaarde in de tabel, waar deze tekens voorkomen wordt er geen korte e toegevoegd met uitzondering van de w als ze als w en niet als oe wordt uitgesproken
vb Wnfer kan men uitspreken als we-nefer maar ook als oe-nefer.

Omdat er in het Egyptisch klanken voorkomen die niet in onze taal voorkomen heeft men in het transliteratiescript een bijzonder teken uitgevonden de tekens en hun uitspraak vind je in bijgevoegde tabel

De korte a of aleph komt overeen een soort glottis stop, zoals bij bottle in London cockney voor het gemak zullen we dit een korte a noemen. In de klassieke transliteratie geschreven met twee omgekeerde c-tjes boven elkaar. Omdat een computerklavier dit tekens niet bevat werd voor dit teken in computer transliteratie voorgesteld door hoofdletter A

De lange a is helemaal niet lang maar een soort gegorgelde Arabisch a, maar voor het gemak zullen we ze lang uitspreken lange aa. Klassieke transliteratie is een kleine c die de bodem van de schriftlijn niet raakt. De computertransliteratie is a

De korte i levert geen probleem in beide transliteraties is het i de uitspraak is eerder j dan i maar we houden het op de korte i

De lange ie wordt klassiek getranslitereerd als y , in de computertranslietratie neemt men y voor de dubbele pluim en Y voor de dubbele streepjes. Uitspraak was i, j ie, of zelfs korte e maar we veralgemenen tot ie, je

De w kan uitgesproken worden als w of als oe maar beide sluiten bij elkaar aan vergelijk met "oewaarde landgenoten" zoals uitgesproken door koning Boudewijn. Klassiek transliteratieteken is een w, in de computertransliteratie neemt men w voor het kwartelkuiken en W voor de spiraal . Hiermee zijn we aan het eind gekomen van de pseudoklinkers en hun transliteraties het is best deze uit het hoofd te kennen. Gelukkig gaat het hier slechts om de éénlettertekens. Volgende maal een paar volwaardige klinkers

Vraag waarom neemt men in de computertransliteratie twee tekens voor een zelfde uitspraak.

Wel de computertransliteratie is niet alleen gericht op de uitspraak maar ook op het schrijven van éénlettertekens met de komputer. Wanneer men een computer progamma heeft dat hiërogliefen schrijft dan zal dit bij aantikken van a op het klavier een arm op het scherm zetten bij shift a of A echter een gier. Hetzelfde geldt voor w verschijnt er een kwartelkuiken en voor W een spiraal

Geschreven door ramsesje om 00:23 Reageer op dit bericht

kA

kA

In deze nieuwe rubriek met rode achtergrond zullen we regelmatig onze aandacht vestigen op één hiëroglief en deze wat dieper uitspitten. Dit zal het memoriseren van de voornaamste hiërogliefen vergemakkelijken we beginnen met het hiëroglief D28. De reeks D gaat over delen van het menselijk lichaam en D-28 geeft ons twee uitgetrekte armen te zien.

kawoordenwt2.jpg

Deze hiëroglief stelt twee uitgestrekte armen voor maar men weet niet precies of de armen ten hemel gericht zijn ( aanbidden) of naar voor gericht ( omhelzen). De juiste betekenis van het gebaar is dus verre van helder. Ook de betekenis die aan het woord gegeven wordt en die fonetisch "ka" luidt is verre van opgelost. De gewone vertaling is ziel of geest maar een ka was veel meer dan dat. Het was een van de levensprincipes van de mens samen met de ba. In de oudste tijden kan de ka het mannelijk principe betekent hebben en in alle perioden wordt het begrip gebruikt voor het scheppen en het behouden van leven. De ka kwam tot stand wanneer de mens werd geboren en op vele afbeeldingen ziet men de god Kknoem, met het ramshoofd, de ka van de mens fabriceren op een pottenbakkersdraaischijf als een dubbelverschijning of een soort tweeling van de mens in kwestie.

Iemand die naar zijn ka ging betekende "sterven" maar de ka zelf bleef leven na de dood van het individu. Voorwaarde was wel dat het lichaam of een afbeelding ervan bewaard bleef en regelmatig gevoed werd. Voor deze voeding zorgeden de ka-priester/s of de Hm-kA of Hmw-kA (meervoud: uitgesproken hem-ka of hemoe-ka) wat letterlijk betekent de dienaar of slaaf (Hm) van de kA. er werd dan ook na de dood een huis gebouwd voor de ka. Het is niet onmogelijk dat enkel bijpyramiden opgericht tijdens het Oude Rijk voor dit doel werden opgericht. Om dus verder te leven dienden aan de ka door deze ka-priesters offers gebracht. Deze offers werden tenslotte gedacht doordrongen te zijn met de levenskracht van de ka. Het meervoud van kA de kAw (kaoe) betekende dan ook "voedsel-offerandes". Het teken heeft dus vrij veel betekenissen en dit is verantwoordelijk voor het divers gebruik van het woord. Soms ziet men op afbeeldingen de ka op de offertafel liggen (cfr infra) waar het teken zowel staat voor de offergaven als voor de levenskracht zelf.

kaafb01np3.jpg


(wordt vervolgd)
Geschreven door ramsesje om 00:48 Reageer op dit bericht

Woordenlijst

EMBRYO VAN EEN WOORDENLIJST ZAL IN DE LOOP DER DAGEN UITGEBREID WORDEN MET ALLE WOORDEN DIE WE ZIEN OF GEZIEN HEBBEN
;
woordenschatab1vg8.jpg

woordenschatps2vv0.jpg

woordenschats3ei5.jpg
Geschreven door ramsesje om 00:00 Reageer op dit bericht

Tweede Dynastie Historische en Archeologische Problemen

A.Historische Problemen

Een groot gedeelte van het politieke gebeuren tijdens deze dynastie is zeer onzeker. Er zijn schijnbaar twee periodes waarin de welvaart en de macht van het rijk uitgesproken waren. Het centraal gezag was in deze perioden zeer efficiënt: het zijn de regeringen van Ni-netjer en Khasechemoei, respectievelijk derde en laatste koning van de dynastie. Hun regeringen zijn reltatief overvloedig gedocumenteerd en dienen dan ook beschouwd te worden als tijden van pracht en culturele vooruitgang. Het zijn trouwens ook de twee langste regeringsperiodes van de dynastie.

De situatie voor de troonsbestijging van Ninetjeren en van aan zijn dood tot aan de kroning van Khasechem is op zijn minst obscuur te noemen

Wanneer de volgorde van de koningen Hotepsechemoei-Nebra-Ninetjer bij het begin van de dynastie vastligt door een inscriptie op een beeld (beeldje van Redjit Cairo CG 1, usurpatie van stenen vazen) dan kan daarentegen niets met zekerheid gezegd over de periode tussen Qa'a en Hotepsechemoei. We hebben reeds gezien dat de mogelijkheid dat enkele koningen kortstondig regeerden tussen de eerste en de tweede dynastie in de laaste decade geïnterpreteerd is geweest als een teken van politieke troebelen na de dood van Qa'a. De lange regering van deze laatste koning had bovendien al een eind gemaakt aan reeds eerder opgedoken dynastieke problemen na de dood van Den tijdens de regeringen van Adjib en Semerchet. Deze laatste is misschien te gemakkelijk beschouwd als een usurpator die niet van koninklijke bloede was.

Uit de studie van deze reeds beschreven crisis periode (Sneferka, Vogel / Sechet) komt een feit duidelijk naar voor : de verplaatsing van de koninklijke begraafplaats van Abydos naar Sakkara. Maar dit standpunt is echter onder stevige druk komen te staan door het vinden in 1995 van zegelafdrukken van Hotepsechemoei in tombe Q te Oemm el Qaab (tomb Q behoort aan Qa'a ). Dit zou inderdaad wijzen op een directe opvolging zoals we die ook bij Khasechemoei en Netjerichet zullen beschrijven

Deze vondst zou er op wijzen dat de stichter van de tweede dynastie aanwezig was bij de begrafenis van Qa'a en dus geen ruimte laten voor andere koningen tussen Qa'a en Hotepsechemoei. Dit hoeft echter geen absoluut bewijs te zijn voor de afwezigheid van Sneferka & co. Het kan alleen de de wil tonen van Hotepsechemoei om deze locale heersers die mogelijks hun onstaan dankten aan het onderbreken van de koninklijke lijn na de dood van Qa'a te overtroeven.

Deze periode blijft dan ook in het duister. We mogen ook niet vergeten dat de getuigenissen voor Sneferka, Vogel en Sechet (?) zeer schaars zijn. Deze van Sneferka en Sechet komen uitsluitend uit Sakkara en deze van "Vogel" uit Sakkara en misschien uit Abydos uit tomb Q van Qa'a ! De redenen om op zijn minst Sneferka en Vogel na Qa'a te plaatsen zijn de epigrafische gelijkenis en het voorkomen van het paleis Hoet-Za-Ha-Neb te Memfis een paleis dat gemeenschappelijk zou zijn aan Qa'a, Sneferka en Vogel en het voorkomen van de naam van een ambetnaar Soedj Chnemoe in de inscripties op de stenen vazen van Qa'a en Sneferka.

Het midden van de Tweede Dynastie is zo mogelijk nog een moeilijker (en langere) periode om te behandelen. Wanneer we abstractie maken van de namen die Manetho overleverde en van Aaka (?), evenals als van het hiaat in de annalen (hudjefa), blijven we met 5 of 6 koningen (en het kunnen er meer geweest zijn): Oeneg (mogelijks maar niet gheel zeker identisch aan Horus Za), Sened, Noebnefer (Nebnefer), Neferkara, en Neferkasokar. We zullen dan ook aan elk van deze vorsten een hoofdstukje wijden. Van geen enkele van deze vorsten werd een graf gevonden.

Het zijn duistere figuren, allen bekend uit zeldzame zoniet enige eigentijdse stukken maar die werden opgetekend in de koningslijsten van het NIeuwe Rijk. De meest waardevolle stukken voor deze periode zijn de inscripties op de stenen vazen die werden gevonden in de galerijen onder het Djoser complex te Sakkara. Enkele van deze inscripties bevatten namen (Za, Noebnefer) die men voordien nergens van kende. Andere namen werden gevonden op materiaal van private graven (Oeneg) in Noord-Sakkara of in latere lijsten en papyri (Neferkara, Neferkaseker).

Veruit de meeste inscripties in rode en zwarte inkt geschilderd op de vazen uit de galerijen van het Djoser complex ( een corpus dat heel wat groter is dan dit betreffende de Thinieten = Eerste en Tweede Dynastie) werden door Helck (Z.A.S. 106, 1979) aan koning Ninetjer toegeschreven. Deze Duitse Egyptoloog veronderstelde dat het gros van deze vazen verzameld werd door Ninetjer uit ander konings- en private graven van het kerkhof van Sakkara. Deze werden dan later door Djoser, die zich op zijn beurt meester maakte van de begrafenis offers in Ninetjer's stapelplaatsen en galerijen (Tomb B ?), herbruikt. De namen Cknoemenii en Roeaben, van Ninetjer's beambten in deze inktschilderingen pleiten voor de echtheid van deze theorie.

Dezelfde auteur durfde het ook aan in hetzelfde artikel een een theorie, die heel wat moeilijker te bewijzen is, naar voor te brengen over Ninetjer's opvolgers. Volgens hem zou deze koning, om een onbekende reden, het rijk in twee gesplitst hebben om aldus aanleiding te geven tot Beneden-Egyptische lijn van koningen met Nesoe-biti Nebti titel (Oeng, Sened, Noebnefer enz.) maar daarnaast ook aan een Boven-Egyptische koningslijn met Horus titel (Horus Sekhemib, Seth Peribsen en Horus- Seth Khasekhem). De aanleiding tot deze moeilijk te geloven splitsing zou dan kunnen geweest zijn het feit dat hij aan zijn beide zonen een rijk wou nalaten of mogelijks ook om aldus de problemen op te lossen die zich bij het eind van zijn lange regering zouden hebben voorgedaan. Dat een dergelijk feit zich zou hebben voorgedaan door een beslissing van de koning is weining waarschijnlijk gelet op de Oud-Egyptische cultuur, geloof en mythologie is dit immers een heiligschennende daad. Maar het is niet onmogelijk dat iets dergelijks zich heeft voorgedaan als resultaat van een usurpatie of  gemis aan authoriteit van de kroon over het ganse territorium door een ons onbekende reden

Een belangrijke bron vormen de inscripties van de mastabab B3 te Sakkara van Sheri (ontdekt door Mariette zie ook A. Moret Mon.Piot 25 p. 273ff, Grdseloff A.S.A.E. 44 p. 294 en W. Kaiser in G.M. 122). Deze inscripties verwijzen naar Sheri als een ambtenaar uit de Vierde Dynastie met de titel " Opzichter van de begrafenis priesters van Peribsen in de necropool van Sened...' : dit betekent dat de begrafenis monumenten van deze koning Peribsen zich ergens op het centrale Sakkara plateau moeten bevinden, rond of beneden Djoser-Netjerichet's complex.

Dus Sheri kan gelinkt worden aan Peribsen. Op het einde van de tweede dynastie is het voornaamste probleem de regering van Peribsen en de relatie met zijn voorganger Sechemib-Perenmaat. De zeldzame archeologiche vondsten en de epigrafische(=van de opschriften) bevindingen hebben het momenteel nog niet mogelijk gemaakt om met enige zekerheid uit te maken of het hier om één persoon gaat, die dan zijn naam en titulatuur veranderde in de loop van zijn regering, of om twee verschillende personen. Petrie meende een zegelafdruk gevonden te hebben met de namen Sechemib-Peribsen, maar het is al een tijd geleden aangetoond dat het hier om de gewone combinatie Sechemib-Perjenmaat gaat.

De grondslag voor de mogelijke volks(?)opstanden of religieuze hervormingen moeten nog bestudeerd worden, evenals hun mogelijke gevolgen. Het gevaar hier bestaat erin dat we zouden geloven met de huidige kennis die we bezitten dat de Seth cultus de oorzaak dient te zijn van een soort politieke ineenstorting ( wat door verschillende auteurs vroeger werd aangenomen). Maar het tegenovergestelde kan eveneens waar zijn: namelijk dat een langdurige zwakte van het centraal gezag de opkomst van een nieuw geloof en tradities heeft uitgelokt in die mate dat wat wij altijd al als rebellie en ketterij beschouwd hebben, alleen maar de gevolgen waren van een diepere cisis.

We mogen niet vergeten dat, zoals P. Bell in 1970 aantoonde door de studie van hoogte van de Nijlkoverstromingen op de Palermo steen, deze hoogte plots en beduidend afnam reeds gedurende het de eerste helft van de anders nogal rijkelijk verlopende regering van Ni-neter. Omgevingsfactoren dienen dus zeker betrokken te worden in het zoeken naar de oorzaken van de troebelen die de Egyptische staat toen teisterden.

Uiteindelijk is er dan nog dubbel uitzicht van de regering van Chasechem(oei): vroeger geloofden enkele Egyptologen dat dit twee verschillende vorsten waren maar deze thesis is niet houdbaar gebleken. Maar de archeologische bewijzen van Horus Chasechem en Horus-Seth Chasechemoei, in het bijzonder deze van Hierakonpolis en Abydos moeten zeker opnieuw geanalyseerd worden om de oorzaak van de titulatuur verandering te bepalen. Ook de bijnaam Neboeihotepimef', en de relatie van deze koning tot zijn voorgangers dienst onderzocht. De realiteit van zijn aanspraak op de (re-)unifictaie van Egypte dient onderzocht. Is dit een gewoon ceremonieel bij het aanvaarden van de kroon (zoals voor Narmer) of is dit werkelijk een echte gebeurtenis.

Geschreven door ramsesje om 00:00 Reageer op dit bericht

HERHALING

Herhaling van wat basisbegrippen en invoering van het transliteratiescript

Op aanvraag van enkele lezers zullen we alle begrippen nog eens op een rijtje zetten. Ondertussen gaan we wel verder met de beschrijving van de farao's. U kunt hier wel telkens terugkeren tot de herhalingsles voltooid is maar zo heb je alles eens bij elkaar. Waar u zich ook bevindt op dit blog om bij deze herhalingsles te komen hoeft u maar de knop bovenaan in de linkercolom aan te klikken.

  • SCHRIJFRICHTING

    Eerst en vooral de schrijfrichting. Op papyri schrijven de Egyptenaren gewoonlijk van rechts naar links. Op papyri wordt echter zelden gebruik gemaakt van het hiërogliefen schrift maar gebruikt men een soort handschrift afgeleid van de hiërogliefen : het hiëratisch schrift later nog vereenvoudigd tot het demotisch schrift.

    Op monumenten gebruikt men meestal hiërogliefen. Deze kunnen zowel van links naar rechts als van rechts naar links geschreven worden. Maar steeds van boven naar onder.

    VUISTREGEL: Een zin begint steeds aan die zijde waarnaar de figuurtjes kijken of gericht zijn. Men leest steeds van boven naar onder.

    Voorbeeld 1: er staat een mannetje, een slang een vogel in de zin, zij kijken naar rechts dan begint de zin rechts, kijken ze naar links dan begint de zin links.

    Voorbeeld 2: er staat een arm of een beentje in de zin, dan begint de zin aan die zijde waar de voet of de voorarm heenwijzen. ook de andere tekens hebben een richting maar die is moeilijker te onthouden. Voorbeeld het rietteken heeft de pluim gericht naar het begin van de zin.Zie het voorbeeld hieronder.

  • GROEPERING VAN DE TEKENS

    Het hiërogliefen schrift is dus een monumentaal schrift en onderworpen aan de wetten van de Egyptische esthetica.


    • De woorden worden zoveel mogelijk gegroepeerd in vierkante blokjes.Als het nodig is om een teken hiervoor verticaal ipv horizontaal te schrijven of omgekeerd dan zal dit ook worden gedaan. Als voorbeeld zullen we hier de naam S(e)nbi schrijven eerst van links naar rechts ongegroepeerd en gegroepeerd en dan omgekeerd


      senbi01uy6.jpg


    • Nu schrijven we het woord snb (seneb) wat gezondheid betekent. Het woord bestaat uit drie medeklinkers en het determinatief* teken F1 dat een papyrusrol voorstelt en gebruikt wordt als determinatief om een abstract begrip voor te stellen.
      senebxc9.jpg

      Hierbij zien we dat het determinatief teken van de payrusrol, dat eigenlijk horizontaal hoeft te staan voor de esthetiek verticaal werd geplaatst.
      >BR>
    • Schrift en tekening, schilderij of beeldhouwwerk vormen één geheel. Stel u voor dat Senbi een tekst wil schrijven op de wand van zijn graf die een jachtverhaal voorstelt. Dan zal de kunstenaar deze tekst laten vergezellen van een tekening van Senbi op jacht. Als de tekst nu zou luiden: die dag ging ik op eendenjacht, dan zal men in de hiërogliefen tekst "ik" laten wegvallen en schrijven "die dag ging eendenjacht" want de tekening van Senbi symboliseert "ik" en hoeft dus in de tekst niet herhaald.

      Soms gaat het zo ver dat het schrift bijna een rebus wordt. Neem nu onderstaande afbeelding van Ramses als kind.
      ramses1ol8.jpg


      Het kind houdt een plant in de hand, die typisch is voor Opper-Egypte en alsdusdanig zelfs voorkomt in de nisoe-biti titel. Het geeft dus een koninklijke waardigheid weer maar terzelfdertijd staat het voor het hiëroglief met fonetische betekenis sw=soe. Teken M23 in de categorie planten.

      Het kind zit en zuigt op zijn vinger. Dit is weer een hiërogliefteken A 17 (categorie mannen en hun activiteiten). Teken dat wordt gebruikt als determinatief teken bij woorden die iets met kinderen of jong zijn te maken hebben. Ms=mes is een van de woorden die kind, maar ook geboren worden of doen worden betekenen. Dus aan dit kind kan de fonetische waarde mes toegekend worden

      Het kind draagt op het hoofd een zon. Dit is opnieuw een hiëroglief N5 (categorie hemel, aarde, water). De fonetische waarde kent u ra of re.

      In zijn geheel geeft dit beeld aan dat het om een koninklijk zonnekind gaat onder de bescherming van god Horus (achter het kind) staat MAAR waarvan ook de NAAM wordt aangegeven door het beeld namelijk door de klanken soe- mes- Ra of Ramessoe wat wil zeggen Ramses.De naam zelf kan vertaald als Hij werd geboren uit Ra (zie onder). Dit is ook en schitterend voorbeeld dat de volgorde van de tekens soms opgeofferd wordt aan de esthetica.

      ramsesiikp6.jpg


  • UIT EERBIED VOORAAN

    Een ander groot principe bij de ontcijfering van het schrift is dat men namen van goden b.v. Ra of Amon vooraan zet uit eerbied zelfs als ze achteraan het woord voorkomen. Zo zal men de naam Merire of Merira steeds schrijven als Rameri of Rameri zo ook wordt Meritamon, Amonmerit enz. Dit wordt soms in het extreme doorgedreven dit zien we bv in de cartouche van Ramses hierboven. Om dit te begrijpen leggen we eerst nog een paar tekens uit

    • Het eerste teken is de zon en levert geen probleem het betekent Ra
    • Het tweede teken is ons bekend als de pluim dus i
    • Het derde teken bovenaan is het schaakbord ook bekend als "men"
    • Het teken daaronder is waterteken en staat voor "n" (fonetisch complement)
    • Het teken daaronder is een werktuig (ploeg of schoffel U6) met fonetische betekenis "mr" en neem van mij aan dat het staat voor het werkwoord meri=beminnen, waarvan de stam mr is Het mondteken r=fonetisch complement en het mannetje met de hand aan de mond is een determinatief dat ook gebruikt wordt voor alles wat met eten en spreken te maken heeft.

      meritn8.jpg

    • Het volgende teken F31 bestaat uit drie samengebonden vossehuiden en heeft de fonetische waarde ms=mes het is de stam van het het werkwoord mes(i)= geboren doen worden. We geven twee schrijfwijzen bij de eerste staat de barende vrouw als determinatief en is de S fonetisch complement. Bij de tweede schrijfwijze zijn uil (m) en kleed(s) als fonetische complementen bij de vossestaarten (ms) te beschouwen.


      mesixy1.jpg

    • Het volgende teken is een S
    • Het laatste teken een sw plant
    Letterlijk staat er dus Ra -i-men (n) mer mes (s) sw of na weglating van de fonetische complementen
    Ra-Imen-mer-mes-su. Maar ra is hier zelfs voor Imen mer(i) -wat betekend geliefd door Iman of Amon - gezet en met alles op zijn plaats dus Imen mer(i) Ramessoe of de door Amon geliefde Ramses of helemaal vertaald de door Imen geliefde geborene uit Re. Zo simpel is dat !
  • FONETISCH COMPLEMENT

    Naast de éénlettertekens gebruiken de Egyptenaren ook twee-, drie- en zelfs vierlettertekens. Om het ons wat gemakkelijker ( of moeilijker) te maken bij het lezen van deze tekens kan en dergelijk hiëroglief aangevuld worden met éénlettertekens (of een meerletterteken) die een deel of het geheel van klankwaarde van deze meerlettertekens herhalen. Soms wordt maar één letter herhaald soms meerdere soms het ganse woord. Dit kan gebeuren voor het meerletter teken of erna of gedeeltelijk ervoor en gedeeltelijk erna. Deze eenlettertekens die worden toegevoegd noemt men fonetisch complement ze worden dus niet gelezen.

    foncomplementhq4.jpg


    • Nummer 1. Al de letters van bA (vogel) worden herhaald b (been) voor de vogel en A (gier) erna men leest ba bbAA
    • Nummer 2. Van de letters van sj.A (lotusvijver) wordt alleen de A herhaald men leest sjA niet sjAA
    • Nummer 3. Van het woord aA (houten kolom) worden al de letters herhaald maar nu allemaal achter het woord men leest aA en niet aAaA.

    Meestal is er een gebruikelijke schrijfwijze maar deze berust niet op regels wat dient herhaald of waar het dient herhaald dit dient men te leren door gebruik.
  • DETERMINATIEVEN

    Tekens die evenmin gelezen worden maar die de betekenis van het woord verduidelijken worden determinatieven genaamd. Er kunnen meerdere determinatieven zijn voor één woord, de determinatieven staan steeds achteraan het woord. Bepaalde tekens worden uitsluitend als determinatief gebruikt maar de meeste kunnen ook een letterwaarde hebben.

    Het gebruik van determinatieven is logisch voor een taal die geen klinkers gebruikt. Moest dit in het Nederlands zo zijn dan staat br zowel voor boer, baar, beer, bier en boor. De juiste betekenis kan vaak afgeleid worden uit de context Maar als we br schrijven met en bierglas achter zal het sneller duidelijk zijn dat het om bier gaat. In het Egyptisch is dat net hetzelfde.

    iawhk4.jpg

    In de praktijk laten determinatieven ons vaak toe in een zin waar alle tekens zonder spaties achter elkaar worden geschreven de woorden te isoleren.

    Maar daar het Egyptisch een buigzame taal is kan om esthetische of en andere reden soms het determinatief worden weggelaten. Andere voorbeelden volgen nog

wordt vervolgd

Vragen kunnen steeds gesteld via de reacties - U hoeft niet bang te zijn er zijn geen domme vragen alleen domme antwoorden. Met zoveel lezers moet er toch af en toe eens iets te vragen zijn. Desnoods anoniem.
Geschreven door ramsesje om 00:00 Reageer op dit bericht

INLEIDING TWEEDE DYNASTIE

KONINGEN VAN DYNASTIE 2 : Inleiding

Horus Namen
Nebti-Neswtbiti
Abydos lijst
Saqqara lijst
Canonvan
Turijn
 
Manetho
Hotepsekhemwy
Hotep
Bedjaw
Bawnetjer
(Netjer)Baw
Boethos
Nebra
(Nwbnefer ?)
Kakaw
Kakaw
Kakaw
Kaiekhos
Ninetjer
Ninetjer
BaNinetjer
Banetjerw
(Ba)Ninetjer
Binothris
Wngsekhemwy (?)
Wneg
Wadjnes
Wadjnes
(.____s ?)
Tlas
...
Nefersenedjra../..Sened
Senedy
Sened
Sened
Sethenes
...
...
...
...
Khaires
...
...
...
Neferkara
Aaka or Neferka
Nepherkheres
...
...
Neferkaseker
Neferkaseker (8)
Sesokhris
...
lacuna
...
hudjefa
hudjefa..(11)
...
Peribsen
Peribsen (*)
...
...
...
...
Sekhemib-Perenmaat (*)
Sekhemjb Perjenmaat
...
...
...
...
Khasekhemwy - HotepNetjerwyimef
Khasekhemwy-
Nebty K. Nwbkhetsen
Djadja(tep)y
Bebety (°)
Bebety..(27)
Kheneres

De koningen die over Egypte regeerden tussen de dood van Qa'a en de troonsbestijging van Horus Netjerikhet/Djoser behoren tot de duisterste figuren uit de Egyptische geschiedenis en dan heb ik het niet over de hieronder behandelde heersers Horus Sneferka, Sechet en/of "Vogel". De inscripties en monumenten die uit deze periode dateren evenals de koninslijsen geven ons een overvloed aan koningsnamen. Maar tussen beide bronnen zijn er weinig overeenkomsten te vinden. Het is quasi onmogelijk om overeenkomsten te vinden tussen de verschillende  naamreeksen maar ook over de volgorde bestaat nog complete verwarring. De huidige Egyptologen weten met enige zekerheid over de ganse interne geschiedenis van de Tweede Dynastie nauwelijks iets meer dan hun collega's pak weg zo een eeuw geleden.

De identiteit en de volgorde van de drie eerste koningen staan dank zij een inscriptie op een een beeld dat zich nu in het museum van Caïro bevindt vast. voor de vijf eerste koningen kunnen de eigentijdse monumenten en de latere koningslijsten met elkaar verzoend worden en het staat vast dat Kasechemoei de laatste koning van de dynastie is geweest. Daarmee is het uit met de zekerheden. Niet alleen staat de positie binnen de dynastie van de rest van de koningen ter discussie maar eveneens de uitgebreidheid van hun gezag.

Er zijn redenen om aan te nemen dat er midden in de dynastie inwendige spanningen in het rijk zijn opgetreden. Dit wordt ondermeer gesuggereerd door de verschijning van de naam Seth (de goddelijke tegenstander van Horus) in de titulatuur van de koning onder Peribsen. Waar de latere koningslijsten vrij goed overeenkomen met de monumentale inscripties van koningen van de eerste dynastie is dit niet meer het geval voor de tweede dynastie. Onder Kasechem vinden we verwijzingen naar gevechten met vijanden uit het noorden en het is niet onmogelijk dat tijdens de tweede periode van de Tweede Dynastie het koninkrijk opnieuw verdeeld was in twee staten. Dit zou dan ook een logische verklaring zijn waarom de koningslijsten zo uiteenlopend zijn. Want een lijst die zich baseert op de traditie van het Noorden zou de koningen van het Zuiden onwettig noemen en omgekeerd.

Dat economische factoren eveneens een rol hebben gespeeld daarop wijst een studie van de Nijl waterstanden zoals deze vermeld zijn op de Palermo steen (Bell 1970). Hieruit blijkt dat het gemiddelde niveau van de jaarlijkse overstroming van de stroom begon af te nemen reeds van bij het einde van de Eerste Dynastie en dat deze tendens zich doorzette doorheen de Tweede Dynastie.

Met dergelijke onzekerheden omtrent aantal, rangorde en uitgestrektheid van de autoriteit van de koningen is het natuurlijk onmogelijk met enige nauwkeurigheid de lengte te schatten van de duur van de Tweede Dynastie. Baines en Malek stelden in 1980 een duur van 121 jaar voor. Dit is een geleerde  beredeneerde gok maar het blijft een gok. Een ruwe schatting voor de Tweede Dynastie brengt ons tot 120-150 jaar ( vergelijk met de ca jaar 190 jaar voor de jaar voor de Eerste en ca 75 jaar voor de Derde Dynastie)

Bij de huidige aangenomen reconstructie van de de analensteen (Palermo steen, Caïro steen en fragmenten, zie Barta in Z.A.S. 108, 1981 p. 11-23 en bibl. in noot 4; Helck 'Thinitenzeit 1987 p.125)) start de Tweede Dynastie met Hotepsekhemoei aan het begin van de vierde lijn aan de originele rechter zijde van de steen en eindigt aan de linkerzijde met de korte regeringsperiode van de pre-Khasekhem lacunae. Khasekhem(oei)' s regering zou de eerste 30-35 jaar op het begin aan de rechterzijde van de vijfde lijn omvatten deze zou dan op de Palermo steen doorgaan met Nebka en Djoser (zie onderstaande figuur). Het totaal aantal jaar bij deze hypothetische rangschikking van de koningen op de analensteen zou dan 151 bedragen.

annalsih7.jpg
Reconstructie van de Analensteen bij middel van de fragmenten van Caïro en Palermo

Op de Papyrus van Turijn is alleen het aantal jaar van de regering van Neferkaseker (8) de lacuna (hudjefa-11) en Bebti (27) bewaard.

Een van de grootste problemen bij deze reconstructies blijft de periode na de regering van Ninetjer en het begin van de regering van Khasekhem(oei): met uitzondering van de archeologisch genoeg bekende Sekhemib-Peribsen (waarschijnlijk dezelfde persoon) zijn op zijn minst de namen van vier andere koningen bekend. De informatie echter is zeldzaam en hun positie binnen de dynastie onzeker. Volgens de hierboven genoemde reconstructies en extrapolatie van de beschadigde delen zou men een duur van 40 jaar voor deze periode dienen te rekenen. Veronderstellen we dat Sekhemib-Peribsen ( die volgen enkele geleerden dient geïdentificeerd met Sened - maar volgens anderen met de lacune in de tekst) 11 tot 20 jaar geregeerd heeft kan men voor de vier andere koningen 20-29 jaar uittrekken.

Gezien het relatief ontbreken van materiaal voor deze koningen is het logisch te verwachten dat er in de volgende decaden nog namen van koningen zouden bijkomen of dat we op zijn minst door nieuwe ontdekkingen zekerheid zouden krijgen betreffende de titels en de positie van Wneg(Oeneg), Sened, Aaka, Neferkaseker, Neferkara en Nubnefer. Men verwacht veel van de onderzoeken te Sakkara namelijk van graf B (Ninetjer) en van de nog ononderzochte gallerijen onder het westelijk massief en de westzijde van het noordelijke hof onder het Djoser complex.

Erg aanlokkelijk is de hypothese van W. Helck (Thinitenzeit 1987 p.105) dat Horus Ninetjer op vrijwillige basis het land in twee zou verdeeld hebben waarbij één zoon van hem in Opper-Egypte en een andere zoon (Wng/Oeneg) in Beneden-Egypte zou hebben geregeerd; zo zou men kunnen verklaren dat men gelijktijdig te Memphis koningen vindt onder hun nesoe-biti namen en te Abydos koningen onde hun Horus naam.

In een nog vrij recent artikel (KMT 1996) heeft A. Dodson voorgesteld Horus Ba en Horus Sneferka en Horus Vogel te verplaatsen naar deze duistere periode van de Tweede Dynastie. Maar zoals hier reeds werd uitgelegd kan zelfs de diepste analyse uitgevoerd met de beschikbare middelen ons geen zekerheid geven welke van de twee hypothesen de juiste is. Daarom zullen we deze drie vorsten althans voorlopig als onmiddellijke opvolgers van Qa'a blijven beschouwen

Geschreven door ramsesje om 00:00 3 reacties Reageer op dit bericht

HORUS BA

Horus Ba

Van Horus BA werd gedacht dat hij een van deze kortstondig, mogelijks alleen in Neder-Egypte, regerende koningen, die voor Hotepsekhemoei kwamen, was. Zijn naam werd soms verward met die van Horus Vogel (Kaplony in MDAIK 20 p.3 stelt voor deze vogel te lezen als ba).

Maar recent hebben N. Swelim (1983) en J. Kahl (1994) een andere chronologische positie voor Ba voorgesteld. Op het einde van de derde dynastie na Hoeni en Qa Hedjet of anders nog als de Horus naam van een van de kortstondig te Memphis regerende koningen in het midden van de Tweede dynsatie (Oeneg, Sened, Noebnefer, Neferkasokar). Deze laatste zijn ons alleen maar bekend met hun Nebti-Nesoetbiti namen. De beste bron voor de enkele documenten, die over Horus Ba bekend zijn, is N. Swelim's "Some problems on the History of the Third Dynasty '(1983) spec. 182-3, 185 (Step Pyr. slab, Sinai + bibl.)".

ba01au2.jpg

Ba komt voor in een serech op een klein stukje basalt gevonden door Firth in het complex van de trap-pyramide. Het werd echter niet vermeld in de publicatie, die pas jaren later werd geschreven door Goneim (Saqqara register of antiquities n. S-10034). Het teken was samengesteld uit een mensenbeen (teken D58* met fonetische betekenis b) en een ram (hiëroglief E11 met fonetische betekenis ba). Het eerste teken b is dus te beschouwen als een fonetisch complement. Bovenop de serech komt een naar links gewende valk voor (J. Kahl 1994 corpus 3332; Kahl et al., 1995, 164). Een andere schrijfwijze met alleen het been, werd aangegeven door Ricci in 1820 en ook door Lepsius in 1858 (deze laatste echter in een serech zonder valk, Konigsbuch n.905). Kurt Sethe gaf een korte discussie over de status van deze koning in een voetnoot bij een artikel in Z.A.S. 35 (1899, p.6,7 n.4).

Daar nu ,rond de helft van vorige eeuw, M. Cerny het manuscript van Ricci teruggevonden heeft in Banks Manuscript XX A.I (over de Wadi Maghara inscripties van Sekhemkhet), vraagt Swelim zich af of de bron van Lepsius en deze van Ricci niet van elkaar verschillend zouden kunnen zijn geweest (op. cit p. 183; en ook Cerny, The inscriptions of Sinaï, 1955 p. 55-6). Want de waarschijnlijke aanwezigheid van de serech in de Sinaï verhoogt aanzienlijk de kansen dat deze Ba behoort tot de periode van Netjerikhet( Djoser), Sanakht en Sekhemkhet en dus tot het midden van de Derde Dynastie.

Het probleem wordt er niet minder om als we met J.Cerny in de publicatie van de "Sinaï inscripties" (Gardiner, Peet, Cerny), aannemen dat het been bij Ricci's inscriptie een misinterpretatie zou zijn van Ricci's ruwe schets en in feite de Horus naam van Sanakht zou voorstellen (vertikaal sa en horizontale n samen verkeerdelijk voor een b genomen)[cf. Baud, 2002, 20] zoals op reliëf dat zich nu in het Caïro museum bevindt.

Indien dit natuurlijk juist is dan is de enige getuige van het bestaan van Horus Ba het stukje basalt gevonden door Firth in het het begrafenis complex van Horus Netjerikhet (Djoser) te Sakkara. Tenzij natuurlijk Swelim's hypothese dat Lepsius ( serech zonder valk) een andere bron zou gebruikt hebben dan Ricci. Maar dit moet nog bewezen worden.

J. von Becherath, in zijn handboek van koningsnamen [Handbuch der Ag. Konigsnamen (1984) p. 49)]] identificeerd koning Ba (Been + Ram), met deze die wij Horus Vogel hebben genoemd. Enkele onderzoekers hebben hem daarin gevolgd (o.a. Wilkinson, Early Dynastic Egypt), maar volgens onze zienswijze verschillen de twee serech's en is er volgens mij geen enkele reden om aan te nemen dat de vogel in Horus Vogel's serech een "ba" -vogel is. Daarvoor zijn er te weinig details. Swelim plaatst Horus Ba bij de 4 voorgangers van Djoser (Horus Netjerikhet) maar het is anderzijds weinig waarschijnlijk dat vier koningen met vrij lange regeerperiode Djoser van Khasekhemoei zouden scheiden. Aan Ba schreef hij ook de omheinde ruimte Ptahhotep, ten westen van Trap-pyramide van Djoser, te Sakkara toe. Hier komen we later op terug.

Nabil Swelin voegt hier nog een interessant gegeven aan toe over een mogelijks latere cultus van koning Ba hem ingegeven door door de naam NiankhBA, wiens graf, ten zuiden van het Djoser complex en dicht bij het graf van Nebkaoehor - Idoe, dicht bij de ingang van de gallerij van Ninetjer en ten noorden van de verhoogde weg van Oenas gelegen is. (Nabil Swelim, 'The Dry moat of the Netjertkhet complex', in Baines et al. ed., Pyramid Studies and other essays presented to I.E.S. Edwards, 1988 p. 12-22, fig. 4). In dezelfde area bevindt zich nog een ander graf waarvan de naam van de eigenaar NiankhNebka luidt. Waar dus Ba vervangen is door de naam Nebka, een koning uit de Derde Dynastie.

De site was oorpsronkleijk de koninklijke necropolis van de eerste koningen van de Tweede Dynastie (graf A, B - Hotepsekhemoei en Ninetjer). Dit  zou pleiten voor de mogelijkheid dat genaamde individuen priesters zouden geweest zijn belast met de cultus van vroegere koningen begraven in deze area. Nebka en Ba dus. Ten zuiden van graf A aen B werd door een Nederlandse missie in 2002 een ander graf C blootgelegd. Dit graf werd in de Achtiende Dynastie hergebruikt door Merire, priester van Aton (van Walsem, Raven). Daarom zou Ba zelfs de Horusnaam kunnen zijn van één van de koningen van de Tweede Dynastie wiens nesoebiti-nebti namen op schaarse bronnen, afkomstig van Memphis, te vinden zijn. Met name: Oeneg, Sened, Noebnefer, Neferkasokar. Op dezelfde manier als de Horus naam Za gelinkt is aan Oeneg maar dan nog niet gelinkt aan enige nebti/nesoebiti naam. Eigenaardig is ook dat de koningslijst uit het Nieuwe rijk Ba-njetjeroe of Ba-njnetjer als cartouche naam voor Ninetjer noemt. In de lijst van Abydos wordt BA geschreven met het hiëroglief van de ram.**

Nota

* De hiërogliefen werden door Gardiner ingedeeld in een aantal categorieën naar gelang hetgeen ze voorstellen ( goden, man, vrouw, delen van de mens, vogels, meubels enz)elke categorie kreeg een letter als identificatie en elk hiëroglief binnen een categorie een cijfer. D58 is dus de 58ste hiëroglief binnen de categorie D ( delen van het menselijk lichaam) en E11 de elfde hiëroglief in de categrorie E ( zoogdieren).

De staande ram (Gardiner E10/11, Khnoem / Ba) komt als hiëroglief het eerst voor op de Baviaan van Narmer in Berlijn Staatl. Mus., 22607: Kahl, 1994, Quelle 125, bibl. p. 472-473). Nadien schijnt het teken nogal frequent voor te komen vooral onder de laatste koningen van de Eerste Dynastie en deze van het midden van de Tweede Dynastie (onder Qa'a / Sneferka; onder Za en speciaal onder Ninetjer (Khnoemenjj, Khnoemhotep): cf. Lacau-Lauer, PD V, 3ff., 31ff., 47, 39).

Wij hebben dit uitgebreide artikel geschreven over een vrij onbelangrijke koning om te illustreren hoe men in de Egyptologie te werk gaat om het verleden te reconstrueren. Welke kronkels men soms volgt om tot een bepaalde conclusie te komen die dan plots door het verschijnen van een een andere archeologisch bron plots in het niet valt.

ILLUSTRATIES VOLGEN

Geschreven door ramsesje om 00:00 Reageer op dit bericht

Horus Vogel en /of Horus Sekhet

Horus "Vogel" en/of Horus Sekhet

Andere inscripties van andere mogelijke opvolgers van Qa'a leveren ons drie andere namen op (Kaplony in M.D.A.I.K. 20, p. 1 ff): 1. Horus Ba (?) werd recent echter gelocaliseerd in de Derde Dynastie (zie onder).

2. Een koningsnaam geschreven met een niet nader gedetailleerde vogel (Horus Bird/Vogel) werd door Petrie te Abydos in de tombe van Qa'a aangetroffen (R.T. II pl. 8A,6 = P.D. IV pl.encr. IV,4). Mogelijks is het dezelfde koning die men aantreft op een vaas uit de gallerijen van de trappyramide van Djoser (D IV n.108 = pl.en IV,7). Het is opmerkelijk dat de inscriptie van Abydos de enige is van deze koningen die niet van Memphis afkomstig is. Deze koning werd ook geпdentificeerd met Ba maar dit is niet correct (zie verder).

3. Ten slotte werd te Sakarra een bijna onleesbare naam aangetroffen door Walter Brian Emery op een zegelafderuk in klei uit tombe S 3505, dezelfde waar Snerferka's leisteenvaas werd gevonden (Emery 'Great Tombs...' III (1958) plate 37 n.6) = Kaplony I.A.F. III n. 742 (Sekhet)). Deze inscriptie werd toegeschreven aan dezelfde koning aan wie de leisteenvaas gevonden in het complex van Djoser wordt toegeschreven (PD IV n.97), maar er bestaat geen absolute zekerheid over het feit of de twee fragmenaire Horus namen identiek zijn. Een mogelijke lezing als Sekhet werd voorgesteld (hiлroglief T26 (skht) of als alternatief O 45 (ipt).


sekhet02qi6.jpg


4.Recent werd door Francesco Raffaele voorgesteld dat de inscriptie op de leisteen vaas (Trap-pyramide IV n. 97) en deze van de zegelafdruk uit graf S3505 welke in onderstaande figuur worden getoond, aan dezelfde heerser zouden behoren. Volgens deze onderzoeker zou het driehoekje onderaan de serech een vogelstaart zijn. De inscriptie op de vaas (PyrDeg IV, nr. 97) moet bijna met zekerheid een vogel zijn wanneer men goed kijkt naar de vrijwel verdwenen schuine figuur in de serech. Maar de sporen van Horus "Vogel" zijn niet beperkt tot Sakkara maar werden ook gevonden te Abydos (zie onderstaande figuur en de serech's verzameld door van den Brink pt. II; en ook David Gould, 2003, 38 -hier verkeerdelijk aan Horus Ba toegeschreven).



sekhet01ij2.jpg

Al deze koningsnamen (behalve die van Ba) zijn op de inscripties vergezeld van een korte tekst die hun palies te Memphis bij naam noemt: Hwt Ha-Za-Neb (Sneferka, Vogel) en Hwt Ha-Ka-Za (Sekhet) en verbinden hen aldus met Qa'a; ook de ambtenaar Swdj-Khnwm komt voor op inscripties van Qa'a ( maar helpt ons weinig vooruit wanneer we annemen, zoals we in vorig artikel specifiлerden de inscriptie van Sneferka - PD n.186 - bovenop deze van Qa'a werd geschreven) Geen van deze koningen uit de allerlaatste periode van de Eerste Dynasrtie is verbonden geweest met de namen uit de koningslijst van Manetho (die echter niet op Horus namen gebaseerd was).



Geschreven door ramsesje om 01:17 Reageer op dit bericht

Horus SNEFERKA - Horus Vogel - Horus SEKHET (?) - Horus BA

Nu, voor we ons wenden tot de Tweede Dynastie,  nog even de studie van enkele minder belangrijke koningen, die waarschijnlijk maar korte tijd geregeerd hebben en wiens chronologische positie in de Vroeg-Dynastieke Periode verre van vast staat. Er zijn geen graven of ander architecturaal materiaal dat met zekerheid aan hen kan worden toegeschreven gevonden.

Horus SNEFERKA

sneferka01lb5.jpg
Inscripties van S-Nefer-Ka
De archeologische sporen die zij achterlieten zijn schaars.SNEFERKA kent men van drie inscripties gevonden op stenen vazen
  1. De eerste ( foto en tekening ernaast) is afkomstig uit de gallereien van het complex van de Trappenpyramide van Djoser te Sakkara (PD IV n. 86; Horus Seneferka's Ah-Ntr in Qaw-Ntrw);. Ze is gekrast in een serech op een vaas van leisteen maar bijna zeker over de naam heen van een vorige koning (meest waarschijnlijk Qa'a (aan wie Qaw Ntrw behoorde); de mogelijks officiлle naam ernaast in de rechthoek werd gelezen als Swdj Khnemw (Kaplony).

  2. Een andere korte inscriptie ( boven rechts), door Emery gevonden in graf S3505 te Sakkara, eveneens op een leistenen vaas, toont de serech in tegenstelling tot de twee andere zonder valk. Verder vindt men ernaast de naam van het Memphitisch paleis Hwt Za ha nb.

  3. De laatste inscriptie ( onder links), gepubliceerd door Kaplony (Steingefasse, n.13), komt uit de private collectie van Georges Michailides en, alhoewel de vindplaats niet vasstaat, komt ze meer dan waarschijnlijk uit Sakkara. Er staat geschreven "Hm Shenwwt Hrw Snfrka",en verwijst dus naar de dienst in de graanschuren. Kaplony (ibid.) vermeldt hierbij dat van de weinige bekende inscripties op stenen vazen, deze laatste er een is die ingegrift is in een vaas die speciaal voor deze persoon werd vervaardigd en dus geen uitgewiste en overschreven inscriptie.


Francesco Raffaele denkt dat de aanwezigheid van op zijn minst één serech zonder valk en de mogelijk lezing van de naam als Nefer-Ka-es (Nefer-Ka-s: cfr. met de lezing van de naam van de dochter van Djoser Int-Ka-s  ) eerder zou verwijzen naar een verder regerende koningin dan naar een kort regerende koning.



(wordt vervolledigd en op de lezingen komen we terug in de hiërogliefen rubriek)

In maart 2003 hebben opgravingen verricht door Zahi Hawass, het controversiële hoofd van Hoge Raad voor Antiquiteiten van Egypte [ die terugkeer naar Egypte van onder meer de steen van Rosette (British Museum) en de buste van Nefertiti (Berlijn) eist ] nieuwe argumenten voor het bestaan van Sneferka ('Nefer-se-ka') aangebracht. Met name enkele inscripties op fragmenten van een albasten vaas uit een graf van het eind van de Eerste Dynastie. De tombe werd reeds in 1995 ontdekt tijdens werkzaamheden voor de constructie van nieuwe magazijnen voor opslag van vondsten uit de necropool van Sakkara. (Youssef, GM 152, 1996, 105-111) maar grondige opgraving vond pas in 2003 plaats.

We laten Zahi Hawass hier zelf aan het woord: "In 1995 ontdekten we, op 50 m naar het westen van Imry, een grote mastaba uit de Eerste Dynastie. De afmetingen waren 52 m X 32 m en 3 m hoog. De ingang van de tombe was geblokeerd met steenslag en in de grafkamer werden grote hoeveelheden gebroken potten, silex wertuigen en stukken albast, met de naam erop van koning Nefer-sieka, een minder bekende koning, gevonden. Ten oosten van de mastaba werden een tiental even oude graven gevonden. Uit de schachten die door de graven werden gegraven blijkt dat deze laatste in het Nieuwe Rijk en de Late Periode opnieuw gebruikt werden. Een van de graven toonde een unieke valse deur, gemaakt van modderstenen met bovenop een houten blok met een paneel met daarop een scène waarbij de overledene tegenover een offertafel, met offerandes erop samen met een lijst ervan, zit. Boven het hoofd van de overledenen staat zijn naam maar deze kon niet ontcijferd worden daar hij te vaag is. In elk geval is dit wellicht de oudste vorm van valse deur die ooit ontdekt werd."

sneferka03vt7.jpg
Graftombe met de valse deur

"In een ander schacht 4 m diep in de rots gehouwen, daald ik af en vond dat deze volledig was afgesloten met moddersteen Het koste mij meer dan een uur om deze stenen één voor één te verweideren en ik vond binnen in de oudste mummie, die ooit in Egypte ontdekt is geweest. Het skelet, in foetale houding, was bedekt met linnen en in goede conditie. "

sneferka02ed7.jpg
Oudste mummie ooit in Egypte ?

Niettegenstaande het feit dat de informatie over deze koning zeldzaam is, kunnen we toch aannemen dat de aanwezigheid van deze koning, zij het korststondig, op het eind van de Eerste Dynastie, toch enige schaduw werpt op deze periode uit de Egyptische geschiedenis, waarvan we nochtans dachten dat deze relatief goed bekend was. Alhoewel de mysteries van de Eerste Dynastie, in het niet verbleken bij deze uit de Tweede Dynastie zetten we ze toch even op een rijtje:.

  • De positie en status van op zijn minst twee koninginnen
  • De geusurpeerde inscripties bij de laatste koningen
  • De kortregerende koningen die we nu bestuderen.
  • De overgang van de ene dynsastie naar de andere. We beschikken maar over een beperkte documentatie voor deze periode.
  • Het feit dat deze overgang gepaard ging met het een concentratie van de koninklijke macht te Memphis, de hoofdstad van Beneden-Egypte. Zo is er geen enkel koninklijk graf uit de vroege Tweede Dynastie ooit te Abydos gevonden.

Uit wat vooraf gaat kunnen we momenteel voorzichtig besluiten dat S-Nefer-ka waarschijnlijk de opvolger was van Qa'a. Hoofdargument hierbij is dat zijn naam op de vazen boven die van Qa'a geschreven is zoals dit het geval was met zijn voorgangers Adjib, Semerkhet en Qa'a (telkens tussen directe opvolgers). Er werden nog geen andere belangrijke suggesties gedaan omtrent zijn positie in de rij der farao's. Een enkele keer werd hij evenals Ba ingevoegd in verschillende problematische posities van de Tweede of Derde Dynastie evenwel zonder overtuigende argumenten.



Geschreven door ramsesje om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van .

↑ Terug naar de berichten