Naar de inhoud

.

akke.beakke.be
WELKOM OP DEZE WEBSITE GEWIJD AAN ALLE ASPECTEN VAN HET OUDE EGYPTE DER FARAO'S
indexpicturepr6.jpg

Inhoud



Een herschikking van het blog is aan de gang om alle delen aanklikbaar te maken vanuit het centrale Inhoudsmenu. Enig geduld wordt op prijs gesteld. Ondertussen kan u nog steeds bij de artikels terecht via de inhoud in rechterkolom
e-mail van de auteur: ronald.milo@skynet.be

Archief

Qa'a, of Qa of Ka'a of Ka

We gaan ook verder met onze hiërogliefen cursus en zullen weldra alles nog eens op een rijtje zetten. Maar ondertussen nu we toch bij Qa'a zitten. Gaan we hier een boompje over opzetten want leest men de naam nu Qa, Qa'a, Ka of Ka'a en waarom.

De Horus naam van deze koning wordt geschreven met twee één-lettertekens de zandige helling met fonetische waarde q en de arm met fonetische waarde a. De eerste lezing is dus Qa. De naam werd ook zo gespeld in het opgravingsverslag van Petrie te Abydos. Maar in de meeste westerse talen komt de opeenvolging van q en a niet voor en daarom werd de naam verwesterd tot Ka. Dit is echter niet aan te bevelen daar dit verwarring schept met de predynastische koning Ka.

Kurt Sethe heeft in zijn "Beitrage zur ältetsen Geschichte" een verklaring gegeven voor deze naam die tot nu toe vrijwel algemeen aanvaard wordt. Het is zo dat in het Egyptisch zwakke klinkers vaak niet geschreven werden. Hij las de Q als qa waarbij de a was weggevallen. Qa zou dan afkomstig zijn van het werkwoor qai=hoog zijn ( We zullen verder nog zien hoe we uit de stam van een woord de infinitief van een werkwoord vormen maar neem van mij nu aan dat het qai is). Qa-a zou dan betekenen "Hij die hoog is wat betreft zijn arm. De arm zou hier dus niet letterlijk voor arm staan en niet als phonetisch teken voor a. Maar gezien we niet weten welke phonetische waarde we aan het bergip arm moeten geven spellen we gewoon a. W. Helck ( in Thinitenzeit p.117)beschrijft hem als "deze met de opgeheven arm" en verwijst voor deze krijgshaftige benaming ook naar Horus Aha. Persoonlijk zou ik dan eerder geneigd zijn om te denken aan de stereotiepe houding waarbij de farao de vijand de kop inslaat zoals op het Narmer palet. Bij deze daad is de arm inderdaad geheven.

ahaserech3ul.jpg narmerp28mw.jpg
De serech van koning Horus Aha of de Strijdende Valk en het palet van Narmer met de geheven arm

H.Goedicke, die Horus een onmisbaar onderdeel van de naam vindt kan niet goed weg met deze naam daar hij dan zou moeten lezen: " Horus wiens arm hoog is", wat hij onzin vindt.Maar wat mijzelf niet onlogisch voorkomt als men de interpretatie van de geheven arm die ik er aan geef aanvaardt. Het zou dan in feiete neerkomen op "Horus die de arm heft (tegen de vijand)of wat vrijer vertaald Horus die de vijand verslaat.

Op een stenen vaatwerk,(cfr figuur hieronder) waar een aantal koningsnamen opstaan zien we dat de nesoe-biti en en de nebti naam van Qa'a identiek is aan zijn Horus naam ( eerste naam van links maar gezien de schrijfrichting dus laatste naam!)

a05jg1.jpg

Zoals Goedicke het met de Horus naam meent, menen J.von Beckerath en W.Barta dat nebti een onmisbaar onderdeel is van de naam. Maar Qa'a nebti. Hij die noog is wat betreft de arm van de twee meesteressen heeft in feite weinig zin.Opnieuw zou ik persoonlijk vertalen. Hij van de twee meestressen die zijn arm heft (onder verstaan "tegen de vijand")

In de lijst van Abydos en in de Papyrus van Turijn staat zijn naam als Qebeh(oe) vermeld. Dit wordt door Sethe verklaart als zou een verstrooide schrijver de hiëroglief van de arm waarbij de bovenarm nogal lang uitvalt, verward heeft met een been. Qa'a wordt dan qeb, dit betekent plengen. Maar gewoonlijk wordt "plengen" geschreven met een extra hiëroglief als determinant n.m.l. een vaas waar water uitloopt. Uitgaande van deze schrijfwijze zou dan kunnen een tweede verwaaring zijn opgetreden zijn en zou een andere werkwoord "qebeh" dat ook plengen betekent de plaats hebben ingenomen van het het eerste.

qebih1.jpg

Anderzijds kennen we enkele ivoren plaatjes waar de naast de Horus naam van Qa'a de twee meesteressen (nebti), gier en cobra staan maar naar de Horus naam toegekeerd. Dus niet in dezelfde richting als de Horus naam. Hieronder leest men de naar beneden gerichte pijl -phonetische waarde "sn- met het water teken met phonetische waarde "n", als phonetisch complement.W.Barta vertaalt dit als "degene die de twee meesteressen vereert". Andere interpretaties zijn ook mogelijk. De groep komt niet voor op vaatwerk of zegelafrollingen en is nooit gecombineerd met de titel nesoebiti (hij van de zegge en de bij).

a06pw1.jpg

Over de interpretatie die hieraan moet worden gegeven zijn de Egyptologen het niet eens. Sethe en Griffith vatten dit op als een tweede nebti naam voor Qa'a. E. Naville zag er de naam van een ambtenaar in, wat weinig waarschinlijk is gezien de plaats waarop de groep is aangebracht. P.Kaploni beschouwt sen als een kroonprins ( sn betekent zoon maar wordt dan door een knielend mannetje als determinatief gevolgd in het klassieke Egyptisch) of eventueel zelfs een koningin. Voor W.Helck is het feit dat de namen naar elkaar gericht staan te interpreteren zoals de klassieke scène waar de koning voor de godheid staat, beide naar elkaar gericht.Sen is dan een een godheid maar hij weet niet welke. Edwards tenslotte interpreteert het geheel als "De twee meesteressen omarmen de Horus koning Qa'a". Immers sn met als determinatief een neus, betekent rieken, kussen, omarmen. U ziet uw eigen interpretatie kan er desnoods nog bij op een interpretatie min of meer komt het niet aan.

a07am3.jpg
Geschreven door ramsesje om 00:00 Reageer op dit bericht

Horus Qa'a, laatste grote koning van de eerste dynastie

Horus Qa'a (Qa'a hedjet)

a04lk2.jpg
Stèle met de naam van de koning in een serech, gevonden te Abydos.

Manetho's naam voor de laatste koning van de eerste dynastie is Bieneches, hij zou zesentwintig jaar geregeerd hebben. Deze naam lijkt helemaal niet op Qa'a. Mogelijks heeft Manetho zich in de naam vergist, hoewel hij misschien wel de lengte van de regering juist opgeeft. Mogelijks is hij een zoon van Semerchet. Zijn Horus naam was Qa'a. Kheb is dan zijn nebti of nesoebity naam waaronder hij voorkomt op de lijst van Abydos. Maar op plaatjes en zegels leest men zijn nebti naam als "sn". "khb" is vrijwel zeker een latere interpretatie.

a02sd7.jpg
Plattegrond van graf Q te Abydos

Het graf van de koning te Abydos (graf Q) duidt op de frappante voortuitgang in de architectuur tijdens deze periode. Het gebouw heeft duidelijk meer allure dan de graven van zijn voorgangers hier. De algemene aanleg van de ondergrondse bouw komt sterk overeen met de gebouwen uit dezelfde periode te Sakkara. Deze bestaat uit een een diepe rechthoekige put met een trap die daarin afdaalt aan de noordwestkant. Aan beide zijden van de trap bevinden zich twee magazijnen, en zowel deze als de grafkamer in de put waren oorspronkelijk voorzien van een houten zoldering. Rondom de centrale kern zijn nog meer magazijnen en bovendien zesentwintig bijgraven voor dienstpersoneel. Allemaal zijn ze iets hoger gelegen dan de trap. Er is reden om aan te nemen dat de verdwenen bovenbouw oorspronkelijk het ganse graf bedekte met een oppervlakte van 30 bij 23 meter.

a01da5.jpg
Stèle in kalksteen verworven door het Louvre in 1967. Het toont de koning, Qa'a die wordt omhelsd door Horus met de valkenkop. Met enige moeite ziet men de witte kroon in de serech boven het hoofd van Horus.

Behalve door kruikzegels en naamplaatjes kon het graf door Petrie (Petrie 'Abydos I' p. 5 pl.5; H.G. Fischer 'J.A.R.C.E. 2, 1963 p. 41). worden geпdentificeerd door de ontdekking van restanten van twee stиles in basalt aan de oostkant van het bouwwerk, die allebie zijn Horusnaam Qa'a droegen. Een imposante stèle verworven door het Louvre in 1967 toont Qa'a met de Witte Kroon van Boven-Egypte. Hij wordt omhelsd door Horus met de valkenkop. Boven de twee hoofden staat de Witte Kroon ook in de serech van de koning. Zou dit willen beduiden dat het Zuiden hier een beslissende overwinning op het Noorden haalde ?

Het graf werd in 1993 door archeologen van het Duits Archeologisch Instituut te Caпro heropgegraven. Het team ontdekte dat het graf verschillende veranderingen had ondergaan en, uitgaande van de met eenvoudige baksteen bedekte grafkamer, enige malen vergroot was.

In een graf te Abydos, uit dezelfde periode, werd ook nog een monument van een edelman, een zekere Sabef gevonden

a03cs1.jpg
Plattegrond en doorsnede  van graf 3505 te Sakkara

De graftombe (nr 3505) door Emery in 1954 te Sakkara gevonden met nog drie andere monumenten werd door Emery aan Qa'a toegeschreven. Nu denkt men over het algemeen dat dit graf toebehoorde een een priester-edelman, Mercha, een priester van de godin Neith.
Dit gebouw bestaat uit een rechthoekige bovenbouw van tichelsteen aan de buitenzijde op de gebruikelijke manier voorzien van inspringende panelen. Hierop werden, nog in goede staat, veelkleurige fresco's met geometrische patronen in de vorm van een vlechtwerk aangetroffen. Een afdalende gang leidt naar een grafkamer, uitgehouwen in de rots, en op soortgelijke wijze als in Abydos, aangelegde magazijnen. Rondom de bovenbouw loopt een massieve ringmuur waarbinnen, aan de noorkant van het graf, een dodentempel, bestaande uit een netwerk van gangen en kamers, ligt. In deze dodentempel werden de resten van de voeten van twee houten standbeelden van ongeveer natuurlijke grootte gevonden. Men kan dit grote gebouw beschouwen als het prototype van het latere pyramidencomplex .We komen hier echter nog op terug.  Het totale oppervlak beslaat 65 bij 37 meter. Men vond geen bijgraven en men neemt aan dat de barbaarse praktijk van mensenoffers werd opgegeven, althans in het beschaafde Noorden, waar het ook trouwens laattijdig (ten tijde van Djet) werd ingevoerd. In het zuiden zou deze gewoonte pas bij het einde van de tweede dynastie ophouden te bestaan. De twee laatste koningen van deze dynastie, Peribsen en Khasekhemwoey, hadden geen satellietgraven meer bij hun tombe maar slecht de lijken van een klein aantal gesacrifiëerde(?) personen in het graf zelf. Tombe 3505 schijnt hiervoor niet ingericht te zijn geweest (Emery 1961)

Aan de zuidzijde van de ingang van de mastaba werd nog een bijbehorend graf van enig formaat ontdekt dat door Emery toegeschreven werd aan de edelman Mercha. In de nabijheid werd inderdaad een stèle van hem gevonden*

Een ander groot graf te Sakkara (nr 3500) is ook te dateren tijdens Qa'a's regering en kan mogelijks van zijn gemalin of van een ander voornaam lid van de koninklijke familie geweest zijn. Hier vond men vier bijgraven aan toegevoegd. Ze vertoonden allen tekenen van gelijktijdige verbranding.

Zoals bij zijn twee voorgangers werd er geen begrafenispaleis gevonden ten noorden van Oemm el Kab (Tombs of the Courtiers); in deze area ligt er nochtans een sector waar er zekere tekenen op wijzen dat hier een gebouw heeft gestaan in dezelfde traditie en waarvan de constructie mogelijks aan Qa'a kan worden toegeschreven. Met name ten noorden van de voornaamste groep bij Deir Sitt Damiana (Kaiser- MDAIK 25 e 38; O'Connor - JARCE 26).

Recente Duitse opgravingen te Oemm el Kab hebben toch nog nieuw materiaal aan het licht gebracht op deze plaats die reeds zoveel maal werd onderzocht in de vorige eeuw. Ondermeer afdrukken van zegels van Hotepsekhemwoey afkomstig uit het graf van Qa'a. Dit, als het niet om een "vervuilde" vondst gaat, toont aan dat, ondanks de afwezigheid van graven uit het begin van de tweede dynastie te Abydos - de drie eerste koningen begraven zijn te Sakkara, ten zuiden van het complex van Djoser. Er schijnt dus geen volledige breuk te zijn opgetreden tussen Memfis en Abydos en tussen de eerste en de tweede dynastie in de periode volgend op de regering van Qa'a. Dus zal men de status van de 2 of 3 kortstondig regerende koningen die hem opvolgden opnieuw moeten onderzoeken.

Uit de opschriften van de stèles van Mercha en Sabef blijkt dat het schrift reeds veel verder ontwikkeld was en dat de titulatuur van de edellieden reeds de conventionele vorm bezat die in later tijden (derde, vierde dynastie) regel werd. Behalve Mercha en Sabef bekleedde ook Henoeka nog steeds zijn ambt onder deze regering.

De vraag naar de ware begraafplaats van de farao's uit de Archaïsche Periode is
hoe dan ook helemaal niet opgelost : alhoewel men tegenwoordig neigt om de opinie van Kees, Weill, Edwards, Kemp, Kaiser, Kaplony te volgen die om verschillende reden Abydos verkiezen, blijven verschillende punten die de basis vormen van de hypothese van Emery, Lauer, de meest bekende supporters van de Memphitische (Sakarra)  localisatie, hierdoor onverklaard. Om een voorbeeld te noemen: tombe 3505, door de voorstanders van Abydos aan Mercha toegeschreven kan bezwaarlijk de begraaf plaats genoemd worden van deze edelman aangezien hij de eigenaar was van een klein bijgraf (het enige), aan de zuidkant van de toegangsweg van deze mastaba,  waarin zich en stèle met zijn naam bevond,

.
Geschreven door ramsesje om 00:00 2 reacties Reageer op dit bericht

Sedjemef

DE SEDJEM-EF tijd of de tegenwoordige tijd (en prettig verlof)

sedjemefeg2jo.jpg

Nu we suffixen i, k, T (tj), f en s gebruikt hebben als bezittelijke voornaamwoorden ( mijn ,jouw,jouw, zijn, haar) aangehecht aan een zelfstandig naamwoord kunnen wij ze ook aanhechten aan de stam van een werkwoord om aldu het werkwoord te vervoegen. De tijd waarin we deze suffixen onmiddellijk aan de stam van het werkwoord hechten zoals hieronder wordt de sedjem-ef-tijd genoemd. We nemen immers het werkwoor met stam sDm (sedjem, D is dj)  als voorbeeld bij de  vervoegingen. sDm is de stam van het werkwoord met betekenis "horen". sDm=f spreekt men uit als sedjemef. Deze tijd sluit het dichtst aan bij onze tegenwoordige tijd ( strikt genomen onvoltooid tegenwoordige tijd). Dus sDm=f wordt vertaald door hij hoort sDm=i door ik hoor. Op regel 2 vindt men de stam "di" van het werkwoord "rdi" dat geven betekent.
Op regel 3 de stam ir van het werkwoord "maken doen"
Op regel 4 de stam anx (anch) van het werkwoord leven.

Noteer ook bij deze suffixen blijft het onderscheid van geslacht bewaard in de tweede persoon (k en T) en soms in de eerste persoon wat in het Nederlands niet het geval is.

  • Regel 5 sDm=f hij hoort
  • Regel 6 di=k jij geeft ( wanneer het man is die geeft) of de tweede vorm di=T (ditj) als het een vrouw is die de handeling verricht.
  • Regel 7 ir=f hij doet. In de tweede vorm is dit tevens ir=f maar de i(pluim) en r(mond) zijn hier fonetisch complement.
  • Regel 8 anx=s (x=ch) zij leeft.
  • Regel 9 di=s zij geeft

We hebben gezegd dat de sedjem-ef vorm van het werkwoord best aanleunt bij onze onvoltooid tegenwoordige tijd maar in bepaalde gevallen kan deze vorm ook een wens uitdrukken. Regel negen bv zou ook kunnen gelezen worden als "Moge zij geven" of regel acht "Moge zij leven" dit is alleen uit de context af te leiden.

Andere vormen van het werkwoord zijn b.v. de sDm.w=f (sedjemoe-ef) die de toekomst uitdruk (hij zal horen) of de sDm.n=f (sedjemen-ef) die de voltooidheid van de handeling uitdrukt (hij heeft gehoord). Maar daar komen we later op terug. Maar later zal na de vakantie zijn. Ondertussen prettig verlof ! See you later aligator

Ronald Milo

Geschreven door ramsesje om 00:00 Reageer op dit bericht

Horus SEMERCHET

Horus SEMERKET

Zijn nesoe biti naam was IRI NETJER. Zijn horus naam werd vertaald als "Hij die de twee Meesteressen bewaard" (en zijn nesoe biti naam als " Bloedverwant van de goden". Grimal 1988).
Hij is zeker de eerste koning die bij het nageslacht een slechte faam genoot omwille van het feit dat hij waarschijnlijk de troon usurpeerde op zijn voorganger, wiens naam hij uit diens jubileum vazen liet wissen. Zijn naam werd dan weer in de lijst van Saqarra weggelaten en overal uitgewist door zijn opvolger Ka'a.

De naam onder het patronaatschap van de twee Meesteresssen, de godinnen Nekhbet en Wadjit, werd reeds door Horus Aha ingevoerd, maar Semerkhet was de eerste om deze naam met de koninklijke titulatuur te associëren Het zal pas tijdens de twaalfde dynastie zijn dat deze naam definitief gaat deel uitmaken van de titulatuur.

Zijn naam op de lijst van Abydos en de steen van Palermo, uitgebeeld door een staande priesterfiguur, wordt gelezen evenals de naam op de Turijnse Papyrus ( waar hij daarentegen gespeld wordt met vier éénletterklanken SMSM) als Semsem, de Semempse van Manetho, die volgens deze laatste gedurende 18 jaar regeerde en tijdens wiens regering " een grote ramp over Egypte neerdaalde". Soms komt zijn nebti naam gekoppeld aan de nesoet-biti naam voor.

Niettegenstaande zijn korte regering werd er toch een Sed-feest gevierd waarvan enkele fragmenten uit Abydos getuigenis afleggen. Eigenaardig geboeg wordt dit feest niet vermeld op de het fragment K1 (steen van Caпro) van de steen van Palermo maar waarvan echter twee jaar niet leesbaar meer zijn.

Te Abydos wordt graf U (29 x31 m )aangenomen het zijn te zijn. Het graf overtreft verre dat zijn voorganger De grafkamer is in tichelsteen en er zijn 68 bijgraven. De toegang tot de grafkamer bevindt zich aan de oost-zijde en loopt door in een hellende gang naar de grafkamer. Aanvankelijk was het graf bedekt met hout. De eerder soliede bijgraven omringen het graf en het lijkt waarschijnlijk dat de bovenbouw ook deze graven omvatte. In dit graf werd een horus stèle met de naam van de koning erop gevonden. Op de plaatjes die in het graf werden gevonden komt de naam van een hoge functionaris Henoeka voor. Deze speelde ook nog een rol onder zijn opvolger Ka'a.

Te Saqarra werd hem nooit een tombe aangewezen. Dit is verklaarbaar door het feit dat en tijdens zijn regering een crisis is opgetreden, waardoor het hem ontbrak aan ambtenren die in staat waren om een graf te bouwen op de begrafenisplaats van Menphis. Ofwel zoals Lauer beweert (Mdaik 15,1957 p.155-156), dat de graven uit zijn periode verwoest werden bij de constructie, voor de Eerste Wereldoorlog, van het gebouw voor de "Dienst van Antikiteiten"( hierover meer in to v. G.M. 152 (1996) p. 105-112).

Uit zijn tijd weerhouden we enkele houten standbeelden en verder een drinkbeker uit rotskristal van 13,5 cm diameter en 22cm hoog, opgegraven door de archeoloog Z.Saad te Heloean (The Excavations at Helwan-1969) waarop de naam cvan de koning voorkomt samen met deze van de functionaris SEMERSOPDOE (naar alle waarschijnlijkheid de eigenaar van het graf waarin de beker gevonden werd).

De graffiti in de Wadi-Maghara in de SinaП die aan hem werden toegeschreven zijn in werkelijkheid deze van zijn bijn homoniem uit de derde dynastie Horus Sekhemhet.

Het Caпro fragment (K1)van de Palermosteen noemt e naam van zijn moeder Betrest (?) of Batirys (I.A.F. pag. 473-4) en alle acht( bij Emery 9) jaar van zijn regering. Bij Manetho 18 jaar.

Geschreven door ramsesje om 00:19 Reageer op dit bericht

Oplossinge oefening

Oplossingen van de oefening

oefening18cr.jpg

Vooreerst. Normaler wijze zullen wij van het Egyptisch naar het Nederlands vertalen en niet andersom maar hier is het om het te begrijpen wel eens nodig.
 
1. De oplossing voor de vertaling van "zijn meesteres"
Meester is nb (uitgesproken neb). We weten dat we vrouwelijke vorm van een woord moeten vormen door er een t bij te voegen dus meesteres is nb.t  .De vrouwelijke uitgang wordt door een punt van het mannelijk woord gescheiden bij transliteratie. "Zijn" in het Nederlands wordt dus een suffix of aanhangsel bij het woord in dit geval meesteres. "Zijn" is de derde persoon mannelijk en dus f. De uiteindelijke oplossing is dus nb.t=f . Uitgesproken nebetef Een suffix wordt in transliteratie aangegeven door het "=" teken.
In tekens : nb is het mandje we voegen er een broodje=t aan toe en eindigen met een determinatief voor vrouwelijk persoon, het zittend vrouwtje, "zijn" de "f" dus wordt de adder. In het Egyptisch schrift men dus meesteres=zijn ipv zijn meesteres.

2.Haar dienaar. We gaan op dezelfde manier te werk. Dienaar is bAk dit zouden we kunnen, schrijven bAk of b(beentje)gier(A) kommetje(k) maar de traditionele schrijwijze is bA k( bA-vogel, tweeletterteken) en  k(kommetje). Het mannetje is een determinatief voor een mannelijk persoon. We weten al dat "haar" een suffix wordt dus dienaar=haar of bAk=s want haar is derde persoon enkelvoud. Uitspraak bak-es.
Haar meester wordt dus meester=haar of nb=s. In tekens mandje (nb) determinatief mannetje en het eenletter-teken s

3.Jouw dienares. Dit is moeilijker met dienares=jouw komen we er nog niet want we weten niet of "jouw "staat voor het bezit door een mannelijk of een vrouwelijk persoon. In het Nederlands maken wij alleen onderscheid in het geslacht van de derde persoon "zijn" of "haar". Maar de Egyptenaren doen dit ook voor de tweede persoon en  zelfs de eerste persoon. Voor de tweede persoon beschikken zij over de suffixen k en T(uitgesproken tj)om het bezit uit te drukken van een man of een vrouw. Wij hebben alleen "jouw" zowel voor mannelijke als voor vrouwelijke bezitters. Uit de kontekst " hij zegt tegen HAAR"  blijkt het om een vrouw te gaan en wordt het dus T(tj). bAk.t=T. Uitspraak "baket-tje"
In tekens. Dienares wordt gevormd door de vrouwelijke uitgang t aan het woord toe te voegen en het mannelijk determinatief door het vrouwelijk te vervangen. Daarna de lasso als teken voor T(tj).

Mijn dienares. Wordt dienares=mijn, eerste persoon en dus bAk.t=i (baketi) waar i door een pluim wordt voorgesteld. Dit geldt voor mannelijke en vrouwelijke bezitters. Maar men zou evengoed een mannetje kunnen gebruiken omdat het hier over een mannelijk bezitter gaat (zoals blijkt uit "zegt hij"), moest het om een vrouwelijke bezitter gaan dan kan een vrouwtje gebruikt en als het een god is zelfs een teken dat deze god afbeeld. Al deze tekens stellen "mijn" voor maar hier wordt soms niet alleen onderscheid gemaakt tussen mannelijk of vrouwelijk maar ook tussen mens en God. (zie tabel in vorige les)

Wanneer het om een tekst gaat bij een afbeelding waarop de persoon die spreekt staat afgebeeld wordt het "= mijn" teken soms weggelaten dus geen suffix omdat het evident was voor de Egyptenaren dat het om de afgebeelde persoon ging en mijn overbodig werd.

4.Hier is een foutje in de tekst ingeslopen het moet natuurlijk meester zijn ipv meesters. "De meester van jouw dienaar." Wordt meester (van) dienaar=jouw. Uit de kontekst blijkt jouw te slaan op een man dus k. Het probleem "van" laten we nog ongeroerd neem van mij aan dat we "van" hier gewoon kunnen weglaten dan wordt het nb bAk=k (neb bakek)

5 en 6 : Het mannelijk of vrouwelijk zijn van de bezitters is niet uit te maken uit de kontekst dus beide vormen zijn goed in vijf gaat het om dienars dus bAk=k of bAk=T(tj) en in zes om bAk.t=k of bAk.t=T

7. Jouw dienaressen slaat op een vrouw die eigenaar is van de dienaressen dus al zeker T. Het zijn dienaressen dus bAk.t=T maar het gaat nu niet om één maar meerdere dienaressen en het meervoud wordt gevord door w(oe) achter het woord te plaatsen voor mannen wt (oet) voor vrouwen dus bAk.wt=T( bakoet-tje).In de translitteratie wordt de meervouds w of wt door een punt van het enkelvoud gescheiden zoals bij een vrouwelijke uitgang.

Haar dienaars. Is dus dienaars=haar of bAk.w=s(bakoe-es)

Geschreven door ramsesje om 01:32 Reageer op dit bericht

Horus Adjib

Horus Adjib (Enedjib)

Adjib is de eerste souverein op de lijst van Saqqara in de tombe van Tjoeloi (als MERBIAPEN), de zesde op de lijst te Abydos uit de tijd van Seti I (als MERBIAPE) en ook op de papyrus van Turijn vinden we hem terug (als MERBIAPEN-2.17), bij Manetho wordt hij MIEBIS genoemd en zou hij 26 jaar hebben geregeerd. Verschillende van de inscripties met zijn naam erop werden waarschijnlijk door zijn opvolger gewist. Het feit dat hij de eerste vorst is op de lijst van Saqarra deed veronderstellen dat hij de eerste Thinitische vorst zou zijn die ook in Neder-Egypte werd erkend. Het feit dat zijn naam vooral op vazen door Semerkhet werd gewist laat een dynastieke twist veronderstellen waarbij mogelijks de ene steun kreeg uit Opper- en de andere uit Neder-Egypte.

egadjibinscriptiesi7fd.jpg

Te Saqqara werd hem de tombe 3038 toegeschreven maar vandaag de dag wordt deze terug aan de edelman NEBITKA toegeschreven wiens naam ondermeer op kruikzegels voorkwam. Volgens Emery die het graf aan Adjib toewees vertoont het enkele zeer opmerkelijke kenmerken in de bouw die, tot dusver in geen ander monument uit deze periode bewaard zijn gebeleven. Bij het begin van de opgravingen leek het dat de bovenbouw van het graf het gewone plan vertoonde van een rechthoekig gebouw, aan de buitenzijde versierd met inspringende panelen. Maar bij verder graven kwam er een soort trappenpyramide voor de dag binnenin het bouwwerk. Alleen het onderste stuk van de trappen is bewaard gebleven en volgens Emery is het mogelijk dat ze hebben doorgelopen tot een zuivere pyramidevorm.Het graf van koningin Her-neith te Saqarra vertoont, hoewel primitiever van bouw dezelfde trekken. Het heeft de vorm van een rechthoekige aarden tumulus bekleed met tichelsteen, een opvallend prototype van de inwendige bovenbouw van het graf van Nebitka. Sporen van dergelijke aarden tumuli zijn ook gevonden in andere graven te Saqarra  en er is zelfs reden om te vermoeden, althans volgens Emery, dat de nazaat ervan, de getrapte tichelstenen structuur, een vaste trek was van de de meeste grote noordelijke graven uit de tweede helft van de dynastie. Het motief voor het verhullen van van een vorm binnenin een ander van een principieel verschillende opzet is raadselachtig maar Emery dacht dat men te maken had met een combinatie van bovenbouwen uit Opper- en Neder-Egypte in één bouwwerk: de tumulus of trappenbouw uit het zuiden en de rechthoekige opbouw met panelen uit het noorden. De invloed van deze bouw op de ontwikkeling van de pyramidevorm zullen we aldaar behandelen.

egadjibsaq014rz.jpg

Een andere bijzondere trek van graf 3038 zijn de de dubbele toegangstrappen, één naar de onderaardse grafkamers en de andere naar een hoger gelegen vertrek en een graanschuur met ingebouwde bakken voor het graan.De afmetingen van het graf zijn 37 bij 13,5 m.

Opmerkelijk is dat zijn graf X te Abydos een van de kleinste (16,4m bij 9m) en armzaligste gebouwde van heel de groep daar is. Het bestaat uit een met tichelstenen beklede put door een dwarsmuur verdeeld in twee vertrekken, waarin men afdaalt via een trap aan de oostzijde die uitkomt op de grootste kamer. De grafkamer was oorspronkleijk bedekt, gevloerd en bekleed met hout. Rondom het graf liggen 64 schamele satellietgraven voor het personeel.

Men weet niet zeker welke van "forten" te noorden vande Oem al-Qa'b men als zijn begrafenispaleis moet beschouwen. Mogelijks de Western Mastaba of een recent ontdekt fort dat een hoek maakt met de Sjoenet e-Zebib en de Western Mastaba (ook aan SEMERKHET toegeschreven).

egadjibbydos5ay.jpg

Adjib plaatste zijn naam onder de bescherming van de "twee heren" (Horus en Seth). Zoals vele inscripties, op de vazen uit zijn paleis te Memphis, getuigen vierde hij het Sed feest. Onder zijn regering werden ook expedities naar de Oostelijke Woestijn gevoerd. Zoals gezegd werd zij naam vaak uitgewist door zijn opvolger en misschien usurpator,SEMERKHET, (Vandier 1952 p.615),maar hij is hoe dan ook terug te vinden zowel te Saqqara als te Abydos (Petrie 1900-1;Emery 1954-8). Naast de edelman NEBITKA vinden we tijdens zijn regering nog een ander belangrijk personage de ambtenaar SABEF, van wie en stèle kent.

Geschreven door ramsesje om 00:45 Reageer op dit bericht

Suffixen

Suffixen

Ditmaal gaan we het hebben over suffixen. Een suffix is een kort woordje dat men aan een ander woord aanhangt. In het Egyptisch kent men suffixen die overeenkomen met een persoonlijk voornaamwoord (ik, gij, wij enz) of een bezittelijk voornaamwoord(mijn , jouw, uw, haar, zijn,ons) in het Nederlands. Egyptologen schrijven suffixen door tussen woord en suffix een "=" teken aan te brengen. Een voorbeeld zal dit verduidelijken.
nb=f
We weten reeds dat nb(neb) meester betekent we gaan hier nu het suffix "f" aanhangen. f staat hier voor het persoonlijk voornaamwoord derde persoon mannelijk "hij" maar ook voor het overeenkomstig bezittelijk voornaam woord "van hem" of "zijn"

We gaan nu hoofdzakelijk over de bezittelijke voornaamwoord suffixen spreken maar u weet nu reeds dat ze dezelfde zijn als de persoonlijk voornaamwoord suffixen. Zo kennen we verder :

  • "i" voor ik en mijn: nb=i mijn meester
  • "k" voor jij, jouw gezegd tegen een mannelijke persoon: nb=k jouw meester als om een dienaar gaat.
  • "tj" of "t" ook voor jij, jouw gezegd tegen een vrouwelijk persoon: nb=tj jouw meester als het om een dienares gaat. Wij maken dat onderscheid niet in het Nederlands voor de tweede persoon maar alleen voor de derde persoon
  • "f" voor een man: neb.t=f zijn meesteres
  • "s" voor een vrouw: neb=s haar meester

We gaan voorlopig niet in op het meervoud en het tweevoud.
  • De "i" wortd geschreven met de pluim maar ook vaak door de afbeelding van een man, een vrouw, een god naargelang de persoon die spreekt. Soms en nogal eens wanneer er bij de tekst een afbeelding van de persoon die in de ik vorm spreekt staat wordt het voornaamwoord ik volledig weggelaten.
  • de "k" wordt afgebeeld door het kroesje
  • de "tj" door de lasso
  • de "f" door de adder
  • de "s" door het kleed of het slot. Dus de normale één-lettertekens uit het alfabet.

Tracht nu de rode tekst in volgende zinnen de vertalen in het Egyptisch. Denk om het geslacht zowel van de persoon als van de persoon op wie het bezittelijk voornaamwoord slaat ( cfr zijn, haar in het Nederlands maar ook voor de tweede persoon in het Egyptisch). Gebruik voorlopig alleen de transliteratietekens dus i,k,tj,f en s.We zullen later de hiërogliefen gebruiken. Meester is nb, dienaar is bAk


Zij zegt tegen mij en ik ben een man dit is jouw dienaresis hier. Oplossing: bAk.t=k
Zij zegt tegen hem, zij daar is zijn meesteres
Hij zegt soms dat haar dienaar meer haar meester is
Hij zegt tegen haar is dat jouw dienares of is het "mijn dienares"
Zij zegt tegen hem, zij daar is de meesters van jouw dienaar
Dit is jouw dienaar
Dit is jouw dienares
Nu moeilijk : Mevrouw tracht u mij nu duidelijk te maken dat deze vermomde vrouwen niet jouw dienaressen maar haar dienaars zijn

woordenschat18cx.jpg
:
Geschreven door ramsesje om 00:42 1 reactie Reageer op dit bericht

Laatste drieletter-tekens



Hier volgt dan de derde enlaatste lijst van drie-letter tekens. Ook hier dient niet alles onthouden te worden

ttri043vy.png
Volgen dan nog enkele vier-lettertekens en dan is het gedaan

Geschreven door ramsesje om 11:12 Reageer op dit bericht

Meer van .

↑ Terug naar de berichten