Naar de inhoud

.

akke.beakke.be
WELKOM OP DEZE WEBSITE GEWIJD AAN ALLE ASPECTEN VAN HET OUDE EGYPTE DER FARAO'S
indexpicturepr6.jpg

Inhoud



Een herschikking van het blog is aan de gang om alle delen aanklikbaar te maken vanuit het centrale Inhoudsmenu. Enig geduld wordt op prijs gesteld. Ondertussen kan u nog steeds bij de artikels terecht via de inhoud in rechterkolom
e-mail van de auteur: ronald.milo@skynet.be

Archief

Tweede deel Drieletter-tekens



Hier volgt dan een tweede lijst van drie-letter tekens. Ook hier dient niet alles onthouden te worden Maar het is nodig de lijst te hebben om die te kunnen raadplegen in geval van nood. Een teken dat zeker gemakkelijk te onthouden is dat van de kat (vierde van boven tweede rij) het heeft de klankwaarde "mioe"

tri021vy.jpg
Weetje Naast Isidoor en Suzane twee namen die van Oud-Egyptische afkomst zijn ook de woorden alchemie en chemie gelinkt aan het oude Egypte. De Egyptenaren noemden hun land Kemet .i. het zwarte land. al Chem voor de Arabieren. Egypte was toen een geheimzinnig land voor de westerlineg waar men de kennis bezat over de steen der wijzen waarmee men koper in goud kon doen veranderen. Pogingen om deze steen na te maken werden samengevat onder de term Alchemie vanwaar het latere chemie afstamt.

Geschreven door ramsesje om 00:22 Reageer op dit bericht

HORUS DEN

Horus DEN

egsteleden11pq.jpg egsteleden27na.jpg
De stele van Den in het museum voor Kunst en geschiedenis te Brussel. Bij de detailfoto ziet men duideklijk de hiërogliefen d (hand) en n( golfjes)

Horus Den is een van de meest belangrijke figuren uit de Vroeg-Dynastische periode. Er zijn immers weinig koningen in de eerste helft van het derde milennium die een zo grote hoeveelheid aan data over de zich voltrekkende veranderingen in de administratieve, economische, religieuze, architecturale en iconographische sfeer hebben nagelaten. Wat betreft de grondige hervormingen die plaats vonden in deze periode kan men de regering van Den vergelijken met deze van Narmer, Khasekhemwy en Netjerykhet.

eglabelden01b4gq.jpg

Label van Den, we vinden zijn naam in een serech boven achter de drie registers. De gebogen streep met het puntje vooraan rechts (de schrijfrichting is van rechts naaar links) op het label is het hiëroglief teken voor jaar het onderste ontbreekt. Het label geeft dus het jaar van de gebeurtenissen erop afgebeeld aan.In het bovenste register zien we links de koning onder een baldakijn met de dubbele kroon en verder zien we hem nogmaals met die kroon rond tweemaal drie obstakels lopen. Dit laatste is een typisch voorstelling van het het Heb-sed feest (soort wedergeboortefeest).Achter de serech van de koning staat als tweede op de bovenste rij een bij (bit) daaronder duidelijk de letter H en daaronder de tweeklank kA. In feite staat er  sedjawti-biti (titel) HemAkA (naam vande bezitter van het graf). Verschillende klassieke hiërogliefen waren dus reeds tot stand gekomen.

Tijdens zijn regering werd niet alleen op het gebied van de architectuur van de graven een grote stap voorwaarts gezet maar ook op het gebied van de organisatie van de staat (administratie, economie, ambachten, godsdienst en koningschap). Hiervan getuigen de proliferatie van de titels toegekend aan edelen, ambtenaren en lagere aristocratie (steles van Abydos en Aboe Rawasj, de toename in het gebruik van zegels en labels, de kunstwerken zoals stenen vazen in gedurfde vormen. de nieuwe atributen van het koningschap waaronder de nieuwe Nsoet-biti' titel, de canonisatie van de rol, de kelding en en de houding van de koning. De meeste, ons bekende private graven uit de Eerste Dynastoie, stammen uit de periode van zijn regering (vooral dan te Saqqara en Aboe Rawasj).

Zoals hoger gezegd vatte hij zijn regering aan na een kort 'interregnum' van zijn moeder Mer-neith. Hij is de koning uit de Eerste Dynastie van wie het meest jaar labels (meer dan vijftig) bekend zijn. Deze werden bijna allemaal gevonden door Petrie het graf (T) te Oem)-el Qa'an te Abydos. Enkel andere komen uit nabijgelegen graven ( er per toeval in terecht gekomen?) en van de mastabas S3035, S3036, SX, S3506 te Saqqara, die aan edelen behoorden. Deze labels zijn van groot belang om het functioneren van het staats-mechanisme tijdens deze periode te begrijpen. De private graven te Saqqara getuigen van een hoogtepunt in rijkdom, berijkt onder zijn regering en zonder twijfel het gevolg van zijn succesvolle administratieve en organisatorische hervormingen. Geen ander koning van de Eerste Dynastie vinden we vertegenwoordigd in de graven van de hoogste edelen te Noord-Saqqara ( S3035, S3036, S3041, S3506 en nog enkele kleinere) daarbij zijn dan nog niet gerekend de mastabas I, II, VI, VII, VIII, XII te Aboe Rawasj, een tombe te Helwan en mogelijks een koninklijke cultus area bij het Serapeum uitgegraven door Macramallah waar ook inscripties van enkele lagere ambtenaren werden gevonden. De uitlijning van de graven aldaar kan er op wijzen dat hier ooit een koninklijke omheining in vergaanbaar materiaal heeft gestaan (zoals deze van Djoser te Gisr el Moedir en deze hogerop beschreven te Abydos). Zijn graf en ook de private graven ondergingen een belangrijke wijziging tijdens zijn regering namelijk het verschijnen van een trap die naar de grafkamer leidde. Een ander belangrijk kenmerk van zijn graf te Oem el Qa'ab, recent bekend geraakt door de heropgraving door een Duitse ploeg ervan, is de aanwezigheid aan de zuidoost zijde van een zijkamer die waarschijnlijk bedoeld was voor om een beld te bevatten van de koning ( als het ware een proto serdab). Een serdab ( de eerste dateren vanuit het begin van de vierde dynastie) is een zijkamer waarin een beeld dat zogenaamd de KA (ziel) van de koning wordt geplaatst. De kamer is volldeig gesloten op een kleine spleet voor de ogen van het beeld na, langswaar de Ka de kamer kon verlaten en langswaar offers uit de kapel ernaast de Ka konden bereiken. De grafkamer zelf was geplaveid met een grote hoevelheid roze graniet uit Assoean.

Een rond getopte stele bevindt zich in het Museum voor Kunst en Geschiedenis (E562) te Brussel en komt zeker uit graf T te Abydos. Ankhka, Medjedka en vooral Hemaka zijn Khetemoe-Biti (vergelijkbaar met de positie van een vizier) uit deze periode hun graven (3036, 3035, 3506) tonen grote vernieuwingen in bouwtechniek maar tevens ook dat de middelen die ter hunne beschikking stonden enorm toegenomen waren. Het lange debat over het feit of de graven te Saqarra nu toebehoord hebben aan prinsen en hoge edelen ipv aan de koningen is nu eindelijk beslecht. Dit door de Duitse opgravingen tijdens de laatste decades te Abydos. Het is zeker dat de graven aldaar geen schijngraven of cenothaphen zijn maar de echte graven van de Thinitische koningen. De mening van Emery dat de graven te Saqarra de echte begraafplaatsen waren van de Thinitische koningen, ondermeer omwille van hun grootte, is dus opnieuw verlaten voor de oude opvatting van Petrie.

Het vernieuwend karakter van de regering van deze koning moet ook blijken uit de eerste verschijning van de de derde naam uit de koninklijke titulatuur. De Nesoe.t-biti naam, de lezing ervan ( nog onzeker) is Khaseti (of eerder Zemti).In de eerste lezing zou de dubbele glief van heuvels zinspelen op Vreemd Landen waarvan er mogelijks enkele door de koning veroverd of althans overvallen werden zoals ondermeer blijkt uit het MacGregor label. Vandaar Nesoe.t-biti " de vreemdeling" de andere mogelijke lezing, Nsoe.t-biti Zemti, zou dan verwijzen naar de macht van de koning over het ganse territorium: de twee (oostelijke en westelijke) woestijnen naast de Nijlvallei maar ook het noorden en het zuiden van Egypte. Ook wordt de informatie, met name de mini-scènes (gebeurtenissen), op de labels duidelijker uitgewerkt en een grotere hoeveelheid inscripties op stenen vazen uit Saqarra en Abydos wordt gevonden sinds zijn regering.

De regering van Den wordt gedeeltelijk vermeldt op de Palermo steen recto lijn 3 (een beetje meer dan dertien jaar in de tweede helft van zijn regering). Er zijn drie verwijzingen naar ceremonies bij de inauguratie van Hoet(=tempel)-Set- Neteroe, mogelijks zijn cultusplaats te Memphis. Verder de verwijzingen naar: de verschijning (Kha) van de Nesoe.t-biti in hetzelfde jaar als het Hebsed feest ( verjongingsritueel van de farao na een periode van regering); naar het oprichten van standbeelden van de God, naar een nederlaag van de 'Ioentioe'(letterlijk=boogschutters) mogelijks verwijzend naar dezelfde gebeurtenis als op het MacGregor label (verwijst naar Iabtioe = de Oostelijken). Het analen fragment gepubliceerd door J.L. de Cenival ('Un nouveau Fragment de la Pierre de Palerme' in B.S.F.E. 44. Dec. 1965, p. 13-17) verwijst zeker naar dezelfde regering daar Den's Horus naam boven het laatste van de (4+) leesbare jaarvakjes staat. Hier wordt verwezen naar de overwinning op de Setjetioe (Palestijnse ofwel Nubische -uit Elefantine ?- nomaden ) en een andere overwinning op de Tjesemoe (Honden); een ceremonie in de Hoet(tempel) Semer-Neteroe. Verder wordt gewag gemaakt van het vervaardigen van een Imi-oet fetisj in de Senti-cultus plaats. Op het eerste, slechts ten dele bewaarde veld, erkennen we een Hedj-Wer baviaan. Deze figuur komt ook voor op een relief op een stuk kalksteen uit graf S3507 (en kan van vroeger dateren) waarop de koning staat afgebeld met de rode kroon. Meer overeenkomstige gebeurtenissen tussen de analen de de labels vindt men in G. Godron ("Etudes sur l' Horus Den..." Geneve 1990).

De nog recent ondekte privaattombe te Minsjat el Ezzat heeft een kleine schat aan objecten waarvan  sommige, waaronder een vuurstenen lemet, met inscripties van Den opgeleverd. Een van de meest opmerkelijke voorwerpen is een versierd palet in leisteen dat door de opgravers (cfr. Boghdady in Archeo Nil 9, 1999) als mogelijks contemporain met Den werd bestempeld. Dit is waarschijnlijk verkeerd want er is momenteel geen enkel bewijs van de aanwezigheid van een dusdanig voorwerp (palet) buiten de allereerste regeringen van de eerste dynastie. Het palet kon dus al een paar eeuwen oud zijn bij de begrafenis, die tijdens de regering van Den plaatsvond.  Maar het is wel het derde palet dat afkomstig is van archeologische opgravingen ( naast de twee van centrale bergplaats van Hierakonpolis nml. dat van Narmer en dat van de twee honden).

Het artistiek patrimonium heeft heel wat voorwerpen die dateerbaar zijn tijdens de regering van deze koning. Vazen in hardsteen, gemaakt in exotische vormen zoals de Anch-ka vaas in het Metropolitan Museum die gemaakt als Ka- handen die het hiëroglief teken Anch omhelzen en zoals een 3-D rebus zinspelen op de naam van de eigenaar. Een andere vaas in dit museum is gevormd als een lotusveer, terwijl nog een andere die zich te Caïro bevindt rond is van vorm met een drievoudige onderverdeling erin. Op sommige ronde plaatjes (labels) van Hemaka treft men net uitgelijnde zoömorfische(in de vorm van een dier) motieven in reliëf aan (Emery, The tomb of Hemaka, 1938). Van tijdens zijn regering zijn er geen standbeelden bekend. Maar misschien stelt het het ivoren portret van een koning met de witte kroon en de Heb-sed (vernieuwingsritus) ceremoniële kledij misschien eerder Den dan Narmer voor. Maar de datering van dit portret strekt zich uit van de dynastie O tot en met de tweede dynastie en laat dus alle mogelijkheden open

De grote hoeveelheid beschikbaar materiaal toe te schrijven aan de regering van deze koning laat ons toe een groot aantal van vernieuwingen in de administratieve, architecturale, artistieke en religieuze sfeer aan hem toe te schrijven. Verschillende administratieve titels, iconographische motieven en stylistische en architecturale kenmerken werden tijdens zijn regering ingevoerd.

De lengte van zijn regering werd berekend op basis van de hypothetische reconstructie van de fragmenten van de Analen (Kaiser, Helck, Barta) als zijnde ongeveer 45 jaar. Daarnaast weet men op basis van recente aanwijzingen dat de koning een tweede Heb-sed feest moet hebben gevierd dus twee verjongings riten onderging.(Dreyer et al. MDAIK 46, 1990 p. 80 fig.9 pl 26d).

Daarnaast winden we nog de vermelding in het Nieuwe Koninkrijk van zijn nesoet-biti naam op de koningslijst van Abydos, de Turijnse papyrus (col. II, I,16) en verschillende andere papyri: Ebers papyrus 103, 1-2; de Berlijnse Medische Papyrus ( 15,1); in het boek van de doden (hoofdstuk 64 en 130) uit het Nieuwe Koninkrijk, de Derde Intermediaire Periode en de Late Periode.

Het totale aantal van documenten uit de Latere periode is evenredig aan en overtreft zelfs het aantal van Menes (cfr Wildung, Die Rolle...,1969 p. 21-31).De jaar-labels voorzien ons van administratieve, iconographische en historische (?) informatie. Zo worden verschillende componenten van de "koninklijke regalia",  (de koninklijke attributen) voor het eerst op labels van Den gevonden (cfr. Wilkinson Early Dynastic Egypt 2005 p. 187-223).


WORDT VERVOLLEDIGD

Geschreven door ramsesje om 00:00 Reageer op dit bericht

Wat GRAMMATICA (tegen de goesting maar nodig)

Wat basisbegrippen uit de grammatica

Dit wordt even zeer theoretisch maar is nodig om Egyptische zinsbouw te begrijpen. Ik heb evenwel gepoogd om het zo eenvoudig mogelijk voor te stellen

Als we een zin nemen dan is er een element A waarvan iets gezegd wordt (B)

  • de hond (A) is een hond (B)
  • de hond (A) is zwart (B)
  • de hond (A) is daar (B)
  • de hond eet of de hond (A) is etende(B)


A noemt men grammaticaal het onderwerp, dat waarvan iets gezegd wordt
B noemt men grammaticaal het predicaat, wat er gezegd wordt over het onderwerp
en "is" noemt men de koppeling (copule) die strikt genomen niet noodzakelijk is en kan voorgesteld worden door :
  • Hond : hond
  • Hond : zwart
  • Hond : daar
  • Hond : etende, op het eten ( zoals de Egyptenaren zegden)
In een zin is er steeds een predicaat nodig, het onderwerp echter kan ontbreken.(Ellips van het onderwerp)
Denk maar aan de zin: waar is hond. Onder tafel. Voor te stellen als
hond(A) : waar(B) - () : onder tafel (B).In het tweede zinsgedeelte is het onderwerp weggevallen omdat het verondersteld wordt gekend te zijn uit het eerste gedeelte van de zin


Nu onderscheidt men volgens de aard van de de betrekking tussen onderwerp en predicaat in het Egyptisch vier soorten zinnen (aangeduid in het rood) binnen twee categoriën aangeduid in het blauw.
  • Zin met een identiteits relatie

    Element B zegt wat over de identiteit van element A
    Hond : iets
    voorbeeld: een hond (A) is zwart (B)

    Dit noemt me neen zin met nominaal predicaat. Dit wil zeggen het predicaat is een naam (Jan, Piet), een zelfstandig naamwoord (kat, hond, schip), een persoonlijk voornaamwoord (hij, zij, wij enz) of bijvoeglijk naamwoord (wit, mooi, braaf). Deze categorie kan men volgende grammaticale natuur van het predicaat verder opdelen in:

    • A.Identiteitsrelatie in de stricte zin: B is een zelfstandig naamwoord of een persoonlijk voornaamwoord.
      Dit noemt men een zin met
      nominaal predicaat zonder kwalitatieve waarde
      • een hond (A) is een hond(B)
      • een hond (A) is een dier (B)

    • B.Identiteitsrelatie in de bredere zin: B is een bijvoeglijk naamwoord. Dit noemt men een zin met
      nominaal predicaat met kwalitatieve waarde
      • een hond (A) is bruin (B)
      • een hond (A) is bruin zoals een beer

  • Zin met situatie-relatie:

    Element B zegt iets over de situatie van element A
    Hond : in die situatie
    voorbeeld: een hond (A) is daar (B)

    Dit noemt men een zin met een bijwoordelijk predicaat. In onze taal hebben we nog een zin met werkwoor als predicaat (de hond eet) maar dit bestaat niet in het Egyptisch daar zegt men de de hond is op het eten (aan het eten zouden wij zeggen). Dit geeft dan situatie weer en wordt onder de zinnen met bijwoordelijk predicaat gerangschikt. Deze categorie kan men op deze manier dus verder opdelen in :

    • A. Zin met situatie relatie in de strikte zin: dit wordt een zin met
      bijwoordelijk  predicaat zonder werkwoord. Het bijwoordelijk predicaat kan hier een ganse zin zijn soms vb:
      • Hond : daar
      • Hond : onder de tafel sinds deze morgen.


    • B.Zin met een werwoord dit wordt dan zin met
      bijwoordelijk predicaat met werkwoord
      • Hond :op het eten
Dus bij de onderverdeling van de zinnen gaat men zuiver uit van de natuur van het predicaat het onderwerp speelt geen rol.
Geschreven door ramsesje om 23:27 Reageer op dit bericht

Drieletter-tekens Deel 1



Hier volgt dan een lijst van drie-letter tekens. Deze lijst is vrij lang maar in tegenstelling met de twee-lettertekens hoeft deze niet gememoriseerd te worden.Veel van die tekens komen eerder zelden voor. Anderen komen frequenter voor maar dan soms alleen maar als determinatief. Dus zeker niet trachten te memoriseren. Maar het is nodig de lijst te hebben om die te kunnen raadplegen in geval van nood.

tri016lk.jpg


Geschreven door ramsesje om 19:41 Reageer op dit bericht

Koningin Mer-Neith

Koningin Mer-Neith

Deze koningin is een van de personen uit de Archaische periode van de Egyptische geschiedenis waarover het meest geredetwist wordt. Het is zelfs zo dat niet alle geleerden het er over eens zijn of ze wel effectief heeft geregeerd. Het is nu wel zeker dat het Horuis Den's moeder was. Dit werd aangetoond door vrij recent ontdekte zegelafruk in tombe T van Oemm el Ka'ab te Abydos. Daarop komt ze voor als de moet nesoe.t naast de naam van Den .

egmerneithlist9wd.jpg

Op deze zegel afdruk ziet u de namen van Horus Narmer tot Horus Den. Zoek maar eens uit. Op de onderste afbeelding naast de naam van Den (hand en watergolfjes) ziet u bovenaan het koninksteken soe als afkorting voor koning met daarnaast de gier Moet (= moeder) daaronder staat dan de naam van de koningin met het teken voor de godin Neith (komt nog niet voor in de reeds gegeven lijsten) en er achter het teken mer, de godin komt uit eerbied op de eerste plaats (zie ook de stele waar het teken mer eerst staat)

Het is dus zeker mogelijk dat zij de echtgenote van Horus Djet was. Lauer in 1966 dacht dat ze waarschijnlijk wel Horus Djer dochter zou zijn geweest, die huwde met Horus Djet en als zoon Horus Den had. Hij meende deze gevolgtrekking te mogen maken omdat haar naam voorkomt op voorwerpen toegeschreven aan deze drie regeringen. Deze stelling is in elk geval niet bewezen. Een andere speculatie gaat ervan uit dat zij, omwille van haar naam, een prinses uit het noorden zou zijn geweest en door een huwelijk de nog recente band tussen zuid en noord zou hebben aangehaald

egmerneitx0ie.jpg
Stele van Mer-Neith uit het graf te Abydos

Wel ligt haar graf (graf Y te Abydos) dicht bij dat van haar echtgenoot Djet ( graf Z). Het is een van de grootste en best gebouwde van deze groep. Het bestaat uit een put met tichelbekleding, door dwarsmuren verdeeld in een ruime centrale grafkamer omring door acht magazijnen. De grafkamer had een houten vloer en het geheel een houten dak. De afmetingen bedragen 19,2 bij 16,3 meter met de verwoeste bovenbouw inbegrepen. Het graf is omringd door 41 bijgraven van dienaren waarin ook enkel steles werden gevonden. De stele, die we hierboven voorstellen en de hare was, bevindt zich nu in het Louvre en werd net buiten graf Y in 1900 door Petrie gevonden . Petrie zelf dacht eerst dat de stele aan een mannelijke koning toebehoorde. Evenals Horus Aha had de koningin een tichelstenen bootgraf aan de noordzijde van haar graf. Dit had een zonneschip van 17,5 m bevat waarmee de koningin langs de hemel kon varen.

egmernabydos9cm.jpg
Graf te Abydos van Mer-Neith

Te Abydos zelf hebben we dan nog haar begrafenisplein binnen een omheining. Het ligt het verst naar het oosten ten opzichte van de groep gebouwd noordoost van Peribsen's westelijke mastaba en ten zuidoosten van het plein van Djet. Het bevat 77 graven van dienaren netjes in rijen van drie gerangschikt waarschijnlijk rond een gebouw of gebouwen welke nu verdwenen zijn.

In Saqqara is mastaba 3503 de enige die aan haar kan toegeschreven worden. Deze mastaba ligt iets ten noorden van S 3504 (Sekhemkasedj), een van tijdens de regering van Djet. De bovenbouw mat 42,6 bij 16 m en is identiek aan deze van de graven van Horus Aha en Horus Djer, die vlakbij liggen. Het was omringd door bijgraven en vele waren ongeschonden en bevatten voorwerpen waaruit kon worden opgemaakt welke functie de begravene had uitgevoerd. Er lagen modelschepen bij haar kapitein, verfpotten bij haar schilder, stenen vaatwerk en koperen gereedschap bij haar steenhouwer, allerlei typen aardewerk bij haar pottenbakker. De zegelinscripties uit het graf behoren aan Den. Maar er is wel een afdruk gevonden met de naam van Mer-Neith in een serech-achtige figuur. Het graf te Saqarra is veel groter dan dat te Abydos en kan door de aard van de gevonden voorwerpen gedateerd worden in het begin van de dynastie.

egmernsaqara2gx.jpg
Graf te Saqqara van Mer-Neith

Het is mogelijk dat Mer-Neith, als koningin-moeder, na de vrij korte regering van haar echtgenoot Djet een korte tijd zelf geregeerd heeft. Namelijk de periode voor haar zoon Den de troon besteeg komt hiervoor in aanmerking. Dit hoeft ons niet te verwonderen want haar echtgenoor Djet stierf waarschijnlijk reeds na een regering van ongeveer tien jaar (waarschijnlijk  had hij reeds een respectabele leeftijd bereikt toen zijn regering aanvatte en hij met haar huwde want zijn voorganger Djer had zeer lang geregeerd). Dus is het waarschijnlijk dat haar zoon nog te jong was om de  troon te bestijgen en nam zij het regentschap waar. Er is echter geen enkele titel of serech voorhanden die de positie die zij toen bekleedde kan aantonen. De hoger genoemde zegelafdruk van Den vernoemt Mer-neith wel als moeder van de koning in een reeks namen van de koningen maar een gelijkaardig stuk aan Ka'a toegeschreven vermeldt deze koningin dan weer niet.

Het zijn dus alleen de twee steles en de twee graven die aangeven dat haar status te vergelijken was met deze van een koning. Het kan zijn dat, volgens de mentaliteit van de Oude-Egyptenaren, haar status als regerend vorst nooit aanvaard werd en zeker was het niet zoals later het geval zou zijn met de koninginnen Nitokerti, Neferoe-sobek, Hatsjepessoet en Cleopatra. Bijna alle vermeldingen van Mer-Neith's naam zijn gevonden te Abydos; buiten een stenen vaas waarvan men de herkomst niet kent en een paar fragmenten van vazen en een ivoren vaas uit Saqqara en een wondermooi beeldje uit de Michailidis collectie te Pavia waarvan de afkomst eveneens onbekend is.


Ronald Milo



Geschreven door ramsesje om 22:24 Reageer op dit bericht

Transliteratie



Het wordt zo stillaan tijd om eens een lijst te geven van de voornaamste hiërogliefen maar ook om eens te spreken over transliteratie. Transliteratie wil zeggen dat we de hiërogliefen omzetten in letters die overeenkomen met klankwaarde. Er is een speciaal transliteratie font daarvoor ontwikkeld. Het wordt door de Egyptolegen sinds jaar en dag gebruikt en toch gaan we het eerst nog hebben over en ander transliteratie font namelijk dat wat werd ontwikkeld voor computer. In onderstaand schema ziet u naast elk  teken een letter, die de overeenkomende letter is van het  computertransliteratie font. De twee tekens met klanwaarde a worden respectief voorgesteld door a en A, waarbij a overeenkomt met het teken van de arm en A met het teken van gier. Er zijn ook twee manieren om de letter n te schrijven die respectievelijk worden getranslitereerd als n voor het water-teken en N voor de kroon. Het hand-teken staat voor d en voor het slangteken staat D ( dit wordt echter dj uitgesproken) dus voor de uitsprak verwijs ik naar de eerste lijst. Het is wel handig deze lijst te memoriseren. Voor wie hem wil printen. Ga gewoon op het plaatje staan met de cursor - druk op de rechtermuisknop - er komt een rolmenu naar beneden-ga naar "afbeelding opslaan als" en save deze afbeelding ergens op uw schijf onder een naam die u kiest. Daarna kunt u deze terug oproepen,  eventueel vergroten en afprinten naar believen.  Wie belangstelling heeft voor het echte transliteratie font kan dit vinden op mijn eerste afbeeldin,g van het alfabet dat op 23.03.2006 gepubliceerd werd.

uni3yr.jpg

Waarom dit translieteratie font ? Wel in de meeste computerprogrammas die hiërogliefen afdrukken kunt je gewoon door op het toetsenbord a of A (='shift.a) te drukken een armpje of een gier op het beeldscherm te voorschijn brengen. Hetzelfde geldt voor de andere letters. Ik zal de afwijkinge in uitspraak toch nog maar eens herhalen. H staat voor eeen geaspireerde "h",  x en X staan respectief voor  "ch"  en "kh", S staat voor "sj ", T voor  "tj" en D voor "dj" de ander hoofdletters zijn slecht varianten in teken van de kleine letters dus zelfde klank maar een ander hiërogliefteken. Hieronder zullen we de tweeletterteken-lijst afdrukken. Althans de meest voorkomende tekens.

bilet0bm.jpg

Geschreven door ramsesje om 01:16 Reageer op dit bericht

Horus Djet (Wadji- Oeadji)

HORUS DJET

Horus Djet ( de slang). Het is de laatste koning wiens naam zuiver pictografisch geschreven wordt .

eggrafdjetsaq0et.jpg
Plattegrond van het graf te Saqqara

Zijn graf te Saqqara nr 3504 is zeer groot (49,5 x 20 m) het heeft het karakteristiek profiel met afwisselend vooruitstekende en teruggetrokken delen. Een soort trede, rond het ganse gebouw, is bezet met meer dan 300 stierenkoppen in klei met echte horens.

egstierenkoppen3bn.jpg
Rij stierenkoppen bij het graf van Hemaka door Emery toegeschreven aan Djet.Ook is hier de structuur van de inspringende panelen duidelijk te zien

Buiten de ringmuur (56,45 x 25,45 m) aan de westelijke, zuidelijke en oostelijke kant vindt men 62 kleine satellietgraven met gebogen dak. De onderbouw van het graf bestaat uit een grote put, uitgehouwen in de rots en door dwarsmuren in vijf kamers verdeeld, waarvan de middelste, de grafkamer, oorspronkelijk houten panelen, ingelegd met stroken bladgoud, bezat. Deze vijf kamers hebben aan de oost- en westzijde een reeks magazijnen en de hele ondergrondse bouw, grafkamer en nevenvertrekken, had een houten plafond. De gehele bovenbouw was hol en verdeeld in vijfenveertig magazijnen en de buitenzijde zoals gezegd was verfraaid met het gewone type inspringende panelen. Zoals bij andere graven van de eerste dynastie waren de grafkamer en de andere onderaardse vertrekken totaal verbrand, maar in dit geval was het verbrande gedeelte hersteld door koning Ka'a. Men nam aan dat dit het noordelijk graf van koning Djet was maar het veelvuldig voorkomen van de naam van een hoge ambtenaar Sechem Ka wijst op de mogelijkheid dat het diens graf is en niet dat van de koning; alhoewel het dubbel zo groot is als het graf van de koning te Abydos. Deze mening heeft momenteel de overhand.

In dit graf werden verscheidene voorwerpen van grote artistieke waarde gevonden vooral gebeeldhouwde houten en ivoren meubelen en spelfiguren.

Zijn werkelijke graf zou dan graf Z te Abydos zijn. Het is veel kleiner dan dit van Saqqara (19 x 21 m) maar er zijn echter meer satellietgraven nml 174. In deze graven werden ongeveer twintig ruw bewerkte stèles gevonden. Ook op een lager gelegen terrein te Abydos had Djet een groot carré van graven van dienstpersoneel, 161 in totaal.

eggrafdjetab1tm.jpg
Plattegrond van het graf et Abydos

Het graf bestaat uit een grote put waarin men de restanten van een houten grafkamer heeft gevonden. Deze werd aan drie zijden geflankeerd door magazijnen uit tichelsteen. Er werden verscheidene stèles gevonden waaronder de beroemde stèle met zijn naam in een serech, 1,45 m hoog, die zich momenteel in het Louvre bevindt. Dit werk kan beschouwd worden als het eerste grote Egyptische kunstwerk. Het vertoont een volmaaktheid van ontwerp en van vakmanschap dat in latere tijden nauwelijks werd geëvenaard. De grafkamer bevindt zich ongeveer 3m onder het maaiveld. Uit recente Duitse opgravingen in Oem el Qa'ab is naar voorgekomen dat in centrale gedeelte van de superstructuur onmiddellijk boven de grafkamer er zich een tumulus van bakstenen bevond1.

egdjetstele7sh.jpg

Een ander groot graf uit Djet's regering bijna evengroot als dat te Saqqara maar zeer sterk geschonden werd ontdekt te Gizeh (mastaba V). Het was eveneens met satellietgraven omringd. Volgens Emery kan het toebehoord hebben aan een niet bij naam gekende gemalin van Djet.

Het begrafenispaleis van Djet te Abydos bevindt zich ten oosten van dit van Djer en ten noorden van dit van Mer-Neith.

Koning Djet is de koning uit de eerste dynastie waarvan het minst gekend is. Volgens zijn zegels veronderstelt men dat hij de korste regeringsperiode heeft gehad uit de eerste dynastie: ongeveer vijf tot tien jaar.

Hij leidde een expeditie naar de Rode zee waarschijnlijk met het doel de mijnen in de Oostelijke Woestijn te ontginnen. Men heeft inderdaad zijn naam gevonden op een ruwe rots in de Oostelijke Woestijn ten zuiden van Edfoe. Naast hoger genoemde Sechem Ka kennen we, uit zegels gevonden te Abydos, nog een van zijn hogere ambtenaren Hetepsechemwy (Petrie R.T.I .19).

egnaamdjet3fx.jpg
Cartouches en serech van Djet

Djer zou als nebti naam Ita of Iteti gevoerd hebben dit blijkt uit een naamplaatje gevonden te Saqqara. Kenkenes en Oeënephes zijn de twee namen bij Manetho die het meest kans maken om met Djet geïdentificeert te worden. Volgens Manetho regeerde de vierde koning (Oeënephes) drieentwintig (bij Africanus) of tweeënveertig jaar (bij Eusebius). Manetho vertelt dat tijdens de regering van deze koning er en hongersnood zou hebben geheerst in Egypte en dat hij een piramide bouwde bij Kochimi, een plaats die men tegenwoordig met het moderne Saqqara identificeert.


(1)Dit kan gezien worden als een voorloper van graf S 3038



Geschreven door ramsesje om 00:00 Reageer op dit bericht

Oplossing van de opgave



Oplossing van de opgave uit vorige les
lesgeijkt10ga.jpg

De eerste vier tekens waren zeer gemakkelijk het gaat om de geijkte uitdrukking "Hetep di nesoe" Het betekent een offer dat de koning geeft

Op de eerste regel zien we verder een cartouche, hieruit weten we dat het om een koningsnaam gaat. De cartouche is voorafgegaan door het teken van de bies = koning en door de bij. Deze combinatie is een van de vijf officiële namen van de koning, de troonnaam of nesoe biti naam en deze betekent zoveel als "hij die behoort aan de bies en de bij"

In de cartouche lezen achtereenvolgens "re cheperoe neb". Re de naam van een god staat uit eerbied vooraan dus wordt het "cheperoe neb re". Het tweede teken is immers de scarabee, mestkever of ch.p.r =cheper. De drie streepjes erachter duiden aan dat we het meervoud moeten lezen dus cheper.oe. Het laatste is een korfje, klankwaarde neb en betekent heer. Uit vergelijkingen echter met spijkerschrift versies van deze naam weten we dat we Neb-cheperoe-re moeten lezen. Dus om in de esthethiek regel te blijven van de hiërogliefen zoveel mogelijk in vierkantjes onder te brengen heeft men hier het korfje achter de kever en onder de drie streepjes gezet. Dit kon je dus uiteraard niet weten. De betekenis is dus "heer van de scarabees van Re". De kever zelf kan ook als werkwoord "worden" of "ontsaan" gelezen worden maar heeft dan natuurlijk geen meervoud. De kever rolde inderdaad zijn mestballetje, waarin de eitjes gelegd waren, voor zich uit. Later zouden hier als het ware uit het niets nieuwe kevers onstaan hadden de Egyptenaren opgemerkt. Vandaar de betekenis van onstaan, worden, scheppen.

Op de volgende regel ook weer een cartouche. Voorafgegaan door de eend=sa=zoon, gevolgd door het teken voor zon of re. De sa-re of eigennaam van de koning dus met betekenis van "zoon van Re". De pientere lezers zullen opmerken dat re nu echter niet uit eerbied vooraan staat maar quasi op de rug van de eend. Dit is nu echter om aan het esthetisch principe van de "vierkant"-regel te voldoen. Men tracht de tekens steeds in vierkantjes of halve vierkantjes onder te brengen. U ziet hoe wispelturig deze taal is. Er is immers geen vaste spelling. Maar als algemeen regel geldt "het esthetische primeert".

Binnen de cartouche is het eerste teken een pluim of i, gevolgd door het bordspelteken mn=men, en de water teken of letter n. Gezien he voorgaand teken eindigt op n dient deze n als fonetisch complement beschouwd te worden en dus niet gelezen.

Hierop volgen de letters t, oe en opnieuw t = toet. De betekenis is beeld. Het laatste teken is het anch teken wat staat voor leven. We lezen dus imen-toet-anch. Hiernij is Imen de naam van de god die wij Amon plegen te noemen en uit eerbied is hij vooraan gezet. Dus in feite staat er Toet anch imen = Toetanchamon. Of beeld-leven-amon wat kan gelezen als het levende beeld van Amon.

Voor de laatste drie tekens verwijzen we naar vorige les; de anch, dja, s staan voor anch,oedja, seneb wat betekent leven, welvaart en gezondheid. Het is een standaard afkorting.

De totale zin is dus "hetep di nesoe nesoe biti neb cheperoe re sa ra toet anch imen anch oedja seneb" of "een offer dat de koning geeft, hij van(of die behoort tot) de bies en de bij "de heer van de scarabees van Re", de zoon van re" het levende beeld van Amon" hij leve in welvaart en gezondheid." Rare jongens die Egyptenaren. Niet ?

Geschreven door ramsesje om 02:16 Reageer op dit bericht

Mensoffers bij de farao's

Mensenoffers ?

Zoals we gezien hebben werd het graf van koning Djer omringd door 317 bijgraven. Dit verschijnsel werd ook aangetroffen bij andere graven van de de vorsten van de eerste dynastie en ook bij de grafpaleizen die deze vorsten lieten aanleggen te Abydos. Deze grafpaleizen, rechthoekige bouwwerken, lagen aan de rand van de akkers langs de Nijl in het zicht van de stad. Het was Petrie die het het eerst vermoedde dat het bij deze graven om mensenoffers zou kunnen gaan.

egbijgravenaha2bg.jpg
Individuele bijgraven naast het graf van Hor Aha

In de afbeeldingen op enkele etiketten (cfr o.a. vorig artikel over Djer, met het etiket over de processie met de mummie) zien we trouwens een typisch tafereel van een man die een dolk plant in de borst van een andere man. Hieronder wordt een deel van ander etiket afgebeeld met dezelfde offerscиne. In beide gevallen staat een kommetje om het bloed op te vangen tussen beide figuren in. De precieze betekenis is niet bekend maar anderzijds weten we dat in latere tijd het offeren van een mens (misdadiger of gevangene) soms een rol speelde bij bepaalde religieuze rituelen.

egmensenoffer8jv.jpg
Scиne met dolksteek op een deel van een etiket.

In latere perioden was het de gewoonte dat zij, die het dichts bij de koning stonden, ook het dichts bij de koning begraven werden. In bepaalde omstandigheden was het een gunst van de farao om dicht bij hem (bv. in de vallei der koningen) te mogen begraven worden. De pyramiden van het Oude Rijk zijn dan ook omgeven door grote grafvelden van gunstelingen en ambtenaren van de koningen. Maar zij werden pas begraven nadat ze een natuurlijke dood waren gestorven. In het begin van het Egyptische Rijk was een onsterfelijk hiernamaals nog niet voor iedereen bestemd. De gewone sterveling mocht slechts in een soort onderaards hiernamaals van de voorouders op een "voortbestaan na de dood" in de gedachtenis van zijn nabestaanden hopen.Aan de koning was het vergund om een soort "verlossing van de dood" te ervaren. hij werd opgenomen in de goddelijke, aan de hemel gesitueerde, sfeer van het hiernamaals om zo zelf god te worden en onsterfelijkheid te verwerven. Het was de tegenstelling van het eeuwig wonen in de hemel tegenover het "wonen in het graf". Geen woner dus dat men zijn graf zo dicht mogelijk bij dit van de "god" wou hebben. Het is pas tegen het einde van het Oude Rijk dat door de opkomst van de Osiris religie het eeuwig leven aan elke Egyptenaar ten deel kon vallen. Wellicht begon eerst de omgeving van de farao, familie en hoge ambtenaren, en later steeds meer en meer mensen hierop aanspraak te maken. Dicht bij de koning begraven worden zou dan wellicht de kans op een eeuwig leven verhogen.

Bij de graven van de eerste dynastie echter handelt het zich om iets anders. Uit de stиles die in de bijgraven werden gevonden weten we dat het niet om hoge ambtenaren of familie maar om eenvoudige bedienden zoals concubines, dwergen en in enkele gevallen ook om huisdieren ging. Grondig onderzoek naar hun doodsoorzaak zou wellicht wat licht op de kwestie kunnen werpen. Maar helaas waren reeds voor de ontdekkingen door Petrie de graven zo dikwijls geplunderd dat de meeste skeletten verdwenen waren. Er zijn wel een paar intacte graven aangetroffen en uit niets bleek dat de overledenen levend zijn begraven zoals we wel kunnen opmaken uit andere bekende gevallen van menenoffers in het Oude Nubiл, Mesopotamiл en China waar de skeletten in een bijzonder verwrongen positie werden aangetroffen. Ook handelt het hem hier niet om massagraven maar heeft eenieder een bijzonder graf ter beschikking gekregen. Wat toch pleit voor een zekere eerbied van de slachtoffers.

Ook werden geen tekens van onthoofding of andere rituele slachtoffering aangetroffen. Allen blijken een natuurlijke dood te zijn gestorven. Maar wel eigenaaridg is dat ze allen op jonge leeftijd zijn gestorven. Bij de bedienden, bij het graf van Horus Aha begraven, leek geen van hen ouder te zijn geweest dan 25 jaar. Wat er op duidt dat ze kort na zijn dood aan hun eind zijn gelomen.

egstelebijgraf2kq.jpg
Foto van een stиle uit een bijgraf. Tekeningen van andere stиles vind je bij het tweede artikel over Djer.

Een verder bewijs hiervoor zijn de graven van de farao's Semerchet en Ka'a, op het eind van de eerste dynastie. Uit deze graven blijkt dat de bijgraven en het graf van de koning aanvankelijk door eenzelfde bouwwerk werden bedekt. Wat er op wijst dat ze allen rond hetzelfde tijdstip zijn gestorven. Toch is dit nog geen bewijs dat ze werden vermoord. Mogelijks benamen ze zich van het leven om zo samen met hun heerser meer kans op een eeuwig leven veilig te stellen. Hoe dan ook deze gewoonte zou snel afnemen. Tegen het eind van de tweede dynastie stonden de graven van de koningen er alleen bij. De Egyptenaren waren te practisch ingesteld om zich op gezette tijden van gewaardeerde en ervaren bedienden aan het hof te laten beroven. In hun plaats zouden beelden en tekeningen de rol gaan vervullen van de vorst op zijn eeuwige reis naar de sterren te vergezellen en hem te dienen. Deze beeldjes werden oesjabti's genaamd. Maar hierover later.

eggrafkaa3lc.jpg
Het graf van koning Ka'a merk op dat de bijgraven onmiddellijk aanleunen bij het graf van de koning en de voorraadkamers.


Geschreven door ramsesje om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van .

↑ Terug naar de berichten