Bérke en Clara Panis van Pietersheim
Als het paardenevenement gedaan is, ga ik nog een colaatje pikken op het terras. Als ik daarna huiswaarts wil keren, om al die foto’s te gaan bekijken en bewerken, zie ik een ouder koppel aan een tafeltje zitten, waarvan ik de man herken als Hubert Panis. In lanaken is hij beter bekent als Bérke de vroeger secretaris van ACV Lanaken. Bérke en Clara wonen aan de Waterstraat.
.
Ik ga bij hun aan tafel zitten en raak met hen in gesprek. Clara, zo heet de wederhelft van Bérke wordt mijn gesprekspartner. Dit komt eigenlijk doordat Bérke een achttal jaar geleden een herseninfarct heeft gehad. Toen hij dat kreeg waren wij gelukkig in Genk en zodoende kort bij het ziekenhuis. Dat is zijn geluk geweest. Sindsdien vergeet Bérke nogal het een en ander. Toch ziet Bérke er net zoals Clara goed en zelfs stralend uit. “We plukken de dag zegt Clara en vandaag zitten wij hier al van vroeg in de middag. Wij hebben hier enkele fantastische uurtjes doorgebracht”.
Bérke zijn volle dorpsnaam is Bérke van Greetsje van Harie van B(p)anis. Zo werden de mensen van vroeger aangeduid opdat iedereen meteen wist over wie er gesproken werd. Bérke weet wel nog dat hijJ bij d’n LVV heeft gevoetbald en ook nog dat hij tegen Coppens heeft gestaan. Zijn werkervaring deed hij op bij de ‘Rubber’, en KNP maar ook heeft hij als ambtenaar enkele jaren bij de gemeente gewerkt onder Burgemeester Martin.
Uit het gesprek met Clara Theunissen (zo heet ze en dat is voldoende), blijkt dat ik voor een zéér verdienstelijke vrouw zit. Clara heeft in de oorlog, Joodse mensen en vliegeniers helpen ontsnappen aan de ‘Pruus’. “Van een is mij de ontsnappingstocht het meest bijgebleven.
In ons huis woonde een vrouw en wij noemden haar Tante Marie. Pastoor Goossens, uit ons dorp Uickhoven, was bij ons gekomen met de melding dat Tante Marie naar veiliger oorden moest. Tante Marie was eigenlijk geen familie maar een Joodse onderduikster. Deze Tante Marie, die met ons naar het lof ging had nog maar een foutje. De staties begon zij bij de veertiende ipv bij de eerste. Ooit zou ze door de mand vallen en dan zouden er consequenties voor onze familie volgen. “Ik moest toen van Pa, Tante Marie op de tram begeleiden richting Luik. Onderweg heeft Tante Marie een hartinfarct gehad en is dood gevallen op de tram. Het ergste vond ik daarvan, dat ik niet kon zeggen wie de vrouw was. Dit kwam omdat wij wel samen op de tram zaten maar niet bij elkaar.”
“Ook de vliegeniers en andere vluchtelingen die ik wegbracht zaten op een andere plaats in de tram en moesten mij van op afstand ongemerkt volgen. Tientallen vluchtelingen heeft Clara volgens eigen zeggen naar Luik en verder naar Brussel gebracht. Het waren voor onze familie jaren van voortdurende spanning. Je kon aan niemand iets toevertrouwen zelf aan eigen familie niet”.
Naast het begeleiden van vluchtelingen werd er ook gesmokkeld door de familieleden. Onze grootvader deed dat al in de eerste wereldoorlog. Door hem zijn wij waarschijnljk besmet met dat virus om mensen in nood bij te staan.
Pa (Louis) en Ma Theunissen, haar broer Harie en zus Miet waren eveneens in het verzet en brachten mensen richting Luik en Brussel.
Aan haar hals hangt een kettinkje met beeltenis van hun zoon Louis. Louis is om het leven gekomen in Lanaken centrum bij een verkeersongeval. Het gebeuren blijft dag en nacht in de gedachten van het koppel, het slijt niet zegt Clara. Gelukkig hebben wij nog een dochter die in Leopoldsburg woont.
Clara zegt dat zij het oudst nog gehuwd koppel van Pietersheim zijn. Op 10 november vieren zij bij leven en welzijn hun 60 jarig huwelijksjubileum en wel op de plaats waar ze nu een terrasje aan het pikken zijn.. “In het kestiel boe vreuger geine mins bennekôs”.
Ik ben alvast uitgenodigd op het feest in november.


