zwervend door Maastricht
Het is snikheet die middag ,als ik aan ‘het mooswief’ op de markt van Maastricht, tussen de mensen die er hun frietje aan het verorberen zijn, een man gekleed in een dikke jas zie zitten. Zijn jas heeft al héél lang geen wasbeurt meer gehad, zoals ook de rest van ’s mans kleren. Zijn haar is in elkaar verknoopt omdat het niet meer gekamd wordt.. Zijn verwilderde baard heeft net zoals zijn haren een knipbeurtje nodig. Sommige vingernagels zijn enkele centimeters lang en hebben een kolenkleur. Ik ga bij de man zitten en begin een gesprek met hem. In het begin gaat dat vrij moeilijk maar ik krijg toch uit hem dat hij 10 jaar op straat leeft en van Neerbeek afkomstig is. Hij is nu 42 jaar en is aldus rond zijn dertigste aan dit verfoeilijke leven begonnen. Hij zegt mij zijn naam, maar die doet er hier niet toe (als het al de juiste naam is). Familie heeft hij volgens hem niet meer zegt hij als ik vraag naar zijn familie. Ik zeg hem dan toch maar eens naar het Leger des Heils te gaan, want daar kan hij nieuwe kleren krijgen en dan kan hij daar ook eens onderduiken in een weldoend bad. Dan zou hij er veel anders als nu uit zien. Het valt mij op dat hij, pas na mij enkele seconden aangekeken te hebben, de vragen herhaalt en als ik die bevestig, hij korte antwoorden geeft. Hij heeft blauwgrijze ogen, ze zijn dof en stRalen geen levensvreugde uit. Hij heeft in het ITO onderwijs, geleerd voor timmerman. Ik zeg hem dat er speciaal uit Polen mensen aangeworven worden, om hier als timmerman te werken, dan zou hij toch zeker werk kunnen vinden. Maar als je geen adres hebt dan kan je ook niet aan werk geraken zeg ik in mijzelf.
Maar wat zou er met deze man gebeuren, als hij zich normaal zou kleden en zijn haar en baard tot een modaal model geknipt zouden worden? Dan zou hij op iedereen gelijken en niet meer opvallen. Dan zou hij geen aalmoezen meer ontvangen van de mensen die nu medelijden met hem hebben. Zou zijn verwaarlozing dan zijn inkomstenbron zijn? Ik begin te denken van wel. Ik ga twee blikjes Sinas halen en geef hem er een. Hij kijkt erna, waarop ik vraag of hij geen dorst heeft want het is toch snikheet. Eigenlik niet zegt hij. Maar ik wil het niet meer terug, steek het maar in je zak zei ik en dat deed hij dan ook.
Na het blikje in zijn zak gestoken te hebben neemt hij zijn twee plastic zakken op, waar zijn hele hebben en houden in steken, waaronder een donsdeken die de kleur van de straat heeft. En zonder iets te zeggen keert hij zich om en gaat slenterend door de winkelstraat, waarbij hij bij een dubbele vuilbak blijft staan om er in te kijken of er …….. in zit.
Er lopen meer arme sloebers rond in Maastricht. Verarmden die de mensen om geld vragen. “Heeft U 2 euro voor mij meneer om met de bus te gaan”?, vraagt een vrouw aan iedereen die haar in de Bosstraat passeert. Als ik voor de kippenkraam sta voor een kippenboutje, komt er een man langs die zegt “ik heb al drie dagen niet gegeten en geslapen heb je drie euro voor mij? En zonder te wachten loopt hij verder. De verkoopster zegt dat er veel van deze mensen rondlopen en dat ze toch wel geld van de mensen krijgen om eten te kopen. Anderen zeggen, dat als je aan deze mensen geld geeft, ze meteen blikjes bier gaan kopen.





