
Smeermaas 1870 op weg naar Parochiewording.
Rond die periode, staken de inwoners van Smeermaas de koppen bij elkaar om bij de Bisschop van Luik de toestemming te verkrijgen tot het bouwen van een eigen kapel. De afstand naar de parochiekerk in het centrum van Lanaken was voor velen de oorzaak van deze aanvraag. Smeermaas telde toen als gehucht rond de 400 inwoners.
De aanvraag van de inwoners van Smeermaas bij Bisschop Monseigneur Theodore Alexis Joseph de Montpelier, had aanleiding gegeven tot een spoedvergadering van de kerkfabriek van lanaken. (wij behoorden destijds tot het bisdom Luik tot in 1967 het bisdom Hasselt tot stand kwam met als eerste Bisschop Monseigneur Joseph Maria Heusschen)
De op deze vergadering (gehouden op 11 januari ??) bekomen beslissing inzake deze aanvraag werd bekend gemaakt aan de Bisschop.
Het advies aan de Bisschop was voor Smeermaas negatief. Het kerkfabriek was gekant tegen de bouw van dit Godshuis.
De parochiekerk was maar 1 ¾ km verwijderd van de inwoners, dus maar 21 minuten ver. De weg ernaar toe ging over een van de schoonste wegen van de provincie,het gehucht telde maar 413 inwoners (bestaande uit landbouwers, schippers, douaniers en dagloners) en er waren meerdere gehuchten in Lanaken die dezelfde eisen zouden kunnen gaan stellen bij een toestemming voor Smeermaas. Smeermaas mocht dan ook geen financiële tegemoetkoming van Lanaken kunnen verwachten.
In Smeermaas volhardde men in de wens, voor het bekomen van een eigen Kapel of kerk en was er een bouwcomité in het leven geroepen om te komen tot de geldelijke middelen voor de oprichting van een hulpkapel of eigen kleine kerk.
Het bouwcomite bestond uit de volgende Heren: Jules Hustinx zoutzieder van beroep was de voorzitter en verder de leden; Adrianus Huysmans (landbouwer) Jan Hubert Breuls (koopman), Jozef Duchateau (landbouwer), en Jacobus Fissette (landbouwer).
Er werd dan ook begonnen met inzameling van gelden ter verwezenlijking van de bouw. Naast de vraag bij notabelen werden de bewoners benaderd voor een gift en werden er in de cafés collectebussen geplaatst bij, veldwachter Janssen, Breuls, de weduwe Wahlen, Hateboer, Maria Van Gasselt en bij Broeren (6 cafe’s rond 1870 waarvan het merendeel onder de brug gelegen).
Een overblijfsel uit die periode, in de vorm van een kwitantie, kreeg ik in mijn bezit. Het betreft de kwitantie die vastlegt dat Madam J. Gilissen intekent voor een bedrag van Vijftig Franken. Gedaan op 21 julij 1873.
De kapel kwam er toch want op 22 april 1875 werd de eerste steen gelegd in aanwezigheid van het bouwcomite waarin Jos. Wahlen en Jos. Russel toegetreden waren naast de hier eerder genoemde leden Pastoor Smeyers die in eerste instantie tegenstander was van de drang naar een zelfstandige parochie bracht een heildronk uit.
Op de 7 december van het jaar 1875 werd dan de kapel ingezegend door Pastoor Wijndorps die intussen Pastoor Smeyers vervangen had als parochieherder van Lanaken. Het was een succursale kapel van de parochie Lanaken. In smeermaas bleven ze bij de Bissschop (nu bij Monseigneur Victor-Joseph Doutreloux), ijveren voor een zelfstandige parochie. Eerst in 1892 op de 20 juni werd bij K.B. de St Jozefparochie van Smeermaas een feit en werd ze zelfstandig.
Intussen is de kapel gesloopt en staat er een nieuwe parochiekerk meer naar het centrum van Smeermaas.
Van het vorige Godshuis staat enkel noch de Pastorij die onlangs een grondige renovatie heeft ondergaan.
Zie op de foto de copie van deze originele kwitantie.