De vrede van de Blauwe Geit besloten te Smeermaas
Het huis lags de Maas genaamd de Blauwe Geit Anno 2010, voorheen een Herberg van het gehucht Smeermaas.
De vrede van de Blauwe Geit in Smeermaas gesloten na een juridisch geschil in 18e eeuw.
Langs de Maas staan op Nederlands Smeermaas oftewel Bosscherveld een aantal huizen, eens toebehorend aan de gemeente Lanaken en na de Hollandse periode toebedeeld werden aan Nederland. Het laatste huizencomplex aan de rechterzijde draagt de naam ´De Blauwe Geit´. In vroegere tijden was dit een herberg met dezelfde naam. Een herberg die in het eerste kwart van de 18e eeuw , een rol speelde als plaats van de bespreking over een juridisch geschil, tussen de Hoogproost van St Servaes en het Graafschap Rekem.
Rond Kerstmis 1724, werd Jan Lambrichs, inwoner van Opgrimbie, juridisch Mechelen a/d Maas, een der elf banken van St. Servaas binnen Maastricht, te Rekem in hechtenis gehouden. Tegen deze aanhouding werd reeds op 29 december 1724 protest aangetekend door Arnold de Wijnants, Hoogproost van de vrije kerk van St. Servaas, als zodanig vrijheer van Mechelen-Opgrimbie en beschermheer van de elf banken van St. Servaas.
Het protest werd gegrond op het feit dat de aanhouding in strijd was met de privilegiën van de gouden Bul, waarbij aan de inwoners van Mechelen-Opgrimbie, het ‘Jus de non arrestando, non evocando nec molestando’, was verleend.
Om het geschil bij te leggen werd ’n samenkomst vastgesteld te Smeermaas in de herberg ‘de Blauwe Geit’ op 31 januari 1725. Vanwege het graafschap Rekem waren aanwezig: de Drossaard, de Schepen Emmerix en de Licentiaat Espers, Schepen en secretaris der Heerlijkheid. Deze laatste wist door het voorleggen van verschillende charters aan te tonen dat de inwoners van de heerlijkheid Mechelen a/d Maas door geen andere jurisdictie mochten worden aangehouden of verontrust. Er werd overigens gewezen op verschillende antecedenten, waarbij vorige arresten waren verbroken.
Als gevolg hiervan werd Jan Lambrichs den 7 februari 1725 in vrijheid gesteld, terwijl deze samenkomst lang bekend bleef in de streek in der den naam: ‘de vrede van de Blauwe Geit’.
In 1728 kreeg het conflict Rekem-Mechelen a/d Maas’n verdere nasleep wat betreft de tolrechten van het graafschap Rekem. Reeds in 1649 had Ferdinand van Beieren, Bisscshop van luik, zich verzet tegen het heffen dezer barreelrechten. Hetzelfde dden de Staten Generaal van Holland in 1651. Op 17 oktober 1728 liet de hoogproost van St. Servaas, de Wijnants, te Mechelen a/d Maas en Opgrimbie ’n ordonnantie afkondigen, waarbij verboden werd, zo te land als ’t water, nog tolrechten te betalen aan den Graaf. De 25e daaropvolgend werd deze ordonnantie aangeplakt op de limieten der heerlijkheid. ’n Straf van 100 goudgulden werd voorzien voor hen die zich aan deze Rekemse tol zouden onderwerpen, terwijl bevel werd gegeven, in geval van geweld, karren en paarden te laten in beslag nemen, daar de heerlijkheid er voor instond deze wel terug te zullen kunnen bezorgen.
Rond dezelfde tijd deden zich ook moeilijkheden voor tussen Mechelen a/dMaas en Eisden-Vucht. Hierbij weden weerom nieuwe bewijsstukken voorgelegd en ook hier moest men zich onthouden van vervolging tegen inwoners der heerlijkheid Mechelen a/d Maas.















