Naar de inhoud

Hylpen likje stea oen it Yselmor

mijn
Welkom in Hindeloopen. Welkom bij mijn digitaal boek over Hindeloopen.
seniorennet.beseniorennet.be

mijn

Hindelooper volksverhalen

Zie ook andere blogs in linker kolom

Ik wens u veel kijk- en leesplezier


De Smok

Drie sterke verhalen

Henderik Smith was in de eerste helft van de twintigste eeuw in Hindeloopen een algemeen bekend persoon. Hij was van beroep vishandelaar. In de herinneringen van vele Hylpers leeft deze vishandelaar echter voort als “de Smok”. Het feit dat hij tot nu toe, vele jaren na zijn dood, nog door velen herinnerd wordt is waarschijnlijk te danken aan het feit dat hij regelmatig verhalen vertelde waarvan door velen het waarheids gehalte zeer laag werd ingeschat. Hierbij een drietal van deze door ‘de Smok’ vertelde gebeurtenissen.

Hagelbui

De gehele maand augustus van het jaar dat dit verhaaltje speelt was het weer warm en droog. Op zekere dag was het echter extreem warm en broeierig. De thermometer liep die dag op tot boven de dertig graden en er was de gehele dag geen wolkje aan hemel te ontdekken. Het was zogezegd echt hondsdagenweer. Tegen de avond veranderde dat echter. Eerst waren er nog maar kleine z.g.n. stapelwolkjes aan de helder blauwe lucht waar te nemen. Maar deze onschuldig lijkende wolkjes waren de voorbode van een radicale weersomslag. Zo rond een uur of vier krimpte de wind plotseling van NO naar ZW. En na luttele minuten dreven vanuit het ZW zware donkere luchten richting Hindeloopen. Het duurde dan ook niet lang meer dat de zware donderslagen en de niet van de lucht zijnde bliksem velen in Hindeloopen angstige momenten bezorgde. Maar het bleef niet bij bliksem en donder. Net toen men dacht dat de bui iets afnam haalde de wind aan en werd Hindeloopen nog even getrakteerd op een fikse hagelbui. Tijdens deze bui vielen er aldus de overlevering ongekend dikke hagelstenen.

De daags na deze bui trok de Smok zoals gewoonlijk op zijn fiets naar Workum om daar zijn handel (vis) aan de man te brengen. Het gesprek bij iedere deur, waar de Smok zijn handel trachtte te verkopen, ging dan ook begrijpelijk over het slechte weer van de vorige dag. Bij iedere deur dat de Smok vertelde hoe dik de hagelstenen die in Hindeloopen waren gevallen werden ze echter groter en groter. Op ‘t laatst van zijn ronde door Workum vertelde hij;

“Hette mien jûnge yn Hylpen koe men troch de haigelstenen naat meer futsoenlijk oer de 't Oast ronne. Wie he jim stik fôr stik mei de krödde in de haiven dondere. En doe kest het leeuwe of naat mar de haigelstenen wieden so tok dat er mar trê in een krödde koeden. En dê we klaer wieden, aldus nog steeds de Smok,koeden we oer de haigelstenen fan de ene kant nei de ôre kant fan de haiven ronne”. 1)

Tegenwind

Een ander sterk verhaal van de Smok speelde zich af toen er een Zuid -Wester storm over Friesland raasde. De ‘s ochtends was de Smok gewoon vertrokken op zijn oude transportfiets met vier kisten vis voorop om zijn dagelijks brood te verdienen. In de loop van de dag wakkerde de wind aan tot windkracht negen á tien. Toen de Smok zo rond vier uur zijn handel aan de man had gebracht moest hij, met zware tegenwind, terug naar huis. Toen hij uiteindelijk in Hindeloopen op de haven aankwam werden hem, mogelijk om een reactie uit te lokken, vele complimenten gemaakt dat hij kans had gezien om met deze harde storm fietsende thuis te kunnen komen. En ja hoor, de complimenten misten hun uitwerking niet. Na de zoveelste lof uiting stak de Smok van wal;

“Ja, ja, ut waeide fliegend. Os yk op de trappers stong kraike mien aald fiets van alle kanten. Ja wier, ut fôl naat mei. Elke keer dat yk un meter fôrut kôm waeide yk wur twa meter efterut. Mar ja, so jimme sên, yk he it redden”. 2)

Voor de wind

Gelukkig had de Smok niet altijd tegenwind in zijn leven. Soms ging het hem (op de fiets) ook wel eens voor de wind. Nu waren de fietsen, zo te begrijpen valt, in die tijd over het algemeen niet zo degelijk uitgerust als tegenwoordig. Die van de Smok stelde tenminste niet veel voor. Het was een oude transportfiets zonder enige toeters en bellen. En van de hedendaagse terugtrap remmen had men toen nog nooit gehoord. Nee, de Smok zijn fiets was gewoon een z.g.n. doortrapper met een eenvoudige handrem die uiteraard stuk was. Op deze fiets vertrok de Smok op zekere dag richting Gaasterland. Dat er een fikse storm stond was voor hem geen enkel probleem want voorlopig had hij voor de wind, zo had de Smok reeds geconstateerd. ‘s Avonds op de haven ontstond er echter een discussie hoe hard het wel niet gewaaid had die dag. Nu de Smok wist precies uit leggen hoe hard het die dag wel niet waaide;


“Yk rukte fan ‘e moarn om naugen ore ut. Yk hee de wient yn de ‘e rech. Op ut lest hee yk, sonder te trapjen, so fúle gang dot yk om gang te minderen, so sterk ôremje most mei mien kloppen dot de rook er ôf kôm. Ja, jimme kenne ut leeuwe of naat, mar dê yk op oenleg wiet wiiden de klompen mii finôl fan é futten skroeit. Al’lonnich de kappen byngelen mii jitte om de ankels. 3)

Vertaling:

1) Wat mijn jongen, in Hindeloopen kon men door de hagelstenen niet meer fatsoenlijk over de straat bij de haven lopen. Wij hebben de hagelstenen stuk voor stuk met een kruiwagen in de haven gegooid. En je kunt het geloven of niet maar de hagelstenen waren zo groot dat er maar drie in een kruiwagen konden.En toen we klaar waren, aldus de Smok, konden we over de hagelstenen van de ene kant van de haven naar de andere kant lopen.

2)Ja,ja, het waaide zo vliegend hard. Als ik op trappers stond kraakte mijn oude fiets van alle kanten. Ja waar, het viel niet mee. Elke keer dat ik een meter vooruit kwam waaide ik weer 2 meter achteruit. Maar ja, zo jullie zien heb ik het gered.

3) Ik rukte vanmorgen om negen uur uit. Ik had de wind in de rug. Op het laatst had ik, zonder te trappen zoveel snelheid dat ik om snelheid te minderen, ik af moest remmen met klompen op de straat. Hierbij kwam de rook uit de klompen. Je jullie kunnen het geloven of niet maar toene ik op de "aanleg" (een driesprong op 2 km afstand van hindeloopen)was waren de klompen helemaal verschrooeid. Alleen de kappen bengelden mij nog om de enkels.
N.B. In die tijd had men vrij algemeem fietsen zonder rem (zogenaamde doortrappers) of met een handrem die het veelal niet deed. Dus was het afremmen met de voeten een algemeen bekend verschijnsel.

Bron: Cursief uit overlevering.
Recht gedrukt berust op enige fantasie.

Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Verboden te vissen

DE ONDEUGENDE VISSER

Ook in vroegere jaren was men wel eens ondeugend. Zo was er eens een zeker iemand die graag eens hengel mocht uitgooien of een visfuik zetten om het toen toch doorgaans kleine inkomen iets te verhogen. Maar ja een ieder weet het, in verboden wateren zit vaak meer vis dan waar het vissen is toegestaan. Ook de in dit verhaaltje bedoelde visser wist dit natuurlijk. Hij kon het op zekere dag dan ook niet laten zijn hengel eens uit gooien in verboden water. Helaas de plaatselijke politieagent kreeg dit ook in de gaten. Hij stapte, met het bonnenboekje reeds in de hand, met ferme passen op deze visser toe en vroeg “jij weet toch wel dat het hier verboden is om te vissen.

Maar och wat jammer voor mijnheer de agent, de visser had natuurlijk allang bemerkt dat de politie in aantocht was. Met een heel onschuldig gezicht maar met een grijns om zijn mond antwoordde hij de agent “ja natuurlijk weet ik dat, maar het is toch niet verboden om een stukje touw in het water te hangen”. En ja hoor, bij controle van oom agent bleek er inderdaad alleen maar een snoer aan de hengel te zitten en was een vishaak noch iets wat op aas leek nergens te vinden. Wetend dat hij behoorlijk bij de neus genomen was droop de politieagent met een onbeschreven bonnenboekje weer af. Maar dat dit hem niet lekker zat valt te begrijpen. Hij besloot dan ook een volgende keer het iets slimmer aan te pakken.

Deze volgende keer liet niet zo lang op zich wachten. Na enkele dagen ontdekte hij dat er in ‘de Indijk’ nabij de spoorbrug, in verboden viswater, een aantal palingfuiken stonden. En zijn ingezetenen goed kennende was hij er vrijwel zeker van dat deze gezet waren door eerder aangehaalde hengelaar. ‘s Morgens in alle vroegte stelde hij zich dan ook ergens verdekt op en wachtte op wie deze fuiken kwam ophalen. En ja hoor, al snel had onze agent de dader in het vizier. Het was inderdaad, zo hij al vermoedde, onze hengelaar. Maar een ervaring rijker van de vorige keer besloot hij niet om via het open veld naar de visser toe te lopen. Want dan, zo wist hij inmiddels uit ervaring, zouden de fuiken al weg zijn als hij op de plaats van het delict aankwam. Hij besloot terug te gaan naar Hindeloopen en hem daar op de haven op te wachten zodat hij hem met de clandestien gevangen vis en de fuiken kon betrappen.

Helaas, helaas voor onze slimme agent, de clandestiene visser altijd alert op onraad, had allang bemerkt dat de politieagent hem in de gaten had en deze weer richting Hindeloopen was gegaan. En logisch nadenkend had hij natuulijk wel in gaten wat hem in Hindeloopen te wachten stond als hij de vis meenam. Maar om de vangst, die toch vrij behoorlijk was achter te laten ging hem ook te ver. Na enig nadenken werd de oplossing van dit probleem gevonden bij een bevriende boer uit Hindeloopen die daar vlakbij zat te melken. Hij vertelde deze boer zijn dilemma en zei “als jij nu eens die vis meeneemt in een melkbus dan kan oom agent mij niets maken. En dat er vis in jou melkbus zit heeft hij vast niet in gaten”. En zo gezegd, zo gedaan. De vis kwam in de melkbus en de visserman stapte op zijn fiets met achterop een paar half gevulde zakken met gras en reed rustig richting Hindeloopen. En ja hoor, aangekomen op de haven werd hij met een voldaan gezicht opgewacht door de agent. Terwijl oom agent druk met de visser stond te discuseren waar de vis gebleven was reed de boer met paard en wagen met daarop de melkbus met vis, zonder dat ook maar iemand iets in gaten had, over de haven. En werderom was onze politieman beetgenomen.

Bron:
Eerste gedeelte een algemeen bekend verhaaltje.
Tweede gedeelte historisch.
De boer was mijn vader.
       

Reageer op dit bericht

De witte spreeuw

                   

   DE WITTE SPREEUW




De man op de foto met strohoed is dhr Wagenaar. Hij was eerst boer, later postbode. Daarna is hij vertrokken uit Hindeloopen. Van dhr Wagenaar wordt beweert dat hij bij zijn vertrek gezegd zou hebben "Als ik terug kom is het als een witte spreeuw". Met deze woorden heeft hij zich in Hindeloopen onstrevelijk gemaakt. Elke keer dat er in Hindeloopen ergens een witte spreeuw (albino) verschijnt wordt gezegd "zie daar is Wagenaar weer".

Reageer op dit bericht

Anekdote Haanmeer

ANEKDOTE HAANMEER

Aan de rand van de z.g.n. Haanmeerpolder liggen een aantal percelen weiland waarvan de ene helft veel lager ligt dan de andere helft. Dat dit verband houdt met de voormalige kustlijn zal duidelijk zijn. Maar gezien bij andere weilanden deze voormalige kustlijn nagenoeg op de grens van de percelen lag verwonderde mij dit. Hier vroeg ik eens een ter plaatse bekent persoon naar. Hij vertelde de volgende anekdote:

Toen de Haanmeer werd droog gemaakt had Sieberen de door jou bedoelde landerijen in bezit. Gezien de bodem van de Haanmeer vanaf de kust schuin afliep en de hoogte van de waterstand sterk varieerde kreeg boer Sieberen onenigheid met de uitvoerende instantie over de juiste grens van zijn landerijen. Om dat probleem op te lossen kreeg hij op zekere dag bezoek van één van de uitvoerders. Deze vroeg aan boer Sieberen “vertel mij nu eens precies waar volgens u de grens van uw grond loopt”. Sieberen zei echter niets. Hij deed zijn klompen uit, vervolgens volgden de sokken en stroopte hij zijn broekspijpen zo hoog mogelijk omhoog. Tot slot, nog steeds zwijgend, pakte hij een stok en liep het water in. Toen hij tot zijn opgestroopte broekspijpen in het water stond plantte hij met een ferme zwaai de stok in de modderige bodem van het meer en sprak. “Tot hier loopt de grens van mijn land”. En aldus geschiedde zoals nog steeds aan het relief in het land is te zien.

Schijnbaar was deze Sieberen geen gemakkelijk persoon want zijn eisen gingen aldus de volgende anekdote nog verder. De boerderij van Sieberen stond midden in de wereld tussen Hindeloopen en Koudum. Paden of wegen waren verre van zijn boerderij. Alles was bij Sieberen afgestemd op het vervoer over water van de Haanmeer. Met de droogmaking van zijn levensader kwam Sieberen voor grote problemen te staan. Ook dit probleem werd uiteraard met de uitvoerende instantie’s besproken. Sieberen betoogde “Ik heb altijd per boot bij mijn grond kunnen komen. Er wordt hier niet eerder gepompt dan dat ik blijvend met mijn boot thuis kan komen”. Ook dit geschil won Sieberen. Er kwam aan de rand van de Haanmeer een kanaal vanaf Koudum tot aan zijn boerderij zodat hij varende thuis kon komen.

P.S. De naam Sieberen is een verzonnen naam omdat de echte naam van deze boer mij onbekend is. Maar mogelijk heette hij ‘Houwck’ of iets dergelijks. Want tot vandaag de dag heet de bedoelde sloot nog steeds

"DE HOUCKSSLOOT".

Bron: Hette Couperus

Reageer op dit bericht

De slimste en de dominee

DE SLIMSTE

Bij iemand stiekem appels of peren uit de boom halen (in het Fries Hofke sjonge genoemd) was voor vele kwajongens een geliefde bezigheid. Op zekere dag besloot een groep jongens peren bij een bepaalt iemand uit de boom te halen. Dit werd echter uitgesteld tot de schemer. Tegen 7 uur sloop de hele groep de bewuste tuin in. De brutaalste klom hoog in de boom en schudde de peren eruit terwijl de andere jongens ze opraapten.

Maar helaas er was waarschijnlijk verraad in het spel geweest, want plotseling verschijnen er 4 mannen en de plaatselijk politieagent in de tuin. Allen werden gesommeerd om mee te komen naar het politie bureau. Gedwee voldeed een ieder aan dit gebod van politie. Alleen de brutaalste bleef stilletjes hoog in de boom zitten tot een ieder weer vertrokken was. Toen de anderen bevend op het politiebureau zaten liep hij demonstratief lachend steeds voor het politiebureau langs

DE DOMINEE

Ook de plaatselijk dominee had een grote tuin met veel fruitbomen. Maar die pakte het probleem "hofke sjonge" slimmer, en meer in de lijn van zijn beroep, aan. Op een dag dat de dominee er lucht van kreeg dat zijn boomgaard visite van fruitliefhebbers(?) kon verwachten sprak hij een groep jongens aan en zei "jongens, de bomen hangen vol met appels en peren. Er zijn veel te veel voor ons zelf. Als jullie vanavond, en neem je vrienden gerust mee, even langskomen kunnen jullie zoveel plukken als je wilt".
Nu u begrijpt het al: De spanning van het stiemene was er af en 's avonds melden zich maar enkele jongens.

Bron: eigen ervaring

Reageer op dit bericht

Slootje springen

SLOOTJE SPRINGEN

Het zal in het voorjaar van 1946 of 1947 zijn geweest dat we als jon­gens van zo’n 10 a 12 jaar elke middag, wanneer we ’s middags uit school kwamen, gewapend met een polsstok het land introk­ken om te slootjespringen. Het begon dan met het slootje tussen het eerste en tweede stuk land en dan elk volgend slootje steeds weer proberen op iets bredere plaatsen er over te komen en om dan via de volkstuintjes, richting Berend Wiersma aan de Maden­laan, waar je dan wel eens in het hooi mocht spelen en je natte sokken door de wringer halen, om ze dan buiten in de zon te drogen. Zo gingen we ook eens op een zonnige vrije zaterdagmid­dag in april weer met een hele ploeg jongens het land in en al slootje springend en plezier ma­kend gingen we dus langzaam, richting Wiersma Nu was het meestal zo dat haast alle jongens in die tijd een eigen gemaakte pols hadden, van bijvoorbeeld een oude vaarboom of een lange stok die onder de waslijn stond en zolang het slootje springen duurde bij moeder werd geleend en dan van een eigen gemaakte blok werd voorzien. Dit blok werd er aangezet om te voorkomen dat de pols in de bodem zou wegzak­ken. Ook ik bezat zo'n eigen ge­maakte pols en wel van een hek­kelstok. (waar de boeren in de herfst de waterplanten mee uit de sloot haalden). In plaats van de hekkel kwam dan een eigen ge­maakte ronde schijf aan de stok en het was dan weer een pols. Maar op die bewuste zaterdag­middag, kan ik me nog herinne­ren, had ik van mijn ouders een echte spiksplinter nieuwe pols gekregen en daar waren veel van de jongens toch wel een beetje jaloers op. Natuurlijk moest ieder­een die nieuwe pols even proberen en zo al slootje springende kwamen we voor de spoorbaan aan en voor we daarna verder trokken, bleven we een beetje bij dat laatste slootje voor de spoorbaan hangen en probeerden ook de bredere plaatsen in dat slootje uit. Nu kan ik me nog herinneren dat ik even lekker achterover in het weiland lag, met m'n nieuwe pols naast me, dat Piet tegen me riep van "Jelle, ik ga nu je pols even proberen hoor”! Tegelijk nam hij de pols en hiermee in de hand nam hij een aanloop om zo­genaamd met de "boerenplons" over de sloot te springen. Nu deed zich het geval voor, dat net op de plaats waar Piet wilde springen een heel diep veengat zat, waar mijn vader en een oom in de oorlog turf hadden gestoken om aan brandstof te komen. Piet had daar in zijn haast om te sprin­gon niet aan gedacht en het ge­volg laat zich nu dus wel raden. De pols was niet lang genoeg en kon dus niet op de bodem komen, zodat hij met pols en al kopje on­der ging. Gelukkig dat de sloot daar niet zo breed was en met vereende krachten hebben we hem met z'n allen weer op de wal gehesen. Jammer voor Piet was het slootje springen die middag voor hem afgelopen, daar hij naar huis moest voor droge kleren. Tegenwoordig ziet men de jeugd van Hindeloopen nooit of zeer weinig meer met een pols in het land, maar als ik dan een enkele keer toch eens een eierzoeker met een pols zie lopen en het is dan van dat prachtige voorjaars­weer, moet ik toch steeds weer met een glimlach aan dit voorval uit mijn jeugd trug denken.

Bron: Uus Likje Wraald april 2001
Verteld door Jelle Smid

Reageer op dit bericht

Een zwevende kiezer

EEN ZWEVENDE KIEZER

Zoals bekend zijn er bij verkiezingen vaak mensen die tot het laatste moment niet weten op wie ze moeten stemmen. Deze twijfelaars worden doorgaans aangeduid als ‘zwevende kieser’. Uiteraard kent ook Hindeloopen zulke zwevende kiesers. Bij de Tweede Kamer verkiezing van 2002 jaar kwam iemand het stemlokaal binnen met de woorden “ik kom stemmen maar ik weet nog steeds niet op wie”. Deze zwevende kieser liet dan ook spontaan 3 mensen, die na haar het stembureau binnen kwamen, voor gaan. Uiteindelijk was deze zwevende kieser toch aan de beurt om een keuze te maken achter de stemmachine. Maar tot 2 keer toe kwam ze weer achter de stemmachine weg met de woorden “ik weet het nog steeds niet”. Bij de derde poging werd toch een stem uitgebracht.

Of deze persoon nu echt een keuze heeft gemaakt of zomaar op een op de lijst staand zwevend persoon heeft gestemd zal niemand ooit weten want wat achter de stemmachine gebeurd is en blijft geheim.

Bron:  Uit eigen ervaring

Reageer op dit bericht

Een speciale redding

 

De redding van een koppel koeien

In de archieven van de KNMR staat vermeld dat door de bemanning van de Hindelooper reddingsboten er op een zekere nacht een koppel koeien is gered. Over het hoe en wat bleek na een aantal jaren enige onduidelijkheid te bestaan. Hier het gehele verhaal van een insider.

 

Het was een stormachtige dag. Het water in het IJselmeer stuwde bij Hindeloopen door harde Zuid Westelijke wind (windkracht 8) behoorlijk omhoog. ’s Avonds kreeg de bemanning van de reddingsboot melding dat een schip met moterstoring om assitentie had gevraagd. De mannen van KNMR rukten uit met de ‘Stut’ en de ‘Knokkels’. Het jacht met problemen werd snel gevonden en op verzoek van de eigenaar naar de jachthaven van Workum gesleept. Op de terugweg zagen de mannen van de reddingsboten, op het eind van het ‘It Soal’ naast de pier, een koppel koeien staan die door het hoge water ingesloten leken op klein stukje hoger gelegen grond. Dit was voor de bemanning reden om via de mobilifoon de politie ter land in te schakelen met het verzoek de eigenaar op te sporen en hem te verwittigen dat zijn vee daar op dat eilandje in een netelige positie verkeerde.


Gezien het om koeien ging van een buitenlands ras, die in de naaste omgeving niet veel voorkwamen, was de eigenaar snel gevonden. De eigenaar vertelde de politie dat de koeien waarschijnlijk, hetgeen door slecht onderhoud van het hekwerk van Staats Bosheer wel vaker voorkwam, uitgebroken waren uit het naast gelegen Gea. De boer zag echter geen probleem. Ze stonden daar naar zijn mening prima en hadden daar mooi luwte van de daar aanwezige bomen. Als de koeien daar weg willen, zo liet hij de politie weten “gaan ze wel naar de zeedijk”. De politie die overtuigd leek van deze uitleg en het er met de boer wel over eens was dat er voor de dieren geen enkel gevaar was zou deze boodschap per mobilifoon overbrengen aan de bemanning van de reddingsboot zodat die naar huis konden gaan om van hun wel verdiende rust te genieten.

De boer, die het toch wel waardeerde dat de reddingsboot bemanning zo alert was geweest om ook oog te hebben voor dingen die op het land gebeurden, ging nog even naar haven om hen te bedanken en zonodig enige nader uitleg te geven. Maar alle goede bedoelingen van de boer ten spijt, vanaf de haven van Hindeloopen zag hij dat de beide reddingsboten in ‘It Soal bleven liggen en af en toe met grote schijnwerpers  de rietkraag, waar de koeien stonden, bescheen. De boer besloot, na enig wachten, om maar naar het ‘It Soal’ toe te rijden om daar te proberen het één en ander uit leggen.

Maar ter plaatste aangekomen kon hij uitleggen wat hij wou maar de bemanning van de reddingsboten waren niet te overtuigen dat de koeien daar geen kwaad konden en zij wel naar bed konden gaan. Tenslotte om de redders te overtuigen zei de boer “breng me met de boot  maar in de buurt van de koeien dan zal ik het laten zien”. Nu aldus gebeurde, de boer stapte in de reddingsboot en werd richting de koeien naar het eilandje gebracht. Toen de boot de koeien op twintig meter afstand was genaderd maakte de boer enig lawaai zodat de koeien enigszins schrokken.

Resultaat: De koppen kwamen omhoog en de koeien verlieten, zoals de boer een uur lang had proberen uit te leggen, de luwte van de bomen en stapten zonder aarzelen het ondiepe water van het ondergelopen rietland in. In het licht van de schijnwerpers van de reddingsboot wandelende ze in linie rustig richting zeedijk waar ze de rest van de nacht hoog en droog doorbrachten.

Bron: Uit eigen ervaring

Reageer op dit bericht

Hekkie

WINDHONDEN RENNEN IN HINDELOOPEN

Het was in het begin van de vijftiger jaren dat er op het voetbalveld, achter de zeedijk, een wedstrijd voor windhon­den georganiseerd zou wor­den.
Op een zaterdagmiddag was het zover, met prachtig weer en veel publiek werden de voorbereidingen getroffen.
De starthokken werden opge­bouwd, lijnen uitgerold met de kunsthaas, waar de honden achteraan moesten hollen, een drukte van belang.
Het belangrijkste waren natuurlijk de honden; de ster­ke forse Greyhounds en de kleine meest geel gekleurde Engelse Whippet's. De eige­naren, meest op klompen, liepen zenuwachtig heen en weer.
Wij stonden er met de neus bovenop, want hondenrennen zag je niet iedere dag en ten­minste niet in Hindeloopen.
Nu was er ook nog in Hindeloopen een hondenken­ner bij uitstek namelijk Jan Amsterdam. Maar, nu lag zijn kennis meer bij mollen(hon­den) vangers dan bij windhon­den. Jan ging tussen ons instaan, keek misprijzend naar de Whippet's en merkte op, dat zijn Hekkie gauw zo snel was dan deze ‘kapstok­jes’. Een van de hondeneige­naren hoorde dit en zei dat hij dan die hond maar eens op moest halen, dan wilden ze dat wel eens zien! Jan wilde nog zeggen dat de specialitei­ten van Hekkie mollen en bun­zings waren en dat het geen echte Engelse Tipper was, maar geen pardon, ophalen geboden de mannen. Jan liep weg en kwam even later met Hek terug. Toen Hekkie bij de dijk neerliep, was wel te zien, dat hij de meeste mollen al gevangen had in zijn leven. En de enige overeenkomst die hij met de Whippet's had was de gele kleur.
Jan en Hekkie werden luid­keels door de speaker aangekondigd­ en door het publiek met een ovatie ontvangen.
Hekkie trof het niet, vonden wij, want hij moest direct al tegen de grote snelle Greyhounds. Alsof hij tegen de Whippet's wel een kans had gemaakt. De starter vroeg nog aan Jan of hij hem ook een paar meter voor de finish wilde laten starten. Maar Jan, negeerde deze opmerking en zei: “Wacht maar heren, as d'r east de gang mar het”. De Greyhounds werden gemuil­korfd en kregen de dekjes met rugnummers op. Jan vond dit voor Hekkie niet nodig; “Hij bijt alleen op de haas en de Hielpers kenne 'm er wol ut”. De spanning op de dijk was voelbaar, maar Jan wuifde geruststellend naar het publiek. De honden werden achter in de starthokken geduwd en Jan fluisterde tegen ons: “As Hek no de utgang mar sogt”. De starter telde tot drie, de hokken wer­den (aan de voorkant opengetrokken en de meute storm­de op de kunsthaas af, maar tot onze ontsteltenis was Hekkie er niet meer bij: die kwam even later weer achter uit het hok. En zette flink de pas er in, maar wel in tegen­overgestelde richting van de baan. Het kon niet uitblijven natuurlijk bij de glooiing kwam hij de Greyhounds tegen die onmiddellijk afrem­den en zich op Hekkie stort­ten. Maar Hekkie niet gehin­derd door muilkorf en rugnum­mer, hapte om zich heen dat het een lieve lust was. De hondenmannen renden met de klompen in de hand op de vechtende kluwen af en toen er één met z'n klomp dreigend naar Jan zwaaide, draaide deze zich om en zei: “t wod mien tied, Hek komt straks wol”.

Bron: Uus LikjeWraald Oktober 1999
Verteld door de toen nog jeugdige toeschouwer. Jeddy Klaaren.

Reageer op dit bericht

Windhoos

Een verhaal in het Hindeloopers 

MERKWAARDIGE WINDHOZEN EN HAGELBUIEN IN HINDELOOPEN

Dat skriuwt een dr. M. Pinkhof oer de wiendho­azen bie Hielpen. Ast ut vergeliekest mei de aardbe­ving yn Turkije stelt ut fan­sem naet fulle foar mar ut wiert destiis ien Hielpen een heel biesoender gebeuren. So biesoender dat dizze dr. Pinkhof der een wetenskaplik artikel oer skreef. Sot jimme wol wette oentsteet een wiendhoas altiet bie een ûnweersbuu en den ken er links of rochtsdraoeiend weze krekt as yoghurt (kiekje mar op it pak).

Burgemester Stallinga en Jan Zweed de pliesje en mester Elskamp hewwe de gelearde doktor oan alle gegevens holpen en der binne troch mester Elskamp ek foto’s fan mekke. Ut begoan ien Workum want der komt altiet alle noarig­hiet wei. Dat wier’t froeger al so en ‘t ies jitte so. Een spoararbeider (Dijkstra) de sluswachter ien Workum en de stasjonschef Wolters sogen em oenkommen. De hoas wierd buisvormig en op een bepoald moment waerden ut selfs twa fan jin hoasen. De altiet wekkere Hielpers die’t iek al bie nemme neme, sogen dat er bie de aalde diek. “Enkele koeien werden omver geworpen”. Der wierd selfs een koe die’t troch de loft oer stiekeltree henne sweefde fan een groat stek. En krudden (kruiwagens) dwarrelen as luciferdoasjes troch de loft. Om dat de hoas heel langsum geeng wierden de Hielpers utront ne ‘t Oast en nei de haiven. De wiendhoas soegde ut grint fan’e spoarbaen op en verspreide dat een eend firder wur nest ut spoar. Boeren hehen bulten stront (mest) kloar lizzen op ut laand mar de wiendhoas verspreide alles foor jem fir­derop. Selfs de planken ut een brégedek (brugdek) waerden os lucifers troch de loft giesele. En der koam er een haigelbuu (hagelbui) soa hevig dat alle ruten fan de huzen en fan de aalde openbare skoele oen smots wierden. 10 menuten lang koamen er haigels del so groat as kiepeaeien en de laaig haigel loai wol 10 cen­timeter tok op’e streten. Alle Hielpers wierden fan slag, mar één man naet. Aalde Willem Bakker die’t ijsco mekke en ferkaipe yn’e boerkerie op’e Niee Weide see: “Siesoa dit komt goo ut. Hie helle de krudde en die skepte’r fol mei haigel, “No ken’k fan’e wieke de auto mei iisblokken wol troch stiere, dat sparret moai het ut”. De minsken sizze dat de ijsco fan Bakker noait wur so lekker smekke het as op die toalefde (l2de) Augustus ien 1838. Echt ambachtelijk natuurijs soeden de rekla­memannen ut 1999 der wol fan mekke hewwe.

Bron: Uus likje Wraald oktober 1999
Vertelt door MCB

Reageer op dit bericht

Een probleem van een politicus

EEN PROBLEEM

Een gemeentelijk politicus kwam iets aan de weet wat volgens hem niet geheel in de haak was. Hij zag echter geen goede oplossing van dit geval. Deze tegenstrijdigheid was voor hem en groot probleem. Maar ondanks dat hij geen oplossing zag wilde hij wel af van dit voor hem grote probleem.

Oplossing: Op de eerste komende raadsvergadering vroeg hij het woord. Hij begon zijn betoog, wat gericht was aan het adres van B&W, met de woorden “ik heb een probleem”. Vervolgens vertelde hij wat hem dwars zat en sloot zijn verhaal af met de woorden “ zie zo, ik ben mijn probleem kwijt en nu hebben jullie een probleem”.

Reageer op dit bericht

Eierzoeken

Het zoeken en rapen van kieviets eieren staat
de laatste jaren ter discussie. Vroeger was
dit in Friesland een algemene geaccepteerde
gewoonte die in het voorjaar. Velen mannen
waren dan in de landerijen te vinden. 

GEEN EIEREN MAAR EEN NAT PAK

Jan was een verwoed eierenzoeker en was met name in het voorjaar veel in de weilanden te vinden. Nu had Jan doorgaans, zoals vaak gebruikelijk is, geen polsstok bij zich om over de sloten te springen. Hij was gewend om via de gebruikelijke paden en dammen zich van het ene weiland naar het andere te gaan. Bij de doorgaans dichte hekken had hij zich aangewend om zich met één hand vast te houden aan de hekpaal en zo half hangend aan de paal om het hek heen te stappen. Gewoonte getrouw deed hij dit ook eens bij een dam waar helemaal geen hek meer voorstond. Waar hij echter geen rekening mee hield was dat deze paal bij deze geopende doorgang verrot was. En dat deze eierzoeker die dag in de sloot belande en zonder eieren maar onder het eendenkroes thuiskwam zal niemand meer verbazen.

Waar verhaal

Reageer op dit bericht

Een waarschuwing

EEN WAARSCHUWING

Het was in het laatst van de zo­mer van 1964, dat twee jonge moeders besloten een wandeling door Hindeloopen te maken. Het was prachtig weer en met de kinderen aan de hand, elk van ongeveer 3 jaar wandelden ze vanaf de Westerdijk, via de Molenstraat in de richting van de Westertoren om zo langs de zeedijk en dan via de ha­ven, over de Nieuwstad weer naar huis terug te keren. Maar helaas werd hun wandeling al voor de Westertoren onderbroken door twee oudere vrouwen van het type ruwe bolster ­blanke pit. Ook deze waren aan de wandel. Gekleed in lange wollen rokken met hier­over een bonte schort en zwarte klompen aan de voe­ten. Op het schort zaten dan twee zakken gestikt, waar een bal garen in werd gedaan en zo konden ze al wandelend en babbelend, doorgaan met hun breiwerkje dat ze onder handen hadden. Dit werd vroeger veelvuldig door oudere vrou­wen in Hindeloopen gedaan. Deze twee vissersvrouwen spraken natuurlijk de jonge moeders aan, verlegen als ze waren om een praatje en al gauw ging het verhaal over welke mooie en lieve kinderen ze wel hadden, enz., enz. en staken hun bewondering, het­zij oprecht of gespeeld, natuurlijk niet onder stoelen of banken. Hierbij lieten ze de twee jonge vrouwen dan tevens even weten welk een bevoorrechte positie ze wel hadden, met nog maar één kind in de drie jaar, t.o.v. van hen vroeger, en daarnaast ook nog goede en eerlijke mannen die ook nog op vrij regelmatige tijden thuis waren, enz, enz. Bevreesd dat de situatie voor de jonge moeders in de toekomst wel eens anders kon worden en de anti-conceptiepil misschien al wel bestond maar nog lang niet overal was inge­burgerd en deze oudere vrou­wen er hoogstwaarschijnlijk het bestaan nog niet eens van wisten, werden ze door hen toch even moederlijk bij de arm gevat en kregen de twee jonge moeders onderstaande le­vensles mee van vrouwen met ervaring op het gebied van hu­welijk en kinderen krijgen en dan natuurlijk in onvervalst Hylpers: “Jimme hewwe it no prachtig, maar tienk erom fanen, tienk erom, want jé lizze mei het leadenne gewear nest jimme”. Hiermee werden dan natuurlijk de mannen bedoeld en na deze goedbedoelde waarschuwing vervolgden de jonge moeders hun wandeling, maar u kunt wel raden dat er de rest van de wandeling heel wat afgelachen is en thuisge­komen het verhaal in geuren en kleuren aan hun echtgeno­ten werd doorverteld.

Bron: Uus Likje Wraald Januari 7-7-2002
Verteld door Jelle Smid. Waar gebeurd

Reageer op dit bericht

Verloting met koffie

VERLOTING MET KOFFIE

De jaarvergaderingen van de ijsclub werden zo rond de jaren vijftig regelmatig bezocht door de wijkagent P.Koopmans. Hij kreeg steeds een eervolle opdracht: het trekken van het winnende nummer van de traditionele verloting. De prijswinnaar kreeg een paar fraaie schaatsen mee naar huis. Dat Koopmans in dienstuniform verscheen, had voor hem een vervelende consequentie. De keuze van de consumpties was beperkt. Van een gering alcohol percentage in dranken kon zelfs geen sprake zijn. Dus bestelde hij bij de waard Lammert Steigenga een kopje koffie. Gelukkig wist die als geen ander, wat zijn klanten toekwam. Hij goot eerst een flinke scheut jenever in het kopje en dan kwam daar de koffie overheen. Koopmans liet het zich best smaken en complimenteerde de waard met de woorden “Steigenga, wat heeft u toch weer heerlijke koffie!”

Bron: Jubileum boekje ijsclub

Veel meer verhalen en wetenswaardigheden over de ijsclub en winterpret zijn te vinden in het boekje "ijsclub Hindeloopen 125 jaar"

Reageer op dit bericht

Nou nou

NOU NOU

Vier mannen lopen wandelend door de smalle straten van Hinde­loopen. ( in slag om) Om ook anderen de ruimte te geven lopen ze twee aan twee achter elkaar. Net op het moment dat hen een paar dames passeren laat één van de mannen die voorop lopen luid knetterend een wind. Zonder ook maar een spier van zijn gezicht te vertrekken wend hij zijn gezicht naar de achter hem lopende man. Vermanend, en zo luid dat de beide dames het ook nog konden horen, zegt hij “nou, nou Piet een beetje minder kan ook wel hoor”.

Naar de kleur van Piet zijn gezicht en zijn reactie mag u als lezer raden. Die behoef ik denk hier niet te herhalen.

Reageer op dit bericht

Grapje

CIRCUS IN HINDELOOPEN

Ooit was er eens een keer een circus in Hindeloopen. Maar helaas tot grote schrik van de circus directeur braken op zekere dag een zebra en een olifant los. Bij de pogingen de dieren te vangen sprong de zebra op het Achtvoeten in de Zijlroede. En luttele minuten later liep de olifant via de los en laad pardoes in de haven.

Hoe kreeg men, denkt u, de zebra weer uit het water? 
En hoe, denkt u, dat de olifant uit de haven kwam?  



Reageer op dit bericht

Een grote paling

Zie ook Nederlandse vertaling

IN GRAETEN EEL

Op ’n môrn betiid farden wy fan Gaest nei Herns. De iends kômen wy wuróm. En twiske Surch en Makkum ( yk rôn yn é lyne, de skipper stoch by ’t roer), skreauwde hy op ees út al syn macht: “Strijk strijk!In tille!”. No he ‘k óm tille tôt, want yk wist wol dot der naat een wêze kôst, yk kôstde wei wol drôgje. Yk rôn mei de aigen nei de grûndeyn é liyne tó hangjen, dot yk gin tille siens hee.

Gaau opsiend-en ja der wear ’n tille, twors oer de faart. Yk wist fest, dot dy der jitte noait west hee. Mar der haelp niks oen: he wear der nó! Derom gaau de lyne los en der undertróch mei de snikke. Mar het barde? Pas wearen wy der goo ûndertróch of-plof! Der fael de hele tille flak efter ús yn ‘e faart en swemde in heln poas nest ús furt: it wear in graeten eel, tokker as yk sem bin. Hy hee, seaker fôr de aardchheid, syn kop yn de ene en syn stert yn de oare wal stetsen en syn lang lyf as in brêge nei bóppen ômboegd.

Uit: S van der Kooi, Hinlepper Fortoltjes, Boalssert 1930 (spelling gewijzigd)
Het verhaal “In graeten eel ” staat ook afgedrukt in het boekje
”Monument van de maand” dat handelt over het stadsgezicht Hindeloopen.
In “Monument van de maand” wordt veel beschreven over de ontwikkeling van Hindeloopen.

*****

Ja ja, ik kan het nog sterker vertellen.
Maar dan moet ik liegen.

*****

Nerderlandse vertaling

Vroeg in ochtend vaarden wij van Gaast naar Harlingen. ’s Avonds kwamen we terug. En tussen Zurich (Fr) en Makkum (ik liep in de lijn om de boot te trekken, de schipper stond aan het roer) schreeuwde hij plotseling zo luid hij kon “strijken strijken! Een brug!” Nu had ik niet aan brug gedacht, want ik wist dat daar geen brug kon zijn, ik kon de weg wel dromen. Ik liep met de ogen naar de grond aan het touw (lijn) te trekken, zodat ik geen brug kon zien.

Snel opgekeken, en ja daar was een brug dwars over de sloot. Yk wist dat die er nog nooit eerder geweest was. Maar er hielp niets aan, hij was er nu! Daarom snel het touw los en er met de snikke (soort boot) onderdoor. Maar wat gebeurde? Net waren wij er onderdoor of-plof! De gehele brug viel vlak achter ons in de sloot en zwemde een hele tijd naast ons: Het was een grote paling, dikker dan ik zelf ben. Hij had, zeker voor de aardigheid, zijn kop in de ene en de straat aan de andere walkant gestoken en zijn lang lijf als een brug naar boven gebogen.

Reageer op dit bericht

Schoon

IK HOUD VAN SCHOON

Een kar vol boodschappen in de supermarkt halen is een bezigheid wat een ieder regelmatig doet. Zo’n supermarktkar herbergt doorgaans vele soorten levensmiddelen. De langwerpige vierkante gesteriliseerde, gepasteuriseerde pakken met zuivel missen echter in bijna geen kar.

Velen staan er echter niet bij stil dat deze verpakte zuivelprodukten een natuurproduct is wat door levende koeien geproduceerd wordt. In vroegere jaren lag dit echter heel anders. Toen was de weg van koe tot consument veel directer en herkenbaarder. De boer maakte toen zelf de kaas en boter en verkocht het product vaak rechtstreeks aan de consument. Later werd het kaas en boter maken overgelaten aan de zuivelfabrieken. Maar de melk voor consumptie ging nog heel lang rechtstreeks van koe naar consument. Met name voor de kleinere boer, de zogenaamde koemelker, was dit uitventen van deze melk een welkome aanvulling op de doorgaans lage melkprijzen. Niet zelden was dit uitventen van deze rauwe onbewerkte melk een taak voor moeder de vrouw. En dat dit uitventen op een manier gebeurt dan men tegenwoordig niet als acceptabel zou omschrijven mag wel duidelijk zijn.

Zo had een boerin, die dagelijks met twee emmers melk bij de deuren langs ging, een vaste klant die voor tegenwoordige begrippen niet al te schoon was. Maar ook het taalgebruik van deze klant, en haar man, was anders dan de boerin gewoon was. Op zekere morgen deed de boerin de deur open (een bel was in die tijd een luxe) en riep zo hard ze kon “VOLK IN”. Maar de enige reactie vanuit de woning was een scheldpartij die niet mis was. Alleen woorden als “smerig tering wijf ik steek je een mes in de donder” en g.v.d. voor en na hoorde zij vanuit de kamer. Het was de boerin door deze woorden al snel duidelijk dat het daar achter de gangdeur weer eens zwaar weer was. Maar om toch haar melk te verkopen riep ze, toen het even stil was in de kamer, nog eens zo hard ze kon “VOLK IN”. Nu had ze meer succes. Na enige ogenblikken kwam de vrouw, gekleed in een smoezelige bloemetjesjurk, nog ongekamde haren, een duidelijk zichtbare loopneus en een vaatdoek die ooit eens wit was geweest in de hand, uit de kamer. Toen ze de boerin bij deur zag staan riep ze tot Pieter, met wie ze enkele nog ogenblikken geleden in grove bewoordingen ruzie had, “och Pieter lieverd hier is de boerin met de melk, wil jij even de pan pakken. Na enig wachten en pratend met de boerin, over mooi weer en lange dagen, kwam Pieter met de pan voor de melk. Toen de vrouw de pan overnam van haar man inspecteerde ze deze natuurlijk eerst of hij wel goed schoon was. Kennelijk was dit onvoldoende want terwijl ze naar de deur liep waar de boerin nog steeds wachtte haalde ze de smoezelige vaatdoek, die ze nog steeds in hand had, met een ferme haal over haar gezicht zodat het vocht wat onder haar neus hing verdwenen was. Vervolgens vouwde ze de vaatdoek binnenste buiten en met de woorden “Ja, ik houd van schoon” haalde ze de vaatdoek door de pan.

Bron: Uit overlevering

Reageer op dit bericht

Meer van Hylpen likje stea oen it Yselmor

↑ Terug naar de berichten