Slootje springen
SLOOTJE SPRINGEN
Het zal in het voorjaar van 1946 of 1947 zijn geweest dat we als jongens van zo’n 10 a 12 jaar elke middag, wanneer we ’s middags uit school kwamen, gewapend met een polsstok het land introkken om te slootjespringen. Het begon dan met het slootje tussen het eerste en tweede stuk land en dan elk volgend slootje steeds weer proberen op iets bredere plaatsen er over te komen en om dan via de volkstuintjes, richting Berend Wiersma aan de Madenlaan, waar je dan wel eens in het hooi mocht spelen en je natte sokken door de wringer halen, om ze dan buiten in de zon te drogen. Zo gingen we ook eens op een zonnige vrije zaterdagmiddag in april weer met een hele ploeg jongens het land in en al slootje springend en plezier makend gingen we dus langzaam, richting Wiersma Nu was het meestal zo dat haast alle jongens in die tijd een eigen gemaakte pols hadden, van bijvoorbeeld een oude vaarboom of een lange stok die onder de waslijn stond en zolang het slootje springen duurde bij moeder werd geleend en dan van een eigen gemaakte blok werd voorzien. Dit blok werd er aangezet om te voorkomen dat de pols in de bodem zou wegzakken. Ook ik bezat zo'n eigen gemaakte pols en wel van een hekkelstok. (waar de boeren in de herfst de waterplanten mee uit de sloot haalden). In plaats van de hekkel kwam dan een eigen gemaakte ronde schijf aan de stok en het was dan weer een pols. Maar op die bewuste zaterdagmiddag, kan ik me nog herinneren, had ik van mijn ouders een echte spiksplinter nieuwe pols gekregen en daar waren veel van de jongens toch wel een beetje jaloers op. Natuurlijk moest iedereen die nieuwe pols even proberen en zo al slootje springende kwamen we voor de spoorbaan aan en voor we daarna verder trokken, bleven we een beetje bij dat laatste slootje voor de spoorbaan hangen en probeerden ook de bredere plaatsen in dat slootje uit. Nu kan ik me nog herinneren dat ik even lekker achterover in het weiland lag, met m'n nieuwe pols naast me, dat Piet tegen me riep van "Jelle, ik ga nu je pols even proberen hoor”! Tegelijk nam hij de pols en hiermee in de hand nam hij een aanloop om zogenaamd met de "boerenplons" over de sloot te springen. Nu deed zich het geval voor, dat net op de plaats waar Piet wilde springen een heel diep veengat zat, waar mijn vader en een oom in de oorlog turf hadden gestoken om aan brandstof te komen. Piet had daar in zijn haast om te springon niet aan gedacht en het gevolg laat zich nu dus wel raden. De pols was niet lang genoeg en kon dus niet op de bodem komen, zodat hij met pols en al kopje onder ging. Gelukkig dat de sloot daar niet zo breed was en met vereende krachten hebben we hem met z'n allen weer op de wal gehesen. Jammer voor Piet was het slootje springen die middag voor hem afgelopen, daar hij naar huis moest voor droge kleren. Tegenwoordig ziet men de jeugd van Hindeloopen nooit of zeer weinig meer met een pols in het land, maar als ik dan een enkele keer toch eens een eierzoeker met een pols zie lopen en het is dan van dat prachtige voorjaarsweer, moet ik toch steeds weer met een glimlach aan dit voorval uit mijn jeugd trug denken.
Bron: Uus Likje Wraald april 2001
Verteld door Jelle Smid



