Naar de inhoud

Hylpen likje stea oen it Yselmor

mijn
Welkom in Hindeloopen. Welkom bij mijn digitaal boek over Hindeloopen.
seniorennet.beseniorennet.be

mijn

Hindelooper volksverhalen

Zie ook andere blogs in linker kolom

Ik wens u veel kijk- en leesplezier


Windhoos

Een verhaal in het Hindeloopers 

MERKWAARDIGE WINDHOZEN EN HAGELBUIEN IN HINDELOOPEN

Dat skriuwt een dr. M. Pinkhof oer de wiendho­azen bie Hielpen. Ast ut vergeliekest mei de aardbe­ving yn Turkije stelt ut fan­sem naet fulle foar mar ut wiert destiis ien Hielpen een heel biesoender gebeuren. So biesoender dat dizze dr. Pinkhof der een wetenskaplik artikel oer skreef. Sot jimme wol wette oentsteet een wiendhoas altiet bie een ûnweersbuu en den ken er links of rochtsdraoeiend weze krekt as yoghurt (kiekje mar op it pak).

Burgemester Stallinga en Jan Zweed de pliesje en mester Elskamp hewwe de gelearde doktor oan alle gegevens holpen en der binne troch mester Elskamp ek foto’s fan mekke. Ut begoan ien Workum want der komt altiet alle noarig­hiet wei. Dat wier’t froeger al so en ‘t ies jitte so. Een spoararbeider (Dijkstra) de sluswachter ien Workum en de stasjonschef Wolters sogen em oenkommen. De hoas wierd buisvormig en op een bepoald moment waerden ut selfs twa fan jin hoasen. De altiet wekkere Hielpers die’t iek al bie nemme neme, sogen dat er bie de aalde diek. “Enkele koeien werden omver geworpen”. Der wierd selfs een koe die’t troch de loft oer stiekeltree henne sweefde fan een groat stek. En krudden (kruiwagens) dwarrelen as luciferdoasjes troch de loft. Om dat de hoas heel langsum geeng wierden de Hielpers utront ne ‘t Oast en nei de haiven. De wiendhoas soegde ut grint fan’e spoarbaen op en verspreide dat een eend firder wur nest ut spoar. Boeren hehen bulten stront (mest) kloar lizzen op ut laand mar de wiendhoas verspreide alles foor jem fir­derop. Selfs de planken ut een brégedek (brugdek) waerden os lucifers troch de loft giesele. En der koam er een haigelbuu (hagelbui) soa hevig dat alle ruten fan de huzen en fan de aalde openbare skoele oen smots wierden. 10 menuten lang koamen er haigels del so groat as kiepeaeien en de laaig haigel loai wol 10 cen­timeter tok op’e streten. Alle Hielpers wierden fan slag, mar één man naet. Aalde Willem Bakker die’t ijsco mekke en ferkaipe yn’e boerkerie op’e Niee Weide see: “Siesoa dit komt goo ut. Hie helle de krudde en die skepte’r fol mei haigel, “No ken’k fan’e wieke de auto mei iisblokken wol troch stiere, dat sparret moai het ut”. De minsken sizze dat de ijsco fan Bakker noait wur so lekker smekke het as op die toalefde (l2de) Augustus ien 1838. Echt ambachtelijk natuurijs soeden de rekla­memannen ut 1999 der wol fan mekke hewwe.

Bron: Uus likje Wraald oktober 1999
Vertelt door MCB

Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Een probleem van een politicus

EEN PROBLEEM

Een gemeentelijk politicus kwam iets aan de weet wat volgens hem niet geheel in de haak was. Hij zag echter geen goede oplossing van dit geval. Deze tegenstrijdigheid was voor hem en groot probleem. Maar ondanks dat hij geen oplossing zag wilde hij wel af van dit voor hem grote probleem.

Oplossing: Op de eerste komende raadsvergadering vroeg hij het woord. Hij begon zijn betoog, wat gericht was aan het adres van B&W, met de woorden “ik heb een probleem”. Vervolgens vertelde hij wat hem dwars zat en sloot zijn verhaal af met de woorden “ zie zo, ik ben mijn probleem kwijt en nu hebben jullie een probleem”.

Reageer op dit bericht

Eierzoeken

Het zoeken en rapen van kieviets eieren staat
de laatste jaren ter discussie. Vroeger was
dit in Friesland een algemene geaccepteerde
gewoonte die in het voorjaar. Velen mannen
waren dan in de landerijen te vinden. 

GEEN EIEREN MAAR EEN NAT PAK

Jan was een verwoed eierenzoeker en was met name in het voorjaar veel in de weilanden te vinden. Nu had Jan doorgaans, zoals vaak gebruikelijk is, geen polsstok bij zich om over de sloten te springen. Hij was gewend om via de gebruikelijke paden en dammen zich van het ene weiland naar het andere te gaan. Bij de doorgaans dichte hekken had hij zich aangewend om zich met één hand vast te houden aan de hekpaal en zo half hangend aan de paal om het hek heen te stappen. Gewoonte getrouw deed hij dit ook eens bij een dam waar helemaal geen hek meer voorstond. Waar hij echter geen rekening mee hield was dat deze paal bij deze geopende doorgang verrot was. En dat deze eierzoeker die dag in de sloot belande en zonder eieren maar onder het eendenkroes thuiskwam zal niemand meer verbazen.

Waar verhaal

Reageer op dit bericht

Een waarschuwing

EEN WAARSCHUWING

Het was in het laatst van de zo­mer van 1964, dat twee jonge moeders besloten een wandeling door Hindeloopen te maken. Het was prachtig weer en met de kinderen aan de hand, elk van ongeveer 3 jaar wandelden ze vanaf de Westerdijk, via de Molenstraat in de richting van de Westertoren om zo langs de zeedijk en dan via de ha­ven, over de Nieuwstad weer naar huis terug te keren. Maar helaas werd hun wandeling al voor de Westertoren onderbroken door twee oudere vrouwen van het type ruwe bolster ­blanke pit. Ook deze waren aan de wandel. Gekleed in lange wollen rokken met hier­over een bonte schort en zwarte klompen aan de voe­ten. Op het schort zaten dan twee zakken gestikt, waar een bal garen in werd gedaan en zo konden ze al wandelend en babbelend, doorgaan met hun breiwerkje dat ze onder handen hadden. Dit werd vroeger veelvuldig door oudere vrou­wen in Hindeloopen gedaan. Deze twee vissersvrouwen spraken natuurlijk de jonge moeders aan, verlegen als ze waren om een praatje en al gauw ging het verhaal over welke mooie en lieve kinderen ze wel hadden, enz., enz. en staken hun bewondering, het­zij oprecht of gespeeld, natuurlijk niet onder stoelen of banken. Hierbij lieten ze de twee jonge vrouwen dan tevens even weten welk een bevoorrechte positie ze wel hadden, met nog maar één kind in de drie jaar, t.o.v. van hen vroeger, en daarnaast ook nog goede en eerlijke mannen die ook nog op vrij regelmatige tijden thuis waren, enz, enz. Bevreesd dat de situatie voor de jonge moeders in de toekomst wel eens anders kon worden en de anti-conceptiepil misschien al wel bestond maar nog lang niet overal was inge­burgerd en deze oudere vrou­wen er hoogstwaarschijnlijk het bestaan nog niet eens van wisten, werden ze door hen toch even moederlijk bij de arm gevat en kregen de twee jonge moeders onderstaande le­vensles mee van vrouwen met ervaring op het gebied van hu­welijk en kinderen krijgen en dan natuurlijk in onvervalst Hylpers: “Jimme hewwe it no prachtig, maar tienk erom fanen, tienk erom, want jé lizze mei het leadenne gewear nest jimme”. Hiermee werden dan natuurlijk de mannen bedoeld en na deze goedbedoelde waarschuwing vervolgden de jonge moeders hun wandeling, maar u kunt wel raden dat er de rest van de wandeling heel wat afgelachen is en thuisge­komen het verhaal in geuren en kleuren aan hun echtgeno­ten werd doorverteld.

Bron: Uus Likje Wraald Januari 7-7-2002
Verteld door Jelle Smid. Waar gebeurd

Reageer op dit bericht

Verloting met koffie

VERLOTING MET KOFFIE

De jaarvergaderingen van de ijsclub werden zo rond de jaren vijftig regelmatig bezocht door de wijkagent P.Koopmans. Hij kreeg steeds een eervolle opdracht: het trekken van het winnende nummer van de traditionele verloting. De prijswinnaar kreeg een paar fraaie schaatsen mee naar huis. Dat Koopmans in dienstuniform verscheen, had voor hem een vervelende consequentie. De keuze van de consumpties was beperkt. Van een gering alcohol percentage in dranken kon zelfs geen sprake zijn. Dus bestelde hij bij de waard Lammert Steigenga een kopje koffie. Gelukkig wist die als geen ander, wat zijn klanten toekwam. Hij goot eerst een flinke scheut jenever in het kopje en dan kwam daar de koffie overheen. Koopmans liet het zich best smaken en complimenteerde de waard met de woorden “Steigenga, wat heeft u toch weer heerlijke koffie!”

Bron: Jubileum boekje ijsclub

Veel meer verhalen en wetenswaardigheden over de ijsclub en winterpret zijn te vinden in het boekje "ijsclub Hindeloopen 125 jaar"

Reageer op dit bericht

Nou nou

NOU NOU

Vier mannen lopen wandelend door de smalle straten van Hinde­loopen. ( in slag om) Om ook anderen de ruimte te geven lopen ze twee aan twee achter elkaar. Net op het moment dat hen een paar dames passeren laat één van de mannen die voorop lopen luid knetterend een wind. Zonder ook maar een spier van zijn gezicht te vertrekken wend hij zijn gezicht naar de achter hem lopende man. Vermanend, en zo luid dat de beide dames het ook nog konden horen, zegt hij “nou, nou Piet een beetje minder kan ook wel hoor”.

Naar de kleur van Piet zijn gezicht en zijn reactie mag u als lezer raden. Die behoef ik denk hier niet te herhalen.

Reageer op dit bericht

Grapje

CIRCUS IN HINDELOOPEN

Ooit was er eens een keer een circus in Hindeloopen. Maar helaas tot grote schrik van de circus directeur braken op zekere dag een zebra en een olifant los. Bij de pogingen de dieren te vangen sprong de zebra op het Achtvoeten in de Zijlroede. En luttele minuten later liep de olifant via de los en laad pardoes in de haven.

Hoe kreeg men, denkt u, de zebra weer uit het water? 
En hoe, denkt u, dat de olifant uit de haven kwam?  



Reageer op dit bericht

Een grote paling

Zie ook Nederlandse vertaling

IN GRAETEN EEL

Op ’n môrn betiid farden wy fan Gaest nei Herns. De iends kômen wy wuróm. En twiske Surch en Makkum ( yk rôn yn é lyne, de skipper stoch by ’t roer), skreauwde hy op ees út al syn macht: “Strijk strijk!In tille!”. No he ‘k óm tille tôt, want yk wist wol dot der naat een wêze kôst, yk kôstde wei wol drôgje. Yk rôn mei de aigen nei de grûndeyn é liyne tó hangjen, dot yk gin tille siens hee.

Gaau opsiend-en ja der wear ’n tille, twors oer de faart. Yk wist fest, dot dy der jitte noait west hee. Mar der haelp niks oen: he wear der nó! Derom gaau de lyne los en der undertróch mei de snikke. Mar het barde? Pas wearen wy der goo ûndertróch of-plof! Der fael de hele tille flak efter ús yn ‘e faart en swemde in heln poas nest ús furt: it wear in graeten eel, tokker as yk sem bin. Hy hee, seaker fôr de aardchheid, syn kop yn de ene en syn stert yn de oare wal stetsen en syn lang lyf as in brêge nei bóppen ômboegd.

Uit: S van der Kooi, Hinlepper Fortoltjes, Boalssert 1930 (spelling gewijzigd)
Het verhaal “In graeten eel ” staat ook afgedrukt in het boekje
”Monument van de maand” dat handelt over het stadsgezicht Hindeloopen.
In “Monument van de maand” wordt veel beschreven over de ontwikkeling van Hindeloopen.

*****

Ja ja, ik kan het nog sterker vertellen.
Maar dan moet ik liegen.

*****

Nerderlandse vertaling

Vroeg in ochtend vaarden wij van Gaast naar Harlingen. ’s Avonds kwamen we terug. En tussen Zurich (Fr) en Makkum (ik liep in de lijn om de boot te trekken, de schipper stond aan het roer) schreeuwde hij plotseling zo luid hij kon “strijken strijken! Een brug!” Nu had ik niet aan brug gedacht, want ik wist dat daar geen brug kon zijn, ik kon de weg wel dromen. Ik liep met de ogen naar de grond aan het touw (lijn) te trekken, zodat ik geen brug kon zien.

Snel opgekeken, en ja daar was een brug dwars over de sloot. Yk wist dat die er nog nooit eerder geweest was. Maar er hielp niets aan, hij was er nu! Daarom snel het touw los en er met de snikke (soort boot) onderdoor. Maar wat gebeurde? Net waren wij er onderdoor of-plof! De gehele brug viel vlak achter ons in de sloot en zwemde een hele tijd naast ons: Het was een grote paling, dikker dan ik zelf ben. Hij had, zeker voor de aardigheid, zijn kop in de ene en de straat aan de andere walkant gestoken en zijn lang lijf als een brug naar boven gebogen.

Reageer op dit bericht

Schoon

IK HOUD VAN SCHOON

Een kar vol boodschappen in de supermarkt halen is een bezigheid wat een ieder regelmatig doet. Zo’n supermarktkar herbergt doorgaans vele soorten levensmiddelen. De langwerpige vierkante gesteriliseerde, gepasteuriseerde pakken met zuivel missen echter in bijna geen kar.

Velen staan er echter niet bij stil dat deze verpakte zuivelprodukten een natuurproduct is wat door levende koeien geproduceerd wordt. In vroegere jaren lag dit echter heel anders. Toen was de weg van koe tot consument veel directer en herkenbaarder. De boer maakte toen zelf de kaas en boter en verkocht het product vaak rechtstreeks aan de consument. Later werd het kaas en boter maken overgelaten aan de zuivelfabrieken. Maar de melk voor consumptie ging nog heel lang rechtstreeks van koe naar consument. Met name voor de kleinere boer, de zogenaamde koemelker, was dit uitventen van deze melk een welkome aanvulling op de doorgaans lage melkprijzen. Niet zelden was dit uitventen van deze rauwe onbewerkte melk een taak voor moeder de vrouw. En dat dit uitventen op een manier gebeurt dan men tegenwoordig niet als acceptabel zou omschrijven mag wel duidelijk zijn.

Zo had een boerin, die dagelijks met twee emmers melk bij de deuren langs ging, een vaste klant die voor tegenwoordige begrippen niet al te schoon was. Maar ook het taalgebruik van deze klant, en haar man, was anders dan de boerin gewoon was. Op zekere morgen deed de boerin de deur open (een bel was in die tijd een luxe) en riep zo hard ze kon “VOLK IN”. Maar de enige reactie vanuit de woning was een scheldpartij die niet mis was. Alleen woorden als “smerig tering wijf ik steek je een mes in de donder” en g.v.d. voor en na hoorde zij vanuit de kamer. Het was de boerin door deze woorden al snel duidelijk dat het daar achter de gangdeur weer eens zwaar weer was. Maar om toch haar melk te verkopen riep ze, toen het even stil was in de kamer, nog eens zo hard ze kon “VOLK IN”. Nu had ze meer succes. Na enige ogenblikken kwam de vrouw, gekleed in een smoezelige bloemetjesjurk, nog ongekamde haren, een duidelijk zichtbare loopneus en een vaatdoek die ooit eens wit was geweest in de hand, uit de kamer. Toen ze de boerin bij deur zag staan riep ze tot Pieter, met wie ze enkele nog ogenblikken geleden in grove bewoordingen ruzie had, “och Pieter lieverd hier is de boerin met de melk, wil jij even de pan pakken. Na enig wachten en pratend met de boerin, over mooi weer en lange dagen, kwam Pieter met de pan voor de melk. Toen de vrouw de pan overnam van haar man inspecteerde ze deze natuurlijk eerst of hij wel goed schoon was. Kennelijk was dit onvoldoende want terwijl ze naar de deur liep waar de boerin nog steeds wachtte haalde ze de smoezelige vaatdoek, die ze nog steeds in hand had, met een ferme haal over haar gezicht zodat het vocht wat onder haar neus hing verdwenen was. Vervolgens vouwde ze de vaatdoek binnenste buiten en met de woorden “Ja, ik houd van schoon” haalde ze de vaatdoek door de pan.

Bron: Uit overlevering

Reageer op dit bericht

Drop

MIJN VADER OP DE HINDELOOPER KERMIS

Mijn naam is Jochum Douwenga. Ik ben dropmaker bij dropfabrikant Van Slooten in Jirnsum. En verantwoordelijk voor de echte ouderwetse lekkere Oldtimers. En zoals ik altijd zeg: achter elk dropje zit een verhaal. Zo ook achter de Echte Mildzoute Hindelooper Ruitje. Anno 1924.

Het gaat over mijn vader, Douwe Douwinga, die in 1924 nog een jongeman was en met drie vrienden de Hindelooper kermis bezocht. Het bier vloeide rijkelijk. En in een jolige bui sloten de drie vrienden mijn vader op, in zo’n oude houten plee die toen gebruikelijk was. M’n vader gaf geen kik. Vier uur heeft ie in die plee gezeten. En hij heeft die tijd nuttig gebruikt. Z’n enige contact met de buitenwereld was het kleine ruitvormige openingetje in de deur van de plee. Zou het niet leuk zijn, peinsde m’n vader, als ik nu eens een ruitvormig dropje bedacht. Zout maar niet te zout, dat vinden de mensen vast lekker. Hij drukte z’n oog tegen het ruitje en kon nog net het wapen van Hindeloopen zien op het stadhuis. (Een gouden, galopperende hinde in een groen weiland). Toen was hij er uit. Uit het dropje. Nog niet uit de plee. Een stevig, mildzout, ruitvormig dropje zou het worden. Met de Hinde van Hindeloopen erin. De Hindelooper Ruitjesdrop. Een jaar later was het dropje al een succes. Niet alleen in Friesland maar zelfs in Alkmaar en Delftzijl vond het dropje gretig aftrek. En in 1931 kwam het vijfhonderste blikje de fabriek uit. Een record voor die tijd. Het is dus een eer dit oude recept van mijn vader weer op te pakken, zodat iedereen in Friesland en de rest van Nederland er weer van kan genieten.

J.Douwinga

Dropmaker bij Van Slooten

Reageer op dit bericht

Een oud mopje

Vooraf: Hindeloopen en Workum liggen hemelsbreed circa 3 km van elkaar verwijderd. Van oudsher is er tussen deze beide buurplaatsen een zekere

wedijver die zich uit in het tegen elkaar afzetten.

DE OOIEVAAR MET EEN HYLPER KIKKER

Tegenwoordig staat er in de landerijen tussen de rondweg en Hindeloopen een ooievaarsnest. Dit nest is helaas nog nooit bewoond door een ooievaar. In vroegere jaren stond er een ooievaarsnest op de Stadsweide die nu geheel is bebouwd. Dit nest werd tot in de vijftiger jaren van de twintigste eeuw regelmatig bewoond door ooievaars. Dat deze ooievaars niet de hele dag op het nest bleven zitten zal duidelijk zijn. Ze vlogen ook wel eens wat rond door de omgeving.
 
Op zo’n vlucht zag een ooievaar op zeker moment in een weiland een dikke kikker die onderweg was naar een klein kikkerslootje. De ooievaar, altijd wel verzot op een kikker, ging snel naar beneden en stelde zich verdikt op aan de rand van de sloot. Net voordat de niets vermoedende kikker in de sloot wou springen pakte de ooievaar met zijn snavel de kikker uit het gras.

Gelijk na het vangen van deze vette hap zocht de ooievaar, de kikker stevig vasthoudend met zijn snavel, het luchtruim weer op. De ooievaar die schijnbaar niet echt honger had at de kikker echter niet direct op. Met de kikker in de bek vloog hij eerst een tijdlang rond in de omgeving. Na een minuut of wat zo rond gevlogen te hebben vroeg de ooievaar aan de kikker, “wat zal ik doen, zal ik je opeten of zal ik je laten vallen”? Hierop zei de kikker, ”ja dat is moeilijk, maar waar zijn we nu op dit moment”? De ooievaar antwoordde, “we vliegen momenteel boven Workum”. Nu zei de kikker “vreet me dan maar op?

Reageer op dit bericht

Wat is het nut

Foto Herma snel

DE TIJDEN VERANDEREN MAAR DE MENS NIET

De roeireddingsboot van de reddingsmaatschappij werd vroeger via een z.g.n. slibway in- en uit het water gelaten. Wanneer deze roeireddingsboot precies vervangen werd door een moter aangedreven boot is mij niet bekend. Maar kort na de tweede wereldoorlog 1940-1945 werd besloten de slipwaiy te slopen, daar die overbodig was. Harns de Jong en Bram Poeze, werkzaam bij het waterschap, viel de eer te beurt deze betonnen slipwai te slopen. Omstanders op de haven dachten er schijnbaar anders over. Zij maakten de opmerking:
                                          “het for sin het dot nô”.
                                              (Wat is nut er van)

Nu ongeveer vijftig jaar later is de Stichting Stadsherstel met hulp van sponsers bezig deze slipway weer in ere te herstellen. En wat denkt u dat de omstanders op de haven zeggen? Ja inderdaad zij zeggen;

“het for sin het dot nô”.

Reageer op dit bericht

Een zwerfhond

EEN ZWERVER

In onze jeugd, lang geleden dus, was Hindeloopen nog twee politieagenten rijk, die de Hylpers in het gareel moesten houden. Eén van hen was Koopmans, een joviaal en rechtvaardig man. Kortom een ‘pliesje’ waar we respect voor hadden. Dit respect moest hij overigens delen met zijnde Boer gaven er de schuld aan dat hij nooit de baard in de keel had gekregen. Hij kwam veel bij ons over de vloer. Omdat m'n moeder conciërge was van het gemeentehuis. We woonden in het ‘lik­huus’ ernaast, en aan de andere kant in het huisje boven de lndijk, was het kantoor van de gendarme­rie. Mun broer Siep wo gummiestok, die altijd dreigend aan zijn riem bungelde. Ook had hij een wat hoge stem. Mijn vader en Pieter onde in de boerderij Nieuwe Weide 9, waar hij samen met m'n vader ‘boerde’, zoals dat toen heette. Koopmans wist precies wanneer het koffietijd was, en als er meer koffiedrinkers waren, nam hij zijn eigen kantoorstoel mee ‘de praatstoel’ noemde mijn moeder die. Hij vertelde dan dat hij samen met prins Bernard tijdens de mobilisatie aan het front had gelegen. Hij noemde de prins dan ook Bennie. Vandaar dus ons respect, want wie zo close met de ‘royalty’ omging…… m’n moeder vond het maar niks. Dit ter inleiding van het volgende verhaal.

Het kwam nogal eens voor dat Hylpen bezocht werd door zwerfhonden. Magere scharminkels, ze waren vaak ziek en schurftig, beten naar kinderen en zaten achter de schapen aan. Een gevaar voor de samenleving. Ze werden dan gevangen en door de politie meestal naar de ‘iskepolle’ gebracht, waar ze met een kogel uit de karabijn van hun zwerversbestaan werden verlost. Dat was toen de gewoonste ­zaak van de wereld. Op een dag werd er weer één ontdekt. Een klein mager, ziek en doof hondje. Duidelijk een geval voor Koopmans, was onze conclusie. Na schooltijd werd de zoektocht ingezet. Koopmans had de karabijn al over de schouder. We vonden hem bij het pand Nieuweweg 3, achter huis op de stoep. Daar woonde de ‘koperkruier’, ook wel ‘kopie’ genoemd. ‘t Beestje lag rustig te slapen in het voorjaarszonnetje. De bewoner had nog een schoteltje melk voor hem klaar gezet, maar dit was nog onaangeroerd. We kregen medelijden met het arme dier en wilden hem alsnog wegjagen. Maar het tij was niet meer te keren. Koopmans had hem ook al ontdekt en sommeerde ons, met verhoogde stem, achter in de bleek (tuin) dekking te zoeken, en sloop vervolgens met de karabijn in de aanslag, richting het hondje. Ik fluisterde nog tegen de anderen, dat hij dat van Bennie had geleerd. De aankomende handelingen volgden elkaar in snel tempo op. Op het moment dat de laatste seconden wegtikten voor ons zwervertje, ontdekte de bewoner van het pand, ons achter in zijn tuin! Hij trok de deur open, struikelde over het schoteltje melk en door al die herrie, schrok het hondje wakker en verdween met een noodgang onder de heg door. Koopmans schoot nog twee keer in de lucht en toen “kopie” weer omhoog krab­belde, doken wij onder de andere heg door. We haalden opgelucht adem toen we de vluchteling over het bruggetje zagen wegrennen. ‘s Avonds na het melken, toen ik achter de boerderij de emmers en bussen stond schoon te maken, stond daar ineens de kleine zwer­ver naast me. Ik schonk snel wat melk in een bakje,wat hij dankbaar opslobberde. Aan Koopmans werd niet meer gedacht. Die had zijn kans gehad.

Bron: Uus Likje Wraald februari 2002.
Verteld door Jeddie Klaren.

 

Reageer op dit bericht

Waar aan vasthouden

WAAR AAN VAST HOUDEN ?

Wieberen en Aukje waren al een wat ouder echtpaar. Hij was een zwaar gebouwd rustig persoon. Echt het type van ruwe bol­ster blanke pit. Aukje daarentegen was niet op haar mondje geval­len en had overal gelijk een antwoord op. In tegenstel­ling tot het soms leek waren beiden goud eerlijke mensen en zeer gelo­vig. Op zekere dag voeren zij in hun boot , een Skutje, vanuit Hindeloopen op de Indijk richting Koudum. Aukje hield op de voorplecht de boel in gaten terwijl Wieberen rustig zijn pijp rokend aan het roer stond. Even voor Koudum hoorde Aukje plotseling een schreeuw en een vloek vanaf het achtersschip. Gealarmeerd door deze ongebruikelijke reactie van Wieberen nam Aukje polshoog­te op het achterschip. Tot haar grote schrik zag ze haar man een tiental meters achter het rustig door zeilend schip in het water drijven. In paniek en wetend dat Wieberen niet kon zwemmen kon Aukje niets anders bedenken dan Wiebe­ren (geestelijk) een hart onder de riem te steken. Zij riep hem toe; “Oh oh Wiebe­ren lêve, haald dy oan de Here. Den komt ut wol go”. (Oh,oh Wieberen lieverd, houd je aan de Heer. Dan komt het wel goed.)

Maar schijnbaar was Wieberen het met deze goed bedoelde woorden niet helemaal eens. Vanuit het water antwoordde Wieberen tenminste; “Ferek mar, ik haald mii lauwer oan deze pael”. (Verek maar, ik houd me liever aan deze paal.)

Reageer op dit bericht

Ho maar

HO MAAR

Een vader en een zoon moesten een prikkeldraad hekwerk ma­ken. Met palen, prikkeldraad en een sleg* op de paard en wagen vertrokken zij hiervoor naar het weiland waar het hekwerk gemaakt moest worden. De al wat oudere vader hield de palen steeds recht en de zoon deed het zware werk met de sleg. Hij sloeg keer op keer met fikse slagen de palen op de juiste diepte in de grond. Bij de zoveelste paal pakte deze samenwer­king echter dramatisch uit. Toen de paal, naar vader zijn idee op diepte was, zei hij tegen de zoon “stop maar, zo is het genoeg”. En gelijk met deze woorden lag hij, ten teken dat het echt genoeg was zijn hand op de paal. Maar helaas grote pech, de zoon had de sleg al hoog boven zijn hoofd klaar voor de volgende slag toen de vader dit zei. De sleg kwam met geweld op de hand van de vader. De hier opvolgende reac­tie van de vader zal ik hier niet vertellen. Daar mag u als lezer naar raden.

* sleg = is een grote houten hamer (ongeveer 5 kg) aan een lange stok waarmee men palen in de grond slaat.

Reageer op dit bericht

Welke trein

WAT IS DE JUISTE TIJD ?

Twee vrouwen uit Hindeloopen hadden afgesproken dat ze op een bepaalde dag bij een zuster in Sneek op visite zouden gaan. Als vervoermiddel werd gekozen voor de trein. Een dag voor de ge­plande visite vroeg de ene vrouw aan de ander hoe laat ze zouden vertrekken. Het antwoord was dat zij met de trein wilde die 20 minuten over acht uit Hindeloopen vertrok. Maar dat was de andere vrouw veel te vroeg. Zij ging liever, zo liet ze weten met de trein die 10 minuten voor half negen vertrok.

Met welke trein beide dames naar Sneek reisden is me nooit verteld. Wel is me bekend dat dit een waar verhaaltje is.

Reageer op dit bericht

Hielke Zweed

DE KWÊK

In 1992 bestond de ijsclub van Hindeloopen 125 jaar. Ter gelegenheid van dit jubileum werd een boekje uit gegeven. Hierin stonden enkele leuke anekdotes over de alom bekende Hindelooper Hielke Zweed alias ‘DE KWÊK’.

Hielke Zweed: Een kleurrijk voorzitter.

Het ziet er naar uit, dat de geest van Hielke Zweed in lengte van jaren boven de Hylper ijsclub blijft zweven. Dat juist hem die eer te beurt valt, komt door twee redenen. In de eerste plaats om zijn intrigerende persoonlijkheid en ten tweede de tijdsomstandigheden. Voor de club was dat laatste heel belangrijk. Zweed was de eerste voorzitter, die in een overgangs periode fungeerde. In het begin der jaren vijftig kwam er nieuw elan in de club. Voorheen zat het bestuur evenmin stil, maar het waren slechts incidentele hoogtepunten. Hoewel in Hindeloopen nooit sprake was van enig standsverschil, kwam er ook een einde aan de bepalende inbreng van de plaatselijke bovenlaag. Bovendien brak er een periode aan met een ambitieuzere opzet van het winterprogramma. Toch komt Zweed niet de eer toe als vernieuwer de geschiedenisboeken in te gaan. Want zijn opvallende rol, waarvan de feiten in het Ijsselmeerstadje nog steeds van vader op zoon worden overgeleverd, kwam, doordat zijn naam regelmatig verbonden werd aan intriges en achterklap. Onnodig, maar de persoonlijkheidsstructuur van Zweed stond nu eenmaal een succesvolle bestuursperiode in de weg. Aan zijn organisatorische kwaliteiten lag het niet. Ook stond hij als lid van de Hylper gemeenschap zeker niet op een zij spoor. Het manco school in zijn contactuele eigenschappen. Populair wist hij zich nauwelijks bij iemand te maken. Zweed was zich dat ook wel bewust, maar hij weet dat aan een voortdurende vorm van miskenning van zijn persoon.

Dat hij de post van voorzitter wenste te verkrijgen, lag ook in de lijn van zijn eerdere activiteiten.Het was voor hem een uitdaging, om zich een vooraanstaande rol in het Hindelooper bestuursleven toe te eigenen. Voordien gingen zijn voornemens in rook op. Twee pogingen om in de jaren dertig als lijstaanvoerder van een plaatselijke politieke partij een zetel te verwerven, liepen op een fiasco uit. Dat hij in het begin der jaren vijftig werd benoemd als voorzitter van de ijsclub, hield dan ook wel enige risico’s in. Maar iemand, die zich met de nodige ambities naar voren schoof, kon zeker rekenen op krediet van de leden en als hij zich daarnaast nog waar kon maken, werden zijn minder goede persoonlijke eigenschappen op de koop toegenomen. De problemen, die zich zouden aandienen, kwamen vooral van degene, met wie Zweed matig overweg kon. Zij probeerden de visserman- koopman, waar dat maar kon, onderuit te halen. Veel moeite kostte hen dat niet. Zweed wond zich na elke verdachtmaking mateloos op en had geen enkel zicht op het feit, wanneer al of niet serieus aan zijn positie werd getornd.

Na één jaar voorzitterschap kwamen de eerste problemen al in de openbaarheid. Behoudens de voorzitter waren op één na alle bestuursleden opgestapt. Er werd zelfs gedreigd een tweede ijsclub op te richten. De soep was gelukkig niet zo heet als zij werd opgediend. Uiteindelijk kreeg Zweed weer het vertrouwen van de ledenvergadering die het bestuur tot het aantal voorgeschreven leden aanvulde.

Daarna trad voor Zweed een succesvolle periode in. De jaarvergadering in 1952 was het hoogtepunt in zijn bestuurscarrière. Hij werd grote meerderheid van stemmen voor een nieuwe ambtsperiode benoemd. Eén der aanwezigen vergeleek zijn optreden zelfs met kapitein Kurt Carlsen van de Flying Enterprise.( Kurt Carlsen was een legendarische kapitein die zijn zinkend schip niet wenste te verlaten) De voorzitter kreeg namens de vergadering als symbool voor zijn betoonde ijver een gele dahlia op de borst gespeld. Volgens de notulist was de voorzitter zo ontroerd, dat hij ”geen genoeg woorden van dank kon uitspreken.

Helaas voor Hielke Zweed bleven verder hoogtepunten uit. Donkere wolken pakten zich samen. De jaarlijkse bijeenkomst van 1953 werd namelijk voor hem een traumatische ervaring. Aanvankelijk leek er niets aan de hand te zijn, want tijdens het eerste gedeelte zette de voorzitter de vergadering moeiteloos naar zijn hand. Maar tijdens de pauze liep het helemaal mis. De zaaleigenaar had via een bandrecorder de openingsrede van de voorzitter opgenomen. Volgens de notulen draaide de gastheer tijdens de pauze de rede weer af met daarbij

”vele vreemde bijgeluiden, van hanengekraai”. Een zwaardere belediging kon men de voorzitter niet aandoen.

Volgens de overlevering moest Zweed zich op een avond tijdens de Tweede Wereldoorlog hals over de kop in veiligheid brengen voor de bezetter toen, hij zich niet aan de regels van de “Sperrzeit” (voor een bepaalde tijd niet meer op straat mogen zijn) hield. Hij verstopte zich op het erf van boer Ykema in een kippenhok. Dat hij met dat feit altijd weer werd geconfronteerd, viel hem zwaar. Een van de ijsclubleden was er kennelijk in geslaagd, ongemerkt bij de opnamen de gewraakte geluiden in te spreken.

De opzet van het anonieme lid slaagde helemaal. De stemming in de bijeenkomst sloeg helemaal om. De voorzitter weigerde nog een woord uit te brengen en gaf de leiding over aan de secretaris. Zweed hervond zich pas weer tegen het einde van de vergadering. Tot opluchting van de zaal was hij in staat het slotwoord uit te spreken en iedereen welkom thuis te wensen. Tevens wenste hij de extremistische kraaiers succes. Dit incident werkte nog lang na. De secretaris vroeg zich in het verslag af, of de dissidenten op deze wijze zouden “proberen de ijsclub over de kop te gooien. Maar neen, als stonden er honderd samen, Zweed is en blijft daarom voorzitter! Zelfs de redacteur van de “Friso” merkte dat de emoties naar aanleiding van de historische vergadering hoog waren opgelopen. Twee correspondenten boden een verslag aan. Om beschuldigingen van partijdigheid uit te sluiten, werden ze beide geplaatst.

De rampspoeden voor Zweed bleven gestaag doorgaan. In de december vergadering van 1954 was het weer de beurt aan de voorzitter voor de periodieke aftreding. Er voltrokken zich verrassende ontwikkelingen. De Mede-bestuursleden zagen weinig heil in een herverkiezing van Zweed. De leden lieten hem eveneens als een baksteen vallen, waardoor hij merkbaar teleurgesteld zijn afscheidsrede afstak. Lyrische bewoordingen doorspekten zijn rede: “ De broek is geknipt. Of ze te nauw is of te wijd, dat zal later blijken!” Zweed zag dus een complot om zijn invloed op het ijsgebeuren te breken. Maar het is redelijk te veronderstellen, dat zich vooraf wel het een en ander moet hebben afgespeeld, dat verhoudingen in het bestuur hadden verziekt. Aantekeningen van bestuursvergaderingen, die dat kunnen tonen zijn er helaas niet, Maar het jaarverslag van secretaris bevat enkele passages, die de strubbelingen beschrijven. Het werd Zweed ondermeer aangerekend, dat hij bij de prijsuitreiking van beljeien ( beljeien=wedstrijd met paarden voor een areslee) schitterde door afwezigheid. Al met al had Zweed met zijn eigenzinnige opstelling, die voortgang van het winterprogramma belemmerde, het ongenoegen van de ijssportliefhebbers over zich heen gekregen.

Hielke Zweed ging niet bij de pakken neerzitten. Enkele weken later liet hij een ingezonden schrijven in de Friso plaatsen met een aantal pittige opmerkingen. Het valt te betwijfelen of de ex-voorzitter er iets mee opschoot. De redactie bekorte het stuk en schrapte gedeelten, “die met namen en veronderstellingen geen corrigerende pretentie kunnen laten gelden”. Het jaar daarop probeerde hij met een kort ingezonden schrijven de teloorgang van de ijsclub aan te tonen, dat hij enkele afleveringen later zou laten volgen door een stuk in poëtische vorm:

Als een stuurloos schip,
met onverstand bevaren,
Drijft Hielpens ijsclub op de baren.
De kas is leeg,
de leden weg,
Wij hebben hier ook altijd pech.
De kruik kan lang te water gaan,
Maar als ie breekt,
dan heeft de ijsclub afgedaan.

Of het al dan niet door de publiciteit kwam, Zweed kreeg nog een kans de bestuurlijke top te bereiken, hetgeen wellicht veroorzaakt werd doordat het beleid van het bestuur, ondanks zijn inzet, de achterban niet aanspraak. De vergadering in december 1957 kreeg dan ook een chaotische bestuursverkiezing. Zweed vestigde, tot schrik van de andere bestuursleden, de meeste stemmen op zich. Zij legden zich niet bij de situatie en “degradeerden” hem na onderling beraad tot baancommissaris. Secretaris Wiggert .Y. Amsterdam. bleek het diplomatieke taalgebruik uitstekend te beheersen, want in de notulen schrijft hij dat Reitje Glashouwer tot voorzitter werd benoemd vanwege de hoge leeftijd, die Zweed al heeft. Zweed was voor een voldongen feit geplaatst, vandaar, dat hij de eer aan zich zelf hield. Hij vond, dat het bestuur de reglementen aan haar laars lapte, voelde zich verongelijkt en stelde zijn functie ter beschikking. Zijn hoop een waardig rentrée had hij nog niet opgegeven. Eind 1959 plaatste hij nog een ingezonden stuk in de Friso. Het was even wel zijn laatste stuiptrekking. De respons, waar hij in eerder jaren op kon rekenen ontbrak geheel. Dat zal hem het meeste pijn hebben gedaan. Regelmatig zag hij van uit de leugenbank merkbaar gefrustreerd toe, hoe zijn opvolgers bij ijsfeesten de touwtjes in handen hadden. Zweed’s rol daarin was definitief uitgespeeld.

Bron: Jubileum boekje ijsclub
In dit boekje staan meer mooie verhalen

Reageer op dit bericht

Grootbeeld TV

EEN GROOTBEELD TELEVISIE

Een huis met geopende gordijnen en een kamer helder verlicht met de grote kamerlamp boven de tafel is als je daar in het donker voorbij gaat net een groot t.v.beeld. Op zekere avond werd mijn blik aangetrokken door een dergelijk scherm.

Ik zag een vrij rommelige kamer met de tafel nog gedekt van het avondeten. De zes kinderen in de leeftijd van zes tot zestien jaar zaten in een halve cirkel naar de t.v. te kijken die in de hoek van de kamer stond. Ergens midden in de kamer lag Kazan de hond en tegen de wand hing een droogrek met een paar onderbroeken die duidelijk als zodanig te herkennen waren. Vader lag met de geruite pet over de ogen en de poes Mieke op de schoot te slapen in de luie stoel. Op de t.v. stond een afwasteiltje gevuld met water. Dit wasteiltje stond daar uiteraard niet zonder doel. Naast de t.v. stond moeder, nagenoeg poedel­naakt, zich te wassen.Wie waar naar keek op die avond dat ik voorbij deze grootbeeld t.v. fiets­te laat ik aan de fantasie van de lezer van dit ware verhaaltje over.

Reageer op dit bericht

En daar lagen we

EN DAAR LAGEN WE

Jannes was een verstokte vrijgezel van rond de veertig jaar. Niemand had hem ooit met een meisje gezien. Een wandeling met andere leeftijdsgenoten door Hindeloopen was zijn dagelijks uitje. De enige luxe die hij zich zelf permitteerde was een 5 jaar oude scooter.

Op zeker moment werd echter door vrienden en kennissen sterk getwijfeld aan Jannes zijn vrijgezellen be­staan. De reden van deze twijfel was een verhaal wat Jannes zelf vertelde.

Jannes.

“Ja, het is mooi weer”, zo vertelde Jannes. “Ik dacht ik kon wel eens een ritje op de scooter maken.Via Workum en Koudum zijn we naar het Klif gereden. Daar op dat Klif hebben we uiteraard even gestaan te genieten van het uitzicht over het IJsselmeer. Hierna zijn we langs de zeedijk weer naar huis gereden. Maar helaas vlak voor Hindeloopen raakten we in een slip. En ja, jullie begrijpen het al, daar lagen we in het gras tegen de zeedijk”.

Steeds had Jannes in zijn reisverslag met zekere klem het woordje we gebruikt. Dit en het langer wegblijven dan normaal ­maakte de omstanders natuurlijk nieuwsgierig. Na enige aarze­ling vroeg een van zijn beste vrienden met wie hij dan wel op pad was geweest.

Na een bedenkelijke stilte antwoordde Jannes: “ Oh, iik en miin skooter”.

Bron: Waar plus enige fantasie

Reageer op dit bericht

Een droom

EEN DROOM

Het is een warme dag. Tegen het vallen van de nacht kleurt de zon rood. Hij zakt langzaam weg in het rimpelloze water van het IJsselmeer. Als het donker is hangt de warmte van de dag nog steeds in de huizen. Toch sluit ik de gordijnen want de maan aan de vlekkeloze hemel zegt me dat de tijd is aangebroken om te gaan slapen. Maar de slaap wil niet komen. Nat van het zweet lig ik te woelen in mijn bed. Maar dan komt plotseling Klaas Vaak langs. Hij strooit me een schepje zand in de ogen en stuurt me onverbiddelijk naar dromenland.

In dit dromenland zie ik een wereld, een wereld van vrede en zonder haat. Ja, in mijn droom zie ik een wereld waarin een ieder een ander respecteert en accepteert zoals hij is. En in dit land van mijn droom zie ik mensen die nog geven om elkaar. Daar is alleenstaande niet alleen. Daar wordt de zieke niet vergeten. Daar is nog plaats voor de ouderen en de gehandicapte. Jong en oud zegt elkaar daar vriendelijk goedendag. Geld of status is daar van geen belang. Respect krijgt men daar in dromenland als mens. En wie alleen wil zijn in dromenland wordt met rust gelaten. En wie anders wil zijn mag daar best anders zijn. Dat is in mijn droomland ook geen probleem.

Maar ik zie in mijn droom niet alleen mensen. Ik zie ook water, heel veel water. En dat water is daar helder en schoon. De mensen delen daar het water met de vissen en vele watervogels. Ook zie ik in droomland groene bomen. En de dieren van het land lopen in groene weiden. De bloemen bloeien in alle kleuren en het riet wuift zachtjes heen en weer door een verfrissende wind. En de vogels hoog in de schone lucht zingen daar in dromenland het hoogste lied. Plots hoor ik een schaap blaten. Het roept in het nachtelijke duister zijn lam. Is dit echt, ben ik wakker of hoort dit ook bij mijn droom. Ik zal het nooit weten want kleine Klaas Vaak gooit me snel een tweede schep zand in de ogen en ik reis verder in dit mooie dromenland.

Ik open mijn ogen. De ochtendzon schijnt door een kier in het gordijn op mijn gezicht. Ik sta op en open het gordijn. En, ja waar, ik zie weer het land uit mijn droom. Ik wrijf mijn ogen uit en kijk nogmaals uit het raam. Ja, het is waar, ik zie water en een schone heldere lucht, ik zie een toren, ik zie een haven, ja werkelijk waar Hindeloopen is het land waar ik van droomde.

Reageer op dit bericht

Meer van Hylpen likje stea oen it Yselmor

↑ Terug naar de berichten