Naar de inhoud

Hylpen likje stea oen it Yselmor

mijn
Welkom in Hindeloopen. Welkom bij mijn digitaal boek over Hindeloopen.
akke.beakke.be

mijn

Hindelooper volksverhalen

Zie ook andere blogs in linker kolom

Ik wens u veel kijk- en leesplezier


Archief

Douche achter de dijk

Nieuw

Douche achter de dijk

Rond 1960 kwam in Hindeloopen het toerisme op gang. Doorgaans waren dat Duitser vanuit het Roergebied. Niet gewend aan de schone en frisse atmosfeer was Hindeloopen voor deze mensen een welkome locatie om weer wat kleur op de wangen te krijgen.

Vele Hindeloopers probeerden natuurlijk een graantje mee te pikken van dit opkomende toerisme. Stallen en schuurtje werden verbouwd voor de verhuur aan duitse (en soms hollandse) toeristen. Een ander ging zelf in een schuurtje wonen en verhuurde het eigen huis.

Aan de buitenkant van Hindeloopen, nabij de zeedijk van het IJselmeer, begon een echtpaar een pension. Voor de gasten was speciaal, een voor die tijd, grote douche gebouwd. De kleinste kamertjes en een opklapbed in de kamer waren voor eigen gebruik. Toen in het hoogseizoen de vraag groter was dan de beschikbare kamers werd de oplossing gevonden in de ruime douche. Voor de beide inwonende jongens werd een zogenaamd kermisbed in de douche gelegd zodat er een kamer meer verhuurt kon worden.

Zo rond vijf uur arriveerden de nieuwe gasten. De vrouw des huizes wees hen de slaapkamers en het vertrek waar ’s morgens het ontbijt werd opgediend. Na deze rondleiding door het huis vroeg de duitse gast “ wo ist die dusche”. Antwoordt “die ist uber die diech”. (met andere woorden, jullie gaan maar te zwemmen in het IJselmeer)

Reageer op dit bericht

Technische nieuwsgierigheid

Nieuw

De technische nieuwsgierigheid

Personen auto's zijn vandaag vanzelfsprekend. Maar dat was niet het geval voor de tweede wereldoorlog en direct daarna. Het volgende speelde zich af in Sneek op het Hoogend bij de watertoren. Ate (grootvader) Wiggert lag daar dinsdags en vrijdags met de beurtboot vanaf 's ochtends 7.30 uur tot 's middags 14.30 uur om de benodigde goederen voor Hindeloopen te laden. Kort na de oorlog had zijn oomzegger Piet van zijn broer Haring al een auto. Op een dag komt hij langs op het Hoogend omdat hij een boodschap voor ate Wiggert had die in de roef bezig was met de papieren. Achterin zaten Haring en zijn vrouw Baukje op een manier als waren zij gezeten in de taxi. Ze werden dus gedwongen te wachten totdat zoon Piet zijn boodschap met oom Wiggert had afgehandeld, hetgeen nogal even duurde.

Maar oom Frederik die vanaf begin januari 1945 de vaste kracht aan boord was nam gedreven door nieuwsgierigheid zijn kans waar. Hij stapte van boord, nam plaats achter het stuur, draaide aan allerlei knoppen, keek onder het dashboard etc. etc. Op de achterbank werden de passagiers kennelijk bevangen door angstgevoelens, iets wat totaal onnodig was want oom F, zoals wij hem altijd noemden had al 5 jaar zijn rijbewijs en was al met de vrachtauto heel Nederland doorgereden.

De spanning liep zo hoog op dat het bij oom Haring het woord: "ofblieuwe" ontlokte op een nogal bitse toon. Oom F echter ging vrolijk door als een nieuwsgierige jongen, daarbij zich niets aantrekkend van dit woord. Beiden hadden kennelijk de verwachting dat ze de kans liepen binnen de kortste keren in het water van het Hoogend te belanden. Oom F ging onverstoord verder wat tante Baukje deed verzuchten: "Oh Frederik, lèvve junge, bliuw asjeblèft mei de henden van de rommel ōf".

 

Uit overlevering mij verteld door Heije Amsterdam (1897-1984)

Wiggert Amsterdam

Reageer op dit bericht

De maan voorbij varen

Nieuw

De maan voorbij

Een visserman uit Hindeloopen had gehoord dat er aan de Hollands kant van het IJsselmeer goed vis was te vangen. Maar vanuit Hindeloopen was dat natuurlijk te ver weg. (het was nog in de tijd dat men onderzeil voer) Dus werd op een avond besloten naar Medemblik te varen om van daaruit de volgende dag de netten uit te zetten.

’s Avonds, zo tegen achten, het was al donker, voer de visser samen met zijn 12 jarige zoon de haven van Hindeloopen uit. Het was mooi rustig weer met een windkracht 4. Eenmaal op koers richting Medemblik zei de vader tegen zijn zoon “neem jij nu maar het roer over, dan doe ik een tukje in het vooronder”. Op de vraag van de zoon welke koers hij moest aanhouden zei de vader “De maan staat in de goede richting, vaar die maar achterna. Dan komt het wel goed.

Maar na enige tijd verdween de maan even achter een wolk. Dit was reden voor de zoon om zijn vader met de volgende mededeling te roepen. “Veer, wur mut yk no henne want yk bin de moane al forbii?” (Vertaling: Vader, waar moet nu heen want ik ben de maan al voorbij?

Bron: Uit overlevering en enige fantasie.

Reageer op dit bericht

De aanhangmotor

Nieuw

De aanhangmotor

In een ander verhaal heb ik al eens melding gemaakt van het feit dat er in Hindeloopen begenadigde zeilers waren. Om er maar enkelen te noemen de volgende: Foppe Stallmann, Piet van Haring Amsterdam. De laatste zijnde de vader van Harry Amsterdam uit Sneek , die bij de huidige generatie beter bekend is. In dit rijtje mag zeker niet ontbreken Hanke Dikkes. Deze bouwde zelfs in de schuur aan de Oude Weide zelf de houten zeilschepen. Niet alleen voor zichzelf maar ook voor derden. Een probleem in Hindeloopen is echter het volgende. Zeilen op het IJsselmeer met een open 6 meter lange zeilboot is vaak een probleem vanwege de vaak hoge golven als gevolg van de heersende westenwinden. Met een aflandige oostenwind geen probleem. Het is dus vaak dat men naar de dichts bijzijnde meren de zeilen moet hijsen. Echter om er te komen moet eerst de Indijk en het Jan Broerskanaal worden bevaren. Voor de tweede wereldoorlog moest men dat wel voor lief nemen en zo nodig laveren en/of in de lijn als de wind ongunstig was. In die tijd waren er nauwelijks aanhangmotoren.

Echter na WO 2 kreeg Hanke de mogelijkheid een aanhangmotor te kopen van de Stallmann familie. Men werd het eens over de prijs en de koop werd gesloten. De boot waarachter deze gemonteerd moest worden lag in het slootje achter de Nieuwstad ter hoogte van de werkplaats van Roosje. De motor was al geplaatst en in de werkplaats en ter plekke kreeg Hanke de benodigde instructies voor het opstarten en het varen. Deze bestonden dus uit: openen van de ontluchting op de tank, openen van de benzinekraan , choke in de juiste stand zetten, enige keren trekken tot de motor gestart was en daarna de choke geleidelijk minderen.

Opmerkelijk bij Hanke was het altijd als volgt. Als het spannend werd pleegde hij zich bij de communicatie te bedienen in de landstaal. Het hylpers werd dan even terzijde geschoven. Hij begon met de startprocedure zoals hem was verteld. Echter verder dan 3 a 4 keer trekken kwam hij niet. De motor draaide nog steeds niet. Hij sprak toen de volgende woorden: "alle achtereenvolgende handelingen verricht, niet doen. Wat nu? "

Of hij daarna de motor ook nog zonder verder hulp aan de praat kreeg is mij niet bekend.

Uit overlevering mij verteld door J E Stalmann ( 1916-1985)

Wiggert Amsterdam                 Joure

Reageer op dit bericht

De Verkeerde kerk

Nieuw

De verkeerde kerk

Het was een regenachtige dag in Juli 2011. In de leugenbank op de haven van Hindeloopen stonden een aantal mannen het laatste nieuws uit te wisselen toen een echtpaar die met in de hand een map met papieren de leugenbank in kwam. Ze vroegen waar de doopsgezinde kerk was, want daar moest volgens dit echtpaar een datum op staan. Nu de aanwezigen wisten natuurlijk haar fijn uit te leggen waar de Doopsgezinde kerk was maar zeiden van een datum op gevel niets te weten.

Gezien het regenachtige weer besloot het echtpaar dat de man de regen zou trotseren om te kijken of er ook een datum op de gevel was te vinden. De vrouw bleef wachten bij de mannen in de leugenbank. Toen de man weg was op zoek naar de doopsgezinde kerk kwam het gesprek weer op de datum die op de kerk zou moeten staan. Maar geen van de aanwezige Hindeloopers kon bedenken waar de datum dan zou zijn te vinden.

Schijnbaar was het echtpaar bezig met een quiz of iets dergelijks want de vrouw haalde vervolgens een papier met een aantal vragen daarop uit de map en las deze woordelijk voor.

Vraag 10: Welke datum staat op de doopsgezinde kerk in Workum?

Antwoord van de omstanders: Ik weet niet of het u bekend is maar op dit moment bent u in Hindeloopen.

Nu u begrijpt dat de vrouw toen ze haar vergissing bemerkte niet wist welke kant ze moest op kijken en de omstanders het lachen nauwelijks konden onderdrukken.

 

Juli 2011

 

Reageer op dit bericht

Spraakverwarring

Nieuw

Zoals bekend heeft Hindeloopen een eigen dialect. Hylpers zeggen trouwens een eigen taal.Voor buitenstaanders is dat dialect soms moeilijk te volgen. Eigen Hindeloopers leren overigens op school Nederlands. Maar soms zijn er woorden die zo ‘Hindelooper eigen’ zijn zodat men ze elders soms wel eens vergeet te vertalen.

Ettik

Zo gebeurde het eens dat visser en zijn zoon naar Enkhuizen voeren en daar de nacht bleven liggen. In de haven aan gekomen gaf de vader de zoon opdracht om bij een winkel een ‘Flesse Ittik’ te halen. Hij zou dan in de tussentijd wat te eten klaarmaken. Na ruim een uur kwam de zoon terug en zei “ Veer, yk bin yn alle winkels west”, mar nergens ys ‘Ittik’ te kaip. Hierop vroeg de vader wat hij dan gevraagd had. Nou natuurlijk zei de zoon ik heb gevraagd om een ‘flesse Ittik’. Antwoord van vader: “Graette suffert doe west toch wol dot ‘Ittik’ in het Nederlands ‘azijn’ is.

Logeren in Rotterdam

Een jongen ging uit logeren in Rotterdam. Voor deze gelegenheid had hij natuurlijk wat zakgeld mee gekregen van zijn moeder. Toen de jongen een keer alleen de stad in ging besloot hij wat van zijn zakgeld te besteden. Hij staptte een winkel binnen en vroeg om een ‘roltje sapjes’. Maar dat verkochten ze niet. Ook in de volgende winkel kreeg hij ‘nee, dat verkopen we niet’ te horen.

Terug op het logeeradres zei hij “ik begrijp het niet, in zo’n grote stad als Rotterdam hebben ze niet eens ‘sapjes’ te koop. Na enig gelach werd de jongen duidelijk gemaakt dat ‘sapjes’ in Rotterdam ‘dropjes’ heten.

It husjen

Met ‘It Husjen’ wordt in Hindeloopen het toilet met een ton bedoeld (wat doorgaans achter op het erf stond) Legio zijn de voorbeelden dat dit door kinderen vertaalt werd ‘als het huisje’. Voor niet Hindeloopers werd dat dan opgevat als een klein huis. Nu u begrijpt dat dit soms tot verwarring leidde.

Modder

In vrouw had in een tuincentrum bloemen gekocht. Om deze thuis in potten te planten vroeg ze om een zak ‘modder’. Maar helaas voor deze vrouw ‘modder’ hadden ze niet te koop.

Verklaring: In Hindeloopen noemt men (tuin)aarde doorgaans ‘modder’.

Modder staat in het Nederlands echter voor mengels van aarde met vuilwater,bagger,slijk of blubber.

 

Wat is er te redden?

Als ergens iets is te doen vraagt men in Hindeloopen. “Wur ys it te redden”? (waar is het te doen) of “Het ys er te redden”? (wat is er te doen) Zo ook toen een groep jongemannen een dagje uit waren in Limburg. Ze hadden gehoord dat er in een bepaalde plaats een feest werd gegeven. Dus daar gingen ze op af. Maar voor ze naar het feest gingen wilden ze eerst hun kelen van wat vocht voorzien in een plaatselijk cafe. Na een aantal glazen bier werd besloten naar het feest te gaan, maar ze wisten niet de locatie van het feest. Dus vroegen ze aan de kastelein ‘waar is het te redden’. Antwoord van de kastelein “Alles is hier oke, hier valt niks te redden”.

Reageer op dit bericht

Een sterk staaltje

Een sterk staaltje

 

Een ouder iemand die bekend stond om zijn sterke verhalen vertelde het volgende:

 

Ik was op de fiets naar Workum (6 km vanaf Hindeloopen) en ging in de namiddag weer terug naar Hindeloopen. Net buiten Workum zag ik wel aan de lucht dat er weinig goeds aan zat te komen. Dus trapte ik  uit voorzorg flink door. Maar al hoe ik mijn best ook deed, de inkt zwarte lucht kwam steeds dichterbij. Die bleef me zogezegd achtervolgen. Dus nog maar sneller fietsen dacht ik. En ik kan jullie zeggen ik kon de bui maar ‘net’ voor blijven. Toen ik in Hindeloopen aankwam was achterspatblad van mijn fiets nat maar ikzelf  had geen drup gehad.

 

Bron: In Hindeloopen algemeen bekend dat dit ooit eens verteld werd door de Smôk.

Elders in dit blog meer sterke belevenissen van de Smôk.

 

Reageer op dit bericht

De verdwenen melk



De verdwenen melk die toch op zijn plaats stond

In de oude kern van Hindeloopen staan nog een viertal (stelp) boerderijen. Nu worden deze boerderijen niet meer gebruikt als boerderij maar hebben inmiddels een andere functie gekregen.  De huidige bezwaren van een boerderij midden in de gemeenschap waren toen niet aan de orde.Het bracht in zekere zin ook een stuk gezelligheid en activiteit in  het stadje. Nadeel van ’t boeren  te midden van vele andere mensen, was dat er ook wel eens vreemde dingen gebeurden.  Zo gebeurde het eens dat op een ochtend de melk van boer die hij ‘s avonds buiten had gezet de andere ochtend spoorloos verdwenen was.

 

Het was in November. De koeien stonden nog niet zo lang op stal. De melk, die zoals toen gewoon was in melkbussen werd afgeleverd, werd inmiddels één keer per dag opgehaald. (in de zomer periode werd de melk 2x per dag opgehaald) Net zoals iedere boer toen deed had ook de boer in dit ware verhaaltje de bussen met melk van de vorige avond netjes buiten gezet zodat de melk niet werd besmet met onwelriekende geuren uit de stal. De volgende ochtend gebeurden er echter raadselachtige dingen daar bij de boerderij die nabij de haven van Hindeloopen stond. ’s Ochtends rond een uur of vijf ging bij de boer de wekker af om naar de stal te gaan. Na een verkenningsronde door de stal werd de schuurdeur geopend om even rond te kijken of ook buiten alles was zo het hoorde te zijn. Na enkele verkennende blikken miste de boer tot zijn grote verbazing de melk van de vorige avond. In de vaste overtuiging dat hij de vorige avond de melk toch vlak naast de schuurdeur had neergezet keek hij nog eens en nog eens om zich heen. Maar al wat hij zag, geen melkbussen.Waarschijnlijk aan zich zelf twijfelend verdween de boer, in zich zelf pratend, weer in de stal. Maar dat duurde niet zo lang. Enkele ogenblikken later kwam de boer weer te voorschijn. En gezien hij gekleed was in een dikke jas was het doel van zijn missie kennelijk het zoeken van het “witte goud” van de vorig avond. Met ferme passen en vast van plan de verdiensten van de vorige dag te vinden stapte hij richting Nieuwstad. Maar plotseling halfweg de oprit van de boerderij bleef de boer verbaast staan  en keek achterom. Tot zijn stomme verbazing stonden vlak buiten de schuurdeur  nu wel de bussen melk waar hij naar op zoek wou. Hoofdschuddend en zichtbaar verbaast controleerde de boer of de melk er nog in zat en ging vervolgens weer naar binnen om verder te gaan met de gewone werkzaamheden. Ik denk dat de boer tot aan de dag van vandaag nog steeds aan zichzelf twijfelt.  

 

Maar hoe zit het nu? Had boer de slaap nog niet goed uit en in eerste instantie melkbussen met de melk erin over het hoofd gezien of is een andere verklaring voor deze tijdelijke verdwijning van de melk?

 

Verklaring:

 

Twee (jonge) mannen uit Hindeloopen hadden op zekere avond ergens een feestje gehad. Dit feestje was nog al uigelopen en werd in de kleine uurtjes afgesloten. Ondanks het al laat was maakten de mannen, voor ze huiswaarts keerden, op de late avond of beter gezegd de vroege ochtend nog even een ommetje over de haven. Net toen ze de betreffende boerderij passeerden zagen ze dat het licht in slaapkamer van de betreffende boer aanging. De gewoontes van elkaar goed kennende wisten  de mannen dat de boer binnen enkele ogenblikken naar buiten zou komen om het weer van die dag te aanschouwen. En wetende dat de melkbussen bij de schuurdeur stonden kwamen de mannen op het idee om die melkbussen, voor de boer naar buiten kwam, te verstoppen en de reactie van de boer af te  wachten. Stil werden de melk bussen zonder dat de boer, die zich nog moest aankleden en eerst nog naar de stal moest gaan, het merkte werden de bussen van de oprit  opgehaald en achter de nabij gelegen basaltmuur verstopt. In afwachting van de boer zijn reactie verstopten ook de beide mannen zich. Toen de boer na de vermissing van de melk de stal in ging om zijn jas te halen werden de bussen door de beide mannen weer snel op de plaats gezet waar ze de hele nacht hadden gestaan.

Bron: Waar gebeurd:

 

Reageer op dit bericht

Die goede oude tijd?

DIE GOEDE OUDE TIJD (?)

 

 

Wie voor een dubbeltje geboren is

zal nooit een kwartje worden

 

In het begin van de twintigste eeuw woonden in de in dit verhaaltje bedoelde stad ongeveer twee duizend mensen. Het waren over het algemeen visserlui, ambachtslieden, boeren en zoals men ze toen noemde vele dagloners. De meeste bewoners moesten hard werken voor hun dagelijkse bestaan. Van enige luxe was dan ook meestal geen sprake. In feite leefden velen een armoedig bestaan. Anders was dit bij de burgemeester van dit stadje. Hij was, zoals toen veelvuldig voorkwam, van adel. Uiteraard woonde hij in een groot, en voor die tijd een luxe, huis. En het werk werd natuurlijk gedaan door knechten en dienstmeiden. En een jachtopziener voor de jachtpartijen was een vanzelfsprekend­heid. Los van het grote huis, waar hijzelf met zijn huishoudster woonde, bezat hij nog verschillende huizen en een drietal boerderijen met land. Ook had hij vele gouden en zilveren sieraden en gebruiksvoorwerpen in huis. Dit alles en het feit dat  hij burgemeester was gaf hem de nodige status, respect, en het kon natuurlijk niet anders, ook de nodige macht. En dat hij trots was op zijn status en rijkdom blijkt uit de volgende anekdote.

 

De huizen en de drie boerderijen werden verpacht. Ook leende hij af en toe wel eens geld aan burgers. Maar zoals valt te begrijpen moest, dit inclusief  rente, worden terugbetaald. Deze rente en andere voorwaarden werden uiteraard bepaald door mijnheer de burgemeester. Ook de hoogte van de pacht van de huizen en de boerderijen werd naar zijn goeddun­ken vastgesteld. Van pachtwetten en pachtbescherming had men toen nog nooit gehoord. Vaak was de pacht of de aflossing echter moeilijk op te brengen voor de pachter en de burgers. Er moest het hele jaar hard voor worden gespaard. Alles werd zogezegd met dubbeltjes en kwart­jes bijeen gespaard. Nu waren er in die tijd geen bankrekeningen e.d. waar elke week of maand een bepaald bedrag op kon worden overgemaakt. Nee, alles werd in klare munt bijeen gespaard en thuis bewaard tot men op het einde van het jaar het gehele bedrag bij mijn­heer de burgemeester kon brengen.

 

Anekdote:

Een boer, die veel pacht moesten betalen, hadden op het eind van het jaar 2 emmers vol kleingeld klaar staan. Hangend aan een juk bracht hij,  met zekere trots,  deze emmers vol geld bij de burgemeester. Want ondanks dat hij het geld moeilijk kon missen was  hij trots dat hij het geld weer bijeen had gekregen. Dit hield voor hem in dat hij de boerderij waarschijnlijk nog een jaar kon pachten. Maar zeker was men daar echter nooit van. Als er toevallig iemand anders bereid was meer pacht te betalen werd vaak de pacht per omgaande opgezegd.

 

Na telling van de emmers vol geld door mijnheer de burgemeester mocht (moest) de pach­ter de emmers leeg gooien in een lege bedstee die dienst deed als een soort geldla.

 

Of deze bedstee nu werkelijk een grote geldla was of een soort etalage waar de burgemeester zijn rijkdom  toonde laat ik aan een ieder zijn fantasie over. Wel staat voor mij vast dat, mede gelet op andere verhalen van armoede uit die tijd, de welvaart  toen slecht verdeeld was.

Bron: Dit verhaal berust gedeeltelijk op fantasie. Maar tevens zijn er vele waarheden, welke mij uit overlevering verteld zijn, in dit verhaal verwerkt.

Reageer op dit bericht

Een sterk verhaal

Een sterke leugen

Na wereld oorlog 1940-1945 deed de bromfiets in Nederland zijn intrede. Die eerste bromfietsen werden doorgaans doormiddel van wieltje  aan de motor aangedreven. Dit wieltje  kon dan doormiddel van een hendel op het grote wiel van de fiets/brommer gedrukt worden. De Solex  was wel één van de bekendste merken. Deze had de moter en het aandrijfwieltje op de voorband. Diverse andere merken pasten dit principe op achterband toe.

Een in Workum wonende visserman die  samen met een Hindelooper visser werkte had zich voor zijn dagelijks reis van Hindeloopen naar Workum en visa versa ook zo’n brommobiel aangeschaft.  Nu is bekend dat er in de leugenbank van Hindeloopen soms sterke verhalen worden verteld. Zo ook het volgende  verhaal van  deze visserman uit Workum.

Gisteren na het werk reed ik op mijn brommer naar Workum. Een eindje voor Workum, nabij de Nieuwlander molen, merkte ik dat mijn brommer wat vreemd deed. Ik stopte en ging op onderzoek uit wat er aan de hand was. Al snel viel het mij op dat ik boogie verloren was. Dus de brommer snel gekeerd en terug richting  Hindeloopen. En ja hoor, op de nabij  haven van Hindeloopen vond ik mijn boogie op straat. Nadat ik deze er weer ingedraaid had liep de moter  weer als vanoud.

Reageer op dit bericht

Meer van Hylpen likje stea oen it Yselmor

↑ Terug naar de berichten