Een droom
EEN DROOM
Het is een warme dag. Tegen het vallen van de nacht kleurt de zon rood. Hij zakt langzaam weg in het rimpelloze water van het IJsselmeer. Als het donker is hangt de warmte van de dag nog steeds in de huizen. Toch sluit ik de gordijnen want de maan aan de vlekkeloze hemel zegt me dat de tijd is aangebroken om te gaan slapen. Maar de slaap wil niet komen. Nat van het zweet lig ik te woelen in mijn bed. Maar dan komt plotseling Klaas Vaak langs. Hij strooit me een schepje zand in de ogen en stuurt me onverbiddelijk naar dromenland.
In dit dromenland zie ik een wereld, een wereld van vrede en zonder haat. Ja, in mijn droom zie ik een wereld waarin een ieder een ander respecteert en accepteert zoals hij is. En in dit land van mijn droom zie ik mensen die nog geven om elkaar. Daar is alleenstaande niet alleen. Daar wordt de zieke niet vergeten. Daar is nog plaats voor de ouderen en de gehandicapte. Jong en oud zegt elkaar daar vriendelijk goedendag. Geld of status is daar van geen belang. Respect krijgt men daar in dromenland als mens. En wie alleen wil zijn in dromenland wordt met rust gelaten. En wie anders wil zijn mag daar best anders zijn. Dat is in mijn droomland ook geen probleem.
Maar ik zie in mijn droom niet alleen mensen. Ik zie ook water, heel veel water. En dat water is daar helder en schoon. De mensen delen daar het water met de vissen en vele watervogels. Ook zie ik in droomland groene bomen. En de dieren van het land lopen in groene weiden. De bloemen bloeien in alle kleuren en het riet wuift zachtjes heen en weer door een verfrissende wind. En de vogels hoog in de schone lucht zingen daar in dromenland het hoogste lied. Plots hoor ik een schaap blaten. Het roept in het nachtelijke duister zijn lam. Is dit echt, ben ik wakker of hoort dit ook bij mijn droom. Ik zal het nooit weten want kleine Klaas Vaak gooit me snel een tweede schep zand in de ogen en ik reis verder in dit mooie dromenland.
Ik open mijn ogen. De ochtendzon schijnt door een kier in het gordijn op mijn gezicht. Ik sta op en open het gordijn. En, ja waar, ik zie weer het land uit mijn droom. Ik wrijf mijn ogen uit en kijk nogmaals uit het raam. Ja, het is waar, ik zie water en een schone heldere lucht, ik zie een toren, ik zie een haven, ja werkelijk waar Hindeloopen is het land waar ik van droomde.





