Naar de inhoud

Hylpen likje stea oen it Yselmor

mijn
Welkom in Hindeloopen. Welkom bij mijn digitaal boek over Hindeloopen.
akke.beakke.be

mijn

Hindelooper volksverhalen

Zie ook andere blogs in linker kolom

Ik wens u veel kijk- en leesplezier


Archief

Twee verhalen van Jan

Herinneringen van Jan

Midden in ons mooi stadje stonden vroeger de panden van de plaatselijke vracht vervoerder van de gebr Amsterdam. Als kinderen waren wij daar vaak, deels uit nieuwsgierigheid deels omdat er altijd bedrijvigheid was, te vinden. De vrachtauto`s reden af en aan, en wat konden die mannen dat goed he! Als kinderen hadden wij daar toch respect voor. Deze herinnering aan de Gebr Amsterdam bracht mij bij het volgende ware verhaal:

De glimlach van Piet.

Als je met zijn allen in de leugenbank stond en er een bus aankwam was het doorgaans dringen geblazen om te zien hoeveel problemen de buschauffeurs hadden om over de 'Sylsbrege' te komen. Zo ook op een mooie zomerdag toen de leugenbank vol stond met mensen . Er was net een bus gepasseerd die met veel moeite de hindernis 'Sylsbrege' genomen had en de nodige commentaren had opgeleverd. Nog druk napratend over de slechte kwaliteiten van de bus chauffeur komt Piet met een grote vrachtauto aangereden. Hij laat een heel eind voor de leugenbank het gas los om snelheid te minderen en trekt de choke zover mogelijk uit. Op het moment dat de uitlaat van de vrachtauto voor de leugenbank is geeft Piet een extra dot gas. Gevolg: Een grote zwarte walm uit de uitlaat van de vrachtauto die leugenbank enige tijd totaal verduisterd. Je kon even niets meer zien in de leugenbank.

Terwijl ik dit op schrijf zie ik, alsof het gisteren was, nog die glimlach om de mond van Piet. Ik stikte toen van de rook maar nu nog steeds stik ik van het lachen als ik aan dit voorval denk, zo besluit Jan zijn verhaal.

Het vest

Middag`s vanaf kwart voor één loopt de leugenbank vol met mannen in de overal om voor ze weer aan het werk gaan nog even bij te praten en het laatste nieuws uit te wisselen. De ene draagt werkschoenen een ander is op klompen al naar gelang gewenst is bij het werk dat ze doen.
Maar ook gepensioneerden, netjes in het pak, komen nog even langs voor een praatje.

Ook Jaap is onder de aanwezigen. Hij draagt een gebreid vest wat ooit eens nieuw is geweest. Brandgaten van het lassen, vet van de schroefassen verbloemen het patroon wat de oorspronkelijk breister met veel moeite heeft ingebracht in het vest. Voor de meeste aanwezigen, die weten dat Jaap werk heeft waarbij schoon blijven nagenoeg uitgesloten is, is dat normaal.

Een pas gepensioneerde man, keurig in het pak gestoken, denkt daar echter anders over. Deze man kijkt Jaap, om vijf minuten voor één meewarig aan, schud het hoofd en wijst Jaap op de gaten. "Dot lieket ek nergens op wol" (dat lijkt ook nergens op) zegt hij en pakt Jaap zijn vest beet en geeft tussen twee gaten een ferme ruk aan het vest. Ja nu was het zo u begrijpt, geen gat meer, maar een lap loshangend garen. Jaap zegt echter niets en blijft enkel ogenblikken onverstoorbaar kijken naar zijn geschonden vest en daarna naar de man in het nette pak.

Vervolgens stroopt Jaap de mouwen van het vest, of wat er van over is, op en pakt de man ter hoogte van de biceps bij de mouw van het nette pak, en geeft daarna een geweldige ruk naar beneden zodat de mouw van het nette pak in één keer gescheiden wordt van de jas. En zonder er iets aan toe te voegen gaat Jaap aan het werk omdat de klok inmiddels één uur heeft geslagen en Jaap aan het werk moet.

Of er daarna nog een bodemprocedure geweest is dat weet ik niet, maar dat het jasje van de man in het nette pak op de bodem van de afval container terecht is gekomen is vrij zeker.

Of het vest van Jaap dat lot ook heeft ondergaan is nog maar de vraag want laatst zag ik Jaap en ook toen had hij een vest aan. Ik dacht toen, zou dat nog hetzelfde zijn als 30 jaar terug?

Bron: Zoals uit de verhaaltjes blijkt komen deze verhaaltje van een Jan. Maar u weet ook dat ik in mijn verhaaltjes zelden echte namen gebruik. Of ik in deze verhaaltje echte of fantasie namen heb gebruikt laat ik aan uw fantasie over.

Reageer op dit bericht

Enkele reis Amsterdam

En ze heette Greetje.

Een ongetrouwde en alleen wonende, alom bekende Hylper, liet zich op zekere dag niet, zoals men van hem gewend was, zien op 't Oast. (omgeving van de haven)

Gezien deze oude vrijgezelle visserman daar dagelijks te vinden was bevreemde dit de andere vaste bezoekers van 't Oast.

Een buurman van deze bekende Hylper wist te vertellen "hij is ook niet  thuis". "Of", zo stookte hij ongewild het vuurtje op "hij moet dood op bed liggen".

Of het nu nieuwsgierigheid was of een stukje sociale controle laat ik hier in het midden, maar na enige tijd werd  voor de zekerheid contact opgenomen met een paar familieleden die doorgaans goed op de hoogte waren van "De Hylper"  zijn doen en laten.

Maar ook die wisten niet waar de bekende Hylper zich ophield. En een inspectie in zijn huis leverde ook al niets op. En ja, u begrijpt dat een ieder op 't Oast zich toch wel enige zorgen maakte, want dit was tegen iedere gewoonte van de bedoelde Hylper in. Normaliter hield hij zijn familie en omwonenden redelijk op de hoogte van zijn doen en laten.

Rond het middaguur werd het mysterie echter gedeeltelijk opgelost. De plaatselijke stationchef wist te vertellen dat de bedoelde bekende Hylper die ochtend een enkele reis Amsterdam had gekocht en op de trein was gestapt.

Nu dat was, ondanks dat men nog niet wist wat hij in Amsterdam te zoeken had, toch een kleine gerustsstelling daar op 't Oast.

Het waarom van een enkele reis is nog steeds een vraag, maar de bedoelde Hylper melde zich de volgende ochtend zoals gewoonlijk op 't Oast.

En ja, u begrijpt het al: De omstanders wilden wel eens meer weten van zijn reis naar Amsterdam.

Maar het enige wat hij vertelde was "Ze was mooi en lief en ze heette Greetje".

Waar verhaal.
Reageer op dit bericht

Een waterpas

Mijn oog is mijn waterpas

Ten noord-oosten van Hindeloopen ligt circa 30 ha riet- en weiland  wat ontstaan is nadat in 1932 de afsluitdijk is aangelegd waardoor de Zuiderzee IJsselmeer werd. Deze landerijen worden “de Geaën”genoemd. (Gea=Fries en Hylpers voor laag land)

In de tijd van de Zuiderzee was het daar voor kust ondiep. Bij laag water viel deze strook grond droog. Bij hoog water stond het onder water. Als zal er in die tijd daar enige begroeiing geweest zijn, het was meer een zandplaat dan een kwelder.

Na de afsluiting van de Zuiderzee in 1932 verdween het verschil in waterhoogten en viel deze kuststrook nagenoeg permanent droog. Alleen bij storm uit het ZW stuwde het water zo hoog op dat deze grond af en toe onder water stond.

Doordat deze grond min of meer permanent droog viel raakte deze grond al snel begroeit met riet en andere vegetatie. Toen er na de tweede wereldoorlog behoefte was aan landbouwgrond werd in het kader van de “DUW” (Dienst Uitvoering Werken) deze grond circa 1955 in cultuur gebracht. Er werden sloten en greppels gegraven.

Mede doordat er in de grond nog restanten zout zat en de grond - uitgezonderd de toplaag - in feite uit zeezand bestond ontwikkelden zich daar in de loop der jaren bijzondere planten – o.a. de wilde orchidee en zoutminnende planten – en ontstond er een gevarieerde plantengroei.

Circa 1970 werd door een aantal maatregels – o.a. geen kunstmestgebruik en niet eerder maaien dan half juni - deze natuurontwikkeling versterkt. Circa 1980 werd het gebied aangewezen al natuurgebied.

Dit alles was voor de rijksdienst van IJsselmeer polders aanleiding het gebied in kaart te brengen. Alle plantensoorten en het aantal broedende vogels werden minutieus in kaart gebracht. Ook wilde men de hoogten van het land in kaart brengen, want daar kon men weer uit opmaken op welke plaats bepaalde planten het best groeiden en waar de vogels het liefste zaten te broeden. Hiervoor had men, zoals een ieder wel eens gezien zal hebben als landmeters aan het werk zijn, om de vijftig meter een piket paaltje in de grond geslagen. Met behulp van een waterpastoestel vanaf een vast punt kon men nauwkeurig de hoogten in kaart brengen.

Op het moment dat een man of vier met het waterpastoestel en meetlatten in de weer waren kwam de boer die het land gebruikte ter plaatse. Na zich voorgesteld te hebben vroeg hij wat het doel van de bezigheden waren. Nu dat werd hem keurig uitgelegd.

Na deze uitgebreide uitleg over het inmeten en het waarom vroeg de boer “hoe lang denken jullie daar mee bezig te zijn”. Na enig nadenken van de man van de rijksdienst die de leiding had, antwoordde hij “ik denk dat, als het wat meezit, wij twee dagen bezig zijn”. “Tjonge jonge” zei de boer, “dat is een dure grap”. “Ik denk dat ik u wel in 15 minuten kan vertellen wat u wilt weten”. Nu u begrijpt dat dit op lachspieren werkte van de universitair geschoolde landmeters. Maar de boer, niet gelijk uit het veld geslagen zei, “geeft mij maar een kaart en zeg maar op welke punten u de hoogten wilt weten”. Na nog enig gelach kreeg de boer een kaart met op een tiental plaatsen een kruisje waar de landmeters de hoogte wilde weten ten opzichte van het punt waar het waterpas toestel stond. De boer pakte de kaart en haalde een stuk potlood uit zijn zak en ging op zijn knieën zitten. Met het gezicht aan de grond, met één oog dicht, zag hij over het wijde land.

Dit herhaalde hij een keer of tien. En elke keer zette hij bij een kruisje op de kaart het aantal centimeters hoogte verschil. Toen hij klaar was gaf hij de ingevulde kaart aan de landmeters en zei “ga het nu maar nameten en vertel me, als jullie klaar zijn, maar eens hoeveel ik er naast zit.

Na een week trof de boer de landmeter van de rijksdienst die de leiding had over het project weer. Zonder dat de boer er naar vroeg zei de landmeter, “ik snap er niks van, maar de hoogten die u opgaf klopten aardig. Er zaten in vergelijking met ons meetwerk geen grote afwijkingen in”.

Nu was het de beurt van de boer om te lachen. Hij zei lachend “ja dat had ik toch al gezegd”. “Als jullie mij gelooft hadden hadden jullie 15 uur x f 20 per uur x 4 man kunnen besparen”. “Ja ja”, mompelde de man van de rijksdienst, “maar vertel mij liever hoe u dat doet”. Och zij de boer “mijn oog is mijn waterpas” en ging met een glimlach op het gezicht verder met het werk waarvoor hij daar gekomen was.

Wat de boer tot op dit moment dat ik dit opschrijf niet heeft verteld is het volgende:

Zoals in het begin van dit verhaal al vertelt liep dit land met storm (in de herfst) regelmatig onder water. Vaak was voor een storm het vee al van het land gehaald. Maar bij een onverwachte storm en snel opkomend water kwam het ook met enige regelmaat voor dat reeds een groot gedeelte van het land onder water stond voordat de boer het vee er weg kon halen. Gezien de hoge stukken van het land, waar op zulke momenten het vee stond, het verst weg waren en lage stukken vooraan lagen moest hij dan door het water lopend zijn vee daar weghalen. Door deze tochten door het water wist hij precies het hoogte verschil van het land.

Conclusie: De boer zijn oog was niet het waterpas, maar het water van het IJsselmeer diende als waterpas.

O ja, dit natuurlijk niet vertellen aan de man van de rijksdienst van IJsselmeer polders want die gelooft waarschijnlijk nog steeds dat de boer een soort waterpas in het oog had.

Bron: Waar verhaal want de boer was ik zelf.

Reageer op dit bericht

De Bhagwan

                    De Bhagwan in Hindeloopen?

De Indiase goeroe Bhagwan Shree Rajnees droomde er tijdens zijn leven van een commune op te zetten waar een nieuw mens zou ontstaan: spiritueel en sensueel tegelijk. Zijn commune moest een oase worden van liefde, vreugde, vrijheid en harmonie. Het zou een reis worden van verlichting en zelfontplooiing.

In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw ontstonden ook in Nederland dergelijke communes. Ook in de eerste helft van de tachtiger jaren van de vorige eeuw was de beweging van de Bhagwan, die doorgaans gekleed gingen in rode kleren, nog regelmatig in het nieuws. Dit was voor twee Hindeloopers aanleiding om eens te testen hoe snel 'het nieuws' in Hindeloopen rondgaat.

Hindeloopen, dat in 1225 stadsrechten kreeg en daarmee een zelfstandige gemeente was, werd in 1984 heringedeeld en ging op in de nieuwe gemeente Nijefurd. Hiermee verloor 'het gemeentehuis' zijn functie en werd te koop gezet.

Op een verjaardag visite, onder het genot van…, was dit voor een paar Hindeloopers aanleiding om eens te testen hoe snel een roddel in Hindeloopen rond ging. Er werd afgesproken dat de ene persoon, die op de plaatselijke jachthaven werkte, tijdens de koffiepauze van half tien zou vertellen dat hij had gehoord dat 'de Bhagwan' het gemeenthuis had gekocht. De andere persoon, een middenstander, zou rond half tien het zelfde verhaal in zijn winkel vertellen.

En zoals die avond afgesproken gebeurde het. Rond half tien werd het plaatselijke wereld nieuws de wereld in gebracht. En dat dit, gezien er wisselend over Bhagwan werd gedacht, met name in de winkel de nodige discussies opleverde en als lopend vuurtje door Hindeloopen ging zal een ieder duidelijk zijn. Maar dat dit nieuws binnen enkele uren provinciaal nieuws zou zijn werd niet verwacht.

Om half twaalf die ochtend werd een contact persoon van de provinciale 'Leeuwarder courant',  in Hindeloopen vanuit Leeuwarden gebeld. Zij vertelden dat zij hadden gehoord dat de Bhagwan een pand in Hindeloopen had gekocht, of hij daar ook iets van wist?

Nu de bedoelde contactpersoon, die ook in het complot zat, speelde de vermoorde onschuld en zei van niets te weten.

Reageer op dit bericht

Het roomse leven in Hindeloopen

Het roomse leven in Hindeloopen

In mijn blog "Geschiedenisverhalen" een stuk geschiedenis over het roomse leven in Hindeloopen. 

Klik op onderstaande link voor blog "Geschiedenisverhalen"

"Het Roomse leven in Hindeloopen" staat dan bovenaan.

                 Klik hier voor het hele verhaal.

Reageer op dit bericht

De huisarts

De huisarts

Een zeker persoon, met een zwakke gezondheid, bijna 90 jaar maar zogezegd niet onbemiddeld, vroeg aan zijn huisarts twee maal per week bij hem langs te komen. De huisarts had hier geen bezwaar tegen, die wilde best twee keer per week langs komen.Wel liet hij zijn patiënt, die niet voor ziektekosten was verzekerd en dus alles zelf moest betalen, eerlijkheidshalve weten dat dit natuurlijk wel financiële gevolgen zou hebben. En zo zei de huisarts verder; “medisch gezien is er absoluut geen noodzaak dat ik twee keer per week langs kom”. Hierop vroeg de patiënt; “heb ik ooit aanmerkingen gehad op uw rekening”? Nu hier kon de arts anders niks op zeggen dan dat wel in orde was. Maar schijnbaar had de arts moreel gezien toch nog wat moeite met de vele huisbezoekjes en zei; “Ja maar uw buren en familie komen toch ook regelmatig langs, die passen prima op u”. De patiënt reageerde hierop met de woorden; “Ja dat is dik in orde, maar u bent de enige die er baat bij heeft dat ik blijf leven”.

Reageer op dit bericht

Een goede buur

Een goede buur is beter dan ......

Een kleine boer met een stuk of 10 melkkoeien had één paard. Op een dag, tijdens de hooiing, zou een tweede paard prima van pas komen. Zijn buurman, een zogenaamde ‘heerenboer’ met wel 40 koeien had wel een stuk of zes werkpaarden. Dus daar lag, zo bedacht hij, de oplossing voor zijn probleem.

De ‘heerenboer’ was snel bereid zijn buur te helpen en zei “neem de schimmel maar mee, dat is een prima werkpaard”.


Maar helaas, onderweg naar het twee kilometer verderop gelegen weiland van de kleine boer, struikelde het geleende paard en raakte met wagen en al te water. Ondanks dat de boer met enige omstanders er in slaagde het paard snel op het droge te krijgen leek het niet best. Het paard kon één van zijn achterbenen niet meer gebruiken. De snel gealarmeerde dierenarts moest tot zijn spijt vaststellen dat het achterbeen gebroken was en er geen kans op herstel was. Een noodslachting was de enige optie.


Na enige schroom en niet wetend hoe hij het zijn buurman, waar hij het paard van geleend had, het moest vertellen ging hij richting huis en buurman. Bij de buurman aangekomen vertelde hij schoorvoetend wat hem was overkomen en wat de gevolgen er van waren.

De reactie van de buurman was “ja dat is pech hebben, nu moet je de ‘bruine’ maar meenemen want ook die hoef ik de komende dagen niet te gebruiken”.

Reageer op dit bericht

Op de pof

Op de pof

Het was 1938. Velen hadden geen werk en armoede was meer regel dan uitzondering. Het was dan ook vaak moeilijk om rond te komen met het beschikbare geld. De oplossing om toch in de dagelijkse levensbehoefte te voorzien werd dan ook veelvuldig gevonden in het op “de pof” kopen bij de plaatselijke middenstand.

Als er dan op zeker moment weer geld binnenkwam kon dat in zijn geheel of in termijnen afbetaald worden. Feitelijk fungeerde de middenstand dus als bank van lening zonder rente.

Nu ging dit bankje spelen niet altijd van harte. Maar op de pof kopen was toen algemeen gebruikelijk en zich als middenstander hieraan te onttrekken was moeilijk want dat zou gepaard gaan met klantverlies. En dat kon een middenstander, waar schrale Hans doorgaans ook keukenmeester was, zich ook niet permitteren.

Net als altijd het geval is geweest en een probleem van alle tijden is nam niet ieder het zo nauw met zijn afbetalingsplichten. Zo ondervond ook de plaatselijk melkboer in Hindeloopen.

Een gezin had de rekening door de tijd heen behoorlijk laten op lopen. Als de melkboer hun daar opmerkzaam op maakte werd af toe een paar gulden afbetaalt. Maar ook dat hielp niet veel. Een paar dagen later werden weer boodschappen gehaald die niet direct betaald konden worden. En op momenten dat de rekening te hoog opliep, werden in de hoop dat die niet aangesproken werden op de onbetaalde rekening, de kinderen gestuurd om de boodschappen te halen. Ja, zo modderde men maar door.

Op zeker moment viel het de vrouw van de melkboer op dat het hiervoor aangehaald gezin al een hele tijd geen lege flessen, waar statiegeld voor gold, had terug gebracht. Zij sprak, toen de vrouw des huize een fles melk haalde, daarop aan. En ja hoor, die boodschap kwam over. Een uur later kwam ze met twee tassen lege flessen aan. De vrouw van de melkboer blij met deze indirecte afbetaling telde het statiegeld op, boekte het af van de rekening en bedankte de vrouw dat ze geluisterd had naar suggestie om de statiegeld flessen terug te brengen.

De vrouw in kwestie bleef echter in de winkel staan waarop de vrouw van de melkboer vroeg of er nog iets was.

“Ja zeker” zei de vrouw die de lege flessen had gebracht, “ik krijg toch statiegeld terug voor lege flessen”?

Waar verhaal uit overlevering

Reageer op dit bericht

Meer van Hylpen likje stea oen it Yselmor

↑ Terug naar de berichten