ann tronquo


het is die lange avond
dat ze gebogen bladert
in de weemoed van haar denken
de stilte ommantelt haar
met gesloten ogen
ze glijdt in onderstroom
traag voorbij de rimpels van haar dagen
ze splijt hun klamme schaduw open
rilt hun kilte bot
tot ze drijven kan op haar gedachten
tot ze er roerloos stil op slapen kan


