Donderdag 20 oktober 2005
dag
een druppel valt
het is mijn
laatste traan
bij het koude
witte laken
de spitse neus
prikt een landschap
in het uitgestrekte
oog in oog
met verleden tijd
bevroren in een
verloren strijd
mijn gevoel lift op;
hij was een echt mens
mijmer ik
dat zeg ik altijd
bij het overschrijden
van de aardse grens
ik draai om
verlaat wat eens was
richt nog één blik
dag... zeg ik
niet dat hij het hoort
maar toch...
ik hoop dat hij in zijn droomloze slaap nog eenmaal, door mij, mag worden gestoord dag...........
Donderdag 20 oktober 2005
schuifelend dwaal ik door de schier eindeloze gang zie schaarse houten beelden de schepping danken de marmeren plavuis hier dof door schaduw…
schuifelend dwaal ik door de schier eindeloze gang zie schaarse houten beelden de schepping danken de marmeren plavuis hier dof door schaduw elders nog plooiend naar de dalende zon vormt de hemelse weg naar Latijnse klanken de hoge bogen met eeuwigheid gevuld laten de stilte zingen over alles wat de mens niet weet een gang naar binnen
in dit licht gedicht hoort men alleen de zwakke echo van gedoofde klokken lopend over grind, dat hoort bij rouwen, graaf ik het graf van ver…
in dit licht gedicht hoort men alleen de zwakke echo van gedoofde klokken lopend over grind, dat hoort bij rouwen, graaf ik het graf van vertrouwen ik kwam zag en verloor ik ga maar, stilaan, weer op mijzelf bouwen
fotografie: cornelia ettl
kom kijk toch je bent zo welkom in mijn ogen ervaar de milde blik die jou aanschouwt en kleurt met kristallen bogen kom maar geef even je ha…
kom kijk toch je bent zo welkom in mijn ogen ervaar de milde blik die jou aanschouwt en kleurt met kristallen bogen kom maar geef even je hand dan zal ik hem vluchtig raken mijn vingers zullen je huid bespelen voel dan het ritme van de melodie die we samen maken luister hoor een stem die het zwijgen bezingt geen klank teveel maar slechts, ons, met adem omringt
het is koud om me heen als de dageraad daagt ik draai de lamp boven mij hoger en voel de verlichtende warmte mijn gezicht spiegelt in de rui…
het is koud om me heen als de dageraad daagt ik draai de lamp boven mij hoger en voel de verlichtende warmte mijn gezicht spiegelt in de ruiten van de tuinkamer als het hoofd zich wendt, naar welke kant ook, is mijn bleke gezicht op het glas geplakt, zie mijzelf zitten ik ben niet alleen
op het balkon van mijn fantasie aanschouw ik heimelijk van achter mijn mannelijk masker het groeiend genot puilend en buigend, zacht rustend…
op het balkon van mijn fantasie aanschouw ik heimelijk van achter mijn mannelijk masker het groeiend genot puilend en buigend, zacht rustend op haar dijen scheppen haar borsten een brug met tere pijlers het hoofd met lang getouwd haar neigt voorwaarts de spreidende draden verbergen deels haar aanzuigend roze met zuchtende meewarige ogen ziet zij naar het verre dichtbij alsof de eeuwigheid ongrijpbaar spiegelt langzaam schuiven haar handen dalend met scharende slanke vingers langs gladde wegen en rusten ten einde op kleine vlakke velden de geronde rug blinkend in een enkel schemerlicht telt stippen rimpels in de schaduw gelijnd van boven naar benee waar twee ronde doch gerijpte vruchten haar universum dragen. het spaarzame licht verdwijnt, neemt haar op in mijn afgedwongen vergetelheid als een smeltend beeld zij was even
Donderdag 13 oktober 2005
in mijn ochtendrijk
ben ik alleen
zo mooi alleen
donker is nog
het gordijn
naar het licht
maar toch
geluiden van mijn kippen
o…
in mijn ochtendrijk
ben ik alleen
zo mooi alleen
donker is nog
het gordijn
naar het licht
maar toch
geluiden van mijn kippen
of nabije hond
kleuren de
bevalling van de dag
dit is rust
na slapen
stilte
balanceren
tussen zwart en wit
nog niets moet
zo luister ik
nog in mijzelve
zie langzaam
de contouren
van de geboorte
het beeld
van de dagelijkse
schepping
omrand met
groeiend blauw
ik schenk mezelf iets, door het jou te geven, zachte woorden van satijn als eeuwige momenten van even zij komen uit overdadig niets de eigen…
ik schenk mezelf iets, door het jou te geven, zachte woorden van satijn als eeuwige momenten van even zij komen uit overdadig niets de eigen pijn verlichten door de ander het goede toe te dichten waar tranen drogen door een milde lach zo groeit een droomwens langs rozenbogen tot een mooi en bloeiend mens en raak ik opgetogen
mijn ogen sluiten, zien scherp in het donker achter betraande ruiten
mijn schaduw gekromd passeren mijn stem stokt,
de keel verengt
als i…
mijn ogen sluiten, zien scherp in het donker achter betraande ruiten
mijn schaduw gekromd passeren
mijn stem stokt,
de keel verengt
als ik mijn handen
wil strekken
naar het verloren
verleden
tevergeefs
de tijd
heeft een
blind paard
bereden
ik schuur
een vinger
over de
grove steen
kan niets
zeggen
jij bent
weer
koud
als
voorheen
slechts
één traan
ontsprongen
uit een
kale rots
van dode steen
verraadt
mijn bestaan
gepolijst
door
scherpe hoeken
zoekt hij
zijn weg
naar buiten
alwaar de zon
hem neemt
eer ik mezelf
kon uiten
foto:cornelia etll soms laat ik antwoorden
over aan de tijd
geef over aan de duur
van lengte in het verschiet
zonder richting
voortgedreven
langs onzekere wegen
wroetend, worstelend
hard roepend,
ik weet het niet
dan trekt het licht
zo voor me uit
zuigend naar het einde
van een straat
maar daar aangekomen
resten slechts
gloeiende kolen
de vlam was al verder
en laat mij, als het ware, eeuwig,
over dorre heidevelden
dolen
Donderdag 29 september 2005
een dag
erna
overzie ik al
wat mijn hand
noemde
het toonde groots
maar in wezen
was het
alsof mijn leven
voorbij zoemde
zoveel schetsen
met emotie
doorvlochten
ik kon niet alles
letterlijk etsen
vele gedachten
bleken gedrochten
toch kleeft
het dromen
aan mijn lijf
nog geen gedag
aan wat komt
zoveel heeft men mij gegund
denk ik
met een milde lach
dat heb ik toch ook
opgesomd?
Woensdag 21 september 2005
een lans doorsteekt mijn hoofd borst buik zo alles, het verwondt het splijt mij, mijn wereld; een vaste aarde het pint mij in de weke grond …
een lans doorsteekt mijn hoofd borst buik zo alles, het verwondt het splijt mij, mijn wereld; een vaste aarde het pint mij in de weke grond de storm schudt mij sterk als speelbal naar alle kanten warrig worden mijn gedachten wazig het zicht op gehavende restanten en jij jij stroopte de schellen van mijn ogen
Maandag 12 september 2005
in willen
begrijpen
zit rijpen
besloten
als ik dat
zo beleef
ontdek ik
mijzelf
in jou
en word jij in mij
gegoten
in willen
begrijpen
zit rijpen
besloten
als ik dat
zo beleef
ontdek ik
mijzelf
in jou
en word jij in mij
gegoten
mijn raam verschuilt zich achter zachte groene tinten van bossen en bomen ik voel al wat gaat komen van najaarskleuren droom ik van nevelgeu…
mijn raam verschuilt zich achter zachte groene tinten van bossen en bomen ik voel al wat gaat komen van najaarskleuren droom ik van nevelgeuren die allengs verkondigen dat de zomer verouderd raakt ik pluk de laatste vruchten eer de natuur het zichtbaar groeien staakt zo drijven mijn gedachten naar het veld van verwachting waar afscheid zo normaal is en vallende bladeren, mogelijk, het landen zullen verzachten
Zaterdag 10 september 2005
de gerijpte palm van mijn korte hand is als boezem van geschenken ze raken jou zonder te tasten of door afstandelijk wenken de slagen van he…
de gerijpte palm van mijn korte hand is als boezem van geschenken ze raken jou zonder te tasten of door afstandelijk wenken de slagen van het hart stemmen timide mijn vingers zij vertellen van een zachtmoedige rust en verdunnen je smart
foto:cornelia ettl zing mijn dicht
met rollende lippen
als een golvende stroom
langs milde oevers
met sprietend gras
voer mee met de
waterige letters
in noten gevangen
en vind de melodie
in een draaiende kolk
daar vormen zij
benedenwaarts gericht
een spiraal van klanken
waar de echo luistert
haast onhoorbaar
naar prille woorden
zo vindt mijn dicht
het lied van tongen
worden nieuwe zinnen
in het hart geboren
opstomend uit
de dragende buik
laat je dan glijden
op de adem
van het gevoel
als in het
stromend blauw
van verlichte golfjes
fotografie: cornelia ettl