ik zag verlate vlinders dichtbij maar ook ver weg ze hadden op mij gewacht had ze ver verbannen, uit mijn denken gedacht had het pad…
als stilte overgaat
in doelloos zwijgen
en dagen zich van
licht naar
schaduw naar nacht
aan elkander rijgen
dan sterven bl…
als stilte overgaat
in doelloos zwijgen
en dagen zich van
licht naar
schaduw naar nacht
aan elkander rijgen
dan sterven bladeren
aan de huid
bevriest het levenssap
rond de ziel
stokt de adem
in een wezenloos geluid
zo beschrijft zich
de uitgeholde lach
nog slechts verkrampt
waar te nemen
naast diepe kassen
een afdruk van
voorbij verleden
die vergeefs
de vermeden gebeden
van uitzichtloze hoop
tracht af te tasten
maar zwalkend door
de ijle lucht
gaat het kwetsbare,
onweerhoudbaar,
op de loop
in een hijgende vlucht
een man van een enkel woord staart u aan beschermt zich achter stilte wil niet dat u hem hoort hij wacht geduldig op die ene vraag waarvan h…
een man
van een
enkel woord
staart u aan
beschermt zich
achter stilte
wil niet
dat u
hem hoort
hij wacht
geduldig
op die
ene vraag
waarvan het
antwoord
is vervaagd
adieu...
mijn hand rust
op je schouder
ik kijk je aan
schenk warmte
van een mens,
deze mens
het raakt je niet
het ontwijkt
die bevro…
mijn hand rust
op je schouder
ik kijk je aan
schenk warmte
van een mens,
deze mens
het raakt je niet
het ontwijkt
die bevroren wens
je ogen staan flets,
zien glazig langs me heen
een bespiegeling van
verleden in het heden
gebet in pijnlijke mist,
gebarsten krachten,
als versplintert geboortelicht
uit een redeloze reden
je voeten
nog wel geaard
steunen zwevend
jouw gedachtenlijf:
gezwollen in verhulde
leegte en gedroogde
rimpels
je ledematen stijf
jij bent de dood
in levenden lijve
het genadebrood
gebakken met
ongewenst zaad
ik laat je gaan
als mijn hand
jouw schouder verlaat
vandaag een dag van rechte lijnen ik zie voorwaarts met oogkleppen die mijn kijkers in een strakke blik laten schijnen mijn gedachten beperk…
vandaag een dag
van rechte lijnen
ik zie voorwaarts
met oogkleppen
die mijn kijkers
in een strakke blik
laten schijnen
mijn gedachten
beperken zich
tot een en een
is drie
dat u mij nu
zult verachten
is iets dat ik
thans niet zie
mijn beeld van u
is ook vrij saai
u bent een oen
zo duidelijk,
kant en klaar
nee, mijnerzijds,
heden,
geen enkel gedraai
daarbij bent u
een van die vrouwen
die van de privé of libelle
een zondags
kleurloos hoedje vouwen
of een man
van een ding tegelijk
slechts oog voor
werk of ronde bal
dan heb ik het
nog niet over seks
ik vind u gewoon
een zure kwal
deze helderheid
geeft ruimte
aan mijn gemoed
ik raad aan
dat u bij tijd en wijle
het ook eens doet
als het omhullend hout langzaam zakt en de gedachten ver reiken voel ik de onoverbrugbare afstand zo dichtbij ook al raak ik naast mij jou e…
als het
omhullend hout
langzaam zakt
en de gedachten
ver reiken
voel ik de
onoverbrugbare
afstand
zo dichtbij
ook al raak ik
naast mij
jou en jou
het is slechts
zwevend daar zijn
een speelfilm zonder titel
flitsend zonder beeld
als het zand
de holle klank bezingt
en echo in de
gegraven diepte
stervend verzinkt
denk ik
het was goed
na het In Pace
spreekt de zwarte hoed
Donderdag 20 oktober 2005
een druppel valt
het is mijn
laatste traan
bij het koude
witte laken
de spitse neus
prikt een landschap
in het uitgestrekte
oo…
een druppel valt
het is mijn
laatste traan
bij het koude
witte laken
de spitse neus
prikt een landschap
in het uitgestrekte
oog in oog
met verleden tijd
bevroren in een
verloren strijd
mijn gevoel lift op;
hij was een echt mens
mijmer ik
dat zeg ik altijd
bij het overschrijden
van de aardse grens
ik draai om
verlaat wat eens was
richt nog één blik
dag... zeg ik
niet dat hij het hoort
maar toch...
ik hoop dat hij
in zijn droomloze slaap
nog eenmaal,
door mij,
mag worden gestoord
dag...........
Donderdag 20 oktober 2005
schuifelend dwaal ik door de schier eindeloze gang zie schaarse houten beelden de schepping danken de marmeren plavuis hier dof door schaduw…
schuifelend dwaal ik
door de schier
eindeloze gang
zie schaarse
houten beelden
de schepping danken
de marmeren plavuis
hier dof door schaduw
elders nog plooiend
naar de dalende zon
vormt de hemelse weg
naar Latijnse klanken
de hoge bogen
met eeuwigheid gevuld
laten de stilte zingen
over alles wat
de mens niet weet
een gang naar binnen
in dit licht gedicht hoort men alleen de zwakke echo van gedoofde klokken lopend over grind, dat hoort bij rouwen, graaf ik het graf van ver…
in dit licht gedicht
hoort men alleen
de zwakke echo
van gedoofde klokken
lopend over grind,
dat hoort bij rouwen,
graaf ik het graf
van vertrouwen
ik kwam
zag
en verloor
ik ga maar,
stilaan,
weer
op mijzelf
bouwen

fotografie: cornelia ettl
kom kijk toch je bent zo welkom in mijn ogen ervaar de milde blik die jou aanschouwt en kleurt met kristallen bogen kom maar geef even je ha…
kom
kijk toch
je bent zo welkom
in mijn ogen
ervaar de milde blik
die jou aanschouwt
en kleurt
met kristallen bogen
kom maar
geef even je hand
dan zal ik hem
vluchtig raken
mijn vingers
zullen je huid
bespelen
voel dan
het ritme van
de melodie
die we samen
maken
luister
hoor een stem
die het zwijgen
bezingt
geen klank teveel
maar slechts,
ons,
met adem omringt
het is koud om me heen als de dageraad daagt ik draai de lamp boven mij hoger en voel de verlichtende warmte mijn gezicht spiegelt in de rui…
het is koud
om me heen
als de dageraad
daagt
ik draai de lamp
boven mij hoger
en voel
de verlichtende
warmte
mijn gezicht spiegelt
in de ruiten
van de tuinkamer
als het hoofd
zich wendt,
naar welke kant ook,
is mijn
bleke gezicht
op het glas
geplakt,
zie mijzelf zitten
ik ben niet alleen
op het balkon van mijn fantasie aanschouw ik heimelijk van achter mijn mannelijk masker het groeiend genot puilend en buigend, zacht rustend…
op het balkon
van mijn fantasie
aanschouw ik
heimelijk
van achter mijn
mannelijk masker
het groeiend genot
puilend en buigend,
zacht rustend
op haar dijen
scheppen
haar borsten een brug
met tere pijlers
het hoofd
met lang getouwd haar
neigt voorwaarts
de spreidende draden
verbergen deels haar
aanzuigend roze
met zuchtende
meewarige ogen
ziet zij naar het verre
dichtbij
alsof de eeuwigheid
ongrijpbaar spiegelt
langzaam
schuiven haar handen
dalend
met scharende
slanke vingers
langs gladde wegen
en rusten
ten einde
op kleine vlakke velden
de geronde rug
blinkend in een enkel
schemerlicht
telt stippen
rimpels in de schaduw
gelijnd van boven naar benee
waar twee ronde
doch gerijpte vruchten
haar universum dragen.
het spaarzame licht
verdwijnt,
neemt haar op in
mijn afgedwongen
vergetelheid
als een smeltend beeld
zij was even
Donderdag 13 oktober 2005
in mijn ochtendrijk
ben ik alleen
zo mooi alleen
donker is nog
het gordijn
naar het licht
maar toch
geluiden van mijn kippen
o…
in mijn ochtendrijk
ben ik alleen
zo mooi alleen
donker is nog
het gordijn
naar het licht
maar toch
geluiden van mijn kippen
of nabije hond
kleuren de
bevalling van de dag
dit is rust
na slapen
stilte
balanceren
tussen zwart en wit
nog niets moet
zo luister ik
nog in mijzelve
zie langzaam
de contouren
van de geboorte
het beeld
van de dagelijkse
schepping
omrand met
groeiend blauw
ik schenk mezelf iets, door het jou te geven, zachte woorden van satijn als eeuwige momenten van even zij komen uit overdadig niets de eigen…
ik schenk mezelf iets,
door het jou te geven,
zachte woorden van satijn
als eeuwige momenten
van even
zij komen uit
overdadig niets
de eigen pijn verlichten
door de ander
het goede toe te dichten
waar tranen drogen
door een milde lach
zo groeit een droomwens
langs rozenbogen
tot een mooi en
bloeiend mens
en raak ik opgetogen
mijn ogen sluiten, zien scherp in het donker achter betraande ruiten
mijn schaduw gekromd passeren mijn stem stokt,
de keel verengt
als i…
mijn ogen sluiten,
zien scherp
in het donker
achter betraande ruiten
mijn schaduw
gekromd passeren
mijn stem stokt,
de keel verengt
als ik mijn handen
wil strekken
naar het verloren
verleden
tevergeefs
de tijd
heeft een
blind paard
bereden

ik schuur
een vinger
over de
grove steen
kan niets
zeggen
jij bent
weer
koud
als
voorheen

slechts
één traan
ontsprongen
uit een
kale rots
van dode steen
verraadt
mijn bestaan
gepolijst
door
scherpe hoeken
zoekt hij
zijn weg
naar buiten
alwaar de zon
hem neemt
eer ik mezelf
kon uiten