De jager


De Jager
Mijn ros heb ik voorgoed gestald
Terwijl in 't woud de
jachthoorn schalt.
Geen ever, hert loopt nu gevaar
De meute roep ik
terug voorwaar
en in mijn weitas zit geen lood.
Ik jaag mijn wild niet
in de dood.
En aan mijn handen kleeft geen spatje bloed.
Ik heb geen
haast, ik heb geen spoed
en wordt door eenzamheid verteerd.
Cupido heeft
mij een les geleerd
en richt haar pijlen doelgericht.
Schijnt aan het
tunnel-einde licht?
Wie loopt er in mijn strikken?
Wie wil mijn wonden
likken ?
Maar Eros keerde op zijn stappen weer.
Misschien morgen,
misschien een andere keer.
Diep in het bos loeit een bange ree
en luidt
de avond in. Ik volg gedwee.
Herman Grouwels





























1 reactie op dit bericht
Gisela, dat is een eeuwigheid geleden
DE MENS IS HET ENIGE LEVENDE WEZEN DAT ZICH BEWUST IS DAT
HET STERVEN MOET EN HET ENIGE DAT LACHT.
Lieve groet Dion.