Roemenië 7

Techniek
De basis van de Roemeense lacé kant is een gehaakt, tamelijk plat koord dat gemakkelijk de krommingen van een patroon volgt. 
Gekloste of geweven linten moeten in de hoek gevouwen worden wat niet zo’n mooi resultaat geeft.
Het motief wordt op een dun stuk papier getekend en dit wordt met rijgsteken vastgenaaid op een stoffen ondergrond, juist zoals bij naaldkant.

Het gehaakte koord wordt met kleine steekjes vastgezet op het patroon. Om het werkstuk een bepaald reliëf te geven worden koorden van verschillende dikten gebruikt.
Wanneer de omtrek van het motief volledig met het koord is afgewerkt, verbindt men op plaatsen waar de koorden elkaar raken, deze met kleine, onzichtbare steekjes.
De open ruimten tussen het koord vult men dan op met spijltjes, naaldkant of naaldweefsel..
Kenmerkend aan de Roemeense kant is de enorme variëteit van de vullingen. Bepaalde technieken worden doorgegeven van moeder op dochter.
Wanneer alle open ruimten opgevuld zijn en alle koord met elkaar verbonden, kunnen de rijgdraden verwijderd worden. Ze worden aan de achterkant losgeknipt en het kantwerk komt los van zijn ondergrond.








































