kantkussens 11 : Duitsland


Erzgebergte
Volgens de overlevering heeft Barbara Uthmann, uit Annaberg, het kantklossen geleerd van een Brabantse vrouw die voor de godsdienstvervolging gevlucht was naar het Erzgebergte in 1600.

In Saksen kloste men hoofdzakelijk Mechelse kant en Chantilly maar op een vergrootte prikking en met veel dikker garen. Daardoor ging de eigenheid van die kantsoorten verloren. Dat was dan ook de reden dat de kant uit Saksen van weinig belang was op de wereldmarkt en men verkocht ze dan onder een “valse” naam.

Op weg naar de kantschool.
Om deze “wantoestanden” tegen te gaan stichtte Julius Paufler in 1877 een heuse kantschool in Schneeberg. Vandaar de Schneebergse kant die we nu nog kennen.
Na een cursus van 3 jaar kreeg men het diploma van kantlerares. Die werden dan, onder staatstoezicht, te werk gesteld in de verschillende kantscholen in Saksen.
Na WO II werd er nog maar weinig “om den brode” geklost en ontwikkelde het kantklossen zich als een zuivere hobby.

Schneeberger kant bestaat nog altijd en de techniek leunt aan bij Russische kant en grof bloemwerk.
Ook hier klost men op een rol die op een staander gelegd wordt. De klossen zijn tamelijk zwaar en er wordt meestal met een klein aantal gewerkt.










































































