Intermezzo


Aan 't kantkussen
In schaduw van 't schuurtje,
Aan 't kalkwitte muurtje
staat daag'lijks haar stoel.
Daar stelt zij haar kussen
En legt er de lussen
gereed voor het doel.
*
Daar steekt zij haar spelden,
Die 't raadsel vermelden
van 't peut'rig patroon.
Daar vlechten haar handen
De sneeuwitte randen
zoo sierlijk en schoon.
*
Daar toov'ren haar vingers
Tot ranken en slingers
den simpelen draad . . .
En 't lied van de klosjes,
Zoo luchtig en losjes
vervaagt er pas laat.
*FROUWIEN KUYPER





































1 reactie op dit bericht
fijn weekend