Naar de inhoud

Keukenweetjes

Tips en hulp voor de keuken !

Ter Leringhe ende Vermaeck
akke.beakke.be
Clipboard-5.jpg

Categorie: Gevogelte

Gekonfijte eendenbouten

 

Vorige week maakte iemand mij er attent op dat deze week in de Lidl supermarkten eendenbouten zouden te koop zijn.

2353588-a64a4ee36193588ba86c985680a3cb0e.jpg

Dit indachtig heb ik mij vandaag drie eendenbouten aangeschaft. Slechts drie, want meer waren er niet meer in voorraad. Niet erg, daar kom ik de winter wel mee door… De pootjes hebben me drie euro per stuk gekost, en dat is een goede prijs, zeker omdat het niet die vette bouten zijn die je gewoonlijk (soms toch) vindt in de supermarkten. Deze bouten waren afkomstig van barbarie-eenden en ze wegen ongeveer 350 gram per stuk. Dat staat ook op de verpakking en een barbarie-eend is niet zo’n dikke vette eend.

De lekkere gekonfijte eendenboutjes uit de Périgord indachtig zal ik er een confit van maken; gekonfijte eendenbout, confit de canard! Of “eend, gekonfijt in vet”!

Een beetje een complexe bewerking maar het resultaat is de moeite waard.

 Dergelijke confit is in feite een conserve. Het in eigen vet gaargekookte eendenvlees blijft gedurende maanden goed als het onder vet en koel bewaard wordt. Dus je kan er een voorraadje van aanleggen.

 Hoe ze te bereiden?

Eerst de pootjes in een kom leggen en ze bedekken met een paar grepen grof zout. Liefst grof zeezout maar elk ander zout zal het wel doen.

De pootjes met het zout nu overnacht in de koelkast stoppen en de bouten regelmatig omdraaien. Het zout onttrekt vocht aan de bouten, dus het zout lost op en vormt zo een pekel. De bouten ongeveer 12 uur in het zout laten zitten en regelmatig omdraaien. Maximum 24 uur maar met het risico dat het vlees dan te zout wordt.

Na deze tijd alle zout van de poten spoelen en het vlees droog deppen. Dat laatste kan best gedaan worden met wat keukenrol...

 Ik ben de gelukkige bezitter van een ‘slow-cooker’, ooit eens gekregen van een lezeres van dit blog… En zo een ‘trage koker’, dat is het ideale kooktoestel voor dit soort werk. Maar in een zelf geknutselde bain-marie lukt het ook goed. Zo heb ik vorige week duivenboutjes gekonfijt, met prachtig resultaat. Dus twee potten of pannen in mekaar zetten, de ruimte tussen de pannen vullen met heet water zodat de temperatuur in de kleinste pot of pan niet hoger kan oplopen dan 100°C.

 Vul nu de ‘slowcooker’ of de bain marie met een hoeveelheid eendenvet. Met een kilo vet kom je al heel ver… Eendenvet is te koop in de betere supermarkt of bij een goede poelier. Alle vet wordt niet opgebruikt en de rest van dit vet kan later dienst doen in de keuken voor groentebereidingen of om aardappelen in te bakken. Lekkerder dan boter of margarine en zeker gezonder… (Iets wat ik niet dikwijls beweer…!)

Laat het vet eerst smelten zonder te verhitten en stop de eendenbouten er in. De bouten moeten onder vet staan, of toch bijna.

Een takje tijm, een laurierblaadje, een knoflookteentje, enkele peperbolletjes, dat alles mag mee sudderen in het vet maar het is niet echt nodig.

Controleer voor alle veiligheid ook tijdens de bereiding of de temperatuur van het eendenvet niet hoger oploopt dan 100°C.

Misschien bestaat een andere mogelijkheid er in om de bouten in de oven te stoppen in een groot bad gevuld met vet en de oven in te stellen op 95 -100 graden. Dan zeker de temperatuur van het vet regelmatig controleren.

 Na een tweetal uurtjes zullen de pootjes wel voldoende gaar zijn. Controleer voor de veiligheid reeds na het eerste uur! Doe dit met een houten satépen of met een tandenstoker, die moet vlot door het vlees heen gaan. In een oud Frans kookboek vond ik dat je moet prikken met een strohalm. “Het strootje moet vlot en zonder breken door het vlees gaan”… Maar wie kent er nog een ‘strohalm? Laat staan; waar zou je dat nog vinden?.. (Landbouwers, even zwijgen nu…!)

Indien de bouten nog niet voldoende gaar zijn, gewoon nog een beetje wachten. En dat is het....!

 De bouten kunnen nu, afgedekt in het (gestolde) vet bewaard worden maar je kan ze natuurlijk ook direct consumeren.

Als je ze later wil opwarmen dan neem je een bout of meerdere, en leg ze met een beetje vet in een koekenpan en laat ze op een zacht vuurtje traag mooi bruin kleuren. Nog beter gaat dit in een oven van 180°C, gedurende een tiental minuten, dan wordt het vel lekker knapperig.

 Gestoofde erwtjes smaken hier heel goed bij maar vele andere groenten passen ook bij een “confit”… of gekonfijte eendenbout. Maar ook een frisse salade en gebakken aardappeltjes, gebakken in de pan in een beetje vet van de eendenboutjes... Voor de salade maak je best een vinaigrette met notenolie, dat past er perfect bij.

Ook schijfjes gebakken aardappelen, samen gebakken of gestoofd met eekhoorntjesbrood passen prima bij de confit. Het is nu het juiste seizoen om ergens op een markt eekhoorntjesbrood te vinden… en te kopen… Of zoek ze zelf in het bos, maar dat mag niet in Vlaanderen!!!

 Hier drink je natuurlijk een stevig glas rode wijn bij, misschien een wijn uit het Bergerac gebied in Frankrijk?

Let op; een dergelijke confit is geen lichte maaltijd. Eén eendenbout is wel een heel grote portie voor één persoon, voorzie dus maar een siësta na de maaltijd.

 

Hoe vind je dit bericht? 11 stemmen
Geschreven door Nicolay om 13:20 Stuur door

Afrikaanse kip

Vandaag wil ik het hebben over een gerecht van heel lang geleden. Misschien is het zinloos om het te beschrijven, zeker de waardering van de Vlamingen kennende, als het over een gerecht met pindasaus gaat… Maar toch doe ik het!

 Heel lang geleden, de dieren hadden nog maar pas het spreken verleerd, was dit gerecht een van de toppers op de menukaart van een toen vrij bekend restaurant in hartje Antwerpen. Op de grote markt nog wel. Je kon toen nog een hele nacht parkeren onder de Brabo’s fontein zonder dat het je een cent koste of je een boete kreeg. En er stond nog een frietkraam op de grote markt en Ferre Grignard werd wereldberoemd in Antwerpen en omstreken als hij zong van; “ Ring, Ring, I've Got to Sing”…

“De Zeven Schaken” was de naam van het restaurant. Een zaak met dezelfde naam bestaat nu nog op dezelfde plaats maar het is een volledig ander type restaurant geworden.

Het is ook in dat restaurant dat ik als jong broekje de eerste, voor mij onbekende, avocado clandestien heb gekocht met de centen van de baas. Ik vond het toen weggegooid geld. Zo’n harde oneetbare knol!

 "Fondue Bourguignonne" was de specialiteit van het huis en af en toe stuurde de patron mij naar de toen nog bestaande Grand-Bazar op de Groenplaats om er een paardenfilet op te halen. Dat werd dan het vlees voor de fondue! In de duistere restaurantzaal kon je toch niet zien wat er op je bord kwam.

2326714-3582360a47209a4c51cd656da78de782.jpg

 Op de restaurantkaart stond ook een “Poulet Choucoune”. Franse benamingen waren destijds heel normaal. Poulet choucoune was kip in een saus die gemaakt was van pindanootjes. De baas was een ex-koloniaal, zie je. Hoe het gerecht juist bereid werd wist ik toen niet... Ik kwam pas van school en ik heb enkel de uien voor de saus mogen snijden.

 Ongeveer vijfentwintig jaar later werkte ik in Afrika, in het beruchte “Hotel des Milles Colines” te Kigali, Ruanda. Daar duikt die “poulet choucoune” weer op. Niet op de kaart van het hotel waar ik werkte maar ten huize van Jean-Marie. Jean-Marie was de “maître d’hotel” van het restaurant dat bij het hotel hoorde. Hij had mij en Lief, mijn echtgenote, uitgenodigd voor een etentje bij hem thuis op een avond dat we beiden een vrije dag hadden. De vrouw van Jean-Marie was zowel politieofficier als de kokkin des huizes en er kwam kip in pindasaus op tafel; poulet aux arachides.

 Ondanks dat het zeer lang geleden was dat ik het gerecht geproefd had in Antwerpen, herinnerde ik mij dat de kip er hetzelfde uit zag en hetzelfde smaakte als wat destijds in de “De Zeven Schaken” opgediend werd...

 Hoe de gastvrouw de kip bereid heeft heb ik toen niet gevraagd; mogelijk vergeten te vragen na te overdadige consumptie van Johnnie Walker. In de tropen is het de gewoonte dat je whisky drinkt bij alle gerechten! Van het aperitief tot bij de koffie.. Het beschermt tegen malaria, zo wordt beweerd!

2326714-a7147d12b4de49b20977285b40db851e.jpg

 Later heb ik toch ook eens geprobeerd om zo’n kip in pindasaus te maken.

 Zoals de meeste Afrikaanse bereidingen is het recept zeer eenvoudig.

Je hebt er liefst een authentieke Afrikaanse kip voor nodig. Geen snotzachte, smaakloze plofkip maar een half wild kieken met vlooien tussen de pluimen. Zo een kip die in de brousse, luid kakelend voor je rammelende Landrover uit loopt, en blijft lopen, om in een wolk van pluimen als platte kip te eindigen. Door al dat gekoers krijgt dit soort kippen extra lange poten en een heel lange nek... Daarom zijn ze onder de kolonialen beter gekend als koerskiekens ofte poulet coureur!

 Dat is ook de ideale kip voor de bereiding van de Congolese moambe…

 Omdat hier geen koerskiekens te verkrijgen zijn, gebruik je liefst een soepkip. Dat is een legkip die ‘uitgelegd’ is; ze is niet meer rendabel voor de eierproductie. De poelier verkoopt dit soort kippen wel.

 Hak de kip in stukken met je machete en kleur deze in (palm)olie samen met veel fijngesneden uien. Voeg er water bij en een puree van vers geplukte, fijngestampte pinda’s. Naar keuze ook een royale hoeveelheid fijngehakte pili-pili en eventueel een scheut whisky toevoegen maar deze laatste twee zijn facultatief. De kip nu gaar koken in de notenpap met peper en zout er bij...

Laat de kip koken tot de notenpuree een sausdikte verkrijgt.

Indien de kip nog niet gaar genoeg is, voeg dan water bij en kook nog verder. Roer regelmatig want de saus, nu dus een pindasaus, kan gemakkelijk aanbranden.

En denk er aan; zo een koerskieken moet heel lang sudderen…! Reken maar op minstens een uur!

 De basis voor de saus is een puree van pindanootjes. In de tropen gebruikt men daarvoor verse, nog zachte, pas geoogste pinda’s. Wij hebben hier geen verse pinda’s maar met gedroogde nootjes uit de supermarkt lukt het recept ook wel. De nootjes eerst van de bruine vliesjes ontdoen en daarna gaar koken in veel water, dat gaat redelijk snel. Dan alles fijn maken met een staafmixer of beter in een bekermixer. Of je kan ook luidkeels zingend de gekookte noten buiten in een uitgeholde boomstam fijn stampen, zoals in Afrika...

Ik moet daarbij altijd denken aan de witte pater die in het college elk jaar zijn zelf gedraaide film vertoonde over het dagelijkse leven in de missiepost. Vooral de beelden van de zwarte vrouwen die met wiebelende blote borsten pindanoten stampten in een uitgehold houten blok konden op de bijzondere interesse rekenen van de vele jonge studentjes…

 De afgewerkte saus moet bijna wit van kleur zijn en aan een lichtjes korrelige roomsaus doen denken. Het pikante mag, maar moet zeker niet! En je eet er liefst gekookte rijst bij.

 De aardnoot, apennoot of pinda is een heel speciale plant. De plant begint te groeien zoals alle andere planten, krijgt bloemetjes en nadien zaden. Als de zaden beginnen te rijpen buigen de stengels die de vruchten dragen naar de grond toe en verstoppen zich dan in de aarde. De zaden rijpen onder de grond. Daarom spreekt men soms ook over ‘aardnoten’. De plant levert zachte nootjes op als ze vers uit de aarde komen maar eens gedroogd worden ze droog en hard.

 Pinda’s, apennoten of aardnoten zijn geen echte nootjes maar de vruchtjes zijn verwanten van de bonenfamilie. Daarom ook dat men in het Engels over pea-nuts spreekt. (Pea = erwt)

 Van pinda’s wordt aardnoten- of arachideolie gemaakt, maar dat wisten jullie natuurlijk al.

Wat ik ook heel grappig vind is de Franse benaming voor geroosterde pinda’s: des cacahuètes... Je hoort de kip of haan er zo in kakelen of kraaien.

 Tenslotte, waar de naam “choucoune” vandaan komt is voor mij, tot hiertoe, nog steeds een raadsel...

Op het internet is nergens ook maar één woord te vinden over choucoune. Behalve, op het eiland Martinique, daar woont een vrouw met die naam...

 Maar nergens een gerecht met die naam…

 Weer een van die Afrikaanse mysteries…

 Afbeelding kip: Tim Flach

Hoe vind je dit bericht? 12 stemmen
Geschreven door Nicolay om 09:21 Stuur door

Duifjes en pannenkoeken

Hoe het afliep met de duifjes van vorige keer?

2300183-d85bd2f8dede61ed265d51827e6f969c.jpg

 Wel het waren mooie beestjes, dik in het vlees en de smaak en de structuur vielen wel mee. Alleen, ik heb de borstjes, die ik apart gaar gemaakt heb, een beetje te ver laten gaan. Het was de bedoeling om ze nog een beetje rosé te houden maar ja… babbelen en drinken (of omgekeerd) en tegelijk in de keuken bezig zijn… Dat loopt wel eens fout af.

Ik had de pootjes en de vleugeltoppen apart gaar gestoofd. Deze eerst gekleurd in een braadpannetje, wat bouillon, kruiderij er bij en onder deksel laten gaar sudderen gedurende wel twee uur. De jus die zo ontstond diende als basis voor de saus. De los gekookte sappen van de gewoon gebakken borstjes, nog een klont verse boter en wat peper en zout gingen bij de jus van de pootjes, en dat was het dan.

De - niet rosé gebakken- borstjes in mooie plakjes gesneden, de boutjes ernaast en klaar!

Nog de erwtjes op het bord, je weet nog, voor de “Clamart”. Daarnaast kwam ook nog een koekje samengesteld van in julienne gesneden zoete aardappel, pastinaak en gewone aardappel samen, langzaam gebakken zoals een rösti en dat werd een mooi bord.

 Om kort te zijn, voor een duif van twee euro per stuk, viel het wel heel goed mee.

 Als nagerecht heb ik op heel “grootmoeders wijze” flensjes gebakken en die gevuld met een eetlepel van mijn pas gemaakte confituur van bittere sinaasappelen, misschien beter gekend als marmelade… Volgende keer meer daarover!!!

Het was trouwens het juiste moment om flensjes te eten, het was toen 2 februari, Lichtmis! En het gezegde gaat toch als volgt; “Er is geen vrouwke noch zo arm, of ze maakt met lichtmis haar panneke warm”… (Maar daar werd vroeger soms ook wel iets heel anders mee bedoeld!)

De flensjes heb ik daarna op een even antieke wijze geflambeerd…! Dunne flensjes even verwarmd in boter, gevuld met een eetlepel marmelade, dan geflambeerd met een stevige geut cognac en het geheel ‘geblust’ met het sap van een sinaasappel en alles nog eens goed opgewarmd. (Ik gebruikte wel armagnac, bij gebrek aan cognac, maar de smaak blijft bijna gelijk…)

 Ondanks dat dergelijke gerechten niet meer van deze tijd zijn, te zwaar, te veel alcohol, te veel calorieën smaakte het uitermate naar meer…

 Zeker als je nadien ook nog een dutje kan doen. Of een uiltje vangen…

 Er blijven nog negen duifjes te gaan…

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Geschreven door Nicolay om 11:45 Stuur door

Lierse duiven

“Ik heb iets met Lier”…

 “Ik heb iets met”… Is een foute uitdrukking om aan te geven dat men zich verbonden voelt met iets. Bij mij is dat het stadje Lier.

 En waarom?

2298658-df71972196e1d1c9f1bd37e8d20ac1df.JPG

Wel.. Omdat ik daar mijn vrouw gevonden heb - of zij mij..? En zeker ook omdat ik daar mijn eerste stappen in het jachtige horecaleven heb gezet. In 1963, heb ik als jeugdige enthousiasteling de feestzaal en traiteurszaak, het “Hof Van Aragon” onder de leiding van de legendarische Marcel Van Roy helpen opstarten…

Nog altijd één van de allermooiste periodes uit mijn jeugd! Alle dagen waren een feest!!!

 De zaak bestaat nog altijd, zij het onder een ietsje gewijzigde vorm en met andere uitbaters!

De naam Aragon werd aan de feestzaal gegeven omdat het straatje waarin de zaak gevestigd is de naam ‘Aragonstraat’ toebedeeld kreeg. In Lier werd in 1496 het huwelijk voltrokken werd tussen Filips de Schone en Johanna van Castilië, bijgenaamd “Johanna de Waanzinnige”, die onder meer koningin was van het toenmalige Aragón. (Het land ‘Spanje’ bestond nog niet!) Toen een nooit meegemaakte evenement voor de Lierse bevolking.

 Lier, het stadje gelegen aan de samenvloeiing van de Kleine- en de Grote Nete is vooral bekend om zijn Zimmertoren, zijn statige belfort uit 1369, nu UNESCO Werelderfgoed, zijn mooie Grote Markt en zijn uitgaansleven… Denk maar aan “La Rocca”. De Lierenaars omschrijven zelf hun stadje als ”Lierke Plezierke”, een uitdrukking die door Lierenaar Felix Timmermans in 1928 voor het eerst werd gebruikt. Veel wordt verklaard als je weet dat er in Lier in de 17e eeuw wel twintig brouwerijen zorgden voor de nodige drank. De laatste brouwerij, Cuykens, sloot de deuren in 1967.

 De inwoners van Lier worden Schapekoppen genoemd, een bijnaam waar ze nog altijd fier op zijn. In het begin van de 14de eeuw wilde Hertog Jan II Van Brabant de Lierenaars bedanken voor hun bewezen diensten bij zijn strijd tegen de Mechelaars. Ze mochten daarvoor een beloning kiezen: een veemarkt of een universiteit. De Lierenaars kozen voor een veemarkt en zo verhuisde de veemarkt van Wespelaar naar Lier en de hertog zuchtte: “Oh, die schapenkoppen”. (Domme… onder verstaan…)

Die veemarkt is nu al lang veranderd in een parkeerplaats voor de bussen van ’De Lijn’.

 Minder gekend is het bestaan van de Lierse duivenmarkt op zondag. Lier trekt op zondagmorgen, reeds vanaf zes uur, diverse duivensportliefhebbers uit heel het land aan, maar ook uit Nederland, Duitsland, Frankrijk en Engeland. De kopers en verkopers trekken er nog altijd met volle autobussen naar toe om deze markt te bezoeken.

De duivenmarkt van Lier zou al bestaan sinds het midden van de 19e eeuw en ze heeft nog altijd plaats van de tweede zondag van januari tot het einde van de Paasvakantie en dit op zondag van 6 tot 12 uur op de Grote Markt.

 Jullie hebben het misschien al begrepen; ik ben ook eens naar de Lierse duivenmarkt geweest. Puur uit nieuwsgierigheid en om er misschien wel een duifje, of meerdere, op de kop te tikken… (Letterlijk te interpreteren!)

 Of ik nu ga duiven melken? Neen hoor, ik had heel andere bedoelingen. Op die markt zijn niet alleen wedstrijdduiven te koop. Er bestaan ook duiven die het tijdens hun loopbaan niet al te ver geschopt hebben! Zo bijvoorbeeld als de ‘blauwe geschelpte’ en de ‘wittepen’ te voet van Quiévrain terug naar huis zijn gekeerd. Of als een oververmoeid duifje in La Souterraine is geland in plaats van te Barcelona … Meestal eindigt daar dan meteen hun vliegcarrière…

 Ik had geruchten opgevangen dat die minder goede vliegers soms wel te koop aangeboden werden voor culinaire doeleinden. En vermits een gebraden jong duifje een niet te versmaden lekkernij is…?

Ik had veiligheidshalve, nu twee weken geleden, een informateur (niet die van de regering…) op pad gestuurd om na te gaan of er inderdaad duifjes te koop zouden zijn voor humane consumptie.

Vorige zondag dan, zo rond elf uur ben ik zelf gaan kijken hoe de zaken er voor stonden.

Ik kwam net op tijd aan om samen met mijn handlanger aan het aperitief te beginnen…

 Niet zoals de duif van die duivenmelker uit Ingelmunster die voor liefst 1.250.000 euro aan een Chinees verkocht werd, zijn alle duiven op de Lierse markt prijsbeesten. Er worden ook meer democratische prijzen gehanteerd voor de minder goede vliegers. Die verkoop gebeurt wel onder de denkbeeldige toonbank.

Mijn informateur was er in geslaagd om na twee zondagen palaveren elf stuks, reeds netjes gepluimde duifjes, op de kop te tikken. Twee euro per stuk. Meer is een slechte vlieger niet waard in de ogen van een duivenmelker.

Op de plastic zakken waarin de beestjes verpakt zijn, staat in viltstift vermeld; “vliegers”! De beestjes wachten nu in mijn diepvriezer tot het uur der verrijzenis is aangebroken. De beestjes waren trouwens al diepgevroren.

 Volgens mijn onderhandelaar heeft de verkoper ten stelligste beweerd dat het jonge duifjes zijn. Ik hoop het… Hij of zij die eerstdaags hier mee aan tafel zal schuiven weze hierbij verwittigd… De hoofdschotel van het menu staat al vast.

 Vorige jaren werkte ik regelmatig in Frankrijk en daar stonden bijna wekelijks jonge duifjes op het menu. Als het kon, Anjou-duiven, de hoogste kwaliteit, maar ook de duurste. ‘Franse nestduiven’ worden ze ook genoemd, duifjes van hoogstens zes weken oud. Toen 15 tot 18 euro per kilo, nu vind ik prijzen tot 15 euro voor één duifje… Zo’n duif weegt ongeveer 500 gram en is bedoeld voor slechts één persoon… Alleen de borstjes en de boutjes worden geserveerd. Van de resterende karkassen kan een lekkere bouillon getrokken worden.

 Dus hoe mijn, hopelijk jonge duiven, die ik kocht voor twee euro per stuk, zullen zijn, taai of heerlijk mals? Ik laat het wel weten.

Mocht het tegenvallen en de beestjes zouden niet kunnen gebruikt worden om te braden, er staat nog altijd een blik zuurkool met spek in de voorraadkast.

Als het oude of taaie duiven zouden zijn, kan ik er bouillon trekken. Voor een smakelijke bouillon heb je oude of taaie duiven nodig, dus die duiven die van Poitiers te voet naar huis zijn gekomen of een gepensioneerde blauwe geschelpte, dat is ook goed…!

 Zo een krachtige duivenconsommé werd waar ik werkte in Frankrijk, regelmatig bereid en werd opgediend als een kopje koude consommé tijdens de hete zomeravonden. Net na het aperitief maar vóór de “plateau de fruits de mer”. Hier meer over de werkwijze om zo’n consommé te bereiden.

 Duivenbouillon werd lang aanzien als versterkend voedsel, dikwijls voor zieken of voor iemand die zwaar werk te doen had maar de voedingswaarde van bouillon schijnt schromelijk overdreven te zijn. Duiven, jong of oud hebben donker vlees, zowat als het vlees van wild. De bouillon die er van getrokken word is daardoor ook donker gekleurd en geeft daardoor de foute indruk van ‘krachtig’ te zijn…

Maar lekker is ’t ie wel!

 Ik zal de duifjes bereiden op de heel klassieke manier; “Gebraden jonge duifjes Clamart”.

Dat klinkt chic maar het betekent gewoon; duifjes met jonge erwtjes. Indien je meer wil weten over de term ‘Clamart’, hier is meer te vinden. Maar in het kort; Clamart is een voorstad van Parijs waar men er in de 17e eeuw in slaagde om als producent de eerste verse jonge erwtjes, primeurs dus, op de Parijse markten te brengen.

 Voor de bereiding ‘Clamart’ worden de erwtjes gestoofd samen met kleine jonge uitjes en fijn gesnipperde jonge kropsla. Het is duidelijk… Jonge duif is een typisch lentegerecht. De duifjes zijn nu juist volgroeid, de erwtjes hebben nieuwe zaadjes ontwikkeld en de kropsla begint op te schieten. De lente is in zicht. Nog een beetje geduld...

Zingt Jan De Wilde niet, ik denk dat hij weldra gaat komen?!

 

 En het volgende is van “De Strangers”…

 

Oh m'nen blauwe geschelpte

gij zeh m'n lievelingsduif

oh m'nen blauwe geschelpte

ge ligd in de boveste schuif

ge zeh' gah begod

de krak van me kot

 

Op de melodie van “Paloma Blanca” van George Baker



2298658-34b3933c7838afc0bb8fd2f00f8b2251.jpg
Hoe vind je dit bericht? 11 stemmen
Geschreven door Nicolay om 00:00 Stuur door

Kapoenen

2240135-45435532d0867e8ab966c5aff4b2ee78.jpg

Om nog even verder te gaan in de vleessector; het is niet het meest populaire onderwerp op dit ogenblik, maar hetgeen volgt moet aanzien worden als een stukje geschiedenis.

Ik wil het hebben over ‘kapoenen’. Het woord is zowel een werkwoord als een zelfstandig naamwoord. ‘Kapoenen’, het werkwoord betekent zoveel als een haan castreren en na de behandeling, het kapoenen, is de haan een ‘kapoen’ geworden!

 Volgens de EU-definitie is een kapoen een haan die is gecastreerd, voor de seksuele volwassenheid, en na de castratie minimaal 77 dagen is vetgemest. Het slachtgewicht kan dan tot 5500 gram bedragen.

Het vlees van gecastreerde hanen wordt erg gewaardeerd vanwege zijn malsheid, door het hogere vetgehalte in de spieren van het dier en voor de grotere vleesopbrengst. Een kapoen is een traditioneel feestgerecht en wordt vooral tijdens de eindejaarsfeesten gebruikt, dikwijls als vervanging van de traditionele kalkoen.

 Nu toch enig goed nieuws voor de dierenliefhebbers. In België en in Nederland is de castratie van hanen verboden, in verschillende andere Europese landen is het echter toegestaan. De verkoop van kapoenen is evenwel in heel Europa toegelaten. In de Franse supermarkten zie je rond Kerstmis meer kapoenen in de toonbank liggen dan kalkoenen! De prijs per kilogram loopt dan op tot het dubbele of zelfs tot drie keer de prijs van de gewone braadkip.

De Franse naam voor de kapoen is ‘chapon’, de naam die dikwijls in de handel gebruikt wordt.

Wie ooit zelf al eens een kip geslacht heeft, of de ingewanden uit kwarteltjes heeft gehaald, weet dus wel waar de teelballen van een (mannelijke) vogel gesitueerd zijn: op een onmogelijke plaats, in de buikholte, helemaal bovenaan tegen de ruggengraat geplakt!

Dit feit heeft mij zeer lang geïntrigeerd. Hoe kan men in godsnaam een mannelijke vogel zijn geslachtsattributen afnemen zonder het beest volledig in de vernieling te helpen? Hoe deed men dat destijds? De Romeinen kenden het principe al…

Ik heb het ooit eens gevraagd aan een vermaard poelier. Die bekeek mij zo met een blik van, ’t is voorzekers weer ene van ’t stad … Maar hij wist het jammerlijk genoeg ook niet! Een andere poelier wist mij te verzekeren dat men het deed door de hanen luzerneklaver te voederen, zo’n klaver zou veel vrouwelijke hormonen bevatten en zou daardoor het dier rustig houden. Het leek mij niet aannemelijk, dan zou men de haantjes alleen maar luzerne mogen voederen !?

Dan naar een veeartsenpraktijk gebeld. Geen resultaat, zij wisten het ook niet! Een van de veeartsen dacht ook dat het met hormonen zou gebeuren…( Eigenlijk had hij gelijk… Maar het is een verboden methode!)

Maar hoe is dat nu mogelijk? De Romeinen kenden het procedé al en hier wist niemand hoe het moet!

Toen heb ik mijn vraag aan een collega gesteld, die wist het antwoord ook niet, maar hij wist wel hetgeen volgt!

Er liep toen een programma op de radio waarvan ik nu de naam vergeten ben en tijdens dat programma kon men gelijk welke (idiote) vraag stellen aan de luisteraars. Iemand kende misschien wel het antwoord. Ik heb toen weer dezelfde vraag gesteld aan heel luisterend Vlaanderen: “Hoe wordt een haan gecastreerd om dan een kapoen te bekomen”? Met een beetje geluk was er wel ergens ten lande een specialist die het antwoord op de vraag kende. En, ja hoor, er kwam juist geteld één antwoord, maar het was nu wel het juiste !!!

 De brief met het antwoord kwam uit Beernem, in West-Vlaanderen. (Het was nog in de tijd dat men zich verplaatste met paard en kar en dat men iets kon mededelen door een voldoende gefrankeerde brief te sturen…)

Wie mij de tekst toegestuurd heeft ben ik ondertussen ook kwijt maar het verhaal heb ik nog wel. Ik ben toen zo slim geweest om de tekst, zij het veel later, in de PC op te slaan. De PC moest eerst nog uitgevonden worden!

Het toegezonden document was opgesteld in een archaïsch Nederlands, met een sterke West-Vlaamse invloed, maar de tekst is goed te begrijpen. De tekst was wel getypt maar ik vermoed dat die tekst ook al overgenomen was van een ouder handgeschreven document.

Lees maar;

Over het hanenlubben of snyden

Het hanenlubben heeft ten doele hun vleesch vetter en malscher te maken. Het is voornamelyk in de lente of in den herfst dat deze bewerking gedaen wordt, mits de wonde, des zomers, lichtelyk kankert. De hanen van vier maenden, of daer omtrent, bereiken den ouderdom om gesneden te worden. Men voorziet zich, om deze bewerking uit te voeren, van een snydend werktuig en van eene met wasdraed doorreden naelde, en men gaet aldus te werk.

Een medewerker legt het dier, met het hoofd om laeg, op deszelfs rug, op dat het ingewand, naer de borst terug gedreven, niet zoude blootgesteld worden om door het werktuig, met welk men den buik opent, niet gekwetst te worden. De stief naer den wondpeeler gekeerd, de regte dy langs het lyf gehouden en de linker dy achteruit gebragt, om de linker zyde, op welke de insnyding zal gedaen worden, bloot te maken of te ontdekken. Het is aen het onderste dezer plaets dat de lubber of snyder, na eenige pluimen uitgerukt te hebben, eene insnyding doet, die dringt tot in den buik en groot genoeg zy om er den vinger in te brengen. Het is voorzigtig van, op den stond dat men deze insnyding doet, de binnenkanten of vliezen van den buik, dien men open snydt, een weinig op te heffen, om ze van het ingewand te verwyderen en zekerder te zyn van ze met het werktuig niet te kwetsen. By aldien eenige innerlyke deelen stonden door de wonde te ontsnappen, moet de snyder dezelve tegenhouden, gevolgelyk de voorenste vinger in den onderbuik stekende, hy rigt dien naer de streek der lenden, een weinig links de middenaderlyn.

Daer gevoelt hy een ligchaem met eene gladde oppervlakte, ter groote van eene snyboon en weinig vastgehecht; hij rukt het los en trekt het naer de opening, door welke hy het doet uitkomen.

Men gaet op dezelfde wyze met den tweeden zaedbal te werk, die zich ter zyde van den eersten, aen den regter kant der middenaderlyn bevindt; daerna nadert men de lippen der wonde tot elkander, welke men door eenige naedsteken met de naeld te zamen voegt, en de snyding is voltrokken. De zorgen, welke men na het lubben voor het dier moet aenwenden, bestaen van hetzelve gedurende eenige dagen in eene plaets van zachte temperatuer te stellen, waer het geene poogingen doen kan, om op het rek te zitten, en hetzelve met meel en in water geweekte gerst te voeden.

Men lubt de hennen of hoenders met hetzelve inzicht. Men rukt hun pluimen uit, die zich tusschen de stief en den staert bevinden, men vind juist onder de stief eene kleine hoogte door een klein rond ligchaem gevormd die er zich onder bevind. Men maekt er eene dwarsche insnyding in, en breed genoeg om er alleenlyk den vinger in te brengen en om deze dikheid te doen uitkomen, die aen eenen eekel gelykt ; het is de eijerstok. Men maekt dien los, men naeit vervolgens de wonde toe, men vryft die met olie en men bestrooit ze met assche.

Mesting der kapoenen (kapuinen) en jonge hennen.

Wanneer gy eenen kapoen of eene jonge hen mesten wilt, stelt die in eene kooi of kot, een slach van kevië, waer van ik reeds de beschryving gedaen heb, en volgt in alles de leerwyze welke ik voor het mesten der kleine kiekens aengetoond heb. Doet hen twee of drie mael daegs zeven af acht meelbollekens inslikken van gerst, boekweit of gerstmeel gemaekt, in water en melk geweekt, zonder hen te drinken te geven, en zy zullen in vyftien dagen zwaer vet zyn.

 De laatste alinea over het “mesten” van kapoenen behoort niet meer bij het “capuynen” zelf, maar zo kreeg ik de tekst toegestuurd.

Het castreren zelf wordt dus “lubben” “hanelubben” “snijden” of “capuynen” genoemd.

Bemerk ook dat hennen, dus vrouwelijke kippen, ontdaan werden van de eierstokken met dezelfde bedoeling, meer vleesgewicht bekomen! In de Franse terminologie worden dergelijke grote braadhennen, “poulardes” genoemd. Een doorsnee poularde weegt iets meer dan twee kilogram.

In de vroegere Franse keuken kent men nog en tweede soort kapoen. "Un chapon", zo wordt ook een met knoflook ingewreven geroosterde broodkorst genoemd. Als een Franse kelner vraagt; avec ou sans...? Dan bedoelt hij 'avec ou sans chapon'?

Het is een oude gewoonte om zo een crouton, ingewreven met een teentje knoflook, te mengen met de salade. Of eerst de slakom in te wrijven met knoflook. Dat is één van de redenen waarom een goede slakom, een slabak, van (olijf)hout gemaakt is…! Zo was er wel de geur van knoflook maar niet de smaak voor degenen die dit niet wensten. Ook in menig recept, tot in de jaren zestig van vorige eeuw, werd regelmatig aangeraden om een broodkorst ingewreven met knoflook door de salade te mengen om zo de knoflookhaters ter wille te zijn. (Dikwijls de dames...)

Tot een tiental jaren geleden was er in Wallonië een kweker van kapoenen maar die heeft noodgedwongen zijn activiteiten moeten stoppen. De kapoenen die toch nog verkocht worden in sommige supermarkten zijn alle ingevoerd uit Frankrijk…!

Hoe vind je dit bericht? 27 stemmen
Geschreven door Nicolay om 01:50 Stuur door

Dok

In Antwerpen verscheen er in 2013 een nieuwe supermarktketen met de naam "Tanger" op het toneel. Nu zijn er in Antwerpen reeds drie dergelijke, van oorsprong Nederlandse winkels. De eerste vestiging van "Tanger" in België werd geopend in 2013 aan de Bredabaan te Merksem. Tanger heeft sinds enkele maanden ook de oude vestiging van AH op Antwerpen-Kiel overgenomen. Er is ook nog een derde kleinere vestiging gesitueerd tegenover het Stuivenberg ziekenhuis. De supermarkten bieden een ruim assortiment aan ‘etnische producten’ aan uit diverse landen zoals Marokko, Turkije, Suriname en Azië. Het bedrijf is sterk gericht op halal-vlees, vis en op verse groenten en fruit. De keten is eigendom van een (rijke) Marokkaanse familie die in Nederland gestart is als leverancier van gevogelte.

 Bovenstaande is de sterk verkorte (en niet gesponsorde) info die in de folders en via het internet over deze supermarktketen terug te vinden is.

 Wie al langer mijn blog volgt weet dat dergelijke winkels op mij het effect hebben van een magneet... Toch was ik nog nooit in een "Tanger" supermarkt geweest... (Sinds 2013... ) Toen de winkel op (zo zegt men dat in Antwerpen) het Kiel openging was ik niet meer te houden!

Voor wie een beetje een avontuurlijk eter is en gemakkelijk kan leven zonder dagelijks zijn patatjes en vleesje met erwtjes en worteltjes.... Dan moet je absoluut eens gaan kijken...

De wonderbaarlijkste dingen zijn er te vinden aan merkelijk lage prijzen. Marokkaanse, Indische, Aziatische en Turkse producten staan er overzichtelijk en overzichtelijk uitgestald langs brede gangen. Veel zaken die je (misschien) nergens anders vindt...

 De visafdeling daar heb ik zo wat mijn twijfels aan maar bij de halal vleesafdeling zijn reuze koopjes te doen... Vooral kalfsvlees en gevogelte.

Zo lagen er bij het gevogelte in een plastic bak een viertal rare dingen die er uit zagen als witte rugbyballen gedecoreerd met donkerbruine schroeivlekken. Bij nader toezien bleken het eenden te zijn waarvan de laatste pluimresten met een krachtige vlammenwerper waren weggeschroeid... Op een stukje karton dat als prijskaartje dienst deed stond te lezen; "DOK - 5 € kilo".

2109934-9389531c769fd68f8ff32d3eebdce647.jpg

Een beetje pidgin-Engels begrijpen is altijd handig... De vette ballen waren blijkbaar Engelstalige eenden. DOK = Duck, zoals Donald D (maar niet Trump...!)

 Nu vind ik een gebraden eend heel lekker op voorwaarde dat de eend bereid is in één of ander Chinees restaurant. Een gelakte eend, of pekingeend zoals men ze ook wel noemt, kan echt hemels lekker zijn... Maar alle pogingen die ik tot hiertoe ondernomen heb om zelf zo een eend te bereiden is nog nooit echt goed geslaagd. Eén van de redenen kan zijn dat ik tot hiertoe een verkeerd eendenras gebruikt heb want om een authentieke gelakte eend te bereiden heb je een pekingeend nodig. Let wel; pekingeend, betekent zowel een bereiding voor eend, eend zoals in Peking, maar is ook de naam van een eendenras.

 De pekingeend is een mooie dikke witte eend maar er bestaan verschillende types van deze eend. Hier in Europa wordt de pekingeend gebruikt om te kruisen met barbarie-eend. Deze kruising levert dan een eend op, de mulard, die de vetgemeste lever, de foie gras voortbrengt. Nadat de foie gras verwijderd is uit de geslachte eenden wordt het borstvlees van deze mulards op de markt gebracht als "eendenborst" of onder de Franse benaming "magret de canard". Deze eendenborsten, (heeft een eend borsten?) of beter, eendenfilets, zijn absoluut smakelijke stukjes vlees maar het is niet die smaak die ik verkies.

 Een hele, verse, desnoods diepgevroren, pekingeend vinden in de handel is niet zo eenvoudig. De Chinese supermarkt heeft ze doorgaans wel (diepgevroren) maar niet iedereen loopt daar zo maar eventjes naar toe gaan om een eendje te gaan kopen.

Nu lag de hopelijk geschikte eend hier vlak voor mijn neus en aan de belachelijke prijs van vijf euro per kilogram. Dus...

Nadien bleek de eend exact vijf euro te kosten!

 Met deze eend zou ik geen vierde keer een poging ondernemen om er een gelakte eend van te maken... Het zou me toch niet lukken. Voor de bereiding van een gelakte eend heb je behalve de juiste eend ook een zeer hete oven nodig is... De juiste eend had ik nu vermoedelijk wel maar geen enkele huishoudoven bereikt de gewenste temperatuur van 300 graden om een gelakte pekingeend perfect te kunnen bereiden.

 Daarom heb ik eerst het borstvlees, de filets, van de eend verwijderd en ook de boutjes. Die stukken liggen nu in de diepvries te wachten tot het juiste ogenblik aanbreekt om ze er weer uit te halen... De boutjes kan ik dan konfijten in eendenvet... Dat heb ik al dikwijls gedaan en gekonfijte eendenbilletjes... Die zijn heel lekker! In een cassoulet bijvoorbeeld of met een groene salade en "pommes Sarladaise"... Dat zijn rauwe aardappelschijfjes gebakken in eendenvet samen met dunne schijfjes truffel... Maar is ook heel smakelijk met eekhoorntjesbrood in plaats van truffel... en een ietsje goedkoper.

 Eén borststukje bleek juist groot genoeg te zijn als portie voor een persoon. En een eend heeft twee filets... Even denken???

 Dan bleef nog het karkas over. Uiteindelijk is dat het grootste onderdeel van zo een eend. Er stak ook nog een plastic zakje in de borstholte met daarin het hart, de lever, de maag en de nek van de vogel.

 Mijn periode in Frankrijk indachtig zou ik van dit karkas een soort "rilettes" of "grattons" kunnen maken... Want je kent mijn devies; alles opgebruiken! Niks weggooien!

 In feite bestaat er weinig verschil tussen de twee genoemde bereidingen; "rilettes" of "grattons". Het komt er op neer dat bij de bereiding van de "confit de canard" alle kleine deeltjes van de eend of de gans, mee gekookt worden, samen met de confit, in een bad van eenden- of ganzenvet tot het vlees van deze karkassen zo mals geworden is dat het vanzelf van de botjes valt. Deze afgevallen snippers gekonfijt eendenvlees worden dan uit de ketel bijeen geschraapt. Schrapen; het Franse werkwoord daarvoor is, "gratter"... En voila daar heb je de grattons, de schraapsels. Naargelang de streek waar de bereiding gemaakt wordt worden deze schraapsels verder tot moes geroerd en dan verkrijg je de "rillettes"!

 Ik had geen eendenvet in huis en snel eendenvet gaan kopen is niet iets dat je zo maar in een wip kan flikken! Zelfs in de betere supermarkt moet je dikwijls ergens in een duister hoekje, in de afdeling "specialiteiten", naar eendenvet gaan zoeken, om tot de ontdekking te komen dat het product juist uitverkocht is... En de poeliers... dat is een uitstervend ras.

 Zo een eend is toch uit zichzelf een heel vet beest... Waarschijnlijk zou het eigen vet van de eend wel voldoende zijn om een soort gekonfijt vlees te bekomen. Waarschijnlijk of hopelijk?!

2109934-78192cf78f647f4ae5c58d6c19150321.jpg

 Dus eerst het karkas in grote stukken gebroken, alle onderdelen uit het plastic zakje er bij, dan alles samen in een grote pot met veel water er over. Aan de kook gebracht en het vieze kookvocht dat daarbij ontstond weggegooid; dus geblancheerd...!

Nadien terug opgezet met fris water, aan de kook gebracht, nog eens afgeschuimd en dan de klassieke toestanden zoals ui, wortel, veel teentjes knoflook, enz... er bij gestopt.

Als kruiden, tijm, laurier, rozemarijn, oregano, peper en zout... De definitieve kruiding zou ik later wel op punt zetten...

Dan was het tijd om een namiddagdutje te doen... (Dat heb je nodig als je wat ouder wordt...)

Gans de namiddag, een viertal uur, heeft het eendenkarkas zeer zachtjes staan pruttelen. En wat dacht je, na vier uur koken? Het vlees was snotzacht gekookt...

Ik kon het vlees gewoon van de botjes schudden. Op het kookvocht, of wat er van over bleef, dreef een dikke vetlaag.

 Het overgebleven vlees, alles, dus ook het vel, heb ik toen eerst grofweg met het mes fijn gehakt. Dan heb ik het kookvocht verder laten inkoken tot alle water er uit verdampt was en het grof gehakte vlees toegevoegd.

Nu mocht de definitieve kruiding toegevoegd worden. De bedoeling is om dergelijke rillettes koud te eten, als broodbeleg of als onderdeel van een koud gerecht. Koude vleesbereidingen mogen, moeten zelfs, sterk gekruid en gezouten worden. Koud smaken zo'n bereidingen veel minder krachtig dan warm.

Ik heb nog wat extra foelie toegevoegd, (bij gebrek hieraan is nootmuskaat ook goed) en veel zwarte peper.

 Eerlijk gezegd, zag de massa er niet erg smakelijk uit... Nogal bruin. Maar chocolade is ook bruin... et alors?

 Toen heb ik de massa nog een tijdje verder verhit op het vuur tot het vet begon vrij te komen en dus alle vocht verdampt was. Daarna de massa in een vierkante vorm gegoten en na een nachtje afkoeling voelde het geheel vrij vast aan... Een beetje zoals corned- beef of hoofdvlees. De massa was mooi opgesteven tot een snijdbaar blok... Veel minder vet dan verwacht.

De smaak, dat is natuurlijk subjectief, maar de smaak is zeer goed. Zoals gewone rillettes, maar met een stevige consistentie...

Dit is een receptje dat voor herhaling vatbaar is.

 Het is niet het meest sexy gerechtje dat ik ooit gemaakt heb maar het krijgt van mij toch een zeven op tien op voor smaak. Voor sfeer en gezelligheid, dat wordt nog afwachten...

Volgend weekend zal ik de "rilettes" serveren als onderdeel van een hapjesbord samen met een stukje foie gras en enkele sneetjes gerookte eendenborst. Nog een klein slaatje, een warm toastje en een glaasje Monbazillac erbij... (Een sauternes mag ook maar???)

 De resterende boutjes stop ik later zeker in een cassoulet en dat laat ik dan ten gepaste tijde wel weten.

 

Kwak!

Later toegevoegd; volgens een vriend op facebook over het woord DOK; doksi betekent in het Surinaams barbarie-eend, een peking eend is dan weer een kwakwa

Hoe vind je dit bericht? 17 stemmen
Geschreven door Nicolay om 11:17 Stuur door

Een gelukkig Nieuwjaar

2107616-e6bc68ffe12f6a7699c7f4159d11178b.JPG

Wie gehoopt had op een witte kerst is er aan voor de moeite. In de plaats daarvan kregen we een triest en somber eindejaar. Het natste en het donkerste jaareinde sinds mensengeheugnis, zo wist Frank Deboosere op nieuwjaarsdag te melden! Toch zijn de weersomstandigheden voor mij zelden een aanleiding tot klagen doch als ik nu naar buiten kijk doet dit natte weer me toch onvermijdelijk terug denken aan het beroemde boek van Gabriel Garcia Marquez; "Honderd jaar eenzaamheid". Eén beeld uit het boek is me onuitwisbaar bijgebleven; de beschrijving van de aanhoudende, vijf jaar durende regen, regen en nog eens regen... Vochtigheid, nattigheid, de eeuwige regen! Marquez bemerkte: "de vissen kwamen door het raam binnen gezwommen"...

 Zo erg is het hier nog niet maar net op het ogenblik dat ik over dit natte weer zat te kniezen tegen Wiske, mijn konijntje, dat nu ook door de nattigheid niet buiten kan spelen, werd er gebeld aan de deur... Tot mijn verbazing stonden daar drie jonge zangertjes die beleefd vroegen of ze eens mochten zingen?

Het moet minstens twintig jaar geleden zijn dat er nog eens Nieuwjaarszangers kwamen aanbellen... Op de buiten, in de Antwerpse Kempen is dit nieuwjaarszingen nog populair maar in de stad? Tijdens een van de laatste nieuwsuitzendingen van 2017 werden op televisie, tijdens het journaal, de van deur tot deur gaande Kempense zangertjes zelfs in beeld gebracht.

 De zangers voor mijn deur hadden zich kleurrijk uitgedost; ze leken wel de drie koningen voor te stellen, geëquipeerd met een draaiende ster en al... De drie wijzen die uit het Oosten kwamen. Degene die de zwarte koning moest voorstellen had blijkbaar geen schoensmeer moeten gebruiken... Zijn kleurtje was naturel...

De jongemannen, die heimelijk delen van hun scoutuniformen probeerden te camoufleren, wilden een nieuwe traditie invoeren, zo wisten ze te vertellen. Ze zouden slechts één keer langs komen; nu met "Nieuwjaar" en dat telde dan tegelijk mee voor "Drie Koningen", het naamfeest van de drie wijzen die op 6 januari herdacht worden.

Ze zongen dan van de Driekoningen met hunne sterre, ze kwamen van heinde en verre...!

Bij gebrek aan muntstukken of snoepgoed ben ik nu vijf euro lichter geworden...

 Het voorval deed mij terugdenken aan mijn eigen jeugd... We woonden toen in een kleine gemeente, aan de poort van de Kempen, en tijdens het kerstverlof gaan "Nieuwjaar" zingen dat was zo wat de belevenis van het jaar. Nieuwjaar zingen stond op hetzelfde niveau als de kermis, Pasen of de communiefeesten...

 Moeder maakte ons tijdig wakker voor dit laatste evenement van het oude jaar. Zo vroeg dat het nog donker was.

We werden dik ingeduffeld in een lange jas en verder uitgedost met een muts en wollen handschoenen. De handschoentjes werden vastgemaakt aan een lint dat over onze schouders hing, anders speelden we de wanten zeker kwijt voor het avond was.

Moeder had reeds dagen voordien een grote witte beurs genaaid uit een oud laken, een versleten kussensloop of een afgedankte keukenhanddoek. De beurs werd eveneens aan een lange lus over de schouders gehangen. Deze beurs was verdeeld in twee compartimenten, het grootste deel voor de koekjes, snoepjes en mandarijntjes, het kleinere deel diende om de centen in te stoppen...

 Nog snel een boterham happen en dan vatten we de tocht aan door de verse, nog krakende sneeuw...

Bij het eerste huis moesten we nog een beetje moed vatten maar dan, eens diep ademhalen en:

 Nieuwejaarke zoete

Ons varken heeft vier voeten,

Vier voeten en een steirt,

Is dat gene nieuwjaar weird?

 Bij Mien kregen we altijd een frank, dat wisten we reeds op voorhand... Mien was een brave vrouw en zou voor de Nieuwjaarszangertjes zeker haar deur niet gesloten houden...

Een kwartje (van een oude Belgische frank) was een gemiddeld goede gift... Tien centiemen was zowat het minste dat je kreeg... of kon krijgen. Of nee... Vijf cent was toen het kleinste muntstukje.

Bij de naaste buren en sommige tantes kregen we een hele frank.

De meid van de pastoor gaf altijd een mandarijntje en een handvol koekjes... Letterkoekjes zoals Nic Nac-jes of kleine ronde koekjes versierd met een kleurig suikeren roosje.

Een rondje zingen in een café leverde altijd een goede buit op.

 Als er toch ergens een deur gesloten bleef, na twee keer over het varkentje gezongen te hebben, kreeg de onwillige bewoner of bewoonster, de volgende schimptekst te horen:

 

Hoog huis,

Laag huis,

Hier zit een gierige pin in huis...

 Dat was onze zoete wraak!

 Rond zes uur ’s avonds, we waren dan doodvermoeid door de lange wandeling, keerden we terug huiswaarts. Verkleumd van de kou want de handschoenen en de muts waren we ondertussen reeds lang kwijtgespeeld.

 Het "moment de gloire" volgde dan. De buit werd geteld.

De mandarijntjes werden gescheiden van de koekjes en van die laatste mochten we de gebroken stukjes nu al onmiddellijk opsnoepen... De rest was voor later!

Indien er meer dan honderd frank in de geldbeurs zat, dan was het een heel vruchtbare dag geweest...

Gelukzalig legden we de dan de halve frankskes, de kwartjes, de tien centiemstukjes en de hele franken in torentjes van tien op mekaar. Af en toe zat er zelfs een vijffrankstuk tussen... Gekregen van tante Julie of tante Roos...

Op een papiertje rekenden we nog eens na of de telling wel zonder fouten verlopen was en dan verdween de buit in het plaasteren spaarvarken. Voor later...!

 Tijdens het tellen begon het in de woonkamer stilaan heerlijk te geuren. Moeder bereidde konijn, één van eigen kweek... Op de buis van de Leuvense stoof stond de pan met konijn in zoet bier reeds zachtjes te stoven. Dat was elk jaar de traditionele oudejaarsavondkost. (In de streek was 31 december een heel gevaarlijk dag voor konijnen...)

 Nu wou ik hier het recept opgeven voor konijn, zoals moeder dat toen bereidde, maar sinds Wiske hier woont mag het woord "konijn", onmiddellijk daarna gevolgd door termen zoals, pot, pan, spit, oven, op z'n Vlaams of met pruimen, niet meer uitgesproken noch geschreven worden...

 Daarom een recept voor "Kip op grootmoeders wijze".

 Vervang het woord kip door konijn en het recept zal nog even geldig zijn.... Alleen krijg je met kip een probleem als er iemand van de gasten zich zou afvragen hoe dat konijn vleugels heeft gekregen?

 Gebruik voor deze bereiding een hele kip. Grootmoeders kenden toen niets anders.... Kipfilets, kippenvleugeltjes, drumsticks en kippenworsten dat is moderne nieuwlichterij.

Je versnijdt de kip zelf; eerst de borststukken er af, met het bot er nog aan; we gooien niets weg. Die botjes geven smaak en je kan er nadien zo heerlijk aan knabbelen.

Trouwens kip mag je met je handen eten! (Vroeger toch) Er bestaat zo een Frans gezegde; "Le coq et le pain se mangent à la main". Kip en brood worden met de handen gegeten...!

 Eerst de vleugelstukken wegsnijden, daarna volgen de bouten. De volgorde van versnijden mag ook andersom! Nu hebben we borsten en billen...! Snij elk stuk nog eens in twee. Of zelfs in drie stukken als het een heel grote kip of haan was of misschien betreft het wel een kapoen..?! Nu blijft nog het rugstuk over en misschien ook de nek (... als je de kip zelf zou geslacht hebben?)

Hak ook dit ruggedeelte in drie stukken en de nek in twee. Nu heb je een karrenvracht aan kleinere hanteerbare stukjes kip. Kruid deze brokjes met peper en zout en bestrooi ze met bloem. Nadien schud je zo veel mogelijk van de bloem weer weg.

 Begin in een grote braadpan met de stukken kip een kleurtje te geven. Gebruik daarvoor liefst boter. Fruit in de overgebleven boter (als ze niet verbrand is) nog een tweetal grof gesneden uien. Leg daarna de stukken gekleurde kip en de uien in een kookpan of pot en overgiet met bier. Moeder gebruikte toen bruin, zoet tafelbier. Iets wat je nu nog amper kan vinden maar het blijkt dat Jupiller nog tafelbier produceert en aan de man brengt in grote flessen van een liter.

Natuurlijk mag je ook een ander bruin bier gebruiken zoals trappist of bruine Leffe. Ik gebruik graag Rodenbach. Daar zit ook nog een zuur smaakje in. Zelfs witte wijn kan dienen, maar dan krijg je natuurlijk een andere smaak. Zorg wel dat de kip bijna onder vocht staat.

 Stop nog wat laurierblaadjes en een bosje tijm bij de kip. Ik ben er zeker van dat er vroeger ook nog nootmuskaat bij gevoegd werd. Toen raspte men immers over alles nootmuskaat!

Bij de slager heb je vooraf enkele plakken gerookt spek gekocht en bij de groenteboer een bakje champignons. Gebruik spek van goede kwaliteit, zonder zwoerd, en snij er reepjes van... Die goedkope rommel uit de supermarkt is niet veel waard.

Was de champignons snel en snij ze in mooie blokjes of schijfjes. Desgewenst mag je ze even bakken, dat geeft wat extra smaak en kleur. Bak dan tegelijk het spek mee.

 Indien je een kwaliteitskip gebruikt hebt, eentje met een "label", dan moet je toch rekenen op een klein uurtje stoven. Na drie kwartier voeg je dan de spekjes en de champignons bij de bereiding. Normaal zal de saus uit zichzelf voldoende gebonden zijn door de aanhangende bloem die bij het begin van de bereiding gebruikt werd.

Proef of er voldoende kruiding gebruikt werd en corrigeer indien nodig.

 Wij aten hier destijds gekookte aardappelen bij. (En zeker geen appelmoes, want dat paste er volgens ons evangelie niet bij... maar ieder zijn meug natuurlijk!)

 Met Nieuwjaar zou ik er kroketjes bij serveren. Smakelijk!

2107616-ecc4ab5e7e98419f49db5baca8b0a107.jpg

   Aan allen een vrolijk en gelukkig 2018 toegewenst en veel centen in de beurs.

Hoe vind je dit bericht? 13 stemmen
Geschreven door Nicolay om 08:30 Stuur door

Bedelaars kip

2074388-e573c18bc1776ffb46abd72be74be941.jpg

Lang geleden was er eens... Zo beginnen de meeste sprookjes!

Lang geleden was er eens een Chinese bedelaar. De arme man leefde in China tijdens de Qing dynastie ( 16e en 17e eeuw) en hij had een kip gestolen, zo werd toch verteld. De eigenaar van de kip zat hem achterna, vervaarlijk zwaaiend met een stok maar hij kon de bedelaar niet te pakken krijgen... Gelukkig maar!

In zijn haast om te ontsnappen aan de boze kippeneigenaar verstopte de bedelaar de gestolen kip haastig in de modder van een nabijgelegen vijver. Toen hij later, 's nachts, terug keerde om zijn buit op te halen vond de bedelaar zijn kip wel terug maar ongelukkiglijk met de veren helemaal besmeurd met een dikke laag vette modder uit de poel.

De bedelaar stak een vuurtje aan met wat gevonden twijgjes en takken met de bedoeling om de kip te braden. Maar hij had geen enkel stuk kookgerei bij de hand en hij gooide de kip dan zo maar in het vuur in de hoop dat er wel wat eetbaars zou uit komen. De modder uit de vijver was een vette kleisoort en toen de kip uit het vuur kwam was de klei zo hard gebakken dat die door het vuur een stevige korst had gevormd... Toen de bedelaar hongerig de korst openbrak waren de pluimen van de kip vastgebakken in de klei en ze kwamen als vanzelf los uit het gare kippenvel en daaronder vond de man een mooi sappig gebraden kippetje waaruit een heerlijk aroma opsteeg.

De in het vuur gebraden kip was zo smakelijk dat de bedelaar besloot om later meer kippen die op die manier gebraden waren te verkopen aan de dorpelingen en zo eerlijk zijn kost te verdienen...! (Alleen zou hij dan geen gestolen kippen meer mogen gebruiken. Alhoewel?)

Onbewust had de bedelaar een van de grootste culinaire uitvindingen uit de Chinese keuken gedaan! Zo verhaalt de legende toch...!

Dit verhaal wordt regelmatig verteld in China, zeker aan onwetende, goedgelovige toeristen. In werkelijkheid ontstond dit gerecht in de streek van Hangzhou in de Zhejiang provincie. (Waar dat ook moge wezen...?) Nu kan dit soort, in kleikorst gebraden kip, gegeten worden in de verschillende lokale restaurants van de streek.

Door de lange tijd die de kip nodig heeft om gaar te worden is het belangrijk om bij een restaurantbezoek vooraf de kip te reserveren... Restaurants die de kip in voorraad zouden hebben spelen vals en verkopen waarschijnlijk opgewarmde kip die reeds de dag voordien gebraden was !

2074388-0ab137d2ab74a953b69a3ff169fb480c.JPG

Dit was dan het oorspronkelijke verhaal van de bedelaar en de kip...!

Maar vorige week dook een krantenartikel op, ook handelend over de bedelaarskip - of een "Beggar's Chicken" - in de Engelstalige Mail Online. (Ik vond de tekst via Facebook) Het artikel in de krant handelt over de culinaire capriolen van een Chinese jongedame (22) die enkel bekend wil staan als "Ms Yeah". Het recept en bereiding van deze bedelaarskip verscheen in die krant in een nieuwe, humoristische versie. Juffrouw Yeah filmde zichzelf aan haar bureau terwijl ze een hele kip, een bedelaarskip, klaar stoomde op een houtskoolvuurtje dat ze stookte in een grote bloempot. Verder gebruikte ze uitsluitend materieel dat in haar onmiddellijke werkomgeving te vinden was. Zo sneed ze de groenten fijn met een credit card, terwijl ze een plastic tas over haar hoofd trok om niet te gaan huilen bij het snijden van de uien. Het vuurtje om de kip op te braden stookte ze in een grote bloempot... Wel verwijderde ze de plant eerst uit de pot.  

De hele film op You Tube toont hoe Ms Yeah eerst naar de markt gaat om daar een levende kip en verse groenten te kopen... (In het krantenartikel is slechts een verkorte versie van de film weergegeven) Om de kip tijdens de bereiding te beschermen koopt Ms Yeah een witte kool. (Bij een klassieke bereiding worden lotusbladeren gebruikt!) In het krantenartikel worden de koolbladeren, slabladeren genoemd... (Wat weer maar eens aantoont hoeveel die krantenschrijvers van voeding afkennen...!) Ze koopt ook nog uien, gember, steranijs en paprika's. Ook shiitake (paddenstoelen) waar ze later mooie insnijdingen in maakt; een idee om te onthouden...

Ms Yeah heeft nog meer filmpjes van haarzelf op You Tube staan, filmpjes waarop te zien is hoe ze ondermeer biefstuk bakt op een strijkijzer, Japanse ramen kookt op een bunsenbrander en noedeldeeg maakt aan haar bureau...(In een grote stofwolk vermoed ik..) Haar hilarische filmpjes zijn zeer populair en hebben reeds meer dan 200 miljoen views gekregen op de Chinese sociale media.

Maar zullen we ook eens proberen om het zelf te doen, zo een bedelaarskip bereiden!? Misschien is dit een goed idee voor een zomerse barbecue? Het is daar nu wel een ietsje te laat voor maar er komen nog veel zomers... (Hoop ik toch...)

Dus aan de slag! In mijn groot Chinees kookboek wordt als inleiding op het recept eerst hetzelfde verhaaltje over de bedelaar verteld maar om de kip te braden wordt echter aangeraden om de kip gaar te maken in een zeer hete gasoven...

Het recept uit het boek gaat zo; de goed gereinigde en gewassen kip wordt eerst bestreken met een mengsel van zout, sesamolie en Shao Hsingwijn (rijstwijn) De kip mag zo een uur rusten om de smaken te laten indringen. Marineren in feite.

Daarna wordt de kip in een wok een bruin kleurtje gegeven in heet varkensvet... Dan wordt de kip verder gebakken en gekruid met gember, suiker, zout, glutamaat, sojasaus, Shao Hsingwijn en sesamolie... De buikholte van de kip wordt daarna gevuld met gepekelde Shanghai groenten... Wat dat ook moge wezen? Of gebruik liever, zoals Ms Yeah verse groenten en/of paddenstoelen. Of beter nog; stop de kip vol met geurige kruiden zoals tijm, massa's verse laurierbladeren en een partje citroen... Je weet niet wat je dan proeft...!

Volgens dit authentieke recept wordt de kip nu verpakt in gedroogde en daarna geweekte lotusbladeren. De bladeren worden met een touwtje vast gemaakt rond de kip of doe het weer zoals Ms Yeah en gebruik een vel aluminiumfolie. Omdat we hier waarschijnlijk geen lotusbladeren hebben, kunnen bladeren van spitskool of witte kool gebruikt worden om de kip te beschermen tegen het aanbranden. Tenslotte wordt de kip volledig bedekt met een dikke laag klei. Twee kilogram rivierklei zou nodig zijn om een grote kip volledig te bekleden. Daarvoor wordt de klei op een oude krant uitgespreid tot een dunne laag en zo rond de kip aangebracht.

Als baktijd wordt een uur en een kwart opgegeven bij een temperatuur van 285 °C. (550° Fahrenheit!) Daarna nog een uur verder braden op 200°C. Er zullen weinig ovens zijn die de hoge temperatuur van 285°C kunnen halen... Zet de oven gewoon op maximum...

Dan blijft de oorspronkelijke oplossing ook nog over; de kip braden in een open vuur... Of in een grote hoeveelheid gloeiende houtkool op de barbecue...

Uiteindelijk vraagt het allemaal veel moeite en veel werk om gewoon een kip te braden maar als experiment voor avontuurlijk aangelegde koks of misschien tijdens een scoutskamp is het wel een grappig idee. Koken moet niet altijd een serieuze aangelegenheid zijn...

Nog een ander nadeel is ook, dat hier bij ons, klei niet zo vlot zal te vinden zijn. Tenzij je zelf ergens een stekje weet waar de bodem zwaar kleiachtig is... Of gebruik boetseerklei! Dergelijke klei is in de betere hobbywinkels te koop aan zeer redelijke prijzen. Ongeveer één euro per kilo. Dat valt dus wel mee maar het is heel wat werk vooraleer dergelijke klei mooi homogeen en bruikbaar gemaakt is.

Ook prima is het idee om geen klei maar een zoutdeeg te gebruiken... Hetzelfde zoutdeeg dat de peuters reeds in de kleuterklas leren maken; je weet wel hoe; 1 kop zout, 3 koppen bloem, 1 kop water en een soeplepel olie. Daarvan een homogeen deeg kneden en verder gebruiken zoals klei. De hoeveelheden zullen wel verdubbeld mogen worden voor één kip...

Nu we toch bezig zijn met vervangmiddelen te zoeken voor klei is het ook mogelijk om gewoon een grote hoeveelheid grof zout te gebruiken... Dat principe kennen we al een tijdje want deze manier van werken was enkele jaren geleden zeer populair in de trendy restaurantwereld... Toen was het vooral heel chic om vissen te verpakken in een zoutkorst! Met kip wordt dat dan; "Poulet en croûte de sel de Guérande"...! ... Dat is dan geen bedelaarskip meer maar rijkeluiskip!

Indien je toch deze bereiding wil toepassen neem dan een paar kilo's grof zeezout, meng dit zout met een heel klein beetje water of een eiwit en maak daarvan een soort korrelig deeg. Een laag zout op een braadslede leggen, de verpakte kip er op leggen en afdekken met een dikke laag zout... et voila; "Bedelaarskip in zoutkorst"...

Nu nog het filmpje van Ms Yeah. Zet je er even rustig bij want het filmpje duurt meer dan zeven minuten...

 


">

Hoe vind je dit bericht? 37 stemmen
Geschreven door Nicolay om 00:00 Stuur door

Fifty shades of chicken

1884535-3d5d33acb1f7c02767a4a547fe2bb95e.JPG
1884535-a3531347a002c6fbce34b2ffaba11e1c.JPG
1884535-f49e6e87bebb7dba5df15affb1e90612.jpg
1884535-27ed6036db42e1652a46e8f7112020b7.JPG
1884535-7b3b1f95afd394ac9cc5aba0018c7408.JPG
1884535-ccff929c0e3e71e9739c498d979e2ee6.JPG

Fifty shades of chicken

Waarom heb ik deze titel niet zelf kunnen bedenken?

Sex on a plate, ware ook perfect geweest…

Of beter nog: "Porno in de keuken"!

De afbeeldingen kunnen nu aangeklikt worden en vergroten dan.

 De aanloop tot deze titel was ondanks alles een onschuldige intentie...

Vorige week reeds vermelde ik de aankoop van een zwarte kip. Van een kip met een zwarte huid, zwarte beenderen, zwart vlees, zwart bloed, volledig zwart...!

Weliswaar vond ik het beest niet in levende lijve maar in de diepvriesafdeling van de Aziatische supermarkt.... Op de website van de "producent" van dit soort kippen vond ik dat dergelijke kip vooral bestemd is voor de Aziatische, versta, de Chinese markt.

Zonder dat daarbij enig nadenken nodig was bevond de kip zich plotseling in mijn winkelmandje...

 Vroeger had ik reeds over het bestaan van dergelijk soort gevogelte gehoord, en reeds gezien op een foto. Toen leerde ik dit soort kip kennen als zijnde "ayam cemami", wat ook zwarte kip betekent in het Indonesisch. Er bestaan ook kwekers van dit soort "zijdehoen" in Nederland en België. De mooiste exemplaren, de prijsbeesten, onder deze vogels worden voor exorbitante prijzen verkocht... Gelukkig kostte de kip in de supermarkt maar iets meer dan tien euro.

 Een paar dagen geleden wilde de voltallige familie Nicolay dan voor de laatste keer van het seizoen samen mosselen eten... Daarna is het wachten tot einde juni of dergelijke maar we hebben nu onze meug gehad voor enige maanden...

 Voor mij was dit een ideale gelegenheid om mijn zwarte kip aan de man (en vrouw) te brengen... Eerst soep eten en pas dan mosselen, zo zou ons moeder het ook gezegd hebben. Op het internet had ik reeds gevonden dat dit soort kippen bijna uitsluitend gebruikt wordt om "verkwikkende" soepen van te koken... Volgens de meeste bloggers, te vinden op het internet, zou het vlees van de kip niet veel waard zijn, zelfs niet te eten volgens een schattig blogstertje...! Anderen hadden geprobeerd om de kip te braden maar dat liep telkens weer faliekant af.

 Conclusie; mijn kip zou risicoloos worden gebruikt voor soep!

In plaats van een recept te volgen heb ik (zoals meestal) mijn eigen zin gedaan en eerst eens in de schuiven en kasten gekeken wat er in voorraad was aan grondstoffen bruikbaar voor een exotische soep... en dat was bijzonder weinig.

Dus toch maar naar de supermarkt vertrokken en een bakje "gemengde" paddenstoelen gekocht, bevattende, witte en bruine beukenzwammen, shiitake en één distelzwam. Mij nog enkele verse rode pepers en een bosje lente-ui aangeschaft. Dat was het dan.

 Uit eigen voorraad vond ik de gedroogde "monkey head mushroom" waar ik het al eens over gehad heb. Een groot stuk gember, een greepje steranijs, en een bakje met als inhoud de blaadjes van de kafferlimoen, lag in de diepvries.

De zwarte kip had ik reeds de avond voordien uit de diepvriezer gehaald en die lag nu (zoals het hoort) in de koelkast te ontdooien...

Mijn grootse kookpan uit de kast gehaald. Kip uit de koelkast gehaald en toen viel het pas op; de kop en de nek zat nog vast aan het beest... Ook de poten.... gelukkig waren de ingewanden wel verwijderd. (Dat zal wel verplicht zijn volgens de Franse wetgever) Het levertje was er wel bij...

 Ik ben er zeker van dat debuterende koks en vooral kokkinnen (sorry voor dit seksisme) op dit punt gekomen, reeds de handdoek in de ring zouden gooien...

Wat moet je met die kop, die poten, die hals...? Zo vies... !

Bij mij ging alles de pot in... met kop, oren en poten...!

 Nu heb ik reeds lang een zeer lijvig en leerzaam Chinees kookboek in de kast staan, met de rug er afgevallen door het intensieve gebruik. Ik herinnerde mij dat bij de recepten voor kip, volgens de foto's, in de authentieke Chinese restaurants dikwijls de kop en de nek van de kip mee geserveerd worden...

Bij nazicht bleek deze wijze van serveren zelfs een naam te hebben; "Eagle spread style"!

Zoiets als; gesneden zodat het er uit ziet als een gestrekte arend... De tekst is gelukkig gesteld in het Engels want mocht het Chinees zijn, dan zou ik er ook niet veel van begrepen hebben...

Maar de foto zegt hier alles.

 Eerst even gezocht op het internet of er geen geschikte foto van een gespreide arend, ter illustratie van dit blog, zou te vinden zijn, want een degelijke kopie maken uit een zwaar lijvig boek is geen sinecure op een kleine flatbed scanner. Uiteindelijk heb ik de foto toch maar gekopieerd uit het boek... het moest wel want via het internet was er niets te vinden... Nergens kende men blijkbaar de snijwijze die "Eagle spread style" genoemd wordt...

Een beetje logisch?! Wat er aan Chinese recepten te vinden is in een verstaanbare taal zijn doorgaans probeersels of concocties van buitenlandse amateurkoks die proberen om ook wat Chinees te koken.

 Maar tussen de "hits" van Google piekte een paar keer een opvallend item; "Fifty shades of chicken"...

 Intrigerend, niet !?

 Het bleek over een boek te gaan, "a parody in a cookbook"... en omschreven als : vijftig recepten voor kip, het ene al verleidelijker dan het andere, dat elke gast aan je tafel tot extase zal voeren. De avonturen van Miss Chicken; een jong kippetje met vrije uitloop, van rauw groentje tot goudbruine extase.

Veel variatie op kip, maar daar gaat het niet zozeer om. 't Wordt ware porno in de keuken...

 Het boek, uitgegeven in de VS bleek via Bol.com verkrijgbaar te zijn.

's Anderdaags, nog voor de middag lag "Fifty shades of chicken" op mijn keukentafel...

Of het nu geschreven is door een man of een vrouw is zeer onduidelijk... F L Fowler... maar dat zegt niet veel. Zeker is dat het boek een bestseller geweest is in de States.

 Elk recept, er zijn er vijftig, ingedeeld in drie groepen, wordt vooraf gegaan door een inleidende tekst geschreven in pure pornostijl...

Er komen twee personages in het boek voor... soloseks zo nogal triestig zijn... Het kippetje, Miss Chicken, het gewillige en weerloze object en Blades, de kok. Deze kok blijkt een knappe jongeman te zijn met een lichaam als een kathedraal... Zijn naam is "Blades"wegens de vijftig vlijmscherpe messen die hij aan een rek in zijn keuken heeft hangen... Zijn (ontblote) lichaam is verschillende keren afgebeeld maar altijd zonder aangezicht, wat alles nog mysterieuzer maakt. Miss Chicken, een jonge scharrelkip, speelt de hoofdrol in deze grappige, soms zinderende en altijd spitsvondige parodie op de wereldberoemde Vijftig tinten grijs van E.L. James. Net als Anastasia Steele is ze overgeleverd aan de willekeur van een dominante man, in dit geval een welstellende, sexy en vooral erg hongerige kok, Blades. Met keukentouw en koksmes gaat hij aan de slag en maakt Miss Chicken op vijftig verschillende manieren klaar. (Komt klaar ???)

 Als voorbeeld heb ik de inleiding van een recept, genoemd "Thighs spread wide", overgenomen en vol dichterlijke vrijheid vertaald:

 Zwaar ademend gooide hij (Blades) mij brutaal, zo maar lukraak neer. Ik wil het nu, hijgde hij, terwijl mijn dijen wijd open spreidend.

- Oh, maar dit is een braadslede, nee toch?

- Het is de juiste plek gromde hij, mij verschroeiend met zijn blik en terwijl een dof gegrom uitstotend afkomstig uit diepste van zijn binnenste.

Hij keek liefhebbend op me neer en traag schoof hij zijn vingers tussen mijn dijen. Hij spreidde ze wijd open, en met zijn handen, sensueel de aanval uitvoerend, strooide hij overvloedig kappertjes en schijfjes citroen kwistig over me heen.

Ik kon mijn dijen niet meer sluiten, het voelt intens, zo intens, zo diep ...

Oh, fucking my ...

 Het recept zelf heb ik niet gelezen, de inleiding was al voldoende. Alle recepten beginnen met dergelijk inleidend verhaal. Bovenstaande als voorbeeld is een kort verhaaltje, de meeste zijn veel langer.

Helemaal onderaan vindt je de volledige tekst van dit recept, onvertaald, om in the mood te komen...

 Maar ik moet mijn Chinese tonicumsoep nog maken.

 De zwarte kip ging op zijn geheel in de pot, met kop, nek, poten en oren. Ik heb ze wel eerst geblancheerd want ik wilde een mooie heldere bouillon bekomen. Als smaakgevers heb ik de in schijfjes gesneden gember, enkele teentjes knoflook, een rode peper, de limoenblaadjes, steranijs en zwarte peper bijgevoegd en dan het gasvlammetje zodanig geregeld dat de in wording zijnde bouillon amper kookte. Af en toe proefde ik dan eens en corrigeerde zo nodig het zoutgehalte...

 Terwijl de kip stond te sudderen werden de verschillende soorten paddenstoelen uiteen gehaald en de distelzwam in reepjes gesneden. De apenkop had een uurtje geweekt in lauw water en veranderde toen ook in fijne strips... Al de paddenstoelen mochten dan samen een minuutje koken in water met zout en koelden in hun kookvocht af.

Het groen van de lente-ui veranderde in kleine ringetjes.

 Hoelang de kip opgestaan heeft vooraleer ze voldoende gaar was, ik weet het niet juist, maar het waren ettelijke uren... Minstens drie tot zelfs vier uur lang... Deze zwarte kip is duidelijk geen "plofkip" maar een stevig gespierd vogeltje. Nadien heb ik van een halve kip het vlees af gepeuterd en ook in reepjes gesneden. Dat werd samen met de lente-ui en de paddenstoelen het garnituur voor de bouillon.

Het zwarte kippenvlees ziet er niet echt smakelijk uit. Het vlees zelf is niet echt zwart maar is omgeven door een zwarte film... Ook op de beenderen ligt zulke zwarte kleverige laag...

 De bouillon heb ik gezeefd om dan op smaak te brengen met een klein beetje sojasaus, die geeft wat extra kleur en smaak. Zoals elke volleerde Chinese chef heb ik daarna uit een geheime kast de bokaal met mononatriumglutamaat gehaald,.. de Vé-Tsin,.. de E 621, en een paar fikse koffielepels ervan in de bouillon gekieperd....

Vermits niemand van deze smaakoppepper iets wist is er ook niemand ziek van geworden, heeft er schele hoofdpijn van gekregen... of heeft er het Chinese-restaurant-syndroom aan over gehouden,

 Eigenaardig genoeg is er aan tafel met geen woord gerept over het onsmakelijk uitziende gevogeltevlees ... Iedereen had nochtans de resterende halve kip vooraf gezien, ook de kinderen (nu ja, kinderen; de jeugd...) Maar dat was vermoedelijk het gevolg van de drukke gesprekken die moesten gevoerd worden... en de familie is ook wel een en ander gewoon! Zeker als het van mijn kant komt!

 If you want  "happy ending" :

 https://www.youtube.com/watch?v=1XZ1lSbANdU

https://www.youtube.com/watch?v=stJuNvNMHAc

 Bij Lannoo is het boek te koop in een Nederlandstalige versie. Vijftig tinten kip. Het kost net geen 20 euro..!

1884535-7d9d60e7b5406a72dde0727f2a7c109d.jpg
1884535-664ae8c982121da3fca221a419faff92.jpg
1884535-c05049e7cad7c646280ae12cfc7b6682.jpg

Hoe vind je dit bericht? 11 stemmen
Geschreven door Nicolay om 00:00 Stuur door

Alles terug normaal

Vandaag geen recepten voor onbekende rare Afrikaanse beesten of voor groenten die je nergens anders vindt dan in duistere winkeltjes waar je, je moet uitdrukken in gebarentaal…

348-20140430-9b56a4.JPG

Nu gewoon…

Een tijdje geleden was er tijdens het tv programma; "Voor hetzelfde geld" een intermezzo met Tine Embrechts, die probeerde duidelijk te maken aan de kijkers dat de kost van de frisdrank voor een familie nogal flink kan oplopen per maand.

Ik had ook al eens overwogen om een toestel waarmee je zelf frisdrank kan maken aan te schaffen.

Het is niet doorgegaan! Wegens diverse redenen die er hier verder niet toe doen. Alhoewel misschien toch: als je zelf een smaakje en kleurtje wil geven aan je frisdrank moet je daarvoor fel gekleurde siroopjes kopen, te koop bij slechts één internetfirma! Die siroopjes zitten tjokvol suiker en dat wil ik nu juist niet! Een liter limonade zou dan ongeveer 100 gram suiker bevatten…

Eergisteren dacht ik er weer aan, om eens zelf gemaakte limonade te vervaardigen, wel zonder bubbels. Zonder prik!

Als je vers geperst sap van citrusvruchten mengt met water krijg je een zeer waterachtig drankje. Massa's suiker toevoegen helpt al iets. Dat geeft meer "mondgevoel", de drank wordt hierdoor "molliger"… Maar ook dan nog blijft de limonade maar waterachtig smaken en dan voegen we zelf suiker toe!

Daar hebben we het volgende op gevonden:

Alle commerciële limonades zijn op een of andere manier verdikt…! Gebonden met een product waardoor de limonade iets minder vloeibaar wordt en een vollere smaak krijgt…

Eén van de producten die daarvoor kan gebruikt worden is johannesbroodpitmeel… Een hele mondvol. Nu denken jullie, weer zo een product dat nergens te vinden is… en toch; gewoon bij de apotheker. Koop daar een pakje Nutrilon - Nutriton. Let op de 't' in het tweede woord.

De apotheker zal misschien eerst raar opkijken als je komt om Nutriton aan te schaffen, zeker als je al een beetje op leeftijd bent…want Nutriton is babyvoeding. Een bindmiddel om de melk voor zuigelingen dikker te maken!

Het speciale aan het product is ook dat het koude vloeistoffen kan dikker maken zonder dat er koken aan te pas komt zoals bij maïzena of rijstbloem.

 

In de verpakking van die Nutriton zit een klein doseerlepeltje.

Wel, neem nu een maatbeker en giet er bij benadering, 0,8 liter water in. (800 gram)

Doe daar twee maatschepjes Nutriton, dus johannesbroodpitmeel in, en roer.

Laat een tiental minuten rusten en ga er dan even met de staafmixer doorheen. Er kunnen zich vlokken vormen die je niet weg krijgt door gewoon te roeren.

Voeg hierbij nu het sap van een drie- of viertal citroenen, limoenen of sinaasappelen, naar keuze en smaak!

Opzettelijk heb ik geen suiker gebruikt maar een vloeibare zoetstof, hier Canderel - aspartaam. Het gaat evengoed met tabletjes, je moet dan maar tellen hoeveel tabletjes nodig zijn.

Tien of twaalf is een goed gemiddelde voor een liter limonade… Proeven zal het bepalen.

Nu ontbreekt nog iets dat de nodige pit geeft. Dat is citroenzuur. Dat koop je ook bij de apotheker maar in gelijk welke Turkse winkel is dat ook te koop in zakjes of flesjes voor enkele centen. De nam is 'limon tuzu' in het Turks. Het is een wit poeder dat er uit ziet als zout en in een oogwenk oplost in gelijk welke vloeistof.

Een half koffielepeltje op een liter is voldoende maar iets meer mag ook. Dit citroenzuur heeft op de koop toe een bewarend effect. Het vers geperste fruitsap in de limonade behoudt zo zijn frisse smaak. Ook bij het maken van confituur; op het einde van de kooktijd een mespunt of iets meer, afhankelijk van de hoeveelheid, citroenzuur toevoegen en de confituur zal mooi opstijven.

Giet je limonade nu over in een fles of karaf die in de koelkast past en voeg eventueel water toe tot je een volle liter hebt. Laat goed afkoelen…

Toch prachtig voor de zomer of bij de barbecue voor de geheelonthouders?

Dan is het weldra weer 1 mei… In mei leggen alle vogels een ei!

(Maar in april namen ze de pil!)

1 Mei heeft allerlei betekenissen onder andere als feest van de arbeid! Daarom krijgt iedereen een dag congé payé.!

Eén mei is volgens mijn bescheiden mening het voelbare begin van de lente. De verwarming mag af, of op een laag pitje gezet worden. Je kan al wonen en leven met de deuren of vensters open, zodat de frisse lucht binnenkomt. Die dikke jas mag naar de droogkuis.

Vooral, er komt een aanbod aan mooie primeurgroenten en vruchten… Sommige zijn er al langer maar de lente heeft zich dit jaar een beetje vergist!

 

 

349-20140430-1ad924.JPG


De vrucht die mij het signaal geeft van; 't is lente, 't is lente, staat hiernaast afgebeeld. De mooie vruchtjes, ze zijn een pruim groot, zijn hier weinig bekend. De Fransen noemen ze : nèfle du Japon. Japanse mispel, maar een echte mispel heeft niets met deze vrucht te maken. Alles wat de Fransen niet kennen wordt maar gemakshalve, "du Japon" genoemd.

De juiste naam is 'loquat'. Als je ze ergens vindt, kopen! Al is het maar één keer.

Ik dacht dat ik ze al eens in Delhaize gezien heb.

Breek of snij ze open en verwijder de dikke bruine pit of pitten. Er zit ook een soort vliesje rond de pitten, haal dat er uit… De redelijk dikke schil kan er gemakkelijk afgehaald worden. Gewoon trekken aan een hoekje en ze komt zo los.

De vrucht smaakt licht zurig en aromatisch. Ik heb ze vanzelfsprekend gekocht, zoals alle jaren, in een Turkse winkel…

Dan zijn de aardbeien er weer sinds een tweetal weken. De goede aardbeien, de echte, afkomstig van de Vlaamse bodem. (In serres).

Zelfs de prijs is gewoon laag, een drietal euro voor een bakje van 500 gram, dacht ik zo.

Als je nu over enkele dagen de aardbeien beu gegeten bent (???) dan kan je eens volgend gerechtje maken. Een beetje ongewoon maar toch…

Eendenfilet met aardbeien

Benodigdheden 4 personen:

2 eendenborsten

  • 500 gram aardbeien
  • Lichte sojasaus (zoute, bv Kikkoman)
  • Suiker
  • Kippenbouillon
  • Zetmeel, maïzena
  • Zwarte peper en zout
  • Lekkere, zachte azijn; mirin, balsamico of wittewijnazijn
  • Een klein greepje munt
  • Grof gemalen zwarte peper
  • Het sap van een halve citroen

            (mirin is een Japanse zoete wijn)

Bereiding:

         Verwijder het vel van de eendenfilets. Dit gaat gemakkelijk als je begint aan de dikke

          kant van de filet. Snij dit vel in reepjes van een centimeter breedte.

  • Laat dit vet uitsmelten in een braadpan op een zacht vuurtje tot er lichtbruine knapperige reepjes ontstaan. Bewaar het gesmolten vet in een kommetje. Giet onmiddellijk een koffielepel zoute sojasaus over de nog warme reepjes vel. Meng goed.
  • Kruid de eendenborsten met peper en zout, niet te veel zout, de sojasaus, straks, is reeds sterk gezouten.
  • Bak de filets in hun eigen vet tot ze mooi bruin zijn. Het vlees moet rosé blijven. Hou warm onder een vel aluminiumfolie. Zet opzij, liefst in een zeer zachte oven.
  • Was de aardbeien en verwijder de kroontjes. Droog ze in een doek.
  • Snij de helft van de aardbeien in grove dobbelsteentjes.
  • Kook deze dobbelsteentjes enkele minuten met suiker tot er een moes ontstaat. Dit moes mag vrij zoet zijn.
  • De andere helft van de aardbeien in mooie schijfjes snijden. Of gewoon in twee.
  • De eendenborst nu in zijn geheel opwarmen in de aardbeienmoes. Oppassen voor verbranding. Een eetlepel sojasaus bij de aardbeienmoes voegen en de eendenborsten uithalen. De saus aanlengen met kippenfond en een scheutje azijn tot de gewenste dikte. Op smaak brengen. Binden met aangeroerd zetmeel indien gewenst. Dit wordt dus een zoetzure, roodbruine saus.
  • De eendenfilet dwars in schijfjes snijden en overgieten met de saus.
  • De overige aardbeien even opwarmen in boter en afwerken met de grof gemalen peper, fijngehakte munt en citroensap. Apart bij de eend serveren.
  • Strooi als laatste een greepje gebakken eendenkaantjes over de bereiding en serveer liefst met een gestoomde basmatirijst. (Of kroketjes..)
  • Versieren met enkele in plakjes gesneden, overgehouden aardbeien.

 

 

Hoe vind je dit bericht? 13 stemmen
Geschreven door Nicolay om 01:04 Stuur door

Meer van Keukenweetjes

↑ Terug naar de berichten