Naar de inhoud

Keukenweetjes

Tips en hulp voor de keuken !

Ter Leringhe ende Vermaeck
Clipboard-5.jpg

Categorie: Technieken

Waar is da feestje?

Volgende zondag is het weer Pasen.

Nu heb ik sterk de indruk dat Pasen weinig of niet meer gevierd wordt. Rond kerstmis en Nieuwjaar worden deze blogs overrompeld door receptenzoekende landgenoten en noordenburen. Nu is de populariteit van de blogs , juist voor Pasen, gezakt tot een absoluut dieptepunt....

Maar wat bewijst dat... ? Dat alle lekkerbekken en hobbykoks waarschijnlijk met skivakantie zijn?

 

Toch is dit misschien het juiste ogenblik om het eens te hebben over tafeldekken. Feestje of geen feestje...! Pasen of geen Pasen...! Voor het volgende kerstfeest dan ?

 

Zorg eerst en vooral voor een tafel! Normaal wordt een zestigtal centimeter breedte voorzien per persoon. Indien je twee tafels moet gebruiken voor meerdere personen, zorg er dan voor dat beide tafels even hoog en breed zijn. Ze moet ruim en stabiel genoeg zijn opdat iedereen comfortabel kan zitten zonder de buurman of vrouw steeds tegen de ellebogen te stoten.

Zorg ervoor dat de tafel niet steeds staat te wiebelen. ( Aan een wiebelende tafel kan verholpen worden door een degelijk opgeplooid briefje van vijfhonderd euro onder één van de poten te stoppen...)

 

De tafel moet bedekt worden met een tafelkleed. Dit kleed wordt gekozen naargelang de aard van het feest of banket, maar neem nooit geen al te bont tafelkleed. Eerst legt men een tafelbeschermer. Dit kan een soort dunne deken zijn, een molton, of een speciaal daarvoor vervaardigd rubberachtige stof gemaakt van een soort schuimrubber. Dit bestaat in diverse breedtes en diktes.  Het is veel aangenamer zitten aan de tafel voor de gasten, het voelt zachter aan dan een harde tafel met een tafelkleed zo bloot er op en het is ook een antislip voor de glazen en borden en het werkt geluidsdempend.

 

Papieren tafelkleden zijn niet echt chic maar voor informele feestje kan het wel!

Papier raakt zeer snel doorweekt bij het morsen van water of andere dranken... en scheurt dan gemakkelijk.

 

De borden worden gezet zodanig dat de rand van het bord gelijk komt met de rand van de tafel. Dit kan men voelen bij het dekken van de tafel door met de rug van de hand de borden op de tafel verder te schuiven tot ze gelijk komen met de tafelrand.

etiquette-tafel-dekken.jpg

Dit eerste bord wordt wel eens een “kijkbord” genoemd omdat het bij chique gelegenheden op de tafel blijft staan zonder dat er ooit uit gegeten wordt. Elke keer dat er een ander gerecht aangebracht wordt, wordt dat gerecht op dit kijkbord gezet. Deze kijkborden kunnen uit een heel ander materiaal gemaakt zijn dan de klassieke porseleinen of aardewerken borden, uit metaal, zoals zilver of roestvrij staal bijvoorbeeld.

Minder informeel kunnen de nadien volgende borden voor de volgende gerechten nu reeds op dit eerste bord gezet worden. Dus kijkbord, daarop een bord voor het eerste voorgerecht en daarop het soepbord, dit maar als voorbeeld. Deze borden zijn zodoende koud en zullen ook koud blijven. Het is beter om elke keer bij een nieuw gerecht een ander warm bord in te zetten en daarna uit te serveren vanaf een grote schotel of kom, of het gerecht in te zetten gedresseerd op een warm bord.

De bestekken worden links en recht van het bord gelegd. Vorken aan de linkerkant. Messen of lepels aan de rechterkant. Deze bestekken worden zodanig gelegd dat de onderkant van het bestek een centimeter boven de tafelrand ligt. Alhoewel hier wel eens discussies over ontstaan hoe het nu juist moet... als het maar netjes is en alles overal op dezelfde manier ligt

 

De punten van de vork en het holle gedeelte van de lepel wijzen naar boven... Daar bestaan nog steeds twijfels over. Vroeger, lang geleden, werden de bestekken met de vorkpunten enz.. naar beneden gelegd omdat er toen een gravering op de achterkant van de bestekken gemaakt was, zo konden de gasten het familie-embleem zien als ze aan tafel gingen. Vooral in Engeland werd dit veel toegepast.

 

De glazen staan bovenaan het bord rechts. Op een rechte lijn. Evenwijdig met de tafelrand of schuin opgesteld. Deze glazen moeten staan in de volgorde dat de dranken, wijnen zeg maar, geserveerd zullen worden. Normaal is dit een kleiner glas voor de witte wijn aan de uiterste rechterkant, dan een glas voor rode wijn iets meer naar links toe en het waterglas staat steeds helemaal links of boven de wijnglazen. Maximum vier glazen. Anders wordt het een zootje...

Indien er meerdere wijnen geserveerd worden, worden ook de glazen regelmatig vervangen.

 

Aan de linkerkant van het bord, bovenaan, komt nog een extra klein bordje met aangepast botermesje, voor het brood.

Hier kan het brood reeds opgelegd worden vooraleer de gasten aan tafel gaan. De boter zelf wordt net voor de maaltijd op tafel gezet. Indien men verpakte boterporties gebruikt kunnen ze ook op dit bordje gelegd worden. Anders wordt de boter in een mooi botervlootje op de tafel gezet. ( En gebruik asjeblief boter en geen margarine...!)

Tijdens de maaltijd wordt er voor gezorgd dat er steeds brood voorradig is op dit bordje.

En voor de gasten: brood wordt nooit gesneden maar er worden met de hand stukjes afgebroken.

 

Nu resten nog de bestekken voor de nagerechten zoals de kaas en de zoete desserts. Deze worden horizontaal boven het bord gelegd. Het kleine dessertvorkje onderaan met de punten naar rechts wijzend en het mes daarboven met de punt naar links wijzend. De snijkanten van het mes wijzen altijd naar het bord toe. Voor een dessert waarvoor geen mes nodig is of waarbij een saus komt, gebruikt men een lepel in plaats van een mes. Aangeraden wordt om slechts één dessertbestek bovenaan te leggen. Indien er meerdere nodig zijn wordt dit er nadien bijgelegd.

 

Het servet wordt opwel op het bord of er naast gelegd aan de linkerkant. De tijd dat er met servetten allerhande “kunstzinnige” structuren geplooid en gevouwen werden is voorbij. Ook servetten in de glazen steken is “out”.  Na al dat geplooi en gerol bleef er een verkreukte vod over...! Papieren servetjes kunnen wel als extra gebruikt worden bij gerechten die met de vingers gegeten worden zoals ongepelde schaaldieren of andere zeevruchten. Indien het echt nodig is worden wel eens vingerkommetjes op de tafel gezet doch alleen bij dat gerecht en deze kommetjes worden ook nadien weer afgeruimd. Alhoewel het eten van gerechten met de vingers toch afgeraden wordt, tenzij het echt niet anders kan. Kippenboutjes bijvoorbeeld worden gegeten met mes en vork!

Het servet wordt door de gast over de knieën gedrapeerd en zeker niet tussen de hemdsboord gestopt. Na de maaltijd wordt dit servet naast het bord op de tafel gelegd. Het dient niet om er zich koelte mee toe te wuiven of zweet mee af te vegen. Dat er veel later op de avond “ambiance” mee gecreëerd wordt bij het nummer, Le lac du Connemara... dat is een ander verhaal...!

 

Nu wordt er ook nog een tafelversiering aangebracht. Dit kunnen bloemen zijn of kaarsjes of andere decors, een mooie menukaart bijvoorbeeld. Hoe het zo eenvoudig mogelijk. De tijden dat fruitschalen, taarten, torenhoge bloemstukken en dergelijke op de tafel gezet werden ter versiering zijn reeds lang vervlogen.

Indien men het nodig acht worden ook nog naamkaartjes voorzien zodat elke gast op de plaats zit waar hij of zij gewenst wordt. De gasten zoeken zelf hun plaats bij het aan tafel gaan of iemand, bijvoorbeeld de gastvrouw of heer kan de plaatsen aanduiden. Soms wordt dit gedaan door iemand van het bedienend personeel.

 

Bovenstaande is een omschrijving voor een zeer uitgebreide maaltijd waar alles zeer formeel moet verlopen en waar bij voorkeur bediend personeel aanwezig is zoals in restaurants of feestzalen. Thuis kan men het bijna nooit zo perfect uitvoeren omdat er het nodige materieel niet voor aanwezig is, ook onvoldoende ruimte is en vooral omdat er geen personeel voorzien is. 

 

Indien je zelf de bediening wil doen moet rekening gehouden worden met enkele eenvoudige regeltjes.

Borden steeds inzetten langs de rechterkant van de gast. Ook het afruimen gebeurt lang de rechterkant. Indien er soep wordt opgeschept vanuit een soepterrine wordt dit wel lang links gedaan. Waarom? Probeer maar eens, dat gaat veel vlotter, in de veronderstelling dat de serveerder rechtshandig is. Om te beletten dat er lekken soep van de opscheplepel op de kleren van de gasten zouden terecht komen wordt de opscheplepel, pollepel zeggen wij hier in Vlaanderen, nooit te vol geschept wordt en men doopt de lepel even terug in de soep. Nu heb je enkele seconden tijd om de inhoud over te brengen naar het bord van de gast zonder lekken...!

Gemakkelijker is het om de soep ter serveren in kleine individuele soepkommetjes.

Bij serveren vanaf een grote schotel of kom doe je ook langs de linkerkant van de gast...!

 

Deze regeltjes steunen op logica. Zo werkt dat het gemakkelijkst! Steeds in de veronderstelling dat de serveerder rechtshandig is. Een linkshandige moet de regels omdraaien maar de gasten reageren dan wel eens verkeerd omdat ze het anders gewoon zijn...!

 

De wijn wordt geserveerd langs de rechterkant... ook het bijschenken.

De gastheer zal vermoedelijk de wijn eerst (willen) proeven. Daarvoor wordt een bodempje wijn in zijn glas gegoten en de serveerder wacht tot de goedkeuring komt. Daarna wordt verder geserveerd, normaal eerst de oudere gasten in volorde van belangrijkheid, en zo verder... De gastvrouw krijgt haar wijn als laatste, zij wacht dan tot de gastheer zijn glas bijgevuld is en heft dan het glas op de gezondheid van de gasten. Dit bijvullen van het glas van de gastheer wordt dikwijls vergeten door de serveerder... let daar op.

 

Water wordt uitgeschonken in het grootste linker waterglas. Dikwijls wordt eerst gevraagd of men bruisend op niet bruisend wenst.  Bruis of plat, rood of blauw, afhankelijk van de gasten...  Water moet gans de maaltijd voorzien worden en is de eerste drank die ingeschonken wordt.

 

Gewone dinertjes onder vrienden kunnen veel informeler verlopen maar toch blijven dezelfde regels gelden. Het inschenken van wijn, het inzetten van de borden en het afruimen enz... dit maakt dat de maaltijd veel vlotter verloopt en geeft ongezien en ongeweten een bepaald cachet dat de gastheer zeer ten goede komt...

 

Hoe vind je dit bericht? 12 stemmen
Geschreven door Nicolay om 00:36 Stuur door

Woestijnbrood

In een vorig artikel heb ik geschreven dat de Egyptereizigers, waaronder mijn vrouw,  mij beloofd hebben om een fotoreportage te maken over het bakken van brood op de meest primitieve wijze… Op een houtvuurtje of zelfs gewoon in het zand…

 

Het is zover, ze zijn reeds een tijdje terug, net op tijd om geen hinder gehad te hebben van de opstand tegen de Egyptische president Mubarak. Ze werden dan ook zeer goed begeleid door zeer ervaren gidsen.

 

Zelfs de onkosten voor de extra vlucht waren ook snel vergeten. Jet-air had net zijn vluchten naar Egypte gestaakt.

i4em4w.jpg%20widht=

29e0img.jpg%20widht=

14uakua.jpg%20widht=

2lm8hs9.jpg%20widht=

1zvbeko.jpg%20widht=

o8ao2c.jpg%20widht=

2w50d55.jpg%20widht=

214a8n8.jpg%20widht=

xnsr2d.jpg%20widht=

2ziopbb.jpg%20widht=

8yssxc.jpg%20widht=

2yx2pns.jpg%20widht=

mmykc2.jpg%20widht=

t5hcfq.jpg%20widht=

729eno.jpg%20widht=

339lkwn.jpg%20widht=

29xhw2d.jpg%20widht=

 

Tijdens zo een woestijnexpeditie is het geen kwestie van even naar de winkel te lopen om een pond suiker en een pak melk te gaan kopen... Alles moet mee in de Landcruisers. Ook het brood maar iedereen weet wel dat brood na korte tijd oudbakken zelfs steenhard wordt.

 

Er is daarvoor een oplossing, de chauffeurs die ook tot kok of bakker gepromoveerd werden, maken het brood elke dag opnieuw. Meestal ‘s morgens.

Het wordt een ongedesemd brood. Brood zonder gist dus. Iedereen die in zijn jeugd de “gewijde geschiedenis” nog geleerd heeft herinnert zich nog wel dat de Joden op de vooravond van de uittocht uit Egypte ongedesemd brood moesten eten van Jaweh.

Dat eten onze woestijnreizigers anno 2011 nog altijd...

 

De foto’s werden speciaal gemaakt door Marleen. Bedankt daarvoor. “Desert Marleen”. Dat zegt genoeg denk ik...

Een klik op de foto’s maakt ze groter!

 

Eerste en belangrijkste werk is het zoeken van brandhout. Zonder hout geen vuur en dus geen brood. Als de stukken gevonden hout te dik zijn moeten ze ook nog eens gesplitst worden.

 

Om het deeg te maken heb je bloem nodig. Hier wordt gewone witte bloem gebruikt maar het kan ook volkorenmeel zijn. Je verkrijgt dan “chapati” zoals dergelijke platte broden in India en grote omgeving genoemd worden. Een soort pannenkoek die in stukjes gescheurd wordt om er stukjes vlees of groente mee op te nemen tijdens de maaltijd.

 

Bij de bloem doe je water. Zoveel tot je een soepel elastisch deeg bekomt. Wordt het deeg te slap dan voeg je wat bloem toe, als het te droog is voeg je water toe. Zo simpel is dat. Een kookboek of een weegschaal hebben die mannen niet bij.

Er gaat ook soms ook zout bij alhoewel, echt nodig is dat niet. Dat is dan wel goed voor de hartlijders.

Er mag ook een scheutje olie in verwerkt worden. In India gebruikt men daarvoor “ghee”, verhit en geklaard botervet. Dat is alles.

Mocht je het zelf willen proberen, een beetje gist zorgt er voor dat het deeg zachter en soepeler wordt. Het moet dan wel geruime tijd rijzen. ( Raar; het deeg rijst terwijl de reiziger reist...!)

 

Dit deeg mag nu een tijd rusten onder een doek, dan wordt het wat soepeler en beter bewerkbaar.

 

Terwijl wordt de “oven”, hier bestaande uit een boven of onderkant van een oude olieton, warm gestookt met het sprokkelhout. In andere landen gebruikt men in plaats van een ton, dikwijls een soort reuze grote platte omgedraaide wok. Die wordt dan over het vuurtje gelegd met de bolle kant omhoog. Het kan ook op een ongeglazuurde aardewerken teil, enz... Vermits op dergelijke primitieve keukenapparatuur geen thermostaat aangebracht is, moet enige kennis van vuurtje stoken en een beetje bakkennis dit euvel verhelpen.

 

Het deeg heeft nu wel lang genoeg gerust. Het wordt in bolletjes verdeeld en deze bolletje worden dan uitgerold tot platte lappen van ongeveer vijftien tot twintig centimeter doormeter en een kleine centimeter dik. Het uitrollen doe je op een plank. Let er op dat de bakker van dienst hier de kartonnen koker van een rol aluminiumfolie of andere folie gebruikt. Dat moet niet echt zo. Met een echte solide houten deegroller gaat het ook wel als die niet toevallig in het vuur terecht gekomen is.

Nog een tip: een lege of volle wijnfles is een uitstekende  deegrol in dergelijke omstandigheden.

 

De broden worden nu gebakken op de hete plaat van de geïmproviseerde oven.

Het gaat zoals bij een pannenkoek. Eerst komen er kleine bruine vlekjes aan één kant van het deeg. Dan wordt de koek omgedraaid en bakt de andere kant. De twee deeghelften scheiden zich nu van mekaar waardoor het brood opblaast en de scheiding tussen beide helften verder doorgedreven wordt.  Om dit opblazen te versnellen wordt daarvoor de koek soms even boven een vlam gehouden of op de hete kolen gelegd.

 

In zeer primitieve omstandigheden kan het brood zelfs gebakken worden in de hete as van een houtvuur, as onderaan en as er bovenop. Of op een hete platte steen...

 

Wat hebben we nu gekregen? Hetgeen we hier een pita- of pittabroodje noemen.

 

Deze broden kunnen nu gevuld worden met allerhande varia. Dat kennen we inmiddels ook wel. Alle dagen steekt de brievenbus hier in Antwerpen vol met reclamefolders van diverse pita en shoarmarestaurants in buurt.

 

Lams, rund of zelfs varkensvlees, hoe durven ze, gebakken voor een open vuur op een vertikaal spit. Rauwkost erbij en diverse sausjes erbij en dit alles wordt dan in het broodje gestopt.

Voor de vegetariërs is er de “falafel”. Kleine kroketjes van kekererwten.

 

De woestijnreizigers eten er bij gebrek aan beters sardines, Weense worstjes  of smeerkaasjes bij. Veel schijfjes tomaat, ui en soms eens een blaadje verlepte sla.

Ook geen Carrefour’s of Delhaizes in de buurt. Soms zien ze tijdens twee weken geen levende ziel. Een dode hebben ze al eens gevonden maar de ziel was weg...

Met wat geluk kopen ze soms eens een geitje of klein kameeltje van een nomadenstam maar vers vlees is niet lekker en is vreselijk taai. ’t Kan ook van de kwaliteit van de kameel afhangen...

 

Nu dacht ik dat het misschien geen slecht idee zou zijn om tijdens de volgende zomer bij de barbecue zelf zijn brood eens te bakken. Een schaap of geit op de gril en broodjes op de olieton... !

De huidige barbecuetoestanden zijn echt High Tech machines geworden. Alle lol is er af.

Terug naar de natuur... zou ik zeggen. Wedden dat je er succes mee zult hebben?

 

Je mag mij er trouwens altijd voor inviteren.

Hoe vind je dit bericht? 21 stemmen
Geschreven door Nicolay om 20:03 Stuur door

Versnijden van een verse kip

Sinds enkele weken krijg ik van een vriendelijke mijnheer uit Menen vermoed ik of toch ergens uit die buurt, de recepten van de gerechten die zij met hun kookclub klaarmaken.

Die stop ik dan plichtsbewust in een map voor later gebruik.

Zo zat er onder andere een artikel bij over het versnijden van rauwe kip en ook een over de versnijding van een gebraden kip.

Ik heb het mij gemakkelijk gemaakt en een ander laten werken voor mij, dat brengt evenveel op… Niks dus…

Alhoewel, die beeldjes uit een PDF halen en de teksten aanpassen. ‘K zou nog moe kunnen worden.

De fotootjes, links bovenaan zie je dikwijls een hand… Die is niet van een gehandicapte of van een sterk gekleurde medeburger maar dat ontstaat zo door aan te foto te prutsen met “paint…”, om de reclame van het gratis PDF extractor programma te verwijderen…!

Hier gaan we:

Tusschen ’n talloore en ’n dampekappe vzw

Roland en Terry Van Hecke-Vreugdewater ( Dit is de milde schenker…)

Versnijden van een verse (of rauwe) kip - stap voor stap :

(stappenplan volgens Stefaan Vanbecelaere, 2009)


1z6xq89.jpg



1. Neem het uiteinde van de beide billen tussen de vingers.

Plaats het mes onder de punt van de borst.Trek de bouten weg van de borst.

Snij schuin omlaag tot op de ruggengraat.


2. Draai de kip een kwartslag in die zin dat de ruggengraat naar je toe ligt.

Snij het been rechtdoor.



3.Verwijder het staartstukje.Zet de bouten recht en snij ze middendoor.

Je hebt nu 2 afzonderlijke bouten met een stukje rug.In dit stukje rug bevindt zich de “kippenoester” (sot l’y laisse). 



4.Snij het stukje rug bovenaan de bout los tot op het gewricht.

Draai het met de hand los van de bout.




5.Snij, tegen het been aan, verder langs het stukje rug en verwijder het.De kippenoester hangt nu enkel nog aan de bout vast.




6. Snij de kippenoester los van de bout.




7.Leg de kip nu op haar zij en snij er de vleugels vanaf.




8. Verwijder het vel.

Wil je de kippenborst met het vel dan sla je uiteraard deze stap over. 



9. Maak een insnijding aan zowel links als rechts van het borstbeen.Voor versnijding tot kippeborst moet de rug van de borst verwijderd worden..

Wil je de kippenfilets volg dan verder vanaf stap 10. 


10.Snij het vlees los van het borstbeen net tot tegen het middenstuk van het borstbeen.

Herhaal dit uiteraard ook langs de andere zijde.



11.Snij, in de beide gewrichten, het wensbeentje los van de rug.




12.Steek nu een hand tussen het karkas van de kip en het vlees.




13.Trek het karkas van het vlees.

Je verkrijgt thans een dubbele filet met het wensbeentje er nog aan.



14.Snij tenslotte het wensbeentje los van het vlees.

Snij de filet overlangs door. Je hebt nu 2 enkele kipfilets.



Versnijden van een gebakken kip :

1 Billen

- Snij het vel tussen de bil en de romp heel voorzichtig in. Het vel mag liefst niet

“gescheurd” worden.

- Snij het vel tot aan het gewricht en buig de bout voorzichtig naar buiten met de hand.

- Draai nu de bout totdat de kop van het gewricht uit de kom springt.

- Snij deze nu los van romp. Het eenvoudigste is er een lichte druk met de hand op geven.

- Maak een insnijding in het kniegewricht zodat de onder- en bovenbout losser komen te

zitten.

2. Vleugeltjes

- Hak de buitenste punt van de vleugels door in het gewricht.

- Snij de vleugeltjes met een stukje borstvlees er aan van het borstvlees af en snij

eveneens het wensbeentje los langs het borstbeen tot op het gewricht.

3. Borstfilet

- Maak een insnijding langs het borstbeen en snij de filets los van het wensbeentje.

- Wil je de vleugels echter aan de filet laten, snij dan het wensbeentje middendoor

onderaan het gewricht.

- Snij eerst de filet los aan de punt van het borstbeen en snij dan de rest los langsheen het

borstbeen.

- Voor klein wild en gevogelte (duiven, patrijs, …) snij je de filet los aan het wensbeentje en

kan je hem zo lostrekken van het borstbeen.

“Wensbeentje” :

Bij het versnijden van de gare kip, zit het wensbeentje altijd in de weg. Met als gevolg: het heerlijke kippenwit gaat aan stukken.

Haal daarom het V-vormige wensbeentje vooraan in de kip er vooraf uit. Ga met een vinger langs een kant van het beentje naar boven. Trek voorzichtig de bovenzijde los. Zet het beentje ui de kip en trek dan de twee onderkanten uit het beest. En de klus is geklaard, bij het versnijden na het bakken, vallen de volledige kippewitten bijna vanzelf van het karkas.

“Kippe-oester of “sot l’y laisse” (volgens de overlevering) :

De smakelijke rugfiletjes op het karkas van de kip worden 'sot l'y laisse' genoemd. De uitdrukking komt uit de tijd van Napoleon, die verlekkerd was op kipgerechten. Toen de kok uitgebeende kip op tafel zette en het karkas weggooide zou hij gereclameerd hebben omdat dit lekkere stukje niet op zijn bord lag, met de gevleugelde woorden ''t zijn zotten die dit laten liggen'.

(Waar Juul Kabas later : ’t zijn zotten die waarken, van maakte…)


Hoe vind je dit bericht? 26 stemmen
Geschreven door Nicolay om 00:00 Stuur door

Tomaten pellen

Het is ongelooflijk maar waar, er zijn nog ganser bevolkingsstammen die niet weten hoe een tomaat moet gepeld worden.

Hoe ik dat weet ?

Ik zie het bijna dagelijks gebeuren.

Ik in de waan van, zij zullen dat wel kennen zeker commandeer dan; pel eens even enkele tomaten.....!

Dan zie ik een hele tijd nadien een massa slappe smurrie op de tafel liggen waar nog met veel goede wil een tomaat in te herkennen valt. Nog op het nippertje bruikbaar om er confituur van te maken. Tomatencoulis gaat ook nog.

In vakterminologie spreken we eigenlijk niet van tomaten pellen maar van tomaten “émonderen” of “monder les tomates”. Ah, oui eh, en Français!

Het Franse werkwoord “monder” of “emonder” betekent ontvellen: vooral van tomaten maar ook van amandelen of andere dingen die een dun velletje hebben.

De Nederlanders gebruiken het woord “plisseren” om aan te duiden dat ze een tomaat zullen ontvellen. Dat plisseren is afgeleid van het Franse werkwoord “éplucher” . Pellen, schillen.

Frans is voor de Nederlanders altijd een even exotische taal geweest als bijvoorbeeld het Zuid Lesbisch....

Gaan we even enkele tomaten plisseren ?

Zet een pot met water op het vuur en wacht tot het kookt. Dit wil zeggen tot het hevig borrelt.

Geen kleine luchtbelletjes die opstijgen, zwaar borrelen !

Er zijn zelfs individuen die dit verschijnsel nog niet kunnen herkennen.

Bereid ondertussen de tomaten voor.

Verwijder het kroontje. Dat is de steelaanzet. Doe dit met een zeer scherp mesje.

Maak aan de andere kant van de tomaat een ondiepe insnijding in de schil in kruisvorm.

Neem een schuimspaan en zet een tweede kom met koud water klaar naast de pot met kokend water.

Leg enkele tomaten, een drietal, op het schuimspaan en dompel ze in het kokende water.

Nu ziet men de schil na enkele seconden openbarsten, het kan ook langer duren. Stop de tomaten nu onmiddellijk in het koude water.

Wacht tot het water opnieuw hevig kookt en verwerk nu de volgende tomaten.

Nu rest ons nog alleen om het velletje er af te halen. Dat is echt kinderspel.

Heel dikwijls zullen de tomaten nadien gebruikt worden om er “tomate concassée “ van te maken. Geconcasseerde tomaat in ’t Nederlands. Tomatenblokjes als ze in blik verpakt zitten.

Snij daarvoor de tomaat dwars in twee helften.

Dus de tomaat op de steelaanzet op een plank leggen of in de hand houden. Het topje, waar het kruisje zat, naar boven. Snijd nu door de denkbeeldige evenaar.

Binnenin ziet men nu vele vakjes, minsten twee toch, daar zitten vele pitjes in en een kliederige slijmerige vloeistof. Wip die er uit, met behulp van een lepeltje. Als het snel moet gaan eens een goede neep geven op de halve tomaat en alle pitten vliegen er zo uit...

Als de tomaat moet dienen om op te vullen moet ze met een beetje meer tederheid behandeld worden natuurlijk.

Hier een mooie fotoserie van “Chef Simon” hoe het moet.

Hier hoe verder verwerkt worden.

Zelfs zonder de Franse tekst is het wel duidelijk.

De tijd dat de tomaat in het kokende water moet blijven is soms ook een heikel punt.

In de lectuur is te vinden :

- enkele tellen

- een paar seconden

- tien seconden

- een half minuutje

- ikzelf zeg nogal eens; de tijd om een Weesgegroetje te bidden maar de praktijk heeft uitgewezen dat, dat veel te lang is.

Praktisch: men ziet dat! De schil barst open en de tijd hangt af van het type tomaat, het ras, hoe rijp ze is enz...

Eén tomaat kan wel eens gepeld worden mits wat geknoei, door ze aan een lange vork te prikken en ze al draaiend boven een hoge gasvlam te houden. Goed voor één tomaat voor meer exemplaren is het niet rendabel.

Ooit werkte ik bij een Waalse chef die, om een korte tijd aan te geven, altijd zegde: attention eh, que deux minutes.... Twee minuutjes maar....

Hij liet het nieuwe leerjongetje tomaten “émonderen”, enne : attention eh, que deux minutes.

Die kleine snapt nu nog steeds niet waarom hij toen die oorvijgen gekregen heeft !

Hoe vind je dit bericht? 36 stemmen
Geschreven door Nicolay om 00:00 Stuur door

Navigatie over de blogs

Keukenweetjes en keukenverhalen !

Dit blog, en het andere bestaat nu reeds meer dan, ... effe rekenen , achttien maanden of zo wat.!?

Al de oude stukjes die nog geschreven zijn in 2005 enzovoorts verdwijnen stilaan naar de kelder. Zo noem ik dat toch. Het archief, officieel.

Die waren vroeger nog te lezen door op de lijst “archief” te klikken of via een zoekfunctie.

Nu ben ik een beetje aan het prutsen geweest en een bladzijde “Blog.html” aan mijn website toegevoegd. ( www.keukentheorie.net )

Op die bladzijde staan alle items die ooit verschenen zijn in dit en het andere blog aangegeven, als links! Dus alleen maar klikken op een gekozen onderwerp...en hop, daar gaat ie ...!!!

Veel overzichtelijker en veel gemakkelijker.

Kijk en klik maar op het plaatje aan de rechterkant.

’t Heeft wel een beetje zweet en tranen gekost....

Het geheel staat nog niet honderd procent op zijn poten maar dat komt nog wel.

In de hoop u hiermee van dienst geweest te zijn verblijf ik....

Hoogachtend en zo nog wat van die ....zever...profiteer er van.

Hoe vind je dit bericht? 37 stemmen
Geschreven door Nicolay om 00:00 Stuur door

Groenten en fruit sculpturen

Op mijn andere blog, "keukenverhalen" heb ik enkele mooie beelden gezet van beeldhouwwerk in groenten of fruit.
Om techische en andere duistere redenen, staat dat daar, dus klik maar ; hier....
of klikken op de foto!
Hoe vind je dit bericht? 63 stemmen
Geschreven door Nicolay om 00:00 Stuur door

Messen.




Vanmorgen was er op de radio , Radio 2, een interview met Peter Van Asbroeck.

Een acteur die willens nillens TV kok geworden is.

Toch vertelde hij wat interessants.

Volgens hem zouden mannen tijdens de kooklessen , “speelvogels” zijn en de vrouwen veel ernstiger. De mannen zouden dan ook reeds na de eerste les komen aandraven met hele sets dure kokmessen en de vrouwen zouden blijven doorknoeien met een aardappelschilmesje.

Wel ik kan hem hier volledig in bijtreden...

Af en toe geef ik zo ook wel eens een kooklesje ...(!)

Hier kan ook nog aan toegevoegd worden dat de mannen sneller iets op eigen initiatief gaan aanpakken terwijl de vrouwen stilletjes toekijken.

Anderzijds zijn het dan weer de vrouwen die al vlug de potten en pannen gaan wassen, terwijl de mannend daarvoor moeten ( gewapenderhand) aangepord worden !!!

Maar ik wou het eigenlijk over de messen hebben.

Volgens Peter Van Asbroeck zou dat zijn omdat de mannen in de grond nog steeds “jongens” zijn en dus dat daar ook het nodige speelgoed bij hoort.

Toch zijn die messen zeer belangrijk.

Hoe dikwijls staan, of zitten, de mensen met open mond te staren naar een TV-kok die razend snel een ui fijn snippert in enkele seconden en nadien nog alle vingers aan zijn hand heeft.

Wel iedereen kan dat !!!

Het is alleen een kwestie van te oefenen en vooral om het juiste materieel te gebruiken.

Een doorsnee goede leerling kan zo een ui versnipperen na ongeveer twee maanden oefenen.

De kans dat hij daarbij in zijn vingers snijdt is reëel maar niet noodzakelijk.

De laatste jaren komen er meer en meer van die peperdure Japanse messen op de markt.

De noviet denkt dan dat hij met zo een mes ook beter en sneller werk kan leveren....Mogelijk...!

Maar het is puur geldverspilling en gevaarlijk. Die messen zijn vooral in den beginne zo scherp dat zich er aan kwetsen echt geen uitzondering meer is. Ik kan het weten want telkenmale moet ik dus even tonen hoe het moet en het is steeds met die vlijmscherpe rotmessen dat ik mij kwets. ( Stilletjes mijn hand wegstoppen in een handdoek zodat de leerling het niet ziet ....)

Een goede messenset met alles er op en er aan is te koop voor minder dan 100 €.

Ja ..voor 6 à 7 stuks.!

Zoek maar bij de Spaanse merken.

Vooral de vorm van het mes is belangrijk, hierboven afgebeeld is de enige echte juiste en goede vorm die een mes moet hebben.

Het is moeilijk om uit te leggen hoe zo een mes “functioneert”, maar het werkt als een schommel. Het steunpunt zit zo een vijftal centimeter achter de punt van het mes.

De punt van het mes blijft ook steeds op de snijplank. Met het heft beweegt men het mes op en neer, zoals een guillotine , aub ...!

Ook kan men alleen met de punt werken, dit vraagt de meeste ervaring, maar eens de techniek gekend, mag dat zelfs op TV gezien worden.

Dikwijls spreekt men over een chefmes. Dit is niet juist. Een echt chefmes is zodanig groot en log dat het alleen maar kan gebruikt worden als hakmes en om te tonen dat men de “grote chef is” .

Het meest gebruikte mes is de “demi-chef” , met een lemmer van ongeveer 24 à 25 centimeter lengte. Er zijn ook kleinere en grotere te koop.

Verder bestaat er ook een mini model, “officemes” genoemd, dat is dan de professionele aardappelschiller. Een mes met soepel lemmer dient op tongen te fileren. Een dunschiller is ook een noodzaak. Daar bestaan verscheidene modellen in. Ieder heeft daar zijn eigen voorkeur in.

Om de set compleet te maken is er ook een vleesvork met twee tanden ( stemvork) nodig en een paletmes. Als ambulante kok worden de messen bijgehouden in een lederen etui.

Als men steeds op dezelfde plaats werkt kunnen de messen opgeborgen worden in een houten houder.

Helemaal in het begin is een flesje ontsmettingsmiddel en enkele verbandjes misschien ook geen slechte aankoop. Hopelijk is het niet nodig...

Ja, dat de mannen speelvogels zijn , dat is ook waar !


Hoe vind je dit bericht? 88 stemmen
Geschreven door Nicolay om 00:00 Stuur door

Waarom verzuren eetwaren of gaan ze gisten ?

Meestal wordt aangenomen dat de weersomstandigheden er voor iets tussen zitten omdat vooral in de zomer soepen en dergelijke eerder gaan gisten of zuur worden als in de winter.

Dit is slechts voor een klein gedeelte waar, het zijn de zogenaamde “sferics”. Dit zijn langgolvige elektromagnetische impulsen die bacteriën die zich in de voeding bevinden beïnvloeden en activeren.
Dit betekent gewoon dat in de zomer de lucht vochtig en warm is. De ideale omstandigheid om bacteriën te kweken. Alleen er ontbreekt nog voeding. Die vinden ze in jouw pot soep of iets dergelijks...

Het woord is nu gevallen ; bacteriën, maar niet alleen bacteriën, ook gisten en schimmels, zijn de daders, kort genoemd : micro-organismen ! ( MO )

Deze MO voelen zich ideaal bij temperaturen tussen ongeveer 10°C en 70°C. Bij deze temperatuur zullen ze zich zeer snel vermenigvuldigen en daardoor voedingmiddelen doen bederven. Het volledige proces is te ingewikkeld om dit hier uit te leggen.

Om de aangroei van MO tegen te gaan is het dus de kwestie om voedsel zo snel mogelijk te koelen tot minder dan 10°C ofwel te verhitten tot boven de 75°C.

MO komen overal voor, zelfs gewoon in de lucht maar ook op keukenmaterieel , op de handen, eigenlijk overal…

Vooral tijdens het koelen loopt het wel eens fout omdat dit afkoelen niet snel genoeg gebeurt.

· Steeds metalen recipiënten gebruiken, plastics of andere kunststoffen zijn warmte isolatoren en remmen het afkoelen. Plastic is ook minder goed te onderhouden en bevat daardoor uit zichzelf reeds diverse MO.

· Snel afkoelen gaat het best in een andere recipiënt met koud water dat regelmatig ververst wordt.

· Onder de recipiënt een voorwerp leggen zodat de koude lucht of het water er vrij kan onderdoor stromen, dit veroorzaakt een luchtcirculatie of watercirculatie, die een snellere afkoeling veroorzaakt.

· De recipiënt niet afdekken ! Afdekken gaat verdamping tegen, waardoor het afkoelen vertraagd wordt !

· Indien er een dikke vetlaag op het voedsel ligt, dit eerst verwijderen, vet werkt als isolator en gaat het afkoelen tegen. Hetzelfde als een deksel.

· Af en toe roeren helpt ook maar opgelet ; zuivere spatels of lepels gebruiken want deze laatste kunnen een bron van verontreiniging vormen, zeker als het om houten gereedschap gaat !

· De lepel of spatel niet in het voedsel laten staan !

· Niet met de handen in het voedingsmiddel komen, zeker niet proeven tijdens het afkoelen !!!

· Geen producten toevoegen, deze kunnen een bron van verontreiniging zijn. Bijvoorbeeld, vleesballetjes later aan afgekoelde soep toevoegen…

Bij verhitting moet men er voor zorgen dat dit zo snel mogelijk gaat. Daarna voeding bewaren op temperaturen boven de 72°C.

 

Hoe vind je dit bericht? 23 stemmen
Geschreven door Nicolay om 00:00 Stuur door

Snijwijzen

In sommige recepten, vooral als ze geschreven zijn door restaurantchefs worden nogal eens speciale termen gebruikt voor snijwijzen.

Soms wordt het daardoor niet altijd duidelijker.

De meest gekende is het woord : julienne.

Dit betekent dat een product, meestal groenten in reepjes worden gesneden van ongeveer één tot twee millimeter breed en vijf tot zes centimeter lang.

Dit lijkt moeilijk te zijn en dat is het ook als men de kneepjes niet kent, maar eens de methode gekend is en men de juiste handeling uitvoert gaat dit vrij snel.

Het is vooral een kwestie van het juiste mes te gebruiken. Een demi-chef mes

Ook de afmetingen zijn niet echt strikt te nemen. Een mooie julienne is regelmatig van vorm en het moeten mooie lange fijne reepjes zijn.

( Een slecht of te grof gesneden julienne durf ik wel eens : telefoonpalen noemen !)

Een ander veel gebruikte term is : brunoise

Dit zijn dobbelsteentjes van iets, dikwijls ook groenten. De afmetingen zijn ook weer niet al te strikt te nemen maar men spreekt wel eens van een fijne, een middelmatige en een grove brunoise. Elkeen heeft daar zo zijn visie over.

Laat ons zeggen dat een fijne brunoise een afmeting heeft van twee millimeter ribbe.

Nog één : mirepoix

Dit wil zeggen dat de groenten of ander producten in een willekeurige vorm gesneden zijn.

Afmetingen hebben geen belang. Men spreekt ook wel eens over een grove of een fijne mirepoix.

Er bestaat ook een snijwijze die “fermière” genoemd wordt,dat is dan een grove julienne.

Een “paysanne” zijn regelmatig gesneden ruitjes. Alhoewel deze laatste snijwijze betwistbaar is. Als het kind maar een naam heeft en als we mekaar maar verstaan.

De echte oorspronkelijke betekenis van de eerste drie woorden is in de mist der tijden verloren gegaan.

Bij aardappelen kennen we ook zo een paar speciale benamingen :

“chateau aardappelen”.

Het woord wordt liever niet meer gebruikt, men spreekt nu over aardappeltonnetjes.

Dit geeft ook het model aan.

Kleine aardappelen van regelmatige grootte worden zodanig geschild, en tegelijk gesneden dat er een tonnetje ontstaat met zes tot zeven kanten. Zie foto bovenaan !

Deze aardappelen werden vroeger geven bij de “chateaubriand”, voor men de frieten uitgevonden had.

Aardappelnootjes en Parijse aardappelen :

Dit zijn dus bolletjes die met een speciaal lepeltje uit grote aardappelen gestoken worden.

De nootjes zijn de kleinste, zij hebben een doormeter van ongeveer 1,5 centimeter.

De Parijse aardappeltjes zijn iets dikker, zo een tweetal centimeter.

Sommige van die uitsteeklepeltjes hebben de twee modellen, gemonteerd op één heft.

Bij de gefruite aardappelen spreken we over :

Stroaardappelen : aardappeljulienne, dus zeer fijn in één keer gebakken

Chips : idem maar dunne schijfjes.

Wafeltjes : deze worden gesneden met een “mandoline”, een speciaal snijapparaat.

Luciferaardappelen : 4 à 5 millimeter doormeter. Ze worden voorgebakken .

Mignonetteaardappelen : 6 à 8 millimeter.

Frieten : 10 à 12 millimeter .

Men noemt ze ook wel eens fijne, middel en grove friet.

Deze worden dus allemaal bij een tweede frituurbeurt krokant afgebakken.

Er bestaan nog wel wat andere snijwijzen maar die worden minder gebruikt en het belangrijkste is ook dat men het goed kan doen !

Met mijn uitleg hier zal er niet veel van terechtkomen vrees ik.

Trouwens om te tonen hoe het moet is er minstens een filmpje nodig en dat gaat hier niet.

Bij hoge nood mogen jullie mij steeds contacteren !

 

Hoe vind je dit bericht? 69 stemmen
Geschreven door Nicolay om 00:00 Stuur door

Konfijten

Of is het “confijten” ?

Een woord dat de laatste jaren meer en meer opduikt in de keukenterminologie. Men konfijt: paprika’s, tomaten , duivenpootjes vele andere groenten, enz... In de supermarkten worden gekonfijte eendenboutjes verkocht en dito eendenmaagjes...

Gekonfijte vruchten zijn reeds lang uit het eetpatroon van de jeugd verdwenen, ze vinden het zelfs vies maar confituur, dat is nog steeds een topproduct !

Het woord “konfijten” komt van het Latijn “ conficere” en betekent : opslorpen...

De Egyptenaren kenden reeds 4000 jaar geleden de truc om vruchten te koken in honing om ze zo te bewaren.

In Frankrijk duikt het woord op in de achtste eeuw en betekent ook daar, iets dat gekookt is in suiker. Nu spreken we nog steeds over “confisserie”.

Alcohol is een derivaat van suiker en is heel goed geschikt om vruchten in te bewaren, dus vruchten bewaard in alcohol zijn ook gekonfijte vruchten! Alcohol zet zich soms om naar azijn en dus kan azijn ook gebruikt worden om te konfijten !!!

Het konfijten van vlees is iets van een heel recente (?) datum: einde negentiende eeuw. Het procédé is ontstaan in het Zuidwesten van Frankrijk waar men het toepaste om eenden - of ganzenvlees te bewaren. Het principe is steeds hetzelfde: het te bewaren product wordt doordrongen, anders gezegd, het product slorpt het bewaarmiddel zodanig op dat het niet meer bederven kan. (conficere !)

Bijvoorbeeld, augurkjes of zilveruitjes worden in azijn gedrenkt, de uitjes of augurkjes zuigen zich vol met azijn en bederven daardoor niet meer. ( Engels = pickles ! )

Hetzelfde met vruchten in alcohol : krieken op jenever, boerenjongens ( rozijnen) , boerenmeisjes ( abrikozen), ook de in Frankrijk veel te vinden, reine-claudes of vijgen. De gekende “rumtopf” hoort daar ook bij.

Allerlei vruchten kunnen zodanig doordrenkt worden met suiker zodat ze niet meer bederven. Geconfijte kersen, ananas, engelwortel, peren, mandarijntjes, kastanjes, sinaasappelschillen en vooral de schil van de cedraat; zoals de Nederlander zeggen : sukade !

Waarom de suiker, azijn of alcohol nu een bewarend effect hebben, dat is een ander paar mouwen. Het komt er op neer dat de rottingsbacteriën in dat zoete, zure of alcoholische milieu geen enkele kans hebben om te overleven bij gebrek aan water en daarom ook hun afbrekend proces niet kunnen uitvoeren.

Het konfijten in vet is dus een recentere methode om vlees te bewaren. Daarvoor wordt het vlees meestal eerst een beetje gepekeld en daarna zeer langzaam in vet gaargekookt. Het vet wordt ook hier weer door het vlees opgeslorpt en als het meeste vocht uit het vlees is gekookt, bewaart het weer uit zichzelf. Alhoewel de bewaringstijd hier niet zo lang is. Toch wel enkele maanden als het goed ondergedompeld blijft in het vet. Het kan in principe gedaan worden met elk soort vlees maar als vet gebruikt men steeds eenden, ganzen of varkensvet.

De moderne koks spreken nu ook dikwijls over gekonfijte groenten waarbij ze bedoelen dat, vooral groenten die een lange kooktijd verdragen, liefst in olijfolie, worden gaar gemaakt.

Ook de taaie delen van bijvoorbeeld gevogelte, dit zijn meestal de billetjes worden dan gedurende enkele uren gekookt in een mengsel van vet, olie, boter en/of water en/of fond tot ze boterzacht zijn. Bewaren is er nu niet meer bij !

De kers op de taart is meestal een gekonfijte kers !

Hoe vind je dit bericht? 135 stemmen
Geschreven door Nicolay om 00:00 Stuur door

Meer van Keukenweetjes

↑ Terug naar de berichten