Goed voor de studenten
Goed voor de studenten
Het regende op 8 juni, de dag van patroonheilige Sint Medard. En zoals de volkswijsheid het wil, is het sinds die dag blijven regenen, overvloedig zelfs en met veel wateroverlast. Want, zegt de weerspreuk: “Als het regent op Medardusdag, regent het zes weken alle dagen.” Bijkomend is het nog veel te koud voor de tijd van het jaar, en worden streken in ons kleine landje getroffen door zware onweders en zelfs een tornado. De mensen lopen er maar treurig bij. Dit is het seizoen dat de zon zou moeten schijnen, dat we zouden moeten puffen van de warmte, de tijd van de topjes, de korte rokjes en de bermudabroeken.
De weermannen en –vrouwen kunnen niet anders dan de ene depressie na de andere aankondigen. Om niet voor uiterst negatieveling te worden bestempeld, blijven die weervoorspellers zoeken naar een positieve kant van de zaak. Daarom dat de laatste weken bijna elk weerbericht wordt beëindigd met de opmerking: “Goed voor de studenten.”
En de studenten zelf? Ik heb er mijn twijfels over of die wel zo tevreden zijn bij dit aanhoudend regenweer. Ze kunnen immers niet meer van de studeerkamers afkomen met het excuus dat het te heet is om te studeren, en dat ze ommetje gaan maken met de fiets. Het kunnen niet anders dan uitstekende puntenkaarten worden bij de komende eindexamens, de studieomstandigheden zijn ideaal, en iedereen weet het nu: het is goed weer voor de studenten.
Misschien een idee voor het eindwerk van een universiteitsstudent: speelt het weer een rol bij de uitslag van een schoolrapport? Is regenweer werkelijk beter dan goed zomerweer om te studeren? Als die studie mocht uitwijzen dat dat helemaal niet zo is, wat toch een mogelijkheid is, dan wil ik het nooit meer horen bij een weerbericht op radio of tv: “Goed voor de studenten.”

