Wijzigingen - Aanvullingen- Vervolg Jan Van Rompaey - zijn briefwisseling met Leest.
-Jan Van Rompaey vanuit Aarlen, 10/5/1959 : “De kazerne OLT Callemeyn voor opleiding van onderofficieren is hier prachtig gelegen. Alles is juist geverfd en de vloeren blinken als spiegels. Natuurlijk vraagt dit een zorgvuldig onderhoud : ieder dag karwei. We liggen op de kamer met acht. Er zijn er van Antwerpen, Gent en Moorsele. Nu we onze uitrusting gekregen hebben en we gisteren werden ingeënt tegen typhus en tetanos, voelen we ons reeds ingeburgerd. Verleden dinsdag zagen we hier in Aarlen een défilé van Amerikaanse, Schotse, Nederlandse en Franse troepen. Canadese, Franse en Amerikaanse gevechtsvliegtuigen scheerden boven de stad. Tijdens de 7 dagen die we hier al “mochten” doorbrengen, kregen we reeds 4 dagen verlof. Maar vanaf volgende week zal de opleiding ernstig beginnen te worden. Niettegenstaande die verlofdagen hebben we hier toch ons werk met al het koper te kuisen en allerhande stukken ineen te steken. Een goede dag aan alle militairen uit Leest en aan alle vrienden.” (DB, juni ’59)
-Jan Van Rompaey vanuit Aarlen, 15/6/1959 : “Wanneer men zo 200 km van huis gelogeerd is, dan VOELT GE U TOCH NOG DICHTBIJ ALS GE WAT NIEUWS OVER UW DORP KUNT LEZEN IN DE BAND. De opleiding is nu volop aan gang. Af en toe wordt het ons toegestaan een wandelingetje te maken van enkele kilometers. Om wat afwisseling te bekomen geven ze dan wat drill, kruipen of springen. Tijdens de lesuren hebben we wat…rust (af en toe valt er iemand in slaap). De beste groeten aan alle vrienden en kennissen uit Leest.”
-Jan Van Rompaey vanuit Aarlen, 12/7/59 : “Eerst en vooral moet ik de Milac bedanken voor de gazet die ik dagelijks ontving tijdens de Ronde van Frankrijk. De jongens op de Kamer begrijpen niet hoe u het aan boord legt om aan 20 soldaten gedurende 22 dagen een dagblad te versturen. Wegens de geweldige hitte werd onze gewone dagorde veranderd. Om 4 uur worden we reeds uit ons bed gehaald en tijdens de middaguren is er dan verplichte rust. De beste groeten aan alle soldaten en vrienden uit Leest, bijzonder aan Edmond Jacobs die ook de smaak der soep in de kazerne al wel zal kennen !”
-Jan Van Rompaey uit Aarlen, 15/8/59 :“De examens voor korporaal zijn achter de rug en onze fysische proeven zijn afgelegd. De geslaagden zijn in de 4de compagnie gebleven. Het tweede deel van onze sessie is nu begonnen en schijnt nog zwaarder te zijn dan de eerste. We hebben nu veel tactiek, nachtmarsen en droppings. Beste groeten aan vrienden en soldaten uit Leest.”
-Jan Van Rompaey uit Aarlen, 27/9/59 : “Op 3 oktober zijn het hier de Infanteriefeesten. Nog vier weken zal ik hier mijn “vrije tijd” mogen doorbrengen. Binnen twee weken volgt een bivak van 6 dagen. De Milac-vergaderingen kennen hier veel bijval. Beste groeten aan soldaten en vrienden uit Leest.”
-Jan Van Rompaey uit Soest, 1/11/59 : “Na de examens en testen ben ik sergeant benoemd op 28 oktober 1959. Spijtig dat bij het 5de Linie geen Leestenaren liggen. Elke morgen wordt hier 5 km gecrosst. Beste groeten aan alle soldaten uit Leest en aan al mijn vrienden.”
-Jan Van Rompaey vanuit Soest, 10/1/1960 : “Vooreerst bedank ik u van harte voor uw nieuwjaarswensen en bied ze u wederkerig aan. Verder gaat hier alles zijn normale gang. Sinds de kompagnie is afgezwaaid wordt er hier niet hard meer gewerkt. De onderofficieren krijgen nu al 2 weken lessen van de kapper om hun “geestelijk” peil wat hoger te brengen. Morgen komt er een ganse kompagnie “wederopgeroepenen” binnen. Er staat ons dus weer een harde maand te wachten. Op het einde van die maand komen er “bleukens”. Dan zitten we dus met twee kompagnie’s bijeen. Hoe ze daaruit gaan wijs geraken weet ik niet. Maar ja…dat zullen de grote bollen wel opknappen ; daar bestaat zo een spreuk die zegt “en ze zaten als haringen in een kastje”. Wel ik geloof dat ze dat gaan toepassen. Nu zal het lang duren voor ik nog naar Leest kom. De beste groeten aan al de soldaten van Leest en aan al mijn vrienden.”
-Jan Van Rompaey uit Soest, 16/2/1960 : “Buiten het koude weder alles opperbest. Vorige maand hebben wij hier nog wat les gegeven aan wederopgeroepenen. De “bleukens” zijn op 5 februari aangekomen, dat betekent veel werk voor mij. Een rekrutenopleiding is niet van de poes ; ganse avonden lessen voorbereiden en lesfichen maken. De “griep..” heeft hier in ’t bataljon ook haar woordje geplaceerd. Gedurende twee weken was hier ongeveer 20% ziek. Nu waren het geen “karottentrekkers” die de dokter onder handen kreeg. Een goeden dag aan al mijn vrienden uit Leest. Nog 70 dagen.”
-Jan Van Rompaey uit Soest, 20/3/60 : “Hier volgt dan weer wat nieuws uit het 5de linie. Na een verlof van een week ben ik hier weer met veel “moed” (lees moeT) teruggekeerd. Eigenlijk was er wel een beetje moed bij want het begint zo stilaan op zijn laatste benen te lopen. Nu begint men zich eigenlijk een “ancien” te voelen. Na de strenge koude zijn er hier al enige mooie dagen geweest. Men zou zich in ’t midden van de lente gewaand hebben. Vanaf de eerste maart is gans het bataljon overgegaan naar de 16de Pantserdivisie, wat wil zeggen dat wij de laatste elite zullen zijn die 60 km en meer te voet aflegden. De “nieuwelingen” zullen in full- en half tracks vervoerd worden. Verder doe ik nog de beste groeten aan alle vrienden, bijzonder aan de gebroeders Roger en Willy Lauwers, E. Jacobs en A. Absillis die ik het beste wens in ’t burgerleven.”
-Jan Van Rompaey uit Soest, 25/4/60 : “Hier volgt dan mijn laatste briefje uit Duitsland. Er is wel een spreuk die zegt : “Veni, Vidi, Vici”. Volgens mij zouden ze in ’t leger beter een andere spreuk gebruiken : “Ik kwam, ik zag, maar ik ging gaarne terug”. Hiermede wil ik dan ook Milac bedanken voor alles wat zij voor mij gedaan heeft : brieven, parochieblad, de Band. Ook kreeg ik nog regelmatig tijdens de Ronde van Frankrijk de gazet. Eveneens moet ik bedanken voor het prachtige paasgeschenk. Mijn vurige wens is dat Milac nog lang mag blijven bestaan, daar het een grote steun is voor de soldaten, zeker als ze zo ver van huis zijn. Ik wens u slechts één zaak “veel succes” en vooral : dank.”
Foto’s :
-De OLT Callemeyn kazerne in Aarlen waar Jan zijn opleiding genoot.
1959 – 9 mei : Gouden Bruiloft Ferdinand Van Praet - Philomena Fierens.
“Nante” werd te Leest geboren op 8 februari 1884 en “Meen” op 25 oktober 1885. Pastoor Beuckelaers huwde het echtpaar op 9 mei 1909. Ze kregen 10 kinderen. De buren hadden niets onverlet gelaten om de woningen te versieren. Boven de deur van de jubilarissen hadden ze volgende tekst aangebracht : DAT NANTE NOG MENIG JAAR ZIJN MEEN BESTURE(N) DAT ZIJN DE OPRECHTE WENSEN VAN UW GEBUREN ! Om 10 uur was er een dankmis opgedragen door pastoor Coosemans en geassisteerd door E.H. Shaw (onderpastoor van Battel) en E.P. Marinus. Nadien kregen de gevierden een officiële ontvangst op het gemeentehuis alwaar hun twee clubzetels werden overhandigd. (DB)
“Nante” was een gepensioneerde van de NMBS alwaar hij de job uitoefende van machinearbeider. Uit een verslag in Gazet van Mechelen van 11 mei 1959 : “Dat Nante een braaf en graaggeziene mens is, weet men niet alleen te Leest, maar men moet het eens vragen aan E.P. Matheus, van de Minderbroeders te Mechelen waarmee hij jaarlijks in de gemeente de omhaling doet. Meen heeft altijd het huishouden gedaan en daarbij nog een handje toegestoken op de akker. Thans op hun jubeldag waren de geburen heel vroeg uit de veren om hun woning prachtig te versieren met frisse dennenboompjes, vlagjes en bloemen. Om 9u30 reden ze te samen gezeten in prachtige auto’s naar de parochiekerk van Leest waar ze te 10 uur een dankmis bijwoonden, opgedragen door Z.E.H. Coosemans en bijgestaan door E.H. Shaw, onderpastoor te Battel en E.P. Marinus, pater van de Minderbroeders te Mechelen. Na de H. Mis trokken ze te voet in stoet naar het gemeentehuis waar ze werden ontvangen door dhr Emiel Verschueren, burgemeester, dhr Constant De Prins, schepen van Onderwijs en de peter van de jubilaris; de raadsleden Constant Beulens, Juul Geens en Hendrik De Bruyn. De burgemeester heette de gevierden hartelijk welkom, de erewijn werd geschonken, twee prachtige kipzetels als geschenk werden aangeboden en de jubilaris bracht er de stemming in met het zingen van enkele mooie oude liedjes. Hierna ging de feestviering verder op de Kleine Heide, tot in de late uurtjes.”
Hij overleed te Leest op 15 december 1967. “Meen” was hem op 18 september 1966 voorafgegaan. Ook zij overleed te Leest.
1959 – 10 mei : KROO Jan VAN ROMPAEY vanuit Aarlen.
Jan Van Rompaey was op 31 december 1939 te Blaasveld geboren waar hij ook gedoopt werd en tot en met het 1ste studiejaar school liep. In 1946 verhuisde de familie Van Rompaey naar Leest en zo kwam hij in de jongensschool terecht, in het 2de studiejaar bij meester De Leers. Vanaf 1966 betrok hij, samen met zijn gezin, een nieuwbouw aan de Juniorslaan. Tijdens zijn drie dagen in het Klein Kasteeltje werd hem voorgesteld om officier te worden maar dat zag hij niet zitten omdat hij dan drie maanden meer legerdienst moest kloppen. Met zachte dwang werd hem dan de opleiding voor onderofficier aangeraden en die richting was beperkt tot een diensttijd van twaalf maanden. Op 2 mei 1959 begon hij zijn legerdienst in de Callemeyn-kazerne te Aarlen waar hij tijdens de eerste zes maanden werd opgeleid tot onderofficier in de Commando infanterieschool. Hij volgde daar de lessen in de 4de Compagnie, 16de peloton. In november 1959 werd hij, als sergeant, overgeplaatst naar het Vijfde Linie Bataljon te Soest, in de Rumbeke kazerne en dit tot eind april 1960.
Op 28 april 1960 zwaaide hij af, enkele dagen vroeger dan voorzien omdat hij in België examens diende af te leggen voor Sabam en alle nationale ministeries (Overheidsdiensten). Er waren meer dan 5.000 kandidaten. Jan eindigde bij de eerste honderd en maakte carrière bij het Ministerie van Financiën. Voordien was hij een tijdlang omroeper bij de Radiodistributie in Mechelen.
Vervolgt met de chronologie van de brieven die hij als dienstplichtige naar De Band stuurde.
Foto’s :
-Gedachtenisprentje en doodsbrief van Nante Van Praet.
-Jan Van Rompaey in verschillende fasen van zijn leven.
In mei waren er te Leest 10 mannen volledig en 12 tijdelijk werkloos. Vrouwen : 4 volledig en 12 tijdelijk werkloos. (DB, juni ’59)
1959 – De Processie passeert langs de Dorpstraat.
Foto onderaan : de familie Piessens kijkt devoot toe.
1959 – 1 mei : Parochiale Bedevaart en Kapellekenshulde.
“Op 1 mei werd de Mariamaand in de kerk geopend met een Lof te 19u30. Daarna ging men processiegewijs naar de kapel van O.L. Vrouw van Fatima. In de optocht werden vlaggen opgemerkt van KWB, BJB/J, Kruistocht en Meisjesschool. Onderweg werd er gebeden. Bij de aankomst aan de kapel bidt Z.E.H. Pastoor de Rozenkrans. Bij elk tientje werd een intentie gevoegd : voor de zieken, voor de soldaten, voor de vervolgde kristenen, voor de Paus, voor alle aanwezige bedevaarders. Hierna volgde de opdracht aan O.L. Vrouw. In zijn sermoen behandelde E.H. Onderpastoor onze diepe verering voor de “moeder” om haar goedheid en offerliefde. (...) Dan werden de 15 kapellekens ingezegend door de pastoor. Deze schone avondplechtigheid werd besloten met een Vlaams Marialied.” (DB)
1959 – 1 mei : Milac bezocht kazernes in Duitsland.
“Milac-karavanen naar 72e Artillerie Aken, naar 1e Jagers te Paard te Arnsberg en het 6e Artillerie te Soest.”(DB)
1959 – Zondag 3 mei : Parochiale Vrouwenbond – Algemene Vergadering met voordracht.
“Kermis in ons dorp”. (DB)
1959 – Zondagen 3 en 10 mei : Uitstap van de KWB naar het N.I.R.
Die dagen organiseerde KWB Leest uitstappen naar het N.I.R. te Brussel, de bloemenserren van het Hof en andere merkwaardigheden van de hoofdstad. (DB, april ’59)
1959 – 7 mei : Rerum Novarumstoet te Mechelen.
Naar jaarlijkse gewoonte nam ook de Koninklijke Fanfare “Arbeid Adelt” uit Leest deel aan de stoet. (DB, juni)
1959 – Zaterdag 9 en zondag 10 mei : Voetbedevaart Scherpenheuvel.
“De 8ste mei was het de hele dag warm geweest, het weertje beloofde ! Doch ’s avonds moest het toch eens regenen… Op 9 mei, te half vier in de morgen, werd door E.H. Onderpastoor in de parochiekerk een H. Mis opgedragen. De meeste bedevaarders waren hier aanwezig ; een 25-tal communiceerden. Iets later dan vorige jaren waren wij aan de kapel van St-Anna waar E.H. Onderpastoor de bedevaarders toesprak. Daarna volgden de gebruikelijke gebeden : voor de geestelijke overheid, voor de burgerlijke overheid, voor de zieken, voor wie een gebed had gevraagd, voor wie de “Kompagnie van Scherpenheuvel” steunde, voor wie zo graag de bedevaart had willen meedoen maar wegens ziekte of andere redenen belet was, om ’n goede reis af te smeken, en zo meer. Al deze intenties zouden tijdens de tweedaagse tocht herhaaldelijk aan Maria worden aangeboden. Niet alleen voor de bedevaarders werd er gebeden, maar voor allen en voor elk afzonderlijk in de parochie, ook VOOR ONZE SOLDATEN, voor de vervolgde kristenen en voor de zondaars. Het zou één litanie worden van rozenhoedjes en van gezangen, zoals het reeds zeer vele jaren geschiedt. Wij moesten zeker voor geen enkele andere bedevaardergroep onderdoen : zowel wat het bidden als orde en tucht betreft. Aan allen proficiat en dank om hun onbaatzuchtige toewijding en opoffering. Mogen zij allen een diepe godsvrucht tot Maria bewaren in hun hart en naar die godsvrucht leven elke dag opnieuw ! Vertrokken te 4u15 aan het St-Annakapelletje, waren wij te 5u15 op de Grote Markt te Mechelen. Te 6 uur werd halt gehouden aan de kapel te Bonheiden. Dan naar Keerbergen waar ontbeten werd. Over Tremelo gingen wij naar Betekom, verder naar Aarschot waar wij arriveerden te kwart na twaalf. Het middagmaal werd er genomen. Te 13u10 vertrokken we naar Rillaar : we kwamen er toe te 14 u. Te 8 minuten voor 15 uur waren wij op ’t grondgebied van Scherpenheuvel. Om vijf na half vier bereikten we het “Witte Huis”, ons logement op 200 meter van de Basiliek. Te 16 uur werden wij door de Geestelijkheid van de Basiliek processiegewijs afgehaald. Te kwart na vier : Lof. Daarna werd de Rozenkrans gebeden aan de verschillende staties. Tot slot volgde de Kruisweg. Te 18 uur kon iedereen zich gaan verfrissen, wat eten en voorbereidingen maken om zijn moede ledematen te gaan uitstrekken. Want het zou weer vroeg dag worden ! Op zondag 10 mei werd door E.H. Onderpastoor te half vier een H. Mis opgedragen aan een zijaltaar in de Basiliek. Rond half vijf vertrokken we uit Scherpenheuvel. Te 6u40 waren we te Aarschot (ontbijt, verfrissing). Vertrek te 7u40. Te Betekom werd weer even halt gehouden om dan te kwart voor 12 te Keerbergen aan te komen : een lekkere soep met veel asperges deed ons deugd als een verkwikkend bad en waar handen, hoofd en voeten eens duchtig werden gewassen. Te 12u45 werd met nieuwe moed de laatste grote mars aangevat : onder een brandende zon. Verfrissing te Bonheiden te 14u40, ondertussen waren reeds heel wat familieleden van de bedevaarders en de Chiro ons tegemoet gekomen. Te 17u10 kwam Z.E.H. Pastoor ons aan de St-Annakapel te Leest afhalen na ’n woord van dank en proficiat van Eerwaarde Heer Onderpastoor aan al de bedevaarders. In de kerk werd de zegen gegeven met het H. Sacrament. Nogmaals werd een danklied aan Maria gezongen. Iedereen ging nu naar huis : met stijve ledematen en “blijnen” maar met de zon in ’t hart en met een grotere liefde tot onze Hemelmoeder. Moge het nog vele jaren zo gebeuren !” (Meegedeeld aan “DB”, van juni 1959)
Aan deze bedevaart namen 34 mannen en 12 vrouwen deel.
Foto’s :
-Familieleden van “Blokmaker” Frans Piessens. Uiterst rechts moeder “Melle”, Melanie Robijns.
-De kapel van O.L.Vr. van Fatima met achteraan het Hof ter Haelen.
-De Rerum Novarumstoet : advertentie in een Mechelse krant.
-Herinnering aan de “Kompagnie van Scherpenheuvel, gemeente Leest”.