1962 – Woensdag 5 december : Praatavond voor de groenten- en aspergekwekers Georganiseerd door de Bedrijfsvoorlichtingsdienst voor de Tuinbouw samen met het verbond van groentekwekers. Alle mogelijk technische problemen en moeilijkheden konden er uitvoerig besproken worden onder de vorm van een vraaggesprek. Te Leest vond deze avond plaats om 19u30 in het lokaal bij Apers, Mechelbaan 5 (aan de brug). Iedereen was welkom. (GvM, 30/11/1962)
1962 – 7 december : Karel DE LAET (Broeder Romanus) vanuit Huberdeau CTE Argenteuil, Canada “Beste Leestenaren. Men zegt dat de drie vierden van de mensen op de wereld min of meer honger lijden. Het is spijtig want hier is er overvloed. Wat de boer verkoopt daalde in vijf jaar met 23,1% maar wat hij moet kopen klom met 12,7%. Dat zijn dan nog de laatste statistieken niet, het verergert nog zegt men. In sommige steden gaan de kinderen naar het museum om zich een gedacht te vormen van een koe. Men zal er weldra een boer kunnen bijzetten want het ras sterft uit. In de laatste vijf jaar verminderden ze met 25%. Het is natuurlijk als men nagaat dat in deze provincie 48% van de boeren maar de helft verdient van een ongeschoolde werkman. Enkel 25% hebben meer inkomsten dan deze laatste omdat zij goede velden bezitten in de best gelegen streken. Men moet specialiseren nu zoals in het westen, de machines eten anders alles op. Men heeft reeds 40.000, ja ge leest goed, 40.000 kiekens op een plaats. Enkel drie mensen om er op te passen; alles modern, de eieren vallen op een lopende band, worden gewogen, gewassen, enz. Een juffer is daar enkel nodig in die afdeling om de rekeningen na te gaan. Een boerderij heeft 122 zeugen. Na tien of veertien dagen worden de viggens weggenomen en men kan herbeginnen met de volgende dracht. Met een gemiddelde zelfs maar van 8 of 10 kunt ge u inbeelden wat er zo te zien is daar. Ik heb ook de kelders gezien voor zo wat 60 hectaren in uw maten patattenoogst. De boeren waren het gezondste deel der bevolking. Hun spreekwoordelijk klagen belette nooit een minister te slapen. Maar nu wordt hun geduld op harde proef gesteld. Dank zij hun gezond verstand kunnen ze tegen een stoot maar nu is men tot de uiterste grens geraakt. De werkman zonder stiel wint meer op een uur dan zij op een ganse dag. Zaterdag en zondag vrij, geen voortdurende vrees voor het weder of mislukking met de dieren. De sterkte van de syndicaten en de voordelen van vele sociale wetten hebben het lot van de werkman zodanig verbeterd dat niet meer hij maar de boer de echte slaaf geworden is. Sommige regeerders trachten de mond te sluiten aan deze die het hardst schreeuwen. Wordt het niet te laat om de werkzame, rustige boerenmensen te redden ? Zou het nog eens oorlogstijd moeten worden om sommige menselijke waarden te herzien ? Zalig en gelukkig Nieuwjaar aan u allen ! Men kan er moeilijk aan uit hier hoe het komt dat het zo gaat bij u. Men stuurt studiecommissies om er klaar in te zien want men kan toch niet aannemen dat enkel uw werkzaam leven het verschil maakt van de tegenwoordige voorspoed. Nu, hebben is hebben, maar vergeet niet de Heer te danken. Beste familieleden, vrienden Leestenaars, ik wens u het beste en tot ziens. Broeder Romanus.” (“DB”, januari 1963)
Karel De Laet (Broeder Romanus) geboren te Leest op 20 september 1896 trad in het klooster op 20 april 1914 en hij vestigde zich in 1923 in Canada waar hij overleed op 4 februari 1978. (Afbeeldingen onderaan)
1962 – 9 december : Cyclo-Cross te Leest De veldrit van 9 december kreeg veel aandacht in de pers. De rit was 24 km lang en bood voor 10.000 frank aan prijzen. Inschrijving en prijsuitreiking vonden plaats bij Frans De Laet in het Dorp. De start werd gegeven om 14u30.
G.v.M. van 6 december : “Zondag a.s. geven de crossliefhebbers afspraak te Leest waar de Gebr. Piessens andermaal voor de uitgave van hun jaarlijkse cross zullen zorgen. Begrijpelijk dat de Jan en broer “Jupi” dit jaar geen startgelden zullen betalen…de zware financiële strop van in 1960 woog inderdaad te zwaar door…Zo oordeelden zij het nuttiger van nog een jaartje te wachten om het opnieuw te wagen met betalende vedetten. In elke geval men verwacht zondag toch enkele vedetten aan de start te Leest…” (Foto’s van de gebroeders Piessens onderaan)
G.v.M., 10 december : Te Leest kwam verrassing van HARRY DE PRETER“Er waren ondanks het slechte weder nog 45 renners opgekomen te Leest, waar het parcours door dooi en regen van zondagmorgen, vrij zwaar lag. Gelukkig dat de inrichters op het laatste ogenblik hun omloop veranderd hebben, ander zou het ongetwijfeld te zwaar geweest zijn. Voor de start klaagden de meeste renners over stijve ledematen, een gevolg van de veldrit van zaterdag te Overijse, waar er een aardig stukske moest gelopen worden. Misschien dat daar de reden ligt, dat Harry De Preter een zeer verrassende maar alleszins verdiende zege behaalde. Na de eerste (van de zeven) ronden ging hij met Lode Van den Bosch het duo Mattheussen-Willems met 15” vooraf. René De Rey moest na de eerste ronde de strijd reeds staken ingevolge versnellingsbreuk. In de derde ronde, toen de twee vluchters hun voorsprong hadden opgedreven tot 20”, sloeg De Preter onverwacht toe en Lode Van den Bosch moest lossen…
De uitslag 1.DE PRETER Harry (Emblem), 22 km in 1u13’; 2.Vermaelen Roger; 3.Willems Rik; 4.Van den Bosch Louis; 5.Simons Henri; 6.Scheirs Leon; 7.Philps Tor; 8.Matheussen Jos; 9.Harrings Hub. (N) ; 10.Spaepen Karel; 11.Goossens Luc; 12.Sonck Fr.; 13.Quintens Pol; 14.Ertveldt Fr.; 15.Van Hoecke I.; 16.Coehorst Leo (N); 17.Van Riet André; 18.Verdickt Jos; 19.Blavier J.; 20.Luyckx J.
G.v.M., 14 december : Harry De Preter zag kans en greep ze met beide handen te Leest“Zondagmorgen zaten de “Jupimannen” met een klein hartje en met een beetje hoop dat het weder, dat zondagmorgen heel slecht was, toch nog zou beteren. Rond het middaguur sloten de hemelsuizen zich en kwam de zon er zelfs af en toe eens door. Zoveel te beter voor Jan Piessens “and his boys” die op het laatste ogenblik nog een en ander aan hun parcours hadden gewijzigd ter oorzake van de plotse dooi en regen die van het geheel een slijkachtig gedoe hadden gemaakt. Toch was er volk, veel volk zelfs dat de bij momenten bulderende wind op de Zennedijk trotseerde. 44 renners deden dat eveneens, maar hebben niet lang gewacht om aan de kijkers te tonen om wie het deze keer zou gaan. De Preter greep de kans om de plaat te poetsen en fietste in een waarlijk sierlijke stijl over de bekende Zennedijk. De enige “Mechelaar” die te Leest zijn man stond was Rik Willems, die op de 3de plaats aantikte…”
Foto’s : -Karel De Laet (Broeder Romanus). -Naar een tekening van Georges Herregods. -De inrichters van de cyclocross te Leest : de broers Jos en Juliaan “Jupi” Piessens.
1962 – December : Sinter Klaas Door de zorgen van de KWB bracht de Heilige man, met zijn grote boek en zijn zwarte knecht, die maand een bezoek aan de kinderen van de K.W.B.-leden.
1962 – Barre winter De winter van 1962 was er een om nooit te vergeten. Het vroor tot -25 graden. De Schelde was dicht van Antwerpen tot Temse. De bevroren golven aan zee vormden een muur van ijs. Het dierenvoer was vervroren zodat er schaarste heerste, ook veel waterleidingen waren stuk gevroren. (KH) Veel kinderen uit Leest fietsten naar hun school te Mechelen op de dichtgevroren Leuvense vaart. Een onvergetelijke ervaring.
1962 – Decembernummer “De Band” : Soldaat L. HUYSMANS vanuit Westhoven “Eerst en vooral moet ik me verontschuldigen voor het lang uitblijven van mijn eerste briefje, ik had er nog niet aan gedacht maar bij ’t leger is er veel te denken. Ik ben in Turnhout binnengegaan de 2de juli om het vaderland zo goed en zo kwaad mogelijk te dienen maar na 5 dagen achtte men mij daar zeker overbodig want ze hebben me dan naar Westfalen, Duitsland gewalst. Hier heb ik dan 2 maanden Genie opleiding gehad en ook een paar bruggen gebouwd. Nu de opleiding achter de rug is hebben ze me in de keuken van de O/Off. gezet als hulpkok. Dat betekent dat ik van de Vlaggegroet af ben, van dril, oefeningen, enz. Langs deze weg maak ik gebruik om al mijn vrienden te groeten en vooral mijn lotgenoten. De beste groeten aan de redactie van De Band voor het regelmatig opsturen van De Band, Parochieblad en Zondagsvriend. Nogmaals hartelijke dank en tot later.”
1962 – Decembernummer “De Band” : Nieuws van de Landelijke Jeugd “Het is wel een hele tijd geleden dat er nog een verslag in De Band gestaan heeft van de Landelijke Jeugd, we zullen dat eens vlug herstellen. Op het ogenblik staan we er goed voor; het aantal leden is zo ongeveer veertig, maar ze zijn niet altijd aanwezig. Het is zeer opvallend als er een feestje is of er is iets speciaal op de vergadering dan is het ledenaantal groot, dan wanneer het op de gewone zondagen minder is. Beste ouders, zet er uw kinderen toe aan naar onze vergaderingen te komen, ze krijgen er een gezonde ontspanning en leren er zich aan elkaar aanpassen. De laatste tijd is het ’s zondags steeds goed weer geweest, zodat we heel de tijd buiten konden spelen. Vanzelfsprekend beginnen we onze namiddag met de formatie en een aanmoedigend woordje van Z.E.H. Pastoor, dan komt de beurt aan het spel. Zo deden we over een paar zondagen een dropping met de Zonnebloemen; ze moesten allemaal in een afgeschermde auto; op de vraag of ze allemaal goed zaten was het antwoord ”ja, maar we zijn precies haringen in een kaske”. Aan het vliegplein te Grimbergen mochten ze uitstappen (het was hoog tijd ook), van daaruit zijn ze vertrokken in twee groepen te voet en om het eerst weer in het lokaal. Of ze de volgende nacht goed geslapen hebben moet ge niet vragen. Een volgende zondag was het een beruchte dag voor de Madeliefjes. Ze waren in het lokaal gezellig aan het knutselen, één van de Madeliefjes moest naar de winkel voor een schaar ; toen er een tijdje later een paar naar buiten gingen ontdekten ze een brief aan de deur met de belangrijke mededeling : “Meisje geschaakt, zoek brief met voorwaarden”. Ge moet natuurlijk niet vragen hoe bang ze allen waren, ze gingen op zoek en vonden zes brieven met voorwaarden die ze moesten vervullen alvorens het meisje terug te krijgen. Het was een herrie van belang, ze dachten er reeds aan de politie er bij te halen, maar dat was ten strengste verboden vanwege de kidnappers. Na een hele namiddag zoeken werd hun moeite beloond; tussen de struiken vonden ze hun Madeliefje en toen volgden vragen met de vleet. Tot hun grote verbazing vernamen ze dat de boze ontvoerders niemand anders waren dan de ZONNEBLOEMEN. Op zondag 11 november hebben we onze St. Maartensviering gehouden; alhoewel het zeer koud was hebben we een aangename dag gehad. Beste mensen van Leest, in naam van heel de Landelijke Jeugd ben ik u zeer dankbaar voor het goed onthaal met St Maarten. Het heeft weer een lege plaats gevuld in onze kas. De volgende vergaderingen is ieder Madeliefje en iedere Zonnebloem op post. Vloeberghen Maria.”
1962 – Decembernummer “De Band” : Soldaat Hieronymus VERBRUGGEN. -Saffraenberg (niet gedateerd) : “Allo Leest…hier Saffraenberg. Hier dan eindelijk een brief van den Tomme, hoor ik sommige redactieleden van De Band tegen elkaar reeds zeggen als zij mijn epistel onder ogen krijgen. Inderdaad, ik ben reeds sinds de 1ste oktober bij het leger en heb tot nu toe niet van mij laten horen. Samen met mijn verontschuldigingen voor mijn te grote onverschilligheid (mea culpa 3x), beloof ik jullie in de toekomst een beetje meer van mij te laten horen. Jullie vragen zich waarschijnlijk af hoe het met mij gaat ? Wel, ik begin de meeste kenmerken, die aan alle schachten eigen zijn, stilaan maar zeker af te leggen en de onwennigheid van de eerste weken verdwijnt meer en meer. Vandaag de dag ken ik de sergeanten reeds in deze mate, dat ik automatisch begin aan te voelen wat toegelaten is en niet zonder tegen de lamp te vliegen. Hier in Safraenberg is het aangenaam soldaatje te spelen. Primo, bij de Luchtmacht is men wel wat minder streng dan bij de kaki’s, en secundo, wij mogen elke week naar huis. Voor mijn part mogen sommige zgn. “Durs” beweren dat dit laatste voor hen geen rol speelt, ik blijf bij mijn mening dat in vergunning of verlof komen, toch de schoonste dagen van een soldatenleven zijn. Het enige waarover ik zou kunnen klagen zijn de talrijke en veelal onaangename karweien, die men ons ’s avonds voor de voeten schuift. Maar kom, anders zouden wij het hier wellicht te goed hebben. Als slot dank ik jullie ten zeerste voor het toezenden van de “Zondagsvriend” en groet allen hartelijk.”
-H. Verbruggen vanuit Brustem, niet gedateerd (gepubliceerd in “DB” van februari ’63) : “Als ik deze brief begin te schrijven, zijn de “mannen van Milac” in Leest wellicht bezig met zenuwachtige haast de laatste schikkingen te treffen voor het welslagen van hun jaarlijkse grote knalavond. Het lijkt me bijna overbodig jullie een fantastisch succes toe te wensen, zodanig ben ik ervan overtuigd dat het een schitterend geslaagde avond zal worden. Jullie verdienen trouwens meer dan wie ook, dat uw onversaagde ijver om De Band tussen Leest en zijn soldaten gaaf en solied te houden door de mensen van de parochie geapprecieerd wordt en dat de sympathie die uw werk verdient tot uiting moge komen door een talrijke aanwezigheid van de mensen op uw toch reeds gunstig gekende jaarlijkse feestavond. Ik voel mij ook ten zeerste verplicht jullie welgemeend te danken voor de mooie en praktische brievenmap die mij ter gelegenheid van de Week van de Soldaat van uwentwege bezorgd werd. Het geeft altijd een aangenaam warm gevoel door een geschenk eraan herinnerd te worden dat een aantal onbaatzuchtige mensen vrijwillig en spontaan ten dienste staan van ons, jongens in het leger. Nu de daverend hardnekkige vriesperiode definitief voorbij schijnt te zijn, voel ik mij ook noodgedwongen terug uit mijn schelp te komen om nog wat nieuws over mijn persoonlijke status in het leger mee te delen. Wel, ik ben voor het ogenblik (en dit waarschijnlijk tot het einde van mijn dienst) gekazerneerd te Brustem op het Militair Vliegveld, waar de Belgische en Nederlandse leerling-piloten opgeleid worden om op straaljager te vliegen. Ik zit hier op de weerkundige dienst en mijn job bestaat er hoofdzakelijk in te “plotten”. Waarschijnlijk vergt dit woord voor de oningewijde wel een beetje uitleg. Plotten is het op de weerkaart vastleggen van meteorelogische berichten, die volgens internationale, nationale en regionale codes en codevormen uitgewisseld worden tussen de verscheidene burgerlijke en militaire weerkundige stations. Deze codeberichten worden alle uren per teleprinter over gans West-Europa doorgeseind. Elk codebericht bestaat als regel uit een of meerdere groepen van vijf cijfers, veelal voorafgegaan door een codewoord zoals bv. “SYNOP” voor het waarnemen aan het aardoppervlak, “SHIP” voor de weerrapporten van schepen, “AIREP” voor een weerrapport van verkeersvliegtuigen, etc. Zo bestaan er een twintigtal verschillende codes. Voor elk codebericht geldt een codevorm, waarmee de volgende van de te rapporteren gegevens is vastgelegd. Deze codevorm wordt weergegeven door middel van symbolenletters. De opeenvolging van de symbolenletters noemt men de symbolische vorm van het codebericht. Op de plaats van elke symbolenletter wordt in het weerkundig bericht een cijfer ingevuld waarvan de betekenis is omschreven in codetabellen met codecijfers. Wilt u mij verontschuldigen voor deze nogal sterk didactisch getinte uitleg, maar ik vond geen ander middel om u te verklaren hoe de meteorologische berichten worden doorgegeven en waarin mijn werk hier bestaat. Zo zal ik nog gedurende 7-1/2 maand tijdens mijn legerdienst met het weder af te rekenen hebben, totdat ik moe en afgemat (HM !) van de “depressieve toestand” waarin een soldaat tijdens zijn dienst (vooral in de week) verkeerd, terug definitief zijn burgerpak mag aantrekken. Ik groet u allen.”
Hieronymus ‘Jeroom” “Tomme” Verbruggen was te Leest geboren op 25 september 1937 en hij overleed er op 6 juni 2017. Den “Tomme” was o.a. Ridder in de Leopoldsorde, Ererechter in handelszaken en Erevoorzitter van het Davidsfonds Leest. Hij was gehuwd met de directrice van de meisjesschool Paula Bradt die hem vier kinderen schonk : Koen, Machteld, Frank en Veerle. (Foto’s onderaan)
1962 – Zondag 2 december : 1ste Grote Duivenkampioenenviering van het verbond Noord-Zuid te Kapelle-op-den-Bos Vorig duivenseizoen werd er een Noord-Zuid duivenbond gesticht bij de afdeling Kapelle-op-den-Bos waarbij Battel, Heffen, Hombeek en Leest samensloten. Deze bond bestond uit ongeveer een 500-tal aangesloten duivenmelkers. Die zondag werd door dit verbond een eerste grote duivententoonstelling met kampioenenviering ingericht in de zaal “De Toekomst”. Het werd een groot succes. Ongeveer een 250-tal diertjes van de beste liefhebbers stonden er ten toon. Achtereenvolgens werden de kampioenen naar voor geroepen om uit handen van de voorzitter een diploma en een geldprijs te ontvangen. De uitslagen van de Leestenaars : Uitslag Kampioenschappen 1962 : Quiévrain : 1ste getekende, oude duiven : Jaak Publie, Leest. 1ste en 2de Getekende : 2. Jaak Publie, Leest. 3. Juul Geerts Leest. Jaarlingen : 3. Jaak Publie, Leest. Algemeen Kampioen : 1. Jaak Publie, Leest. (GvM, 5/12) (Zijn foto’s onderaan)
Jaak Publie was te Leest geboren op 15 april 1900 en hij overleed te Mechelen op 20 januari 1995. Jaak was gehuwd met Bertha Boey (°Hombeek 9/7/1903, +Mechelen 23/12/1990).
Foto’s : -Hieronymus ‘Jeroom” “Tomme” Verbruggen met zijn echtgenote Paula Bradt. -Op latere leeftijd. -Den “Tomme” hijst de Vlaamse Leeuw tijdens een Posse Leest. Op de achtergrond de woonst van de familie Verbruggen-Bradt in de Kouter. -Twee foto’s van de Algemeen Kampioen van het voorbije duivenseizoen Jaak Publie.