1963 – Soldaat Hendrik DE SMET Flawinne, 1963 (enkel jaartal bekend) : “Hier dan een brief van een Leestenaar, soldaat die eigenlijk van Heffen is maar die zich Leestenaar voelt. Er zijn nu bijna drie maand legerdienst voorbij. U zult zich misschien afvragen hoe het komt dat ik nu eerst iets van mij laat weten, maar ja wij hebben het hier zo druk. Van ’s morgens 6 u tot ’s avonds 10 u kuisen, oefeningen of piket en dan schiet er niet veel meer over om een briefje te schrijven en dat is nu juist ook niet mijn beste kant, ziet u. Maar er is nog niets verloren, want er zijn nog 12 maand te kloppen, iets dat hier wel gauw zal voorbij zijn, want de dagen vliegen hier gewoon voorbij, dat kan ook niet anders, we hebben praktisch geen ogenblik om te pauzeren, en we zijn dan ook blij dat we ’s avonds in ons bed kunnen kruipen. De oefeningen vallen nogal mee, de eerste drie weken hebben we veel zweet gelaten en dikwijls gevloekt, maar we hebben er ons min of meer aangepast alhoewel we nu nog zweten en vloeken hoor !!! Eén ding is vervelend en dat is piket; ik geloof dat ze ons peloton daarvoor speciaal uitkiezen want we hebben alle drie weken een week piket. ’s Zondag komen ze ons om de 3 à 4 uur verzamelen en als het niet rap genoeg gebeurt halen z’er ons ’s nachts nog eens uit. Als we van piket zijn moeten we ’s avonds tot na het appel van 10 u in volledige kledij blijven, dan is ne mens doodmoe en kan nog niet gaan slapen, maar al bij al is het hier nog niet zo slecht, het eten is hier uitstekend en de kameraadschap is hier zoals ge het bijna nergens zult vinden; op onze kamers is het hier bijna zo goed als thuis; het is hier zo aangenaam dat als het een kort-week-end is dan blijven er hier veel in de kazerne omdat het de moeite niet is om naar huis te gaan. Verlof hebben we hier ook genoeg, we zijn nog nooit langer dan 4 weken van huis geweest en normaal gaan we alle 2 weken naar huis, soms elke week. Nu ga ik sluiten. De groeten aan alle Leestenaren, soldaten en B.J.B.-ers.”
-Flawinne, 1963 (enkel jaartal bekend) : “Hier is dan nog een soldaat met wat nieuws uit de kazerne. Zaterdag 6 juli hebben we onze testen afgelegd voor onze muts. Het was zwaar maar het is toch redelijk goed gegaan. We hebben wel veel zweet gelaten maar dat was aan de zon te wijten. Zaterdag 13 juli was het dan plechtige uitreiking van de mutsen; daarna hadden we verlof tot dinsdag. Vervolgens hebben we 14 dagen op ons gemak kunnen leven maar nu is het commando-leven terug volop aan gang. Woensdag 28 juli zijn we op kamp vertrokken naar Loland (Stokkem) tegen Aarlen. Vrijdag 2 augustus zijn we teruggekomen. En maandag 5 augustus vertrekken we terug naar Santour, tegen Philipville tot zaterdag 10 augustus, daarna hebben we verlof tot dinsdag. Binnen veertien dagen gaan we dan nog voor een week naar Leopoldsburg. Ge ziet, we hebben hier altijd onze bezigheid. Maar goed ook, zo vliegt onze diensttijd voorbij. Van 18 tot 26 september gaan we dan naar Schaffen om onze wing (Para-brevet) te behalen.”
-H. De Smet van uit Flawinne, (niet gedateerd, gepubliceerd in De Band nr. 7 van 1963) : “Hier is dan nog een soldaat met wat nieuws uit de kazerne. Zaterdag 6 juli hebben we onze testen afgelegd voor onze muts. Het was zwaar maar het is toch redelijk goed gegaan. We hebben wel veel zweet gelaten maar dat was aan de zon te wijten. Zaterdag 13 juli was het dan plechtige uitreiking van de mutsen ; daarna hadden we verlof tot dinsdag. Vervolgens hebben we 14 dagen op ons gemak kunnen leven maar nu is het Commando-leven terug volop aan gang. Maandag 28 juli zijn we op kamp vertrokken naar Loland (Stokkem) tegen Aarlen. Vrijdag 2 augustus zijn we teruggekomen. En maandag 5 augustus vertrekken we terug naar Santour, tegen Philippville tot zaterdag 10 augustus, daarna hebben we verlof tot dinsdag. Binnen veertien dagen gaan we dan nog voor een week naar Leopoldsburg. Ge ziet we hebben hier altijd onze bezigheid. Maar goed ook, zo vliegt onze diensttijd voorbij. Van 18 tot 28 september gaan we dan naar Schaffen om onze wing (Parabrevet) te behalen. En zo vordert onze diensttijd met rasse schreden. Hartelijk dank voor de weekschriften en De Band. Hij doet ons deugd als we van tijd tot tijd nog eens wat van de buitenwereld horen. De groeten aan alle Leestenaren, soldaten en vooral aan De Band.”
-Flawinne (november 1963) : “Hier is dan een soldaat met een weinig nieuws uit het leger. Eindelijk is de kogel door de kerk en nu zijn we volwaardige Paracommando. Al hebben we ons brevet in ongunstige omstandigheden moeten halen, veel wind, toch zijn we er in gelukt. Er waren wel gekwetsten maar onze compagnie was alleen in het Bataljon waar er geen weigeraars waren, iets dat ons twee dagen verlof heeft opgeleverd. Zo ver zijn we dan en we gaan ons voorbereiden op ons Commandokamp dat doorgaat in de maanden november en december. Dan gaan we voor een paar dagen naar Corsica. En daarna beginnen we al af te tellen, want dan is het nog 5 maanden. Nu ga ik maar sluiten. De groeten aan alle Leestenaars, soldaten en B.J.B.-ers. Ik ontvang nog altijd regelmatig het weekblad en de zondagsvriend. Hartelijk dank.”
-Flawinne : (“De Band” januari 1964) “Hier is dan weer een soldaat met wat nieuws uit de kazerne. Veel nieuws van het commando-kamp is er niet, zoiets moet ge zelf eerst meemaken voor ge weet wat het is. Het was hard, maar als ge gedaan hebt, dan hebt ge tenminste getoond dat ge wilskracht had. Dan kunt ge later in het leven ook eens doorbijten als het nodig is. Verder zijn wij voor een week naar Corsica geweest. Door de schoonheid van de streek was de Raid maar half zo hard meer. En dan de tocht met het vliegtuig. Het zicht dat ge van bovenaf hebt. Soms zaten we midden in de wolken, echt wonderbaar. Sommigen beklagen het zich van bij de Commando’s gekomen te zijn maar ik niet, want nu komen we ergens waar ik anders misschien nooit zou komen. En verder krijgen we hier een vast karakter en een sterke wil. Er is hier ook sprake van naar Engeland en Frankrijk op maneuvers te gaan. Nu ga ik maar sluiten, want het is bijna bedtijd. Nog vele jaren voorspoed en geluk aan alle Leestenaren en B.J.B.-ers maar vooral aan alle soldaten.”
-Otterburn, 1964 (enkel jaartal bekend) : “Hier een soldaat met wat nieuws uit Engeland. De overtocht naar hier, per boot, is zonder zeeziekte afgelopen. Toen we hier aankwamen lag er sneeuw en ’s anderendaags kwam er nog een beetje bij. We vertrokken op oefening met camions, ze moesten ons op een punt afzetten, maar halfweg was de weg dichtgesneeuwd. Op de terugweg hebben we de camions op de helling moeten duwen. Op 12 km van het kamp zette men ons af, we konden te voet verder. Ons tong hing op de grond. We zijn dan maar direct in ons bed gekropen. ’s Morgens vertrokken we terug maar nu te voet, 25 km in de sneeuw tot aan uw enkels, prettig hoor. Dan hadden we ’s avonds een kampvuur met zang en dans (commando humor). Gisteren morgen zijn we dan na een mars van 12 km recht door sneeuw en moeras (kompasmars) in het kamp aangekomen. En vandaag hebben we mstdag (piket). Morgen vertrekken we dan terug voor een toeristentochtje van 3 dagen. De streek is hier prachtig, maar spijtig dat het weer zo tegenslaat. In de zomer moet het hier prettig zijn voor oefeningen. Wij zijn naar hier gekomen om te schieten en oefeningen te doen die in België niet mogelijk zijn, maar het is hier veel te slecht weder. Er is een vijfde ziek. Nochtans is het kamp hier comfortabel, bijna nieuwe houten barakken en in de waszaal ’s morgens zelfs warm water. Van zaterdag 4 tot zondag 7 april ben ik weer in verlof. Daarna zijn mijn dagen bij de troep geteld, want de 25ste mei zwaaien wij af. Dus verslijt ik hier met goede moed mijn lange broek. Nu nog mijn hartelijke dank voor de wekelijkse post en groeten aan alle Leestenaren. Van een dankbaar soldaat.”
1963 – Januarinummer “De Band” : Ongevallen -Op Sylvesterdag , gladde baan, deed mevrouw Vloebergh-Van Dam, (Foto onderaan) Dorpstraat, bij het uitwijken van een autobus, een val, met het gevolg dat zij een enkelbreuk opliep. Na verzorging in de kliniek te Mechelen werd zij terug thuis gebracht. -Anderzijds was hetzelfde lot beschoren aan mevrouw Lafosse, (Foto onderaan) onderwijzeres aan de zusterschool, die een polsbreuk opliep na een val bij gladde baan. -Onze dorpsgenoot Pieter Publie kwam in aanrijding met een bestelauto toehorende aan een zekere Isidoor Buts uit Mechelen. -Marcel Verschuren (Foto onderaan) kwam met zijn bromfiets in aanraking met een auto, gelukkig zonder persoonlijk letsel, zijn bromfiets werd wel beschadigd. -Ingevolge de gladheid van de baan kwam Remi Emmerechts uit Leest tegen de brugleuning van de Zennebrug terecht. Zijn auto werd zwaar beschadigd. -Hetzelfde gebeurde met L. Broothaers uit de Dorpstraat, die ook door een val, omwille van de gladheid, een enkelbreuk opliep. -Ook tijdens het speeluur in de zusterschool ging het al niet beter met Rudy Van Hoof,(Foto onderaan) die door een val een armbreuk opliep. -Misleid door de mist en anderzijds door baangladheid werd de straatomheining van J. Potoms uit de Dorpstraat door een vrachtauto stukgereden.
Foto’s : -Melanie “Nieke” Van Dam met haar echtgenoot Staf Vloebergh. -Nieke op haar tachtigste verjaardag. -Juf De Boeck, echtgenote Robert Lafosse. -Marcel Verschuren. -Rudi Van Hoof.