Uit de eerste brief van Paulus aan de Corinthiërs
Uit de eerste brief van Paulus aan de Corinthiërs
3, 9b-11
U bent een bouwwerk van God. Overeenkomstig de taak
die God mij uit genade heeft opgelegd, heb ik als een
kundig bouwmeester het fundament gelegd, en anderen
bouwen daarop voort. Laat ieder erop letten hoe hij bouwt,
want niemand kan een ander fundament leggen dan er al
ligt: Jezus Christus zelf.
Uit
het evangelie volgens Matteüs
21, 33-43 + 45-46
Jezus sprak tot de
hogepriesters en de oudsten van het volk:
'Luister naar deze gelijkenis. Er was eens een landheer die een wijngaard
aanlegde en hem omheinde. Hij groef er een kuil voor de wijnpers en bouwde een
uitkijktoren. Toen verpachtte hij hem aan wijnbouwers en ging op reis.
Tegen de tijd van de druivenoogst stuurde hij zijn knechten naar de wijnbouwers
om zijn vruchten in ontvangst te nemen. Maar de wijnbouwers grepen de knechten,
ze mishandelden er een, doodden een ander en stenigden een derde.
Daarna stuurde de landheer andere knechten, een grotere groep dan eerst, maar
met hen deden ze hetzelfde.
Ten slotte stuurde hij zijn zoon naar hen toe, met de gedachte: Voor mijn zoon
zullen ze wel ontzag hebben. Toen de wijnbouwers de zoon zagen, zeiden ze onder
elkaar: “Dat is de erfgenaam! Kom op, laten we hem doden en zo zijn erfenis
opstrijken”, en ze grepen hem vast, gooiden hem de wijngaard uit en doodden
hem.
Wanneer nu de eigenaar van de wijngaard komt, wat moet hij dan met die
wijnbouwers doen?'
Ze antwoordden: ‘De onmensen! Laat hij ze op een mensonwaardige manier ombrengen
en de wijngaard verpachten aan andere wijnbouwers, die de vruchten wel aan hem
afdragen wanneer het daar de tijd voor is.’
Daarop zei Jezus tegen hen: ‘Hebt u dit nooit in de Schriften gelezen: “De
steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden. Dankzij de Heer is dit
gebeurd, wonderbaarlijk is het om te zien.” Daarom zeg Ik u: het koninkrijk van
God zal u worden ontnomen, en gegeven worden aan een volk dat het wel vrucht
laat dragen.'
Toen de hogepriesters en de Farizeeën zijn gelijkenissen hoorden, begrepen ze
dat Hij over hen sprak. Ze wilden Hem graag gevangennemen, maar ze waren bang
voor de reactie van de volksmassa, daar men Hem voor een profeet hield.
Het Rijk Gods wordt vaak vergeleken met een wijngaard. In de parabel van de misdadige wijnbouwers is Jezus de erfgenaam. Ook Hij wordt gedood, zoals te lezen is in de Schrift: "De steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden". In dit verhaal daagt Jezus zijn tijdgenoten uit. Tevens is het een krachtige oproep tot bekering






