Uit de eerste brief van Petrus 4.10
Laat ieder van u de gave die hij van
God gekregen heeft, gebruiken om
de anderen daarmee te helpen, zoals
het goede beheerders van Gods
veelsoortige gaven betaamt.
WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

Uit de eerste brief van Petrus 4.10
Laat ieder van u de gave die hij van
God gekregen heeft, gebruiken om
de anderen daarmee te helpen, zoals
het goede beheerders van Gods
veelsoortige gaven betaamt.
mieke mantel

'Mijn lichaam is het ware voedsel
en mijn bloed is de ware drank.
Wie mijn lichaam eet en mijn bloed
drinkt, blijft in mij en Ik blijf in hem.
De levende Vader heeft mij gezonden,
en Ik leef door de Vader; zo zal wie mij
eet, leven door mij.
Uit het evangelie volgens MarcusUit het evangelie volgens Marcus
12, 18-27
Er
kwamen enkele Sadduceeën naar Jezus toe; volgens de Sadduceeën is er geen
opstanding uit de dood. Ze vroegen Hem: ‘Meester, Mozes heeft ons het volgende
voorgeschreven: “Als iemand sterft en een vrouw achterlaat, maar geen kinderen,
moet zijn broer die vrouw bij zich nemen en nakomelingen verwekken voor zijn
broer.” Er waren eens zeven broers. De eerste nam een vrouw en stierf zonder
nakomelingen; de tweede nam haar tot vrouw, maar stierf ook zonder
nakomelingen; en met de derde ging het net zo. Geen van de zeven kreeg
nakomelingen. Het laatst van allen stierf de vrouw. Wiens vrouw zal ze dan zijn
bij de opstanding, wanneer ze opstaan uit de dood? Alle zeven zijn ze immers
met haar getrouwd geweest.’
Jezus antwoordde: ‘Dwaalt u niet? U kent blijkbaar de Schriften niet en evenmin
de macht van God. Want wanneer de mensen uit de dood opstaan, trouwen ze niet
en worden ze niet uitgehuwelijkt, maar zijn ze als engelen in de hemel. Wat betreft
de opwekking van de doden, hebt u in het boek van Mozes in het gedeelte over de
doornstruik niet gelezen dat God tegen hem zei: “Ik ben de God van Abraham, de
God van Isaak en de God van Jakob”? Hij is geen God van doden, maar van
levenden; u dwaalt vreselijk!’
Hoewel wij ons niet kunnen voorstellen hoe het verrezen leven eruit zal zien, daarom moeten wij het feit van de verrijzenis zelf nog niet loochenen. Met menselijk vergelijkingsmateriaal komen wij hier niet veel verder. Daarbij komt nog dat onze God geen God is van doden, maar van levenden. Dit is wezenlijk voor onze godsdienst.
Wanneer iemand overleden is, durven wij nogal eens snel zeggen: 'Ach, hij (of
zij) is nu bij haar man (of vrouw). Ze zullen nu samen gelukkig zijn in de
hemel bij God'.
Vraag is of ze inderdaad als man en vrouw (als gehuwd koppel) daar in de hemel
zijn.
Wanneer twee mensen huwen, beloven ze elkaar trouw 'tot de dood ons scheidt'.
In de hemel is er een heel andere orde wat betreft dat
samen-zijn. In de hemel zijn we als engelen, leert Jezus ons vandaag. Daar gaat
het over een blijvende gemeenschap met de Vader. We weten absoluut niet hoe dat
er concreet zal uitzien. En eigenlijk is dat ook niet belangrijk.
Eén ding weten we zeker: We zullen ontvangen worden in die diepe barmhartigheid
die de Vader zo eigen is. Het is een eeuwig leven waarnaar we mogen verlangen,
een eeuwig leven dat ons beloofd is.
Wie nu (hier dus op aarde) de Heer ten diepste volgt, zal diep in zijn hart reeds een voorsmaakje proeven van dat eeuwig leven, in de zin dat hij zich bewoond zal weten, geleid naar datgene wat hem te wachten staat
Uit het evangelie volgens MarcusUit het evangelie volgens Marcus
12, 13-17
Enkele hogepriesters, Schriftgeleerden en oudsten stuurden
enkele Farizeeën en Heroïnen naar Jezus toe om Hem een ongeoorloofde uitspraak
te ontlokken.
Toen ze bij Hem gekomen waren, zeiden ze tegen hem: ‘Meester, we weten dat U
oprecht bent en dat U zich aan niemand iets gelegen laat liggen. U kijkt
niemand naar de ogen, maar geeft in alle oprechtheid onderricht over de weg van
God. Is het toegestaan belasting te betalen aan de keizer of niet? Moeten we
betalen of niet?’
Maar omdat Hij hun huichelarij doorzag, antwoordde Hij: ‘Waarom stelt U me op
de proef? Laat me eens een geldstuk zien.’
Ze gaven Hem een munt en Hij vroeg hun: ‘Van wie is dit een afbeelding en van
wie is het opschrift?’
‘Van de keizer’, antwoordden ze.
Toen zei Jezus tegen hen: ‘Geef wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan
God wat God toebehoort.’
En ze waren met stomheid geslagen.
Politiek engagement is 'in' in onze dagen. Ook ten tijde van Jezus waren er mensen die Hem in deze richting wilden drijven. Hij was (waarschijnlijk) niet echt tegen een politiek engagement, maar Hij oriënteerde deze inzet in het plan van zijn Vader, zijn zending. Wij moeten onderscheiden wat van God is en wat van de mensen
'Geef wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan God wat God toebehoort.’
Als we deze
uitspraak op onszelf betrekken, moeten we ons afvragen: 'Wat staat er in mijn
hart? Van wie is die beeldenaar? Wat is het opschrift? Van wie ben ik?'
Dan zouden we moeten kunnen zeggen: ik ben van God, en alleen van Hem.
En de wereld dan? Die is ondergeschikt aan God. Alles mag als het maar van God
mag.
We moeten de waarde van de dingen niet afmeten aan de waarde die ze voor de
mensen hebben, maar kijken of ze geldig zijn voor God. We moeten de eer van de
mensen laten voor wat ze is, maar ons bekommeren om de eer van Hem wiens
beeldenaar wij dragen in ons hart.
God, die in het verborgene ziet, die de beeldenaar ziet in je hart, die weet
dat je van Hem bent.
Uit het evangelie volgens Marcus
Uit het evangelie volgens Marcus
12, 1-12
Jezus begon tot de
hogepriesters, schriftgeleerden en oudsten in gelijkenissen te spreken:
‘Een man legde een wijngaard aan en omheinde die. Hij groef een kuil voor de
wijnpers en bouwde een uitkijktoren. Hij verpachtte de wijngaard aan
wijnbouwers en ging op reis. Na verloop van tijd stuurde hij een knecht naar de
wijnbouwers om zijn deel van de opbrengst van hen te ontvangen; maar ze grepen
hem vast, mishandelden hem en stuurden hem met lege handen terug.
Daarna stuurde hij een andere knecht naar hen toe, die ze in het gezicht
sloegen en vernederden.
Hij stuurde nog een derde, die ze doodden, en nog vele anderen; sommigen werden
door de wijnbouwers mishandeld en anderen werden door hen gedood.
Ten slotte was alleen nog zijn geliefde zoon over; die stuurde hij als laatste
naar hen toe, met de gedachte: Voor mijn zoon zullen ze wel ontzag hebben. Maar
de wijnbouwers zeiden tegen elkaar: “Dat is de erfgenaam. Kom op, laten we hem
doden, dan is de erfenis van ons.”
Ze grepen hem vast en doodden hem en gooiden zijn lichaam buiten de wijngaard.
Wat zal de eigenaar van de wijngaard daarna doen? Hij zal zelf komen om de
wijnbouwers om te brengen en hij zal de wijngaard aan anderen geven. Hebt u
deze schrifttekst dan niet gelezen: “De steen die de bouwers afkeurden is de
hoeksteen geworden Dankzij de Heer is dit gebeurd, wonderbaarlijk is het om te
zien.”’
Daarop wilden ze Hem gevangennemen, want ze wisten dat Hij hen op het oog had
bij het vertellen van deze gelijkenis, maar ze waren bang voor de reactie van
de menigte. Dus lieten ze Hem staan en gingen weg.
In een vergelijking laat Jezus zien hoe God heel de geschiedenis lang bezorgd is geweest voor zijn volk. Hij is werkelijk gegaan tot het uiterste. Al diegenen die Hij heeft ingezet hebben hun zending betaald met de dood. Zelfs zijn geliefde Zoon was hetzelfde lot beschoren.
Al te vaak draait ons leven rond het 'hebben', wat ons opsluit in onszelf, en waarin de ander dikwijls een storend element vormt. Onze samenleving is maar al te dikwijls opgebouwd op het hebben, en alles wat daarin past wordt aanvaard. De mens die daaraan niet meedoet en ons oproept te leven uit genade, wordt dikwijls afgekeurd.
God
echter blijft trouw aan de steen die door de bouwers van onze samenleving wordt
afgekeurd en weggeworpen.
Op deze steen bouwt Hij een nieuwe wijze van samenleven van mensen op. In Jezus
begint deze nieuwe wereld. Wie laat zichzelf en zijn omgeving inpassen in het
bouwen van God ?
Uit het evangelie volgens MatteüsUit
het evangelie volgens Matteüs
28, 16-20
De elf leerlingen gingen
naar Galilea, naar de berg waar Jezus hen had onderricht, en toen ze Hem zagen
bewezen ze Hem eer, al twijfelden enkelen nog.
Jezus kwam op hen toe en zei: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de
aarde. Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen
in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, en hun te leren dat ze
zich moeten houden aan alles wat Ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor
ogen: Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’
De Vader roept alle naties samen, de Zoon verzamelt hen en de Geest is aan de gelovigen gegeven door het doopsel. De Kerk wordt onophoudelijk geboren uit de Drie-ene God
De Vader was en is van
in het begin. Hij heeft alles geschapen en alles is in Hem. Naar zijn beeld en
gelijkenis zijn wij geschapen.
In zijn Zoon is Hij mens geworden, om ons allen persoonlijk te komen
aanspreken, aanraken. In Christus heeft Hij de wereld verlost door met Hem de
liefde te gaan tot het uiterste om het licht van de Opstanding te schenken aan
ieder van ons.
De Geest heeft Hij geschonken om ons in staat te stellen de Zoon te ontmoeten,
om met Hem, in Hem en door Hem zijn heilige liefde te belichamen.
Uit het evangelie volgens MarcusUit
het evangelie volgens Marcus
11,
27-33
Jezus en zijn leerlingen kwamen weer in
Jeruzalem aan. Toen Jezus zich in de tempel ophield, kwamen de hogepriesters,
de schriftgeleerden en de oudsten van het volk naar Hem toe en vroegen Hem: ‘Op
grond van welke bevoegdheid doet U die dingen? Wie heeft U het recht gegeven om
zo te handelen?’
Jezus antwoordde: ‘Ik zal u een vraag stellen; als u me daarop antwoord geeft,
zal Ik u zeggen op grond van welke bevoegdheid Ik zo handel. Doopte Johannes in
opdracht van de hemel of in opdracht van mensen? Antwoord mij.’
Ze overlegden met elkaar en zeiden: ‘Als we zeggen: “Van de hemel”, zal Hij
zeggen: “Waarom hebt u hem dan niet geloofd?” Maar als we zeggen: “Van mensen”,
wat dan?’ Ze waren namelijk bang voor de menigte, want iedereen hield Johannes
voor een echte profeet.
Dus zeiden ze tegen Jezus: ‘We weten het niet.’
En Jezus zei tegen hen: ‘Dan zeg Ik ook niet op grond van welke bevoegdheid Ik
die dingen doe.
De Schriftgeleerden vragen Jezus naar zijn gezag. Hij ontwijkt hun vragen, want het zou niets helpen als Hij zou antwoorden. Zij blijven aandringen en staan niet open voor Gods openbaring. Om Hem echt te kunnen ontmoeten en te herkennen als hun Messias, zouden zij meer open en ontvankelijk moeten zijn.
Toen Jezus zich in de tempel ophield, kwamen de hogepriesters, de schriftgeleerden en de oudsten van het volk naar Hem toe en vroegen Hem: ‘Op grond van welke bevoegdheid doet U die dingen? Wie heeft U het recht gegeven om zo te handelen?’
Wat deed Jezus dan ?
Kopers en verkopers van het tempelplein afjagen, tafels van geldwisselaars
omver werpen, stoeltjes van duivenverkopers omver gooien, verbieden iets over
het tempelplein te dragen,...
Met welke bevoegdheid ? Met
wie zijn volmacht ?
'Mij is alle macht gegeven
in de hemel en op aarde', lezen we bij Matteüs in hfst 28.
Of bij Marcus al in het eerst hfst:
'Hij sprak niet zoals de schriftgeleerden, maar als iemand die gezag heeft'.
Of elders: 'Voorwaar
voorwaar, Ik zeg u...'. Of gewoon: 'Maar Ik zeg u'.
Het is waar omdat Hij het zegt, Hij die gezegd heeft de weg, de waarheid en het
leven te zijn.
In zijn spreken, in zijn Ik, zit een inwendige zekerheid, een inwendige macht,
de macht van de heilige Geest.
Wat als Hij nu zo eens iets
doet in ons eigen hart ?
Een inwendige tempelreiniging zeg maar.
Zo'n innerlijke reiniging kan allerlei vormen aannemen.
Als we zorgen hebben kan Hij ons op een gegeven ogenblik zeggen: 'Wees niet
bezorgd, Ik ben er toch, Ik ben er voor u, Ik heb zorg voor u. Ik zal uw zorgen
met u dragen, je bent echt niet alleen in het dragen van je zorg.'
Of als het niet meer gaat, kan Hij inwendig zeggen: 'Ik ben er ook nog, je
vergeet me. Probeer innerlijk wat rustig te worden en richt je tot mij die in
je woont. Verenig je met mij opdat je rust en licht vindt in God.'
Of als we dragers van haat zijn, moeilijk kunnen vergeven, dan kan Hij
vanbinnen zeggen: 'Kom naar mij, jij die dat niet uit jezelf kunt, laat me u
tot mij nemen opdat Ik je hart van steen kan veranderen in een hart van vlees,
opdat er leven en verzoening uit mag voortvloeien. Geef je aan mij.'
Of als het gebed droog en duister is: 'Wees trouw, je dorheid dient niet tot
niets, Ik maak je enkel gratuïet in de liefde, Ik maak je volwassen in het
geloof; een geloof dat niet steunt op sentiment maar op pure liefde, op naakt
geloof.'
Enz.
Zo kan Jezus de hele dag, van
de vroege morgen tot de late avond, bezig zijn de tempel van ons hart te
reinigen.
Laten we goede luisteraars worden van ons geweten; de plek waar God ons
zichzelf wil tonen, onszelf in een spiegel plaatst, ons wil reinigen, ten
diepste genezen.
Jacobus 1.26Jacobus 1.26
Wie meent dat hij God dient,
terwijl hij zijn tong niet kan beteugelen,
zit op een dwaalspoor,
en heel zijn godsdienst is vergeefse moeite
mieke mantel
mieke mantel
Uit de eerste brief van Petrus
Uit de eerste brief van Petrus
1, 18-25
Broeders en zusters,
u weet immers dat u niet met zoiets vergankelijks als zilver of goud bent
vrijgekocht uit het zinloze leven dat u van uw voorouders had geërfd, maar met
kostbaar bloed, van een lam zonder smet of gebrek, van Christus. Al voor de
grondvesting van de wereld is Hij door God uitgekozen, en nu is Hij, aan het
einde van de tijd, verschenen omwille van u. Door Hem gelooft u in God, die Hem
uit de dood heeft opgewekt en Hem laat delen in zijn luister, zodat uw geloof
tevens hoop is op God.
Nu u gehoorzaam bent aan de waarheid, is uw hart gelouterd en kunt u oprecht
van uw broeders en zusters houden; heb elkaar dan ook onvoorwaardelijk lief,
met een zuiver hart, als mensen die opnieuw zijn geboren, niet uit vergankelijk
maar uit onvergankelijk zaad, door Gods levende en altijd blijvende woord.
‘De mens is als gras en zijn schoonheid als een bloem in het veld: het gras
verdort en de bloem valt af, maar het woord van de Heer blijft eeuwig bestaan.’
Dit woord is het evangelie dat u verkondigd is.
De verlossing van het uitverkoren volk uit Egypte wordt hier gezien als een aanzet voor de verlossing van Christus. Hij was het die als een lam zichzelf gaf tot het einde. Het is een aansporing voor alle gelovigen om elkander te beminnen met oprechte broederliefde.

Uit de profeet Sefanja 3, 17
De Heer, je God, zal in je midden zijn,
Hij is de held die je bevrijdt.
Hij zal vol blijdschap zijn,
verheugd over jou,
in zijn liefde zal Hij zwijgen,
in zijn vreugde zal Hij over je jubelen
Uit d brief van Paulus aan de Galaten. 5, 22abUit d brief van Paulus aan de Galaten. 5, 22ab
De vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede,
geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof,
zachtmoedigheid en zelfbeheersing.
als wij GodAls wij ons laten inspireren door Gods geest, dan kunnen wij, in Gods naam, warmte zijn daar waar de relaties tussen de mensen
verkillen. Dan kunnen wij soepelheid brengen daar waar mensen verstarren in onbegrip en onverdraagzaamheid. Dan kunnen wij
echt licht zijn voor de mensen die in de duisternis verkeren. Dan kunnen wij troost zijn voor mensen die verdriet hebben, verlossing
voor mensen die gevangen zitten, gezondheid voor mensen die zwaar ziek zijn. Dan kunnen we verstand zijn voor mensen die geen
raad meer weten. God heeft ons nodig om zijn gaven aan de mensen te geven.
Medeleven met onze medemensen is een voorwaarde om
te kunnen meeleven met God.
Ik wens dat die Geest ons mag blijven bezielen,
Zalig Pinksterfeest
mieke mantel
miike mantel
Uit de eerste brief van Johannes 2, 17Uit de eerste brief van Johannes 2, 17
De wereld met haar begeerte gaat voorbij,
maar wie Gods wil doet blijft tot in eeuwigheid
Uit de brief van Paulus aan de Romeinen 8, 11Uit de brief van Paulus aan de Romeinen 8, 11
Als de Geest van Hem die Jezus
uit de dood heeft opgewekt in u woont,
zal Hij die Christus heeft opgewekt
ook u die sterfelijk bent,
levend maken door zijn Geest,
die in u leeft.
mieke mantel
mieke mantel
Uit het evangelie volgens Johannes
17, 1-11
Jezus sloeg zijn ogen op naar de hemel en zei:
‘Vader, nu is de tijd gekomen, toon nu de grootheid van uw Zoon, dan zal de
Zoon uw grootheid tonen.
Hij heeft van U macht over alle mensen ontvangen, de macht om iedereen die U
Hem gegeven hebt het eeuwige leven te schenken.
Het eeuwige leven, dat is dat zij U kennen, de enige ware God, en Hem die U
gezonden hebt, Jezus Christus.
Ik heb op aarde uw grootheid getoond door het werk te volbrengen dat U mij
opgedragen hebt.
Vader, verhef mij nu tot uw majesteit, tot de grootheid die Ik bij U had
voordat de wereld bestond.
Ik heb aan de mensen die U mij uit de wereld gegeven hebt uw Naam
bekendgemaakt. Zij waren van U, maar U hebt hen aan mij gegeven. Ze hebben uw
woord bewaard, en nu begrijpen ze dat alles wat U mij hebt gegeven, van U komt.
Ik heb de woorden die Ik van U ontvangen heb aan hen doorgegeven, zij hebben ze
aanvaard en nu weten ze echt dat Ik van U gekomen ben, en ze geloven dat U mij
hebt gezonden.
Ik bid voor hen. Ik bid niet voor de wereld, maar voor de mensen die U mij hebt
gegeven, omdat zij van U zijn - alles wat van mij is, is van U, en alles wat
van U is, is van mij – en omdat in hen mijn grootheid zichtbaar geworden is.
Ik ben al niet meer in de wereld, Ik ga naar U toe, maar zij blijven wel in de
wereld.
Heilige Vader, bewaar hen door uw Naam, de Naam die U ook aan mij gegeven hebt,
zodat zij één zijn zoals wij één zijn.
Jezus' gebed is als het ware een geestelijk testament. Hij roept ons op tot trouw aan onze zending: God brengen in onze wereld. God staat aan het begin en aan het einde van ons leven.
In Christus leven betekent deelnemen aan zijn zending. Het betekent in eenheid
met Hem God aanwezig brengen in de wereld waarin we leven, tot bij de mensen
die wij doorheen de dag ontmoeten, in het werk dat we dagelijks doen.
In Christus leven betekent deelnemen aan zijn Liefde tot God en medemens,
doorheen actie en gebed.
In Christus leven betekent je leven als christen ernstig nemen, fris en
welgezind
Uit de Handelingen van de ApostelenUit de Handelingen van de Apostelen
19, 1-8
Terwijl Apollos in
Korinte verbleef, kwam Paulus na zijn reis door het binnenland in Efeze aan.
Hij ontmoette daar enkele leerlingen, aan wie hij vroeg: ‘Hebben jullie de
heilige Geest ontvangen toen jullie het geloof aanvaardden?’
Ze antwoordden: ‘Nee, we hebben zelfs niet gehoord van het bestaan van een
heilige Geest.’
Hij vroeg: ‘Hoe zijn jullie dan gedoopt?’
‘Met de doop van Johannes’ , antwoordden ze.
Daarop zei Paulus: ‘Johannes doopte de mensen om hen een nieuw leven te laten
beginnen en zei tegen hen dat ze moesten geloven in degene die na hem kwam, in
Jezus.’
Toen ze dat gehoord hadden, lieten ze zich dopen in de naam van de Heer Jezus,
en toen Paulus hun de handen had opgelegd daalde de heilige Geest op hen neer,
zodat ze in klanktaal gingen spreken en profeteerden. De voltallige groep
bestond uit ongeveer twaalf mensen.
De volgende drie maanden ging hij regelmatig naar de synagoge, waar hij
vrijmoedig met de bezoekers sprak over het koninkrijk van God en hen met zijn
uiteenzettingen trachtte te overtuigen
Johannes de Doper was de voorloper van Jezus. Het doopsel dat hij toediende was een voorbereiding op de verkondiging van de Blijde Boodschap en de navolging van Jezus. Te Efeze ontmoet Paulus, lang na de dood van Jezus, enkele leerlingen van Johannes die Christus nog niet kennen. Ze zijn bereid christenen te worden en ontvangen de heilige Geest. Zoals te Jeruzalem gaat deze gave gepaard met een pinksterwonder.