Uit het evangelie volgens Matteüs
Uit het evangelie volgens Matteüs
10, 7-13
Jezus sprak tot zijn
leerlingen:
'Ga op weg en verkondig: “Het koninkrijk van de hemel is nabij.”
Genees zieken, wek doden op, maak mensen die aan huidvraat lijden rein en drijf
demonen uit.
Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven!
Neem in je beurs geen gouden, zilveren of koperen munten mee, schaf je voor
onderweg geen reistas aan, geen extra kleren, geen sandalen en geen stok, want
een arbeider is het waard dat er in zijn onderhoud wordt voorzien.
In elke stad en in elk dorp waar je komt, moet je uitzoeken wie het waard is je
te ontvangen; blijf daar dan tot je weer verder gaat.
Groet de bewoners van het huis dat je binnengaat.
Laat jullie vrede over dat huis komen als het dat waard is, maar als het dat
niet waard is, laat dan die vrede naar je terugkeren.'
Jezus zegt, wanneer Hij zijn
leerlingen de wijde wereld instuurt om te verkondigen:
'Groet de bewoners van het huis dat je binnengaat. Laat jullie vrede over
dat huis komen als het dat waard is, maar als het dat niet waard is, laat dan
die vrede naar je terugkeren.'
Iemand van harte groeten was gebruikelijk in die dagen te Israël. Als conventionele groet wenste je met je groet de ander een algemeen welzijn toe. Maar omdat de groet hier met name genoemd wordt, heeft deze een diepere betekenis. Vrede is niet slechts een formele wens, maar in naam van Jezus brengen de apostelen de sjalom, de vrede van God, wat wil zeggen: het volle heil van God.
Laten we ook elkaar zo ontmoeten, laten
we ook zo elkaars huizen betreden, het gebouw op ons werk, onze school, enz.…
Laten we doorheen onze blik, onze zin voor broederschap, doorheen woord en daad
de Vrede van de Heer elkaar toewensen. Niet formeel, maar diep gemeend, van
harte, biddend dat Gods Vrede de levensstroom mag zijn van ieders mensenhart.






