Uit het evangelie volgens Matteüs
Uit het evangelie volgens Matteüs
13, 18-23
Jezus sprak tot zijn
leerlingen:
'Hoor en begrijp dan nu de gelijkenis van de zaaier:
bij ieder die het woord van het koninkrijk hoort maar het niet begrijpt, komt
hij die het kwaad zelf is en rooft wat hun in het hart is gezaaid; bij hen is
op de weg gezaaid.
Het zaad dat op rotsachtige grond is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen
en het meteen met vreugde in zich opnemen. Het schiet echter geen wortel in
hen, oppervlakkig als ze zijn. Worden ze vanwege het woord beproefd of
vervolgd, dan houden ze geen ogenblik stand.
Het zaad dat tussen de distels is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen,
maar bij wie de zorg om het dagelijkse bestaan en de verleiding van de rijkdom
het woord verstikken, zodat het zonder vrucht blijft.
Het zaad dat in goede grond is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen en
begrijpen. Zij dragen dan ook rijkelijk vrucht, deels honderdvoudig, deels
zestigvoudig, deels dertigvoudig.
Jezus verklaart zijn leerlingen de parabel van de zaaier. Het gaat erom dat iedereen in zijn hart een stukje goede grond bereidt dat ontvankelijk is om het goede zaad, het woord van God, op te vangen. Tegelijk is het een uitnodiging voor ons om rotsachtige plekken en doornen te ontdekken en op te ruimen.
Laten we Gods Woord ontvangen als Gods
Woord.
Dat het diep mag doordringen in ons hart, dat het daar wortel mag schieten, en
tot groei en bloei mag komen.
Laten we niet enkel het Woord aanhoren, maar laten we ook dat Woord worden. Ja,
laten we worden wat we horen.
Kom, laten we niet moeilijk doen, God
niet plat redeneren.
Maar laat ons bidden, eenvoudig, onze handen en ons hart geopend.
Kijk naar Hem, Hij kijkt naar jou, zowel in tijden van vreugde als in tijden
van dorheid.
Geef je, laat je door Hem omhelzen.
Dan leef je, leef je in Hem, leeft Hij in jou.







