Naar de inhoud

WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

IK BEN DE ALFA EN DE OMEGA
akke.beakke.be
GEBED IS DE SLEUTEL VAN DE OCHTEND EN DE GRENDEL VAN DE AVOND.
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Uit het evangelie volgens Mattheüs

Uit het evangelie volgens Mattheüs
6, 19-23

'Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde: mot en roest vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen. Verzamel schatten in de hemel, daar vreten mot noch roest ze weg, daar breken geen dieven in om ze te stelen. Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.
Het oog is de lamp van het lichaam. Dus als je oog helder is, zal heel je lichaam verlicht zijn. Maar als je oog troebel is, zal er in heel je lichaam duisternis zijn. Als het licht in jezelf verduisterd is, hoe groot is dan die duisternis!'

Onze aandacht is niet zelden verdeeld omdat wij dikwijls alles willen, en daardoor vergeten we soms het voornaamste. Het is onze taak steeds onze inzichten uit te zuiveren om schatten te verzamelen voor het Rijk Gods.

Op de dag van ons sterven zullen we maar één ding kunnen meenemen en aanbieden: namelijk de liefde die we betoond hebben tijdens ons leven.

Laten we leven voor deze schat.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:23 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Matteüs 6, 7-1

Uit het evangelie volgens Matteüs 6, 7-1
'Bij het bidden moeten jullie niet eindeloos voorprevelen zoals de heidenen, die denken dat ze door hun overvloed aan woorden verhoord zullen worden. Doe hen niet na! Jullie Vader weet immers wat jullie nodig hebben, nog vóór jullie het Hem vragen.
Bid daarom als volgt: Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden, laat uw koninkrijk komen en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel. Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben. Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was. En breng ons niet in beproeving, maar red ons uit de greep van het kwaad.
Want als jullie anderen hun misstappen vergeven, zal jullie hemelse Vader ook jullie vergeven. Maar als je anderen niet vergeeft, zal jullie Vader jullie je misstappen evenmin vergeven.5

eEén zaak blijkt duidelijk in het gebed dat Jezus ons leerde: Wij kunnen slechts oprecht bidden tot de Vader als wij de kinderen van diezelfde Vader, onze medemensen, steeds weer opnemen en vergiffenis schenken.
Het christelijk gebed is een geheimnisvol leven met God, een deelnemen aan de kern van zijn wezen, aan zijn goddelijke, drieëne Liefde.
In het gebed mogen we aanzitten aan de tafel van de Drieëne God, mogen we drinken van zijn Liefde zoals een kind drinkt aan de borst van zijn moeder.
Heel bijzonder uit zich dat in de woorden die de Heer ons zelf aanleert in het 'Onze Vader'.
Doorheen dit gebed zal Hij ons opnemen in zijn Liefde opdat we zelf Liefde worden. Hij in ons.

Het is goed het 'Onze Vader' doorheen de dag in de stilte van ons hart met regelmaat te prevelen, te zingen, te overwegen. Meer dan we vermoeden brengt dit gebed ons in zijn leiding over ons leven.

en.

Onze Vader,
die in de hemelen zijt,
geheiligd zij uw Naam.
Uw Rijk kome,
uw wil geschiede
op aarde als in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren.
En leid ons niet in bekoring,
maar verlos ons van het kwade.
Want van U is het Koninkrijk,
de kracht en de heerlijkheid,
in eeuwigheid.
Amen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:27 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Mattheüs

Uit het evangelie volgens Mattheüs
6, 1-6 + 16-18


'Let op dat jullie de gerechtigheid niet beoefenen voor de ogen van de mensen, alleen om door hen gezien te worden. Dan beloont jullie Vader in de hemel je niet.
Dus wanneer je aalmoezen geeft, bazuin dat dan niet rond, zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat om door de mensen geprezen te worden. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als je aalmoezen geeft, laat dan je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet. Zo blijft je aalmoes in het verborgene, en jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.
En wanneer jullie bidden, doe dan niet als de huichelaars die graag in de synagoge en op elke straathoek staan te bidden, zodat iedereen hen ziet. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als jullie bidden, trek je dan in je huis terug, sluit de deur en bid tot je Vader, die in het verborgene is. En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.
Wanneer jullie vasten, zet dan niet zo’n somber gezicht als de huichelaars, want zij doen dat om iedereen te laten zien dat ze aan het vasten zijn. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als jullie vasten, was dan je gezicht en wrijf je hoofd in met olie, zodat niemand ziet dat je aan het vasten bent, alleen je Vader, die in het verborgene is. En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.

De christelijke praktijken onderhouden om op te vallen bij anderen, is niet de juiste mentaliteit. Dan doen wij het voor onszelf en niet voor God of voor de anderen. Het radicalisme van het evangelie wil niet opvallen. Het handelt alleen vanuit een diepe overtuiging van een waarachtig godsgeloof, en dat werkt in stilte

Het innerlijke gebed verrichten we in ons binnenste, op elke plaats, op elk moment, zo dikwijls als ons hart zich in vrijheid tot God verheft. Het is een gehoor geven aan de woorden van Jezus 'Als jullie bidden, trek je dan in je huis terug, sluit de deur en bid tot je Vader, die in het verborgene is.'
Ons huis is in ons hart, ons hart is de plaats, heel ons lichaam is de tempel waar we Gods lof mogen zingen. We dragen het overal mee, en we kunnen er ons op elk moment, ook te midden van lawaaierige mensen of tijdens de drukte van het werk, in afzonderen en zonder woorden onze geest tot God verheffen.

Dit kunnen we heel bewust beleven, maar in zekere zin ook onbewust… Zonder het verstandelijk te ‘beleven’ kunnen we bij God vertoeven, van Hem drinken, van Hem ontvangen. Het is de Heilige Geest die onze ziel verheft en doet neigen naar God.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:35 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het eerste boek Koningen

Uit het eerste boek Koningen
21, 1-16

De Jizreëliet Nabot had een wijngaard die grensde aan het paleis dat koning Achab van Samaria in Jizreël bezat.
‘Sta mij uw wijngaard af’, zei Achab tegen Nabot. ‘Hij ligt naast mijn paleis; ik kan hem goed gebruiken om er groente te verbouwen. Ik zal u er een betere wijngaard voor teruggeven, of ik zal u, als u dat liever hebt, de prijs ervan in zilver uitbetalen.’
Maar Nabot zei tegen Achab: ‘De Heer verhoede dat ik de grond die ik van mijn voorouders heb geërfd aan u zou afstaan.’
Achab ging terug naar zijn paleis, woedend en terneergeslagen omdat Nabot tegen hem had gezegd dat hij hem de grond die hij van zijn voorouders had geërfd niet zou afstaan. Hij ging op zijn rustbed liggen, met zijn gezicht naar de muur, en weigerde te eten.
Toen kwam zijn vrouw Izebel naar hem toe en vroeg: ‘Wat is er gebeurd, dat je zo mismoedig bent en niet eten wilt?’
‘Ik heb met de Jizreëliet Nabot gesproken’, antwoordde hij. ‘Ik heb hem gevraagd mij zijn wijngaard te verkopen. Of, als hij dat liever had, kon hij er een andere wijngaard voor terugkrijgen. Maar hij weigerde zijn wijngaard aan mij af te staan.’
Daarop zei Izebel: ‘Wat? Jij bent toch de koning van Israël? Sta op en eet wat, dat zal je goeddoen. Ik zal ervoor zorgen dat jij de wijngaard van Nabot krijgt.’
Uit naam van Achab schreef Izebel brieven, verzegelde die met het koninklijke zegel en stuurde ze naar de oudsten en aanzienlijksten in de stad waar Nabot woonde.
In die brieven stond het volgende: ‘Kondig een vastendag af en zet Nabot vooraan wanneer het volk samenkomt. Laat dan twee mannen die nergens voor terugdeinzen tegenover hem plaatsnemen en hem beschuldigen van godslastering en majesteitsschennis. Daarop moet u hem buiten de stad brengen en stenigen.’
Nabots stadsgenoten, de oudsten en aanzienlijksten van zijn woonplaats, deden wat Izebel hun had opgedragen in de brieven die ze had gestuurd.
Ze kondigden een vastendag af en lieten Nabot vooraan zitten toen het volk samenkwam.
Twee mannen namen tegenover hem plaats en beschuldigden hem ten overstaan van het volk van godslastering en majesteitsschennis. Daarop werd hij buiten de stad gebracht en gestenigd.
Ze stuurden Izebel bericht dat Nabot door steniging ter dood was gebracht.
Toen Izebel hoorde dat Nabot dood was, zei ze tegen Achab: ‘Je kunt de wijngaard die de Jizreëliet Nabot je weigerde te verkopen in bezit nemen, want Nabot leeft niet meer, hij is dood.’

Al is ze zeer oud, het is een zeer actuele geschiedenis die van koning Achab en de kleine man Nabot. Wanneer deze kleine man de grote koning net ter wille is, laat hij hem uit de weg ruimen om zijn eigen voordeel te doen. De geschiedenis herhaalt zich dagelijks, wellicht ook in ons eigen leven

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:21 Reageer op dit bericht Stuur door

de tweede brief van Paulus aan de Korintiërs

de tweede brief van Paulus aan de Korintiërs
5, 6-10

Broeders en zusters,
wij blijven altijd vol goede moed, ook al weten we dat zolang dit lichaam onze woning is, we ver van de Heer wonen.
We leven in vertrouwen op God; wat komen gaat is nog niet zichtbaar. We blijven vol goede moed, ook al zouden we ons lichaam liever verlaten om onze intrek bij de Heer te nemen.
Daarom ook stellen wij er een eer in te doen wat God wil, zowel in dit bestaan als in ons bestaan bij Hem.
Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus verschijnen, zodat ieder van ons krijgt wat hij verdient voor wat hij in zijn leven heeft gedaan, of het nu goed is of slecht.

Het christelijk leven is nu reeds deelname aan het leven van Christus, maar het brengt nog niet de volledige eenheid met Hem tot stand. Iedere gelovige beleeft deze onvolkomenheid in zichzelf. In afwachting dat hij Christus ten volle zal aanschouwen, is het de bedoeling dat hij alles in het werk stelt om te doen wat God wilt.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:16 Reageer op dit bericht Stuur door

de brief van Paulus aan de Efeziërs 3, 16-19

de brief van Paulus aan de Efeziërs 3, 16-19

 

        Moge de Vader vanuit zijn rijke luister uw innerlijk wezen

        kracht en sterkte schenken door zijn Geest, zodat door uw       

        geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld       

        en gegrondvest blijft in de liefde. Dan zult u met alle heiligen

        de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kunnen

        begrijpen, ja de liefde van Christus kennen die alle kennis te

        boven gaat, opdat u zult volstromen met Gods volkomenheid.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:10 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het eerste boek Koningen

Uit het eerste boek Koningen
18, 20-39

Koning Achab stuurde boden naar alle stammen van Israël en liet ook alle profeten bij de Karmel bijeenkomen.
Daar sprak Elia het volk als volgt toe: ‘Hoe lang blijft u nog op twee gedachten hinken? Als de Heer God is, volg Hem dan; is Baäl het, volg dan hem.’ De Israëlieten zeiden niets.
Toen zei Elia: ‘Ik ben de enige profeet van de Heer die nog over is. De profeten van Baäl zijn met vierhonderdvijftig man. Breng ons twee stieren. Zij mogen als eersten een stier uitkiezen. Laten ze die in stukken snijden en op een brandstapel leggen, maar ze mogen het hout niet aansteken. Ik zal de andere stier gereedmaken en op een brandstapel leggen, maar ik zal het hout niet aansteken. U moet de naam van uw god aanroepen, en ik zal de naam van de Heer aanroepen. De god die antwoordt met vuur, is de ware God.’
Heel het volk stemde met dit voorstel in.
‘Begint u maar, u bent met velen’, zei Elia tegen de profeten van Baäl. ‘Kies maar een dier en maak het gereed voor het offer. Roep dan de naam van uw god aan, maar steek het hout niet in brand.’
De profeten namen een van de twee beschikbare stieren en maakten die voor het offer gereed. De hele morgen lang riepen ze Baäl aan: ‘Baäl, geef ons antwoord!’ Maar het bleef stil en niemand gaf antwoord, hoe ze ook dansten en sprongen rond het altaar dat daar was opgericht.
Toen het middaguur aanbrak, begon Elia hen te honen: ‘Roep zo hard u kunt! Hij is toch een god? Hij heeft zeker iets anders te doen. Ik denk dat hij zich even moest afzonderen. Is hij soms op reis gegaan? Misschien slaapt hij, en moet u hem wekken!’
De profeten riepen uit alle macht en brachten zichzelf, zoals hun gewoonte was, met zwaarden en lansen verwondingen toe tot het bloed over hun lijf stroomde. In vervoering bleven ze schreeuwen, maar ook toen het middaguur allang voorbij was en het uur voor het graanoffer aanbrak, was er nog steeds geen enkele reactie gekomen: het bleef stil, niemand gaf antwoord.
Elia zei tegen de Israëlieten dat ze naar hem toe moesten komen. Toen ze bij hem waren komen staan, bouwde hij het verwoeste altaar van de Heer weer op. Hij nam twaalf stenen, evenveel als het aantal stammen van Israël, de nakomelingen van de zonen van Jakob, tot wie de Heer had gezegd: ‘Israël is je nieuwe naam.’ Met die twaalf stenen maakte hij een altaar ter ere van de Heer, en daaromheen liet hij een geul graven met een lengte van tweehonderd el. Hij stapelde het brandhout op, sneed de stier in stukken en legde die op de brandstapel. Toen zei hij: ‘Vul vier kruiken met water en giet die over het offer en het brandhout uit.’ Toen dat gebeurd was, liet hij het nog een tweede en een derde keer doen. Het water liep over het altaar heen en de geul eromheen kwam vol water te staan.
Toen het uur voor het graanoffer was aangebroken, trad de profeet Elia op het altaar toe en zei: ‘Heer, God van Abraham, Isaak en Israël, vandaag zal blijken dat U in Israël God bent, en dat ik U dien en dit alles in uw opdracht gedaan heb. Geef mij antwoord, Heer, geef antwoord. Dan zal dit volk beseffen dat U, Heer, God bent en dat U het bent die hen tot inkeer brengt.’
Het vuur van de Heer sloeg in en verteerde het brandoffer met brandhout, stenen, as en al; zelfs het water in de geul likte het op.
Alle Israëlieten zagen het, en allen vielen op hun knieën en riepen: ‘De Heer is God, de Heer is God!’

Een krachtproef tussen Elia de profeet van de éne, ware God, en de profeten van Baäl laat ons zien hoe wij moeten volhouden te geloven. De goden die wij onszelf maken kunnen niets en zijn slechts schijngoden.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:21 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Matteüs

Uit het evangelie volgens Matteüs
5, 13-16


'Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout gemaakt worden? Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt.
Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Men steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is. Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.’

De leerlingen van Christus worden het zout van de aarde en het licht van de wereld genoemd. Zoals het zout het voedsel smaak geeft, moeten zij de wereld de smaak van de liefde geven. Deze zorg om het Rijk Gods zal hen van binnenuit stuwen tot getuigenis, tot een licht zijn voor de Het licht waartoe Jezus - het licht dat in wezen Hijzelf is - ons vandaag oproept moeten wij laten schijnen doorheen al ons doen en laten, doorheen de gehele totaliteit van ons leven.
Het schijnen van het licht is geen doel op zich, het is eerder een logisch gevolg van de liefde waaruit we leven en waarin we staan.

Laat ons licht zijn voor elkaar.

.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:21 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Matteüs

Uit het evangelie volgens Matteüs
10, 7-13

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
'Ga op weg en verkondig: “Het koninkrijk van de hemel is nabij.”
Genees zieken, wek doden op, maak mensen die aan huidvraat lijden rein en drijf demonen uit.
Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven!
Neem in je beurs geen gouden, zilveren of koperen munten mee, schaf je voor onderweg geen reistas aan, geen extra kleren, geen sandalen en geen stok, want een arbeider is het waard dat er in zijn onderhoud wordt voorzien.
In elke stad en in elk dorp waar je komt, moet je uitzoeken wie het waard is je te ontvangen; blijf daar dan tot je weer verder gaat.
Groet de bewoners van het huis dat je binnengaat.
Laat jullie vrede over dat huis komen als het dat waard is, maar als het dat niet waard is, laat dan die vrede naar je terugkeren.'


Jezus zegt, wanneer Hij zijn leerlingen de wijde wereld instuurt om te verkondigen:
'Groet de bewoners van het huis dat je binnengaat. Laat jullie vrede over dat huis komen als het dat waard is, maar als het dat niet waard is, laat dan die vrede naar je terugkeren.'

Iemand van harte groeten was gebruikelijk in die dagen te Israël. Als conventionele groet wenste je met je groet de ander een algemeen welzijn toe. Maar omdat de groet hier met name genoemd wordt, heeft deze een diepere betekenis. Vrede is niet slechts een formele wens, maar in naam van Jezus brengen de apostelen de sjalom, de vrede van God, wat wil zeggen: het volle heil van God.

Laten we ook elkaar zo ontmoeten, laten we ook zo elkaars huizen betreden, het gebouw op ons werk, onze school, enz.…
Laten we doorheen onze blik, onze zin voor broederschap, doorheen woord en daad de Vrede van de Heer elkaar toewensen. Niet formeel, maar diep gemeend, van harte, biddend dat Gods Vrede de levensstroom mag zijn van ieders mensenhart.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:17 Reageer op dit bericht Stuur door

2 Paulus 2.24-26

Een dienaar van de Heer moet geen ruzie maken,

        maar voor iedereen vriendelijk zijn; hij moet een

        goede leraar zijn en een verdraagzaam mens, en

        zijn tegenstanders zachtmoedig terechtwijzen.

        Dan brengt de Heer hen misschien tot inkeer,

        zodat zij de waarheid leren kennen en ontsnappen

        uit de valstrik van de duivel, die hen levend gevangen

        heeft genomen en hen dwingt zijn wil te doen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:59 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit de  eerste brief van Petrus 4.10

 

        Laat ieder van u de gave die hij van

        God gekregen heeft, gebruiken om

        de anderen daarmee te helpen, zoals

        het goede beheerders van Gods

        veelsoortige gaven betaamt.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:33 Reageer op dit bericht Stuur door

 'Mijn lichaam is het ware voedsel

        en mijn bloed is de ware drank.

        Wie mijn lichaam eet en mijn bloed

        drinkt, blijft in mij en Ik blijf in hem.

        De levende Vader heeft mij gezonden,

        en Ik leef door de Vader; zo zal wie mij

        eet, leven door mij.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:20 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus

Uit het evangelie volgens Marcus
12, 18-27

Er kwamen enkele Sadduceeën naar Jezus toe; volgens de Sadduceeën is er geen opstanding uit de dood. Ze vroegen Hem: ‘Meester, Mozes heeft ons het volgende voorgeschreven: “Als iemand sterft en een vrouw achterlaat, maar geen kinderen, moet zijn broer die vrouw bij zich nemen en nakomelingen verwekken voor zijn broer.” Er waren eens zeven broers. De eerste nam een vrouw en stierf zonder nakomelingen; de tweede nam haar tot vrouw, maar stierf ook zonder nakomelingen; en met de derde ging het net zo. Geen van de zeven kreeg nakomelingen. Het laatst van allen stierf de vrouw. Wiens vrouw zal ze dan zijn bij de opstanding, wanneer ze opstaan uit de dood? Alle zeven zijn ze immers met haar getrouwd geweest.’
Jezus antwoordde: ‘Dwaalt u niet? U kent blijkbaar de Schriften niet en evenmin de macht van God. Want wanneer de mensen uit de dood opstaan, trouwen ze niet en worden ze niet uitgehuwelijkt, maar zijn ze als engelen in de hemel. Wat betreft de opwekking van de doden, hebt u in het boek van Mozes in het gedeelte over de doornstruik niet gelezen dat God tegen hem zei: “Ik ben de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob”? Hij is geen God van doden, maar van levenden; u dwaalt vreselijk!’

Hoewel wij ons niet kunnen voorstellen hoe het verrezen leven eruit zal zien, daarom moeten wij het feit van de verrijzenis zelf nog niet loochenen. Met menselijk vergelijkingsmateriaal komen wij hier niet veel verder. Daarbij komt nog dat onze God geen God is van doden, maar van levenden. Dit is wezenlijk voor onze godsdienst.


Wanneer iemand overleden is, durven wij nogal eens snel zeggen: 'Ach, hij (of zij) is nu bij haar man (of vrouw). Ze zullen nu samen gelukkig zijn in de hemel bij God'.
Vraag is of ze inderdaad als man en vrouw (als gehuwd koppel) daar in de hemel zijn.

Wanneer twee mensen huwen, beloven ze elkaar trouw 'tot de dood ons scheidt'.

In de hemel is er een heel andere orde wat betreft dat samen-zijn. In de hemel zijn we als engelen, leert Jezus ons vandaag. Daar gaat het over een blijvende gemeenschap met de Vader. We weten absoluut niet hoe dat er concreet zal uitzien. En eigenlijk is dat ook niet belangrijk.
Eén ding weten we zeker: We zullen ontvangen worden in die diepe barmhartigheid die de Vader zo eigen is. Het is een eeuwig leven waarnaar we mogen verlangen, een eeuwig leven dat ons beloofd is.

Wie nu (hier dus op aarde) de Heer ten diepste volgt, zal diep in zijn hart reeds een voorsmaakje proeven van dat eeuwig leven, in de zin dat hij zich bewoond zal weten, geleid naar datgene wat hem te wachten staat

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:30 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus

Uit het evangelie volgens Marcus
12, 13-17

Enkele hogepriesters, Schriftgeleerden en oudsten stuurden enkele Farizeeën en Heroïnen naar Jezus toe om Hem een ongeoorloofde uitspraak te ontlokken.
Toen ze bij Hem gekomen waren, zeiden ze tegen hem: ‘Meester, we weten dat U oprecht bent en dat U zich aan niemand iets gelegen laat liggen. U kijkt niemand naar de ogen, maar geeft in alle oprechtheid onderricht over de weg van God. Is het toegestaan belasting te betalen aan de keizer of niet? Moeten we betalen of niet?’
Maar omdat Hij hun huichelarij doorzag, antwoordde Hij: ‘Waarom stelt U me op de proef? Laat me eens een geldstuk zien.’
Ze gaven Hem een munt en Hij vroeg hun: ‘Van wie is dit een afbeelding en van wie is het opschrift?’
‘Van de keizer’, antwoordden ze.
Toen zei Jezus tegen hen: ‘Geef wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan God wat God toebehoort.’
En ze waren met stomheid geslagen.

Politiek engagement is 'in' in onze dagen. Ook ten tijde van Jezus waren er mensen die Hem in deze richting wilden drijven. Hij was (waarschijnlijk) niet echt tegen een politiek engagement, maar Hij oriënteerde deze inzet in het plan van zijn Vader, zijn zending. Wij moeten onderscheiden wat van God is en wat van de mensen

'Geef wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan God wat God toebehoort.’

Als we deze uitspraak op onszelf betrekken, moeten we ons afvragen: 'Wat staat er in mijn hart? Van wie is die beeldenaar? Wat is het opschrift? Van wie ben ik?'
Dan zouden we moeten kunnen zeggen: ik ben van God, en alleen van Hem.
En de wereld dan? Die is ondergeschikt aan God. Alles mag als het maar van God mag.
We moeten de waarde van de dingen niet afmeten aan de waarde die ze voor de mensen hebben, maar kijken of ze geldig zijn voor God. We moeten de eer van de mensen laten voor wat ze is, maar ons bekommeren om de eer van Hem wiens beeldenaar wij dragen in ons hart.
God, die in het verborgene ziet, die de beeldenaar ziet in je hart, die weet dat je van Hem bent.

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:09 Reageer op dit bericht Stuur door

Uit het evangelie volgens Marcus

Uit het evangelie volgens Marcus
12, 1-12

Jezus begon tot de hogepriesters, schriftgeleerden en oudsten in gelijkenissen te spreken:
‘Een man legde een wijngaard aan en omheinde die. Hij groef een kuil voor de wijnpers en bouwde een uitkijktoren. Hij verpachtte de wijngaard aan wijnbouwers en ging op reis. Na verloop van tijd stuurde hij een knecht naar de wijnbouwers om zijn deel van de opbrengst van hen te ontvangen; maar ze grepen hem vast, mishandelden hem en stuurden hem met lege handen terug.
Daarna stuurde hij een andere knecht naar hen toe, die ze in het gezicht sloegen en vernederden.
Hij stuurde nog een derde, die ze doodden, en nog vele anderen; sommigen werden door de wijnbouwers mishandeld en anderen werden door hen gedood.
Ten slotte was alleen nog zijn geliefde zoon over; die stuurde hij als laatste naar hen toe, met de gedachte: Voor mijn zoon zullen ze wel ontzag hebben. Maar de wijnbouwers zeiden tegen elkaar: “Dat is de erfgenaam. Kom op, laten we hem doden, dan is de erfenis van ons.”
Ze grepen hem vast en doodden hem en gooiden zijn lichaam buiten de wijngaard.
Wat zal de eigenaar van de wijngaard daarna doen? Hij zal zelf komen om de wijnbouwers om te brengen en hij zal de wijngaard aan anderen geven. Hebt u deze schrifttekst dan niet gelezen: “De steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden Dankzij de Heer is dit gebeurd, wonderbaarlijk is het om te zien.”’
Daarop wilden ze Hem gevangennemen, want ze wisten dat Hij hen op het oog had bij het vertellen van deze gelijkenis, maar ze waren bang voor de reactie van de menigte. Dus lieten ze Hem staan en gingen weg.

 

In een vergelijking laat Jezus zien hoe God heel de geschiedenis lang bezorgd is geweest voor zijn volk. Hij is werkelijk gegaan tot het uiterste. Al diegenen die Hij heeft ingezet hebben hun zending betaald met de dood. Zelfs zijn geliefde Zoon was hetzelfde lot beschoren.

Al te vaak draait ons leven rond het 'hebben', wat ons opsluit in onszelf, en waarin de ander dikwijls een storend element vormt. Onze samenleving is maar al te dikwijls opgebouwd op het hebben, en alles wat daarin past wordt aanvaard. De mens die daaraan niet meedoet en ons oproept te leven uit genade, wordt dikwijls afgekeurd.

God echter blijft trouw aan de steen die door de bouwers van onze samenleving wordt afgekeurd en weggeworpen.
Op deze steen bouwt Hij een nieuwe wijze van samenleven van mensen op. In Jezus begint deze nieuwe wereld. Wie laat zichzelf en zijn omgeving inpassen in het bouwen van God ?

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:27 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

↑ Terug naar de berichten