Uit het evangelie volgens Matteüs
Uit het evangelie volgens Matteüs
13, 44-46
Het is met het koninkrijk van de hemel als met een schat die
verborgen lag in een akker. Iemand vond hem en verborg hem opnieuw, en in zijn
vreugde besloot hij alles te verkopen wat hij had en die akker te kopen.
Ook is het met het koninkrijk van de hemel als met een koopman die op zoek was
naar mooie parels. Toen hij een uitzonderlijk waardevolle parel vond, besloot
hij alles te verkopen wat hij had en die te kopen.'
De twee korte parabels die Mattheüs hier weergeeft, de parabel van de schat in de akker en de parabel van de parel, willen het gedrag van de gelovigen illustreren. In blijde hoop en niet uit vrees voor de straf moeten zij zich van alles ontdoen om het rijk te verwerven.
Het is met het koninkrijk van de hemel als met een schat die verborgen lag in een akker. Iemand vond hem en verborg hem opnieuw, en in zijn vreugde besloot hij alles te verkopen wat hij had en die akker te kopen.
Wie werkelijk van God houdt wil ten volle leven voor Hem. Hij wil alles geven om Gods liefde te kunnen beantwoorden. Dit geven geeft vreugde; een vreugde die haar wortels vindt in God.
In wezen gaat het hier over
dezelfde vreugde van de wijzen toen zij in het oosten de ster ontdekten die hen
naar de koning der Joden bracht: "Op het zien van de ster werden zij
vervuld van overgrote vreugde”.
Het is de vreugde die het hart van Jeremia overstroomde: “Zodra uw woord mij
bereikte, Heer, verslond ik het, het was mijn vreugde, het maakte mij
zielsgelukkig."
Laten wij ook alles geven aan de Heer, ons hele hart, ons hele zijn. Het zal van ons vreugdevolle mensen maken in de diepe religieuze betekenis van het woord. We zullen immers dragers zijn van de vreugde, de vrede, de liefde van de Heer.
Herinneren we ons de woorden van Jezus uit het Johannes-evangelie: "Nu kom Ik naar u toe, en Ik zeg dit terwijl Ik nog in de wereld ben, opdat zij vervuld worden van mijn vreugde."
Laten we dragers worden van Gods vreugde door onze overgave aan Hem.





