Uit
het evangelie volgens Mattheüs
6, 1-6 + 16-18
'Let op dat
jullie de gerechtigheid niet beoefenen voor de ogen van de mensen, alleen om
door hen gezien te worden. Dan beloont jullie Vader in de hemel je niet.
Dus wanneer je aalmoezen geeft, bazuin dat dan niet rond, zoals de huichelaars
doen in de synagoge en op straat om door de mensen geprezen te worden. Ik
verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als je aalmoezen geeft,
laat dan je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet. Zo blijft je aalmoes
in het verborgene, en jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor
belonen.
En wanneer jullie bidden, doe dan niet als de huichelaars die graag in de
synagoge en op elke straathoek staan te bidden, zodat iedereen hen ziet. Ik
verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als jullie bidden, trek
je dan in je huis terug, sluit de deur en bid tot je Vader, die in het
verborgene is. En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor
belonen.
Wanneer jullie vasten, zet dan niet zo’n somber gezicht als de huichelaars,
want zij doen dat om iedereen te laten zien dat ze aan het vasten zijn. Ik
verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als jullie vasten, was
dan je gezicht en wrijf je hoofd in met olie, zodat niemand ziet dat je aan het
vasten bent, alleen je Vader, die in het verborgene is. En jullie Vader, die in
het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.
De christelijke praktijken onderhouden om op te vallen bij anderen, is
niet de juiste mentaliteit. Dan doen wij het voor onszelf en niet voor God of
voor de anderen. Het radicalisme van het evangelie wil niet opvallen. Het
handelt alleen vanuit een diepe overtuiging van een waarachtig godsgeloof, en
dat werkt in stilte
Het innerlijke gebed verrichten we in ons
binnenste, op elke plaats, op elk moment, zo dikwijls als ons hart zich in
vrijheid tot God verheft. Het is een gehoor geven aan de woorden van Jezus 'Als jullie bidden, trek je dan in
je huis terug, sluit de deur en bid tot je Vader, die in het verborgene is.'
Ons huis is in ons hart, ons
hart is de plaats, heel ons lichaam is de tempel waar we Gods lof mogen zingen.
We dragen het overal mee, en we kunnen er ons op elk moment, ook te midden van
lawaaierige mensen of tijdens de drukte van het werk, in afzonderen en zonder
woorden onze geest tot God verheffen.
Dit kunnen we heel bewust beleven, maar
in zekere zin ook onbewust… Zonder het verstandelijk te ‘beleven’ kunnen we bij
God vertoeven, van Hem drinken, van Hem ontvangen. Het is de Heilige Geest die
onze ziel verheft en doet neigen naar God.